logo-fietssite

De beneden Donau: van Donaueschingen naar Passau

 

29e etappeev6-090825zq-nabij-fridingen-routebord-info
Radolfzell – Donaueschingen trein + 9 km.

Zondag 23 augustus 2009.
Droog en zonnig, 20ºC – 24ºC, O-wind 2-3 BF

Vandaag met de trein naar Donaueschingen. Het station is vlakbij. De trein gaat om 10.55 uur. We zijn er een uur van te voren. Tientallen fietsers komen van dit station af om op deze zondag een stukje te fietsen. Ook richting Donaueschingen stappen fietsers in. De trein heeft maar liefst 4 stellen waar fietsen in kunnen. Die van ons is helemaal vol. Halverwege komt ook een soort koffiekarretje naar binnen. De fietsen moeten naar achteren, want op het bankje wordt een klein koffiezetapparaat neergezet en wordt koffie gezet. Tamelijk provisorisch, eigenlijk heel onduits. Daardoor kan een groep één jongen met fiets niet mee, wat natuurlijk een discussie geeft met de conductrice. Zij bevestigt dat de plaats voor de koffiemeneer is. Dat is zo afgesproken op deze rit. Na drie kwartier zijn we in Donaueschingen. Ook hier veel fietsers. Uiteraard fietsen we naar de bron. Dat is een ronde kom, met daarin helder water. Het borrelt wel een beetje. En verdwijnt dan meteen onder de grond. Een groot standbeeld waakt over de kom. En daarnaast een informatiebord dat dit de bron van de Donau is. Het is vlak bij het kasteel van het geslacht Fürstenberg aan de ene kant en de kerk aan de andere kant. We fotograferen alles en fietsen dan naar het centrum; Karlstrasse om wat koffie te drinken. In het centrum is verder niets historisch te vinden.
We fietsen vervolgens via de route naar de Riedsee, 9 km. verder. Onderweg komen we de samenvoeging van de Breg en de Brigach tegen, van hieraf heet het stroompje de Donau. Eigenlijk begint de grote rivier pas hier.  Er staat een groot standbeeld van een echtpaar dat dat daar neergezet heeft ter ere van hun gouden bruiloft, nu 70 jaar geleden. Al die jaren kijkt het standbeeld uit op de samenvloeiing. De camping is dan niet ver meer. Daar blijven we een extra dagje. Even een rustpauze om alles in orde te maken voor de laatste etappe van deze reis.

 

Rustdag
Donaueschingen (camping Riedsee)

Maandag 24 augustus 2009.
Zonnig, warm tot 31ºC, in de nacht onweer met fikse regen.

Dag gebruikt om alles te wassen, zelfs ons gescheurde onderdek. (de thermo-combi van Tatteljee, waarin de twee thermomatten passen en waarop de slaapzak geritst wordt.) Het heeft zich goed gehouden in de wasmachine, de sporttape waarmee de scheuren zijn gedicht heeft niet losgelaten.
Ook alle fietstassen uitgeklopt en het rugzakje gewassen.
Een wandelingetje gemaakt naar Pfohren. Klein dorp met een bakker, kerk met een wiel voor ooievaars en een waterburcht: jachtslot Entenburg. Dat merkwaardig genoeg laag staat. Ik denk dat hij particulier bewoond wordt. Een kleine tuin rondom is met een hek afgezet.

 

30e etappe
Donaueschingen – Hausen 69 km.

Dinsdag 25 augustus 2009.
Regen in de vroege ochtend. Droog als we vertrekken. En dat blijft het ook tot aan het eind van de middag. Dan weer een hevig onweer. Niet koud, tot 29ºC.  Wind uit het ZW.

De Donau over bij Pfohren, dat is de eerste van vijf keren dat we de Donau vandaag oversteken. Het is een kleine stroom, ondiep met veel planten in het water, een soort wier. Veel vogels ook op het eerste stuk, ooievaars, roofvogels. Een breed dal met veel weiden, en nu kaalgeschoren graanvelden. Geeft een mooi blokkenbeeld.
Bij Immendingen verdwijnt de Donau in de bodem. Door de gesteldheid van de bodem (kalk) zakt het water weg naar ondergronds. Proeven hebben uitgewezen dat dit water stroomt naar de Aachquelle, de bron van de Aach. Via het riviertje de Radolfzeller Aach stroomt het water naar de Bodensee en vandaar naar de Rijn. We kijken eerst bij de gratis camping, maar daar is nog gewoon water in de bedding van de Donau. Even verderop staat weer een bord met Donauversickerung, en daar is bijna geen water meer te zien, een stenige bedding, met veel paarse springbalseminen aan de kant. Heel bijzonder. Eigenlijk dus een gek begin van de grote rivier de Donau. De bron is eigenlijk niet de bron van de Donau. En als hij dan eindelijk op gang komt, verdwijnt hij onder de grond. Als er weer water door de bedding loopt, is het een aanzienlijk smallere stroom dan voor de Donauverzinking. Net alsof de rivier opnieuw begint. Dat is overigens pas in Möhringen. De route voert langs een prachtig gemeentehuis en dan vlak langs de Donau naar Tuttlingen. Deze stad doe je niet aan. De route blijft aan de noordkant. Dat is een soort smal park langs de Donau met veel bloemen en banken. Ook ligbanken. Dan volg je een stuk het spoor. Dat is een stuk van de Naturpark-Express. Een volgens de folder romantische treinreis, die je alleen in de zomer kan maken. Het mooie dorp Mühlheim passeren we aan de onderkant. We kijken nog wel even bij de 14e eeuwse st. Galluskapel, die staat op een zeer geordend kerkhof. Dan komt een werkelijk prachtig stuk route. De Donau loopt hier in een smal hoog dal. Hoge witte en grijze rotsen. Het is wel een beetje klimmen en dalen. Maar aan weerskanten zie  je hoge bergen, waartussen je fietst. En steeds de Donau aan je linkerhand. We passeren een aantal burchten, die zich hoog verheffen. O.a. Burg Wildenstein. En we passeren  een gedenkteken voor twee Duitsers die in WOII twee Joden verborgen voor de nazi’s .
In Hausen fietsen we langs de camping. Die ligt aan de andere kant van de Donau. Dus terug naar de brug. Een aardige kleine camping. Als de tent staat breekt een onweersbui los. De camping heeft een overdekt deel, waar ook nog een drankje besteld kan worden.
In het dorp Hausen zijn de twee restaurants dicht. Maar iets verder is de kanoclub nog wel open. En die serveert ook maaltijden.

 

31e etappe
Hausen – Riedlingen 60 km.

Woensdag 26 augustus 2009.
Bewolkt de hele ochtend. Tot 20ºC. later in de middag zonnig met iets hogere temperaturen 24ºC

De wolken hangen in het dal. Het is duidelijk, we naderen het eind van de zomer. ’s Avonds al vroeg donker en  ’s ochtends veel vocht. Maar een prachtig gezicht. Het dal is hier heel smal, met hoge grijze en witte rotsen. Het pad loopt ligt dicht bij de Donau. Vaak in de helling. Begroeid met bomen en struiken. Dus wel wat klimmen en dalen. We passeren de St. George kapel, met een klein kerkhofje erachter met maar een paar grafstenen met dezelfde namen. Verder op dit stuk veel kastelen of ruines van kastelen. In Inzigkofen bekijken we het kerkje met zijn barok interieur en fantastisch versierd hek op de nonnengalerij, om de nonnen te onttrekken aan het zicht. Tussen de spijlen van het hek zijn kleurige bloemen en bomen. Op de rand van het hek staan vergulden beelden van de twaalf apostelen.  De route doet dan een wat grotere plaats aan: Sigmaringen. Het slot van Sigmaringen verheft zich hoog boven de stad. Het ziet er nu vredig uit, maar aan het eind van WOII hebben zich hier rumoerige taferelen afgespeeld, toen de  collaborateurs van het Vichybewind hier hun intrek namen, op de vlucht voor de geallieerden. Onder de vluchtelingen bevond zich Louis Ferdinand Céline, de beroemde Franse schrijver. Hij heeft over deze episode het boek “Van het ene slot naar het andere” geschreven. Later verfilmd door Rainer Werner Fassbinder.  Scheer ligt in een lus van de Donau. Het slot Bartenstein heeft een loopbrug naar de bult in het bos over de weg heen. Benieuwd of dat historisch is. De pijlers waarop de loopbrug rust, lijken wel oud. Dan gaat de route een eindje van de Donau af om Mengen aan te doen. Waarom we helemaal door de stad gevoerd moeten worden is onduidelijk.
Opnieuw terug naar de Donau, waar hier natuurverantwoorde werken uitgevoerd zijn. Vroeger is de Donau hier wat rechtgetrokken. Nu worden de oude lussen met zijarmen opnieuw aangelegd. Goed voor de planten en de dieren. (www.rp-tuebingen.de). Van een smal dal met hoge rotsen zijn we nu terechtgekomen in een breed dal met veel groen. Lekker vlak rijden. Na Hundersingen is er een kleine omleiding, in plaats van de weg het dichtst bij de rivier wordt na het grind de linkerlandweg gekozen. Riedlingen is dan gauw bereikt. We slaan de eerste tentplaats over, omdat we denken dat even voorbij Riedlingen een echte camping ligt. Gezien de tijd van het jaar is het wel aangenaam om een voorziening te hebben waar je ’s avonds ook nog kunt zitten en lezen. Maar de tweede camping is een boerderijcamping met alleen een grasveld. We gaan terug naar Riedlingen en trekken in het hotel aan de weg dat van fietsers houdt. Achter het hotel zit een grote sportzaak met een fietsenwerkplaats. De versnelling van mijn fiets begint weer kuren te vertonen. De fietsenmaker stelt hem bij.
Een kleine wandeling door Riedlingen. Aardige binnenstad met veel vakwerk. Zeer keurig opgeknapt. Aan de buitenkant zijn delen van de vestingmuur te bewonderen.

 

32e etappe
Riedlingen – Blaubeuren 66,5 km.

Donderdag 27 augustus 2009.
’s Ochtends mistig, duurt wel twee uur voor de mist is opgetrokken, daarna zonnig, droog. Temperatuur tot 29ºC ZW wind, matig.

Het is heel nevelig als we vertrekken. Op zich bijzonder om de dag langzaam te zien ontstaan. Een lichte wind door je haren, en een omgeving die verzacht is door de nevel. Een fietspad of kleine landwegen dicht langs de Donau. In Zell de brug over. We steken een lus van de Donau af. Eerst stijgen, dan dalen en dan een eng bruggetje over langs het spoor. In Nederland zou zoiets niet mogelijk zijn. De spoorbrug bij Ravenstein is verboden voor fietsers, en veel veiliger dan deze brug. Weer de Donau over bij Zwiefaltendorf langs een brouwerij. Tenminste we denken dat het een brouwerij is. Behoorlijk steil klimmen naar Dathausen en dan een stukje langs de weg, ook stijgend en dalend. We steken niet af naar Obermachtal, maar maken de officiële route langs  Rechtenstein. De burcht en de kerk liggen hoog tegen de bergen aan. Als we doorfietsen zien we de Münster van Obermartktal liggen met zijn twee torens. Dicht langs de Donau over een grindpad. En  net als je denkt over de weg Munderkingen binnen te rijden buigt de route af naar Algershofen, dat een kapelletje heeft met een toren van een echte kerk. Weer de Donau over (dat doen we vandaag 7 keer), want de oude binnenstad van Munderkingen ligt in een lus van de Donau. We hebben de tijd, dus we drinken hier een kop koffie op de markt (die op donderdag gehouden wordt). Na Rottenacker een stuk langs afgravingen. Dat levert extra water op in de vorm van meren. In Ehingen bekijken we de Onze lieve vrouwekerk (echt een barokkerk) en het Marktplein met de vakwerkhuizen. Hier kiezen we ervoor om de variant van het Blautal te volgen. Die variant heeft niet het teken van de eurovelo 6. De variant wordt aangeprezen, omdat het zo’n mooi dal zou zijn, maar de weg valt een beetje tegen. Die loopt voornamelijk langs autowegen, en dat zijn we van de Donauroute tot nu toe niet gewend. Het dal is lieflijker dan het Donaudal en glooiender. We passeren even na Schelklingen de Hohler Fels. Een diepe kalksteengrot, heel oud, er zijn belangrijke archeologische vondsten gedaan. O.a. een venusfiguurtje, de Venus van de Hohler Fels, 35.000 jaar oud. De akoustiek in de grot is zo goed dat er regelmatig concerten worden gegeven. Blaubeuren is een plaatje. We fietsen naar de bron van de Blau. En als je daar aankomt dan begrijp je die naam. Het water bij de bron is echt blauw.
We zoeken daarna de jeugdherberg op, die aan de rand wat hoger ligt. En we krijgen daar een trainerskamer met eigen douche. ’s Avonds maken we nog een wandeling door dit door bergen omgeven oude stadje. Veel vakwerkhuizen, een groot benedictijner klooster met bijzondere kerk (de kerktoren staat tussen schip en koor), een 15e eeuws hospitaal.

 

33e etappe
Blaubeuren – Ulm 30 km.

Vrijdag 27 augustus 2009.
Geen nevel in de ochtend, eerst een beetje bewolkt,  daarna toch zon. In de middag donkere wolken en een bui regen. ZW wind. Tot 29ºC.

Een klein stukje maar vandaag. We hebben een jeugdherberg besproken in Ulm, waar we een extra dagje blijven. We dalen van onze jeugdherberg naar beneden naar het dal van de Blau. Het is prachtig helder weer. Geen nevel. Dit stuk van de Blautal variant is wel erg mooi. Een rustig fietspad, deels van asfalt, deels van grind, voert ons naar het meer verstedelijkte gebied voor Ulm. Slot Klingenstein ligt hoog op de rotsen. Van daaraf is het langs de ravelranden van de stad. Grotendeels langs de spoorlijn en het riviertje de Blau. Op het tussengelegen land kleine huisjes, volkstuintjes of tuinen. In Ulm worden we listig achter langs via het fietspad naar de binnenstad gevoerd. Ineens staan we op het plein voor de grote kerk. Het is eind van de ochtend. We hebben nog ruim vier uur voor we onze spullen kunnen stallen in de jeugdherberg. We bezoeken de grote kerk. Met, zoals de Ulmers trots in hun folders vermelden de hoogste kerktoren van de wereld. Een mooie slanke gotische kerk. Van binnen erg licht. Met een fraai houten koor met echte gesneden kopjes uit de 16e eeuw. “Niet aankomen” staat op de bordjes. We zoeken ook de gedenktekens voor broer en zus Scholl. Zij werden standrechtelijk gefusilleerd na een kort proces omdat ze pamfletten tegen het Nazi regime verspreidden. Het is even zoeken. De monumenten zijn onopvallend. Een dubbele paal met twee teksten uit de pamfletten aan de zijkant van het grote plein van de kerk. En een tekst met hun verhaal op een doorzichtige paal op het plein dat naar hun genoemd is voor het Raadhuis. Even buiten het centrum, in een huis waar de familie gewoond heeft en waar nu een artsenpraktijk is, zijn in de hal een drietal borden aangebracht met hun geschiedenis, en een bord met het verhaal van twee Joodse families die ook in het pand gewoond hebben. De fam. Guggenheimer is naar Amerika gevlucht via Rotterdam, de familie Einstein (in de verte verwant aan Albert Einstein) is vermoord in Riga. Altijd weer indrukwekkend om dit soort verhalen met een foto erbij te lezen.
De jeugdherberg ligt in het westen van de stad, de Kuhberg op. Waarom liggen die jeugdherbergen altijd zo hoog? Onze reservering is zoek, maar er is plaats genoeg. Dus we boeken voor twee nachten een kamer.

 

De Beierse Donau: van Ulm naar Passau

 

Rustdag
Ulm

Zaterdag 29 augustus 2009.
Zonnig, droog, niet zo warm tot 24ºC, weinig wind.

Vanuit de Jeugdherberg eerst gelopen naar een bolwerk van de vesting Ulm. Fort Oberer Kuhberg, Dit fort wordt gerestaureerd. Er is een documentatiecentrum in, omdat er van 1933 tot 1935 een concentratiekamp voor tegenstanders van het Nazi regime was. En het herbergt het vestingmuseum. Dat is alleen op zondagmiddag open. We lopen om het fort heen. Het is vrij groot, maar voor ons onduidelijk hoe het gefunctioneerd heeft. (www.diebundesfestung.de) Vervolgens met bus 4 naar het centrum van Ulm. Daar een wandeling gemaakt door het Fischer- en Gerber viertel. Een mooie oude wijk van Ulm, met grote vakwerkhuizen langs het stroompje de Blau. Een zeer scheef huis, vanwege de grote overkraging, en een heel mooi huis met een schildering van Belgrado (Weissenburg) erop. Even buiten de wijk, bekijken we het Schwörhaus, waar de burgemeester elk jaar in het openbaar op het balkon de eed aflegt op de grondwet. En dat al vanaf de 14e eeuw. Dat is nog eens wat anders dan één keer een integriteitscode tekenen, zoals gemeenteambtenaren tegenwoordig moeten. Bij de VVV vragen we naar plaatsen met wifi, maar we krijgen adressen van internetcafé’s. Uiteindelijk maken we van ééntje dan maar gebruik, omdat we zelf geen vrije wifi punten vinden. Daardoor kunnen we echter geen berichten uploaden naar de weblog. Jammer.
Tegenover de Dom staat het moderne stadhuis. Net als in Den Haag is het ontworpen door Richard Meier. Het is door zijn ronde vormen wat vriendelijker dan het Haagse stadhuis. Maar net zo wit.
In de middag bezoeken we het broodmuseum. En dat is echt de moeite waard. Vader en zoon Eiselen, Ulmse ondernemers hebben vanaf 1952 voorwerpen verzameld die te maken hebben met brood. En dat is in een privé museum ondergebracht. Heel indrukwekkend. Niet alleen hoe brood gemaakt wordt, vanaf de oudheid (Egyptenaren, Romeinen), maar ook welke rol brood speelt in de christelijke en joodse religie, hoe brood en de weg tot brood vormgegeven wordt in de schilderkunst, met een paar mooie schilderijen van Breughel, en ook kritisch: als er tekort is aan brood, dan is er hongersnood, uithongeren van Leningrad door Hitler, en hoe om te gaan met de productie van graan voor de groeiende wereldbevolking. Het is laat voor we er erg in hebben. Te laat om nog een rondje te maken met de Sonar boot, een boot op zonne-energie die ontworpen is door technische Ulmer studenten, en die vaart op de Donau. We sluiten af met een biertje en een hapje bij de Italiaan. En oh ja, een boekje gekocht om te voldoen aan het tekort aan leesvoer en een paar sandalen, om de ergernis van de verkeerd gekochte schoenen op te heffen.

 

34e etappe
Ulm – Dillingen 66 km.

Zondag 30 augustus 2009.
In de ochtend koel wel zonnig, 13ºC, gaandeweg warmer tot 24ºC. Matige ZW wind. Droog.

Vanaf de jeugdherberg de route via de Donau genomen naar Ulm centrum. We komen eerst langs een bolwerk van de vesting Ulm. Het untere Kuhberg bolwerk. Er staat een monument van de artillerie voor de gestorven soldaten in WO1. En een gedenkteken voor de heimatvertriebenen Donauschwaben, die na WOII terugkeerden naar Ulm. We komen mooi beneden bij de Donau uit voor de muren van de stad. Ook hier op de oude stadsmuren vele gedenktekens voor verschillende groepen heimatvertriebenen. De Donau ligt er heel rustig bij. Dat hij ook wel eens minder rustig is, blijkt even verder als er voor de fietsroute een omleiding wordt aangegeven bij hoogwater. Er is dan zelfs een slagboom die naar beneden kan. Even buiten de binnenstad, bij weer een onderdeel van de vesting Ulm is het een drukte van belang. Er is een hondenmanifestatie van herders. Provisorisch is een grote campingplaats ingericht die druk bezet is met campers en caravans en een enkele tent en heel veel herdershonden. Met geblaf worden we uitgeleide gedaan uit Ulm. We rijden nu de deelstaat Beieren in. Het eerste stuk loopt langs de weg langs Thalfingen, Oberelchingen en Unterelchingen. Dat is saai rijden. Het is zondag, dus het is niet druk op de weg. Maar het is jammer dat er geen fietspad ligt door het interessante gebied vlak langs de Donau. Beieren laat zich intussen wel kennen. We zien, voor een oude fiets geplaatst, een bord met Radler Tankstelle: biergarten. En zulke borden zien we verderop meer. Er worden in september verkiezingen gehouden. We hebben al veel borden gezien voor CDU, SPD, FDP en Linke, maar hier zie je ook aanplakbiljetten voor de NPD. Vanaf Weissingen loopt de route door het Donauwald. Een grindpad, dat wel net opnieuw van grind is voorzien. Het fietst wat moeizaam door een prachtig bos. Vele groene tinten. En nog enkele paarse springbalseminen en enkele gele …..  Bij Günzberg gaan we even het stadje in. Nieuwsgierig naar de stad van Joseph Mengele, die hier geboren is, en zich na de oorlog enige jaren zich verborgen heeft gehouden voor hij naar Paraguay ontkwam. Een zeer vriendelijk stadje met de bekende ruimtelijke structuur: toren met onderdoorgang en een verbrede markt. Mooie grote huizen met allerlei pasteltinten. Strak in de verf. Niets verwijst naar het donkere verleden. Ja toch, een klein monument, vlakbij de rococo kerk, van een belangrijke joodse inwoner die in WOII vergast is. Opgericht door een vriendencomité.  Tot onze verbazing treffen we later buiten het stadje Lauingen een kapelletje aan opgericht in 1989 door Max Mengele voor zijn vrouw Inge, die in dat jaar gestorven is. Met zo’n naam zo’n groot teken van rouw neerzetten? Terug naar de andere kant van de Donau, verder over grindpaden, nu niet met nieuw grind, langs een vochtig deel van de Donau, De weg loopt over een dijkje.  Aan het eind is een dam voor opwekking van elektriciteit, met een kleine sluis ernaast voor de scheepvaart. Er is overigens geen boot te zien. Bij Offingen gaat de route weer van de Donau af. Door een vlak landbouwgebied, met alleen nog maar wat maisvelden met hoog opgeschoten mais en verder allerlei andere al omgeploegde velden, fietsen we naar Gundelfingen. We fietsen door het centrum van dit aardige stadje. Bij Faimingen bekijken we de restanten van een Romeinse tempel. Er zijn daar opgravingen gedaan, en op de resten zijn in de 80er jaren van de vorige eeuw enkele delen teruggebouwd. Het boekje zegt dat de markt van Lauingen tot de mooiste hoort van de Schwabense marktpleinen. We fietsen er speciaal naar toe. Maar dat valt een beetje tegen. De drukke verkeersweg loopt over de markt. Hij is ingericht om te parkeren. De huizen erom heen zijn niet meer bijzonder dan wat we al gezien hebben. Alleen de toren, maar die staat in de steigers en is geheel afgedekt met doek. Nog wel een foto gemaakt van hun grote zoon: Albertus Magnus, de grote 13e eeuwse filosoof/theoloog. Al was het maar omdat ik als kind op de basisschool Albertus Magnus heb gezeten. We fietsen terug, omdat we een bordje gezien hebben dat de fietsroute langs de Donau aangeeft. Dat ligt een eindje voor de afslag naar het kasteel. We volgen het bordje, maar het blijft bij één bordje. Op gevoel volgen we wegen parallel aan de Donau. We komen bij het slot uit, dat verbouwd lijkt voor ouderenhuisvesting. In de tuin zijn forellenvijvers. Overvol met forellen. Onder de brug door via weer een grindpad volgen we de Donau tot de volgende brug. Het grindpad gaat verder, maar is verboden voor fietsers. Dus gehoorzaam als we hier in Duitsland zijn, volgen we de bordjes naar Dillingen en vervolgens naar de camping. Dat blijkt een klein veldje bij een restaurant/gaststätte te zijn. De tent is gauw opgezet. En het terras lokt.

 

35e etappe
Dillingen – Donauwörth 39 km.

Maandag 31 augustus 2009.
Zonnig, minder warm, zelfde temperaturen als gisteren, NO wind, soms tegen, 2-3 BF

We doen vandaag maar een klein stukje. Tijd genoeg om de tent te drogen te leggen en te ontbijten in de gaststätte. Pas over tienen stappen we op de fiets. Het pad loopt achter de camping meteen langs de Donau. We laten Dillingen voor wat het is en volgen het pad. Een prachtig pad langs een zeer kalme Donau. Bij Steinheim gaat het het land – een fietspad langs een drukke weg - in richting Höchstadt aan de Donau. We fietsen daar snel doorheen, om dan weer door een stuk natuur - een zeer vochtig gebied  met veel meren en het stroompje de Klosteebach uit te komen op de drukke weg richting Blindheim. Bij Gremheim gaan we de Donau over. Er loopt wel een gravelpad langs de Donau, maar je weet niet tot hoe ver. Zou toch aardig zijn als die paden als alternatief toegankelijk worden voor fietsers. Nu staat er een bord “fahren und reiten verboten”. Wellicht mag je er wel fietsen, maar niemand doet het.
Verder maar weer nu door een landbouwgebied tussen de Donau en de rivier de Zusam. Kennelijk zijn er ideeën om dit als overloopgebied voor de Donau te bestempelen. Er staan overal protestborden. Soms zelfs met religieuze teksten. Over een dam met een kleine sluis voor de scheepvaart weer terug naar de andere kant van de Donau en over een drukke weg langs een enorm parkeerterrein rijden we Donauwörth binnen. Dit stadje ligt aan de samenloop van de Wörnitz en de Donau. In de middagzon ligt het er fraai en glanzend bij met al zijn goed geschilderde huizen in alle pasteltinten die je kan verzinnen. Bij de VVV vragen we naar hotspots, maar ook hier zijn die er niet. We krijgen wel twee adressen van internetcafé’s. Bij de eerste is hotmail niet toegankelijk. De tweede (Mocca aan de Bäckerstrasse) is heel wat sneller. Na een snelle incheck in de jeugdherberg, waar we een kamer met eigen douche en toilet hebben, gaan we terug naar de VVV voor een stadswandeling met een gids. We zijn net op tijd, en de gids is dolblij, want pas bij 5 deelnemers gaat de wandeling door. Er staan 4 mensen. Leuk als iemand enthousiast is om zijn werk te doen. Anderhalf uur lopen we door deze kleine stad, waar nog heel wat te zien is. Stukken stadsmuur met twee torens, delen van een stadsgracht en wallen, waarop nu een mooie wandelpromenade is gemaakt, met speelgelegenheid voor kinderen, maar ook met een gedenkteken voor de verjaagde Sudentenduitsers, die hier opgevangen zijn, een eiland tussen twee armen van de Wörnitz, waar vroeger de vissers woonden, de grote Reichsstrasse met zijn pastelkleurige huizen en op de kop het Fuggerhaus (De Fuggers waren een zeer machtige en rijke familie in Donauwörth) en natuurlijk een paar kerken. En oh ja, op de Reichstrasse ontdekken we een precies dezelfde fontein als in Montéliard. Maar nu zonder uitleg. De fontein is geschonken door de zusterstad van Donauwörth: Perchtoldsdorf in Oostenrijk. Tevreden wandelen we na een hapje eten terug naar de jeugdherberg.

 

36ste etappe
Donauwörth – Ingolstadt 66 km.

Dinsdag 1 september 2009.
Zonnig, droog, warm tot 31ºC ’s middags. Matige NO wind.

In Donauwörth eerst nog de fontein van Galilei gefilmd en het monument voor de verjaagde Sudentenduitsers. Dan over een fietspad langs de weg. Bij Schäfstall nemen we het alternatief dat over een grindpad langs de Donau leidt. De Donau ligt hier in een strak bed met een dijk ernaast. De weg leidt snel weer terug naar de weg bij Altisheim. We klimmen het dal uit en klimmen steil na Altisheim verder omhoog. Het daalt daarna wel weer, maar even snel moet er weer geklommen worden richting Graisbach. Daarna weer dalen en weer stijgen tot het uitzicht bij de Schlossberg. Ik ben Jan te ver vooruit, wacht bij een bank met een mooi uitzicht, maar hij denkt dat ik nog achter hem rijdt en wacht ook een tijdje. Na Maxheim gaat het langs de weg terug naar de Donau. Een mooi pad langs de dijk van de Donau volgt. Er wordt op deze prachtige, zeer warme septemberdag nog steeds veel gefietst. Bij de Segelsee pauzeren we even. De bordjes wijzen het land weer in. Maar wij volgen, en met ons meer fietsers, het grindpad langs de Donau. Dat komt uit bij een stuwdam in de Donau. Daar pakken we de route weer op. Een heuvelachtige weg met klimmen en dalen volgt. Na Riedensheim dalen we naar de Donau. Opnieuw een grindpad dat na twee kilometer zich van de Donau afwendt. Bij de brug in Neuburg zien we later dat het mogelijk was om via de grindweg langs de Donau helemaal tot de brug van Neuburg door te fietsen. Het wordt tijd dat er door de Duitse routemakers eens kritisch naar de route gekeken wordt. Het is mogelijk met enige aanpassingen dichter langs de Donau te fietsen dan nu. We fietsen Neuburg door. Vandaag houden we het bij het fietsen. Een lange saai fietspad langs een drukke weg alsmaar rechtuit volgt.  Na een rotonde wordt het gelukkig rustiger. We passeren slot Grünau, dat een bordje op de toegangsdeur heeft met “freie eintritt”, maar de deur is dicht. Door het veld, gedeeltelijk over grindpaden gaat het verder. Een mooie  rustige weg, deels door de velden, deels door rivierbossen langs de Donau. Over de dijk loopt het grindpad Ingolstadt in. Naast de brug is een fietsbrug gehangen.  Halverwege de brug kan je onder de autobrug doorfietsen zodat je aan de andere kant, de rechterkant uitkomt. De VVV vindt voor ons een niet te duur gasthuis net buiten de binnenstad aan de noordoostkant. We maken nog een rondje door de binnenstad en bekijken o.a. het huis van de ouders van Marieluise Fleisser. Een toneelschrijfster, en ook minnnares van Brecht. De steden zijn trots op hun grote zonen. Maar hun grote dochters worden in een hoekje weggestopt. Het gasthuis blijkt een aardig Beiers familiepension te zijn met een echte Beierse keuken.

 

37ste etappe
Ingolstadt – Kelheim 51 km.

Woensdag 2 september 2009.
In de nacht heeft het geregend. In de ochtend bewolkt, maar niet koud, later zonnig, temperaturen tot 24ºC, begin van de avond zeer bewolkt, maar geen regen, later op de avond regen (maar dan zijn we binnen).

Vanuit ons familiepension in het noordoosten van de stad, zakken we rechtstreeks naar de Donau en pakken de route op. Een grindpad op de dijk langs de Donau. Bij Kleinmehring gaat de route eraf, maar het is mogelijk om door te fietsen en dat doen we dan ook tot de brug bij Grossmehring die we over gaan. Je moet op de brug fietsen met hardrijdende auto’s langs je. En aan het eind moet je links af oversteken. Heel oneigenlijk voor deze fietsroute, die zo veilig mogelijk is uitgezet. Het gaat verder maar nu aan de andere kant van de Donau via een grindpad over en langs de dijk. Langs elektriciteitscentrales, want die vind je hier veel. Bij Vohburg werpen we een blik op de poort met het kasteel erboven en fietsen dan onder de brug door en vervolgens eroverheen naar de andere kant. Vandaar gaat het iets verder van de rivier af meer het land in over eerst een drukke landweg en dan vanaf Pförring een minder drukke. We missen een bordje en komen te zuidelijk uit op de weg. Als we even op de kaart staan te kijken wat we verkeerd hebben gedaan, worden we door een passerende automobilist met een paar woorden de goede kant op gewezen. Er volgt weldra een prachtig pad over de dijk. Voor de derde keer vandaag steken we de Donau over. En in plaats van over Neustadt en Bad Göaging te gaan blijven we dicht bij de rivier over grindpaden. Hier wordt het rivierlandschap ingericht voor recreatie. Er is een pad laag, dicht bij de rivier. En er is een pad hoog op de dijk. We volgen eerst een tijdje het lage pad. Zien bij de bocht, waar de rivier wat wijder is, en waar boomstronken in het water liggen, drie aalscholvers hun veren drogen. En er zwemmen ook een paar soorten eenden. We komen uit bij het veer van Eining. Een fiets- en wandelaarsveer dat gaat van april tot september. Er staat een rommelige tent naast, waar ze uiteraard bier schenken, maar ook koffie. Lekker in het zonnetje bekijken hoe verschillende mensen zo vroeg op de ochtend al hele maaltijden naar binnen werken. We blijven het grindpad langs de rivier volgen. Het water staat laag, en er zijn her en der grindstranden en ook grind midden op de stroom. Daar zitten vele ganzen. Als we met de bocht meegaan komen we in de toeristische drukte van het klooster Weltenburg terecht. Dit klooster is gebouwd bij de Donaudoorbraak. Een smalle hoge doorgang door de rotsen. Het klooster is beroemd om zijn bier. Dat moet hier wel gedronken worden. Het is een zeer hoppig en smakelijk bier. De kerk en de kapel zijn op en top barok. Ik dacht dat we het ergste wat dat betreft gehad hadden in Ginsburg, maar dit is nog overdadiger. Met de boot van 14.40 uur varen we vervolgens door de Donaubruch. Met uitleg. Na 20 minuten stappen we uit in Kelheim. De aanmonding is tegenover het postkantoor. We sturen daar de kampeerspullen terug naar Nederland. Het wordt ’s avonds te koud en te vroeg donker om nog te kamperen. Het wordt tijd om de jeugdherberg op te zoeken. Dat blijkt een nieuw hoogtepunt te zijn van deze dag. Maar dan letterlijk. We moeten een kilometer omhoog lopen met een stijgingspercentage van meer dan 15%. In de jeugdherberg zijn we de enige gasten.

 

38ste etappe
Kelheim – Regensburg 52 km.

Donderdag 3 september 2009.
Aanvankelijk regenachtig, later droog. Tot 22ºC, matige ZW wind.

We dalen naar Kelheim. Het stijgingspercentage blijkt zelfs 22% te zijn geweest. Het gaat zo steil naar beneden dat ik loop. We gaan in eerste instantie te ver, tot waar de boot ons gisteren heeft afgezet. Maar we moeten aan de noordkant van de Donau verder. Dus terug door het centrum, over een nieuwe voetgangersbrug de rivier over en meteen de route opgepikt. Vanaf hier wordt de Donau ook door vrachtvaart gebruikt. Er liggen boeien in het water en we zien een boot (uit Rotterdam!). We blijven aan de noordkant van de rivier. Voornamelijk over dijken. Bij Kapfelberg liggen twee smalle campings achter elkaar. Een smalle strook langs de berg, met zicht over de weg op het water.  Er is daar ook een jachthaven met veel plezierbootjes. Bij Bad Abbach de brug over en aan de andere kant verder. Langs de rotsen. Bij Matting is een pont. Even verderop is een biergarten, die ook een kopje koffie schenkt. Het is nog vroeg, er wordt druk gepoetst, en een grote vuilnisauto draait het terrein op. Jan moet echt zijn benen intrekken, anders kan die auto er niet langs. De route blijft vervolgens tot Regensburg langs de Donau. Je komt op een mooie manier de stad binnen.

 

Rustdag
Regensburg

Vrijdag 4 september 2009.
Grijs bewolkt met streepjes zon. Tot 21ºC, matige wind.

Dagje stad. Drie wandelingen gelopen van het Unesco boekje.  

 

39ste etappe
Regensburg – Straubing 67 km.

Zaterdag 5 september 2009.
Koeler, van 15ºC - 21ºC, ZW wind 2 tot 4 BF (achter), bewolkt, en streepjes zon. Een enkele spetter (maar geen regenjas aangehad).

Na gekeken te hebben wat het beeld aan de overkant van het IBIS hotel betekende: een cijfer 24171 – het is een telefoonnummer voor vrouwen en meisjes die te maken hebben met geweld en verkrachting – op weg naar de Donau. De stenen brug ligt er in de ochtendzon mooi bij. Over de Donau fietsen we aan de noordkant naar Donaustauf. Daar bekijken we het Walhalla. Gesticht door Koning Ludwig I in 1842. Een bouwwerk in de vorm van een klassieke Griekse tempel, hoog boven op een berg met zicht op de Donau. Er staan borstbeelden en naamplaten van “rühmlich ausgezeichnete Teutsche”. Ik denk in mijn onschuld dat er allerlei beroemde Duitse geleerden, kunstenaars, koningen en zo staan, maar ontdek tot mijn verwondering ook Willem van Oranje, Hugo de Groot, Michiel de Ruyter en Erasmus tussen de beelden. Volgens de toelichting in het boekje over het Walhalla blijkt dat “wer teutscher Zunge sey” opgenomen kon worden. Ook nu nog kunnen beroemdheden een borstbeeld krijgen. Adenauer staat er bijvoorbeeld en onlangs is Edith Stein toegevoegd. Het bouwwerk wordt overigens nu grondig gerestaureerd om ook voor de komende decennia bezoekers te kunnen ontvangen.
Na het Walhalla volgt weer een prachtige tocht voornamelijk over dijken langs de Donau. Het wordt echt al een beetje herfst. Sommige loofbomen krijgen gele blaadjes. En voor het eerst zie ik ook dat mais geoogst wordt. Een tractor rijdt in vierkanten om het maisveld heen en snijdt de stengels tot de grond toe af, de kolven worden in een bak opgevangen. De  route loopt ook door het kleinste wijngebied met zelfs een eigen “weinroute”. Beierse wijn. Kleine wijngaarden liggen tegen de bergen op. Sommigen afgedekt met felgroene doeken. De druiven zijn nog niet geplukt. Bij Kiefenholz maakt de Donau een bocht naar het westen. We krijgen de wind dus even tegen. Meteen zakt de snelheid met de helft.  Maar het is van korte duur, snel hebben we de wind  achter en we vliegen vooruit. Tussen Wörth en Pondorf is het gebied tussen de Donau en de route heel vochtig, er liggen oude lussen van de Donau en wielen. Daarin dood hout en stakerige bomen. Een heel Hollands gezicht. Vanaf Pondorf gaat het weer over de dijk. Dat wil zeggen wij fietsen bovenop de dijk, je kan ook aan de binnenkant van de dijk laag fietsen. Even voor Pittrich wordt het zo donker dat we de officiële route volgen binnendoor, hoewel het mogelijk lijkt om op de dijk te blijven fietsen. Vlak bij Straubing moeten we weer de Donau over via een lange brug die eerst een sluis en daarna een stuw overgaat. Een drukke weg leidt ons Straubing in. De bekende ruimtelijke ordening: een verbrede straat met een poort aan eén kant, hier in het midden ook een pand met toren. Mooie panden in pasteltinten aan de randen. We bekijken het stadje en gaan op zoek naar het kerkhof van St. Peter, omdat daar een kapel moet staan van Agnes van Bernauer. Een volksmeisje dat het waagde te trouwen met de zoon van de hertog en vervolgens door de hertog verdronken werd. Het kerkhof vinden we. Een beetje luguber kerkhof met heel oude grafstenen. Maar de kapel van Agnes, de kerk en ook de kapel van de Dodendans zijn allemaal gesloten vanwege vandalisme. Jammer. Dan maar de boekjes gekocht en de plaatjes bekeken. We fietsen terug en bekijken in de basiliek het net gerestaureerde glas-in-lood raam van Dürer, met de voorstelling van Moses die de stenen tafelen krijgt. Ten opzichte van de andere glas in loodramen een afwijkend raam. Veel rood in de jas van Moses. Erg mooi.
Om vijf uur kunnen we terecht in de jeugdherberg. Het blijkt er een van de ouderwetse soort. Een jeugdherbergvader in een kantoortje waar een onbeschrijflijke bende heerst. En overal vermaningen en voorschriften. En een heel klein kamertje met twee stapelbedden, vier kasten, een tafeltje en één kruk.  Maar het is er schoon, de douche geeft warm water en een restaurantje is om de hoek. Dus we zijn dik tevreden.

 

40ste etappe
Straubing – Deggendorf 43 km.

Zondag 6 september 2009.
Aanvankelijk bewolkt, later zonnig, 15ºC - 21ºC, matige ZW wind 1 – 2 BF. Droog.

Weer een mooie dag. Het wordt wel wat koeler, maar met een mooi zonnetje erbij is het toch een genoegen om te fietsen. We vertrekken vroeg uit onze jeugdherberg. Kwart over acht zitten we op de fiets. We maken een vergeefs rondje over de markt op zoek naar een bakker die open is, blijkt dat er op de route – even voorbij waar wij waren afgeslagen – een bakker open is. “hij zou eigenlijk gesloten moeten zijn”, vindt Jan. Over de brug naar een eiland in de Donau, en dan over de tweede brug naar de noordoever. Die brug heet Agnes Bernauerbrug. Het liefje van de hertog leeft dus op verschillende manieren verder. Een rustige weg achter de dijken langs de Donau. In Bogen worden we tegengehouden door een afzetting met een politieauto. Er is een optocht: iedereen in het zwart met oranje. Oranje paraplu, of oranje halsdoeken. Onduidelijk is het voor ons waar de optocht voor dient. Hij eindigt in ieder geval in de kerk, even verderop. We fietsen verder. Het landschap is weer anders dan gisteren. Het dal is groot, maar er zijn overal bultjes. Het gaat snel. We hebben eigenlijk een te korte afstand voor vandaag. We krijgen een smsje van onze vriendin Miriam, dat zij ons komt vergezellen in Boedapest. Gezellig. Voor de lunch pauzeren we anderhalf uur aan de Donau. Jan zet zelf koffie. Het weer is heerlijk, zonnig. Lekker een stukje lezen in een boek.
Vanaf Sommersdorf kun je op de dijk fietsen, sterker nog de bordjes wijzen dat je op de dijk moet fietsen. We blijven op de dijk en missen een afslag. Dus we fietsen door tot de spoorlijn bij Deggendorf. Daar loopt het pad dood. We gaan een klein stukje terug om vervolgens door te steken naar de officiële route. Om half drie komen we Deggendorf binnen. Het hotel zit op de markt. Na het kleine kamertje in de jeugdherberg gisteren, treffen we nu een ruime kamer alles erop en eraan.
We maken een rondwandeling in de binnenstad,….

 

41e etappe
Deggendorf – Passau 65 km.

Maandag 7 september 2009.
Zonnig, droog, onbewolkt, tot 24ºC, zeer matige wind.

De zomer duurt maar voort. Weer een zonnige dag en zo warm dat je in je in de loop van de ochtend al in je enkele fietsshirt kan fietsen. Het eerste stuk is niet het mooiste van de route. Door een op zich mooi dal loopt de A3 en het fietspad loopt er pal naast. Gelukkig is het een niet al te lang stuk, en buigen we mee met de Donau en dat doet de A3 niet. We fietsen dicht bij de rivier achter de dijk. Bij Niederalteich kijken we even naar het voetgangers- en fietsveer. Relaxed zet de veerman één fietser over, na eerst zijn prullenmand geleegd te hebben in een gemeentelijke bak op de kant. We volgen de rivier en nemen ook de grote lus mee over het grindpad. De officiële route steekt deze lus af. Halverwege komen we een recreatieveld tegen, waar twee caravans staan, en een viertal mensen aan een picknicktafel koffie zitten te drinken. Je kan hier zwemmen. Een idyllische plek. We blijven de alternatieve route volgen, voorbij Winzer een stukje aan de buitenkant van de dijk, bijna op de hoogte van het water. Een klein stukje fietspad langs de weg bij Winzer en weer kunnen we bij Loh helemaal terug naar de Donau. Op deze alternatieve route zie je geen enkele fietser. Alleen twee tractoren passeren ons. Bij een sluisje komen we weer op de officiële route en meteen zien we verschillende fietsers. Door de velden onder Hofkirchen bereiken we een smal pad met zicht op de Donau. Het is alsof we langs de Rijn fietsen. Bij Schmalhof ligt een klein vliegveld. Eénmotorige vliegtuigjes vliegen over. Aan de overkant ligt Vilshofen met zijn verschillende kerktorens te schitteren in de zon. Na Windorf komt een onduits stuk over de weg. Grote vrachtwagens zoeven ons voorbij. Gelukkig maar kort, dan zakken we weer naar de Donau, dicht op het water. Rustig en mooi. We merken dat we de stad naderen. Enige industrie langs de rivier. De A3 die over de rivier gaat, en waar we onderdoor moeten. De weg waarlangs we innmiddels weer fietsen wordt ook drukker. Er is een onderdoorgang gemaakt om de weg over te komen, maar de buspassagiers van een passerende bus,  steken gewoon over. Dat doen wij ook.
Langs een sluis en een stuw steken we de Donau over. Grote sluizen. En ook een grote stuw met een behoorlijk hoogteverschil tussen het water aan de ene en aan de andere kant. Aan de andere kant gekomen kunnen we nog een klein eindje langs de Donau op een fietspad, maar dan worden we met hangen en wurgen de stad ingeleid. Onder de weg, langs geparkeerde auto’s, dwars over een wandelpromenade. Zo mooi als de inkomst in Regensburg is, zo lelijk is deze in Passau. We passeren de VVV en vragen hoe we het best bij de jeugdherberg kunnen komen. Ook deze jeugdherberg ligt weer hoog. De weg er naar toe heeft een stijgingspercentage van 22%, net als in Kelheim. Maar de weg is korter. De jeugdherberg ligt in de vesting Oberhaus. Met een schitterend uitzicht op de stad. Alles is er: een kamer voor twee nachten, bier in de biergarten, een wasmachine en een droger en een hotspot. Dat houden we wel uit.

 

Rustdag
Passau

Dinsdag 8 september 2009.
Zonnig, strak blauwen lucht, tot 25ºC, droog.

Via de Wehrgang van de vesting Oberhaus naar beneden gelopen. Rondwandeling gemaakt in het oude centrum van Passau. De Raadszaal bekeken, tussen de groepen door. In zo’n mooie omgeving moeten wel goede ambtenaren werken. Om de punt van de samenvloeiing van de Donau (groenig), de Ilz (zwart) en de Inn gelopen. En natuurlijk de kathedraal bekeken met het grootste orgel van Europa. Er treedt wel een zekere verzadiging op bij het bekijken van kerken. Met name de rococo en barok is niet een stijl die ons erg aanspreekt. Je ziet nu wel nuances, de kathedraal is bijvoorbeeld rustiger dan de kerk van het klooster Wellenstein, maar het blijft allemaal zeer overdadig en pronkvol. Leuker is het dan ook om rustig te wandelen door oude straatjes. Daarbij ervaar ik helemaal niet wat Magris (in zijn boek Donau, dat ik meegenomen heb) zegt: “de stad is een en al oever, een stad die dobbert op het water en stroomt met het water. (…) In Passau voelt de reiziger dat het voortstromen van de rivier verlangen naar zee uitdrukt, heimwee naar het geluk van de zee.”
Ik ervaar vooral dat de natuurlijke ondergrond voor Passau de hoogte is tussen de drie rivieren en dat de structuur van de middeleeuwse stad wonderlijk goed behouden is. Aan de andere kant van de Dom is een winkelgebied. Daar wordt alvast een voorproefje gegeven van wat het Landestheater het komende seizoen gaat brengen. Enthousiast worden klassieke liederen gezongen uit opera en operette. Er worden ballonnen uitgedeeld. Geestig is dat tijdens het zingen van de liederen het opblazen van de ballonnen met een apparaatje gewoon doorgaat. Ook de vuilnisophaaldienst, die de openbare prullenbakken leegt, doet gewoon dwars er doorheen zijn werk. Niemand stoort zich eraan.
We nemen de pendelbus terug naar de jeugdherberg. Of eigenlijk naar het museum Veste Oberhaus. We doorkruisen deze vesting, waar de jeugdherberg een onderdeel van is van voren naar achteren. Bezoeken de tentoonstellling Mythen en Geschiedenis, en nemen en passant het historische brandweermuseum, de historische apotheek en het Boheemse Woudmuseum mee. Dat laatste laat zien dat uit Bohemen (nu onderdeel Tjechië), na WOII ook veel Duitse inwoners verdreven zijn. Algemeen bekend is dat de Sudetenduitsers na de oorlog weggejaagd zijn, maar dat er ook in Bohemen veel Duitsers woonden die ook hebben moeten vluchten was ons onbekend. Zo leer je nog eens wat.