logo-fietssite

Loiredal – van St.Nazaire naar Orleans.

1e etappe
St.Nazaire – Le Pellerin 50 km.

Zaterdag 18 juli 2009.
Bewolkt, met soms een beetje zon, in de loop van de ochtend regen, miezerig. Dat zette zich in de middag voort.

eurovelo 6 loiredal

Vanuit ons aardige hotel in St. Nazaire niet zo vroeg vertrokken. We hadden daar free internet en ik heb eerst nog een dringende mail van een stagiaire van mij uitgebreid geantwoord. Langs het station, daar wordt druk gebouwd aan een nieuwe stationsomgeving. Groot, modern en nieuw. St. Nazaire is ook een stad van Kuifje. Een groot bord met een tekening uit de strip “de zeven kristallen bollen” staat langs de weg. Suggererend dat St. Nazaire de plaats is waar je moet zijn! Dan door het haventerrein van St. Nazaire, dat ons doet denken aan Rotterdam, gefietst. Er zijn enorme betonnen bunkerrestanten uit WOII. Toen lag hier een onderzeevloot van de Duitsers.  Eén van de bunkers is ingericht als Ecomuseum en geeft een overzicht van de (scheepvaart)geschiedenis van St. Nazaire. We komen andere fietsers tegen die ook dwars door het havengebied gaan. Ineens staan we aan de Atlantische Oceaan. Vuurtoren, dreigende wolken en de brug. De langste brug van Frankrijk. 4 kilometer lang en hoog. We moeten dus flink klimmen om eroverheen te komen. De brug heeft geen apart fietspad. We fietsen samen met het autoverkeer. Gevaarlijk is het helemaal boven, bij de eigenlijke brug, omdat daar de vier rijbanen twee worden. De wind (3 Bft) staat dwars op de brug. Met afdalen doen we het rustig aan, om heel beneden te komen. Aan de andere kant (Mindin) gaan we naar het officiële beginpunt van de Eurovelo 6. Er staan gele bordjes met “itinéraire provisoire La Loire á velo”, en het nummer 6 erop met de sterren van de Europese unie eromheen. We zien aan de overkant St. Nazaire liggen met twee grote cruiseboten in aanbouw. De crisis heeft kennelijk hier nog niet toegeslagen. We proberen het niet geasfalteerde pad dat dicht langs de Loire loopt. De Loire is heel breed, zo beetje als het Hollands Diep. Het pad is aanvankelijk zanderig, maar het is goed begaanbaar, later wordt het een graspad. Het loopt door een typisch deltagebied, veel riet, watervogels, gras en water. Een klein dijkje scheidt ons van de Loire. Als je op het dijkje gaat, zie je drooggevallen zand en her en der een soort hutten op poten van waaruit gevist wordt. Het pad is 8,5 km lang. Uiteindelijk komen we uit in Corsept. Vandaar gaat het over een drukke weg naar Paimboeuf. Echt zo’n kustplaatsje, de huizen in allerlei kleuren geschilderd, oranje, geel, roze, blauw, verweerd door het zout van de zee. Een stuk of vijf campers staan met hun neus naar de Loire, te genieten van het uitzicht op de rivier. Aan de overkant is een industrielandschap te zien. Een soort klein Pernis. Het gaat nu regenen. Een mooi weggetje langs boerderijen volgt dat later overgaat in een rechte weg langs een oud kanaal dat eind 19e eeuw gegraven is om Nantes beter te verbinden met de zee. Nu is het daar niet meer voor in gebruik, en wordt er gevist, gewandeld en gefietst. We komen fietsers tegen die de route in omgekeerde richting rijden. We zien ook veel vogels, o.a. de kleine zilverreiger. Prachtig wit, hoog op de poten, met een zwarte snavel. Halverwege bij een oud stoomgemaal is wat te doen. Omdat we vroeg zijn, lopen we naar binnen. Het blijkt dat de steden en dorpen rond de monding van de Loire (het estuarium) in 2007 met een tweejaarlijkse manifestatie begonnen zijn om het gebied te promoten. (www.estuaire.info ) In dit stoomgemaal is videokunst van Eric Watt “le voyage liquide” te zien, geïnspireerd op de Loire. Drie doeken laten beelden zien, stromend water, allerlei bruggen, allerlei begroeiingen, en ook uitspraken van mensen. Ik heb niet zoveel met videokunst, maar het is een aardig begin voor ons. De Loire zal immers de komende tijd onze metgezel zijn. We volgen de officiële route aan de linkerkant van het oude kanaal. In La Martinière bekijken we nog een voorwerp van de estuarium manifestatie, namelijk een skulptuur van Erwin  Wurm, een boot die kromgebogen vanaf de sluisdeur naar het water buigt. (www.ohlaloireatlantique.com)
Le Pellerin is daarna snel bereikt. Jan heeft hier een hotelletje op internet ontdekt dat La Belle Epoque heet. Het wordt verbouwd, maar we kunnen er toch terecht. De fietsen mogen binnen in het restaurant staan.

 

2e etappe
Le Pellerin – Ancenis 58 km

Zondag 19 juli 2009.
Bewolkt met zo nu en dan een zonnetje. Tamelijk koel 18ºC - 21ºC, W wind, achter.

Vanuit de kamer in het hotelletje kijken we uit op de Loire. Om 6.00 uur in de ochtend word ik wakker, het is zeer  bewolkt en daardoor maar een beetje licht. De oever van de Loire is hier in natuurlijke staat gehouden. De kade is opnieuw bestraat, er lopen aflopende stukken weg naar het water, en ook een paar hoge stukken. Daartussen is wilde begroeiing, veel paarse pluimen. Het water kabbelt zachtjes.
Na het ontbijt in het restaurant, er staan inmiddels 5 fietsen geparkeerd, vertrekken we tegen half negen. De veerpont ligt al klaar en met 10 minuten staan we aan de overkant: Couëron. In Couëron is de infrastructuur bij de Loire ook flink aangepakt. Mooie stukken park, afgewisseld met aangelegde kades. Een kunstwerk in het kader van “Estuaire 2009”, een fontein in de Loire die gaat spuiten als je op een bankje gaat zitten. In het volgende dorp Basse Indre is een zondagsmarkt. Het is er een drukte van belang. Ook hier is de kade langs de Loire helemaal opnieuw ingericht. Er vaart een pont, zodat het eventueel, mogelijk is om vanaf Le Pellerin eerst nog een stukje zuidelijk van de Loire te fietsen. De route is goed aangegeven met bordjes. We fietsen in één ruk door tot Nantes. Als je Nantes binnenkomt, dan rijzen hoge rotsen omhoog. We blijven laag. Volgen precies de route die gedeeltelijk over het eiland in de Loire loopt. We pauzeren even en bekijken de gevelwand langs de Loire. Die is eigenlijk behoorlijk rommelig. Niet een duidelijk waterfront. Er liggen vijf bruggen naar het eiland toe, en ze zijn met de zesde bezig. Daar kan Rotterdam nog wat van leren. Er volgt nu een lang stuk (15 km) bijna geheel fietspad dicht langs de Loire. Veel bossages, zo nu een dan een blik op de Loire, die behoorlijk zanderig is. Op de zandbanken veel vogels.  Op het pad wordt veel gefietst en gewandeld. Ook een aantal hardlopers. Na Mauves gaat de officiële route de brug over naar de zuidkant van de Loire. We zien bij deze brug echter ook een fietsbordje met het bekende “itinéraire provisoire” nu richting Oudon. Dit bordje wijst naar het pad dat onder de brug doorloopt aan de noordkant van de Loire. Dat lijkt ons interessant. We volgen dit pad. Het is een fiets/wandelpad dicht langs het spoor, en heel dicht langs de rivier. Het bed van de rivier is hier smal, naast het spoor zijn hoge rotsen. Bij le Cellier passeren we iets wat lijkt op een ruine van een kasteeltje. Maar het zijn de folies siffait, een labyrint van terrassen en trappen, overwoekerd door natuur, gebouwd in 1825 door de gebroeders Siffait.  Wandelaars roepen gedag van boven naar beneden. Wij roepen terug. Twee kilometer voor Oudon wijst een richtingbordje naar links, naar de weg. Maar een oude Fransman die ons op een fiets achterop rijdt, zegt dat we gewoon rechtdoor kunnen fietsen. Dat is vlakker. Dat doen we dan ook, het pad is nu een graspad geworden en loopt dwars door een weiland met van die gele hooibergen. Even voor de camping van Oudon eindigt dit. Maar we hebben de smaak te pakken. Achter de camping ontdekken we een klein paadje. We volgen dat zo goed als we kunnen, maar dat loopt dood op een zijstroompje van de Loire. We staan aan de andere kant van de camping voor een hek. Een aardige campingbeheerder opent voor ons het hek, laat ons over de camping terugrijden en wijst ons de weg naar Oudon. Gewoon over de weg. Een gezellig plaatsje, gedomineerd een grote toren met  restanten van een middeleeuws kasteel.  Spoedig verschijnen er weer nieuwe bordjes, nu naar Ancenis. Eerst wat verder van de Loire, later dichterbij, bij het eiland l’Ile Neuve. Hier lijkt het wel of de Loire helemaal dichtgeslipt is. Halverwege de middag rijden we Ancenis binnen. De camping ligt meteen aan het begin.
In Ancenis is het heel stil. Alles is dicht. Je ziet er verschillende toeristen met hun ziel onder hun arm in het centrum lopen. Aan de kant van de Loire is het drukker. Via een wandelpad lopen we terug naar de camping.

 

3e etappe
Ancenis – les-Ponts-de-Cé  69 km.

Maandag 20 juli 2009.
Zonnig, weinig wind, van 19ºC - 24ºC. geen regen.

Door de achterdeur van de camping weg. Een mooie weg langs de Loire naar de brug. We nemen na de brug niet de omweg langs le Fossé Neuf, maar we gaan gewoon over de dijkweg langs de Loire. Het is nog vroeg en niet druk. Het is een mooie weg naar St. Florent-le-Vieil. In dit dorp is de schrijver Julien Gracq geboren. Er is een promenade aan hem gewijd. Met allerlei teksten. Bij de brug pauzeren we even met een broodje. In Franse dorpen en stadjes is meestal nog wel een bakkertje te vinden. Maar de supermarkten zijn supermarchés geworden. Ze liggen buiten de dorpen en op maandag zijn ze vaak dicht. Zo ook vandaag. In St. Florent-le-Vieil is er wel één, maar gesloten. Met alleen brood fietsen we verder, niet via de dijkweg maar via een boerenweg die iets lager ligt. Het is prachtig, met veel weilanden, soms met koeien, maar ook maisvelden en graanvelden. Tegen de middag zijn we in Montjean-sur-Loire. Omdat we nog steeds geen supermarkt hebben gevonden, nemen we een koffie met een sandwich bij een restaurantje aan de brug. Na Montjean-sur-Loire gaan we een stukje over een eiland dat in de Loire ligt. We komen heel wat fietsers tegen, meestal komen ze ons tegemoet, maar er zijn er ook die van west naar oost fietsen zoals wij. Chalonnes-sur-Loire zien we aan de overkant van de Loire liggen. Het ligt hoog tegen de rotsen. Met een detourtje gaat het verder over de brug, eigenlijk over twee bruggen, naar de noordzijde van de Loire. Hier gaat de tocht over een oude dijk. Anders dan bij ons is hij steil gemaakt, met een muurtje bovenop. Halverwege komen langs een hoge rots, een soort menhir langs de Loire. Dat is La Pierre Becherelle. Vroeger was hij hoger en groter. De spoorlijn  heeft hem doormidden gebroken. En de hoogte is ook verminderd door destructie. Maar het is toch nog een gevaarte langs de weg. Bij Passonaire volgen we de officiële route, die aangegeven staat met de bordjes, maar fietsers die dezelfde kant opfietsen als wij, maken de detour over Passonaire niet (met de klimmetjes langs de wijngaarden), maar fietsen rechtdoor op een provisorisch pad langs de Loire. Dat kan dus ook. We komen ze weer tegen bij la Pointe. Bij Bouchemaine moeten we de Loire weer over. Eindelijk zien we op de rotonde een supermarkt, die ook open is. Gauw de nodige spullen inslaan. Na Port Tibault komt een bijzonder stuk langs de Loire, hij lijkt hier helemaal verzand. Kort daarop loopt de route over een fietspad langs een kanaaltje dat langs de Loire loopt. Aan het eind daarvan rijden we Les Ponts-de-Cé binnen. De camping ligt op een eiland in de Loire.

 

Rustdag
Angers

Dinsdag 21 juli 2009.
Zonnig, bewolkt, 19ºC - 22ºC

Een dagje om Angers te bekijken. Angers ligt op de kruising van de Maine en de Loire. We nemen bus 8, die ons in een half uurtje naar het kasteel brengt. Dat ligt op een hoge rots aan de Maine. Het is een aardig kasteel, opgebouwd uit de platte zwarte stenen, waar hier ook huizen en schuttingen mee gebouwd zijn. De vele torens zijn afgeplat in de 16e eeuw, dat wil zeggen de peperbusdaken zijn er vanaf gehaald, omdat de koning van Frankrijk dat toen wilde. Binnen de muren is het kasteel behoorlijk ingericht. Er is een mooie tuin aangelegd, heel symmetrisch. Het chatelet van koning René, heel asymmetrisch, heeft nog wel peperbusdaken. Daarnaast is een kapel, die nu wordt ingericht met een tentoonstelling over Koning René, die 600 jaar geleden geboren is. Deze koning was een vredelievende en kunstminnende vorst, maar hij heeft natuurlijk ook wel strijd moeten leveren. Een kunstenaar is bezig om die verschillende aspecten van koning
René vorm te geven. Hij doet dat in een soort opgeblazen digitale minitiaturen. Met heldere kleuren. Het lijkt nog het meest op de tekeningen die je wel eens bij schilderijen of foto’s ziet, waarop dan de namen genoemd staan van de personen. Op de grond is hij bezig met verschillende stukjes topografieën, waar de vorst allemaal geweest is. We zien ook de Loire met Angers en Saumur liggen. Naast de kapel staat nog een gebouw, maar dat is helemaal ingepakt in wit plastic en wordt gerestaureerd. Daarvoor is men bezig om een soort moestuin te maken, ook dat schijnt die koning René geëntameerd te hebben. Hij hield trouwens ook van vreemde beesten. Welke beesten ze hier allemaal nog naartoe halen, weten we niet, maar een grote uil is er al. Zo nu en dan horen we hem roepen. We komen eigenlijk voor de tapijten van de Apocalyps. Ze zijn uit de 14 eeuw, gemaakt door Jan van Brugge. Gelukkig zijn er nog heel veel van bewaard, want na de Franse revolutie zijn ze in stukken gesneden en gebruikt voor van alles en nog wat: beddenspreien en paardendekens. Oorspronkelijk waren er 84 panelen. Er zijn er nog zo’n 72 over. Bijzonder is de sprekende uitdrukkingen op de gezichten. Er zit bijvoorbeeld een scheepsramp in, daar zie je angst en ook de dood op de gezichten. Jammer genoeg ken ik het boek openbaringen van Johannes onvoldoende om alle verhalen te kunnen duiden.  
De tapijten van de Apocalyps hebben een andere kunstenaar Jean Lurçat geïnspireerd om ook tapijten te maken die het hedendaags onheil verbeelden: de atoombom bijv. Zijn tapijten: Le Chant du Monde geheten, hangen aan de andere kant van de rivier in een voormalig hospitaal. Een prachtig gebouw, en de tapijten hangen er ook schitterend in de open ruimte. Als ik moet kiezen ben ik toch meer onder de indruk van de Apocalyps. De kaartjes die we kopen zijn combikaartjes. We hebben ook toegang tot het museum van moderne tapisserie. Een totaal onbekende wereld gaat voor ons open. Nooit geweten dat er ook miniatuur tapisserie bestaat. Merkwaardige vormpjes, niet alleen een tapijtje van 10 cm in het vierkant, maar ook stukjes wol, stukjes plastic, je kan het zo gek niet verzinnen. We lopen even rond in deze merkwaardige vorm van kunst. En stappen dan weer naar buiten.
We bekijken nog het Maison d’Adam, een verplicht nummer als je in deze stad wandelt. Een rijk koopmanshuis uit de 15e eeuw. Het is een vakwerkhuis, maar met overdadige versieringen in hout.

 

4e etappe
Les-Ponts-des-Cé  -  Saumur 53 km.

Woensdag 22 juli 2009.
Veel regen voorspeld: 80% kans, maar we vertrokken met  bewolking en pas om half tien begon het te spetteren. En dat hield ook weer snel op. Aanvankelijk koel 18ºC, later warmer.

Mooie etappe naar Saumur. Eerst via een prachtige oude dijkweg naar la Daguenière. Daar begint het te regenen. Maar het valt mee, alleen de jasjes aan. Vandaar gaat het een stukje meer van de Loire af, omdat de dijkweg een autoweg is geworden. Maar door boerenvelden, met gemaaide hooirollen en langs maisvelden bereiken we St.-Mathurin. En dat is een alleraardigst stadje. Je komt uit op een marktpleintje voor een kerk. En daar is werkelijk alles, een bakker, een supermarktje en een bank. Andere fietsers hebben dit ook ontdekt. (Vandaag – en we hebben alleen de ochtend gefietst, hebben we 39 lange afstandsfietsers gezien). Daarna de brug over naar weer de zuidzijde van de Loire. Er is een nieuwe fietsweg gemaakt onder de brug door. Daar staat wel een bord bij dat fietsers moeten oppassen niet van de kade in het water te komen. Een klein beetje heuvelachtig, aan de zuidkant  stijgen de rotsen meteen omhoog, maar een mooie rustige weg bengt ons naar Gennes. Hier laten de bordjes ons in de steek, of liever gezegd, ze wijzen de verkeerde kant op. We rijden een paar honderd meter westwaarts, maar besluiten om te keren en de D751 te volgen. De officiële route loopt iets lager, maar de  weg is tamelijk rustig, en uiteindelijk komt de route ook op deze weg uit. We hebben een mooi zicht op de Loire. Hier een zeer zanderige rivier. Even verderop  staat een bijzondere kerk, een grote romaanse kalkstenen kerk. Eglise Notre Dame van Cunault. Een prachtige sobere kerk. Hoog en licht. Er stopt net een bus met toeristen. Kwetterend verspreiden ze zich door de kerk. Voor mij doet dat afbreuk aan de stille witte sfeer van de kerk. We wachten rustig tot de bus weer vertrekt. En zitten dan nog even te genieten van de rust. Hoe dichter we bij Saumur komen hoe meer wijndomeinen we tegenkomen. Toeristische en gewone. Saumur is druk, maar we rijden snel door het centrum, de brug over naar het eiland in de Loire, waar de camping ligt.  

 

Rustdag
Saumur

Donderdag 23 juli 2009.
Zonnig en buiig. Er is nogal wat regen gevallen vandaag. Tussen de 18ºC- 21Cº.

We lopen naar het centrum van de stad via een pad langs de Loire tot de brug. Bij de VVV halen we een kaart met een wandeling. Later blijkt dat ze ook een beschreven stadswandeling hebben, maar daar moet je kennelijk expliciet om vragen. (“Saumur, heritage trail”).  Saumur is een aardig klein stadje, met veel oude huizen en nauwe straatjes in het centrum. Automatisch komen we natuurlijk uit bij het kasteel, dat als een sprookjeskasteel met hoge toren hoog boven het stadje uittorent. We bekijken wat er te bekijken valt. Het kasteel zelf is namelijk gesloten, omdat het gerestaureerd wordt. Enige jaren geleden is de noordkant ingestort en die is nu helemaal hersteld. Er is een totaal herstelplan gemaakt, dat nu en de komende jaren wordt uitgevoerd. Op het terrein staat een tent waar middeleeuwse wijn geschonken wordt. Met de toegangskaartjes voor het kasteel kunnen we ook daar terecht. We leren dat met kruiden medicinale wijnen werden gemaakt. Maar ook gewone wijnen, zoals de “Hippocras”. Het smaakt zeker, het is een dessertachtige wijn.
We hebben nog tijd over en die gebruiken we om een boottocht over de Loire te maken. We zien de stad vanaf het water, en we zien de eilanden in de Loire, met afkalvende kanten, bomen die in het water zakken en vallen, holen in de zijkanten. We bewonderen de vogels op de zandplaten. De Franse namen worden voor ons in het Engels vertaald, maar dan weten we nog niet om welke vogels dat het gaat. De Loire is slecht bevaarbaar, met boeien is aangegeven hoe de boot moet varen, en dat is grillig. Op de boot krijgen we ook nog een glaasje champoinoise Loirewijn geschonken. We zijn echt in Frankrijk.

 

5e etappe
Saumur – Langeais 59 km.

Vrijdag 24 juli 2009.
Zonnig en buiig, iets minder buien dan gisteren. Temperatuur idem. Weinig wind, voornamelijk westelijk.

Omdat we het kasteel gezien hebben, verlaten we Saumur via de D 947. De drukte valt mee, en bovendien is er net buiten Saumur een fietspad aan de kant van de Loire gemaakt. Dat loopt dicht langs de rivier door het rivierbos. Het eindigt in Souzay-Champigny. Daarna nog een stuk over de weg tot Montsoreau. We zien onderweg verschillende wijngaarden en ook een paar chateaux  wijnen. In Montsoreau belt Saskia. We kunnen tijdelijk haar huis huren, in afwachting van de bouw van ons nieuwe appartement. Ze belt omdat de huidige huurders nog wat langer willen blijven. Of dat kan. In de zon aan de Loire voer ik het telefoongesprek. Onze uiterste termijn is 29 oktober, dan moeten uit ons huidige huis zijn. In Nederland giet het van de regen. Na korte tijd valt de regen hier ook. Bij de kerk van Montsoreau, ook weer zo’n oude Romaanse kerk.  We schuilen in de kerk, en in een mum van tijd staan er verschillende fietsers met ons in het portaal. Een aantal doet een fietsreis met geboekte hotels en bagageservice.  We fietsen verder als het weer droog is. Bij Condes-St.Martin gaan we de brug over. We zitten nu op de samenvloeiing van de Vienne en de Loire. En we fietsen eerst een heel stuk naar beneden langs de Vienne. Daarna steken we dwars door terug naar de Loire. (we gaan niet over Chinon). Over Savigny met heel veel borden om fietsers de goede weg te wijzen, naar de oevers van de Loire, waar een lang fietspad ons brengt ter hoogte van het kasteel van Ussé. Aan dit fietspad door een groene bosrijke omgeving, rivierbos, is geen enkele bank. We stellen onze lunch uit tot na Bréhémont, dat als een Hollands dijkplaatsje ligt aan de Loire. Pal daarna is een grote pick-nickplaats aangelegd. Met de Loire aan onze voeten en een dijkhuis in de hoogte. Het ziet eruit als een Hollands dijkhuis, alleen de steensoort is anders. De zon schijnt inmiddels weer volop. Dus genieten. Daarna is het niet ver meer naar Langeais. De brug over de Loire naar de noordoever. Daar staat de camping aangegeven, een municipal die een kilometer buiten het dorp ligt. Na het opzetten van de tent, fietsen we naar het dorp. Er is feest vandaag. Een braderie wordt voorbereid. We bekijken het kasteel. Het staat direct in de dorp. De hoofdstraat van het dorp komt er recht op uit. Er is nog wel een klein ophaalbruggetje. Maar qua verdediging stelt dat niets voor. Het oude kasteel heeft verder naar achteren gelegen Daar staat nog een oude muur van. Het huidige kasteel is in de 19e eeuw volledig opnieuw ingericht door Jacques Siegfried met voorwerpen en wandtapijten uit de 15e  en 16e eeuw. Er is zelfs een wassen beelden groep met de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van het kasteel, namelijk het huwelijk van Anna van Bretagne met Karel VIII, de latere koning van Frankrijk.  Bij de wassenbeeldgroep is een vertelling met lichtbeelden over dat huwelijk. Het kasteel is gebouwd op de plek waar vroeger een middeleeuws kasteel stond. Daar staat nog één muur van, en daar is aanschouwelijk gemaakt hoe de verdediging van zo’n donjon vroeger in zijn werk ging. Erg leuk allemaal. Als we daarna van een drankje genieten op een terras, komen twee toneelspelers/zangers op, en spelen een stukje toneel met zang. Veel mensen blijven kijken. We genieten.

 

6e etappe
Langeais – Tours 38 km.

Zaterdag 25 juli 2009.
Zonnig, droog. Tussen de 18ºC en de 24ºC. Weinig ZW wind, dus meestal achter.

Een korte trip vandaag. We hebben een auberge de la jeunesse in Tours gereserveerd, twee dagen geleden via internet. En daar kunnen we pas om 17.00 uur terecht. We doen het rustig aan op onze municipal camping ingesloten door een grote weg aan de ene kant, het spoor aan de andere kant en een sportpark aan de derde kant. Het is er eenvoudig, en rustig. Het leven komt langzaam op gang. Onze buren hebben hun caravan kennelijk net en proberen met het boekje in de hand de voortent op te zetten. Daar zijn ze zoet mee tot wij weggaan.Twee fietsers kamperen tegenover ons, om half negen gaat de jongen naar het dorp om brood te halen, maar komt onverrichter zake terug, omdat de bakker nog dicht is. En aan de andere kant hebben de volwassenen een schommel in een grote boom gemaakt, waar twee kleine meisjes tijden op heen en weer schommelen. Pas om half elf vertrekken we. In Langeais is de stroom toeristen naar het kasteel alweer op gang. Na de brug, komen we op de dijkweg langs de Loire. We zien weer dijkhuizen, die tegen de dijk zijn aangebouwd in La Chapelle aux Naux. Op de dijk staat een muurtje  dat de dorpelingen hebben versierd met grote bloembakken. Bij de samenvloeiing van de Cher en de Loire, gaan we tot Tours langs de Cher. Daar ligt namelijk een fietspad dat de stroom precies volgt.  In Villandry gaan we even van de route af om de tuinen van kasteel Villandry te bewonderen. Ook dit kasteel en deze tuinen zouden er niet zo uitzien als niet begin 20e eeuw een liefhebber met veel geld het kasteel en de tuinen zou hebben opgeknapt. In dit geval een Spaanse arts, Joachim Carvallo. Hij heeft van de tuin een echte studie gemaakt, en geprobeerd  hem weer aan te leggen in 16e eeuwse stijl. We bekijken alleen de tuinen, maar met de wandeling en de audiotour zijn we daar ruim twee uur doende mee. Er zijn veel bijzondere dingen aan deze tuinen. Ze zijn aangelegd op verschillende hoogten. Er is zowel bos, als een kale watertuin, als een uitgebreide groententuin, maar dan aangelegd als sier met buxus rond de kolen en de snijbiet, als een grote kruidentuin, en ook nog een doolhof, en een siertuin die in vier kwadranten de liefde uitbeeldt. De tedere liefde, de lichtzinnige liefde, de gepassioneerde liefde en de tragische liefde. Buiten op het parkeerterrein denk je dat het heel druk is, maar binnen in de tuinen is het tamelijk rustig. Nog vol met gedachten over hoe een  gepassioneerde kasteelheer hier een juweeltje van gemaakt heeft, en dat de wereld meer van dit soort mensen zou moeten hebben, die iets moois achterlaten voor heel veel andere mensen om van te genieten fietsen we verder op ons rustige fietspad. Dat wordt trouwens op deze zaterdag druk befietst door Franse gezinnen. We komen langs le grand moulin, een oude molen uit 1515, gebouwd door Jacques de Beaune Semblançay, een thesaurier in dienst van Anne van Bretagne (daar is ze weer). Gezien alle fabrieksgebouwen erom heen is hij nog steeds in gebruik. We naderen Tours. Flatgebouwen zijn zichtbaar aan de horizon. Maar op een kunstige manier worden we via veel groen de stad ingeleid. Er ontbreken nergens bordjes. We rijden in één ruk door naar de Loire. Vlak bij de Loire ligt midden in het oude centrum de jeugdherberg. We zijn te vroeg. We fietsen een 100 meter door naar de oever van de Loire. Daar staan banken. Net als we zitten komt een dame met een fiets langs. Ze stapt af en vraagt of wij de Loire à Velo fietsen. Ze is namelijk van de staf van de Loire à Velo en wil weten wat wij van de route vinden. We prijzen de route en vragen hoe het zit met het stuk na Orleans. Daar zijn ze nog mee bezig, vertelt ze.
’s Avonds eten we ergens buiten. Er komen twee muzikanten, een hoboïst  en een acccordeonist. Ze spelen aardig. Vlak boven hen, opent een dikke Amerikaanse vrouw de deur van haar Franse balkon van een klein hotel. Ze heeft een reisgids van Berlijn in de hand. Ze roept haar man die een foto moet maken van de twee muzikanten. En weg is ze weer.

 

Rustdag
Tours

Zondag 26 juli 2009.
Zonnig, droog, 20ºC - 28ºC

Eerst een blog gemaakt en wat kleren uitgewassen. We hebben een balkonnetje. Daar kan het een en ander hangen.
Daarna een uitgebreide stadswandeling gemaakt aan de hand van de info van de Capitoolgids Loiredal. Eerst via de kades van de Loire naar de fietsbrug gelopen. Indertijd, bij de Santiagoroute zijn we daaroverheen Tours binnengefietst. Vanaf de fietsbrug loop je zo de straat in met het kasteel en de beroemde kathedraal van Tours. Het kasteel is een klein stadskasteel, waar nu een museum moderne kunst in zit. Daarnaast staat de grote kathedraal st. Gatien. Er is een mis aan de gang. Maar ze zijn al bij de communie, dus hij is bijna afgelopen. We zitten rustig achterin en genieten van het orgelspel. Na de wegzending en zegen lopen de priesters naar de uitgang om alle parochianen persoonlijk de hand te schudden en een “bon dimanche” te wensen. We bewonderen het smalle hoge schip, de lichte gebrandschilderde ramen in het kruis, en de ontroerende tombe van de kinderen van Karel VII en Anne van Bretagne, van wie we het huwelijk in het kasteel van Langeais mochten aanschouwen.
We lopen nu naar het oude middeleeuwse centrum rond de Place de Plumereau. Het is hier een drukte van belang. Er is een uitgebreide markt in de straten eromheen. Veel knoflook en basilicumplanten, maar ook allerlei andere waar: wijn, kaas, worst en ook groenten, fruit en zelfs kleding en tweede hands waar. De grote strengen knoflook en allerlei soorten uien zijn bijzonder voor hier. En zoveel verschillende basilicumplanten heb ik nog niet bij elkaar gezien.
In het oude centrum bekijken we ook de overblijfselen van een romeins huis met daarin een middeleeuwse begraafplaats. Van beide zijn restanten aanwezig. En we zien ook allerlei vakwerkhuizen. En bijzondere renaissancegevels. Eén van een pand dat nu in gebruik is als hotel. Een geluidskunstenaar is hier bezig geweest. Als we het pleintje oplopen horen we veel vogelgeluiden, maar die komen gewoon uit een luidspreker achter de bossage. Midden op het plein staat een soort iglo, van binnen helemaal bekleed met watten. Er staat een bank. Als je daarop gaat zitten krijg je allerlei geluiden. Het doet nog het meest aan minimal music denken.
We sluiten de middag af met een biertje op een terras.

 

7e etappe
Tours – Blois 76 km.

Maandag 27 juli  2009.
Aanvankelijk zonnig en droog, later op de ochtend onweerdreiging, maar slechts enkele druppels. 18ºC - 24ºC, ZW wind. Even hevig bij de onweersdreiging..

Via de route zuidelijk van de Loire gaan we richting Chaumont. Dat is het einddoel voor vandaag. Er loopt een kilometers lang nieuw aangelegd fietspad, aanvankelijk tussen de weg en de rivier. Dat is wat saai, omdat aan de ene kant de verhoogde weg ligt en aan de andere kant een dicht rivierbos. Later wordt het aardiger, omdat het fietspad dan ligt op de dijk, en de weg ernaast laag. Bij Montlouis stopt dit. De route gaat dan omhoog het stadje in, wordt omgeleid rond het station. We rijden aanvankelijk verkeerd, omdat er een groen fietsbordje staat en komen aan de andere kant van het station vlak bij de Loire weer uit. Terug naar het bordje en via de kaart en dan komen we langs het romaanse kerkje, waar in de voorgevel fier “liberté, egalité, fraternité” gebeiteld is onder de tekst “republique Française”. Een overblijfsel uit de tijd van de Franse revolutie? De kerk ligt hoog en ik kan het niet laten even over de rand te kijken voor het uitzicht. Na Montlouis gaat de weg dwars door de wijnvelden. Het is heuvelachtig. De wijnstokken zijn kort en de druiven zijn al goed te zien. Een bijzondere tractor rijdt er doorheen, het snijdt de bladeren die in de weg zitten weg. De weg kronkelt veel meer dan op onze kaarten staat aangegeven. Maar de bebording is prima. Ons weerstation geeft een onweerswaarschuwing. Maar pas in Amboise gaat het regenen. We zetten de fietsen onder een historische poort en drinken een kopje koffie in een naastgelegen tentje. Maar het zet niet door. We fietsen door langs het grote kasteel naar boven. Even stevig klimmen in een zig zag beweging. Boven gekomen is er een mooi uitkijkpunt. Het gaat weer hoog door de velden met wijnstokken en graan verder. Nu zien we het in de verte lichten. Grote bliksems schieten door de lucht. Maar het komt voor ons niet dichterbij. De route loopt hier anders dan op de kaart. Hij zakt niet bij le Grand Village naar beneden, maar verder, ter hoogte van Mosnes. Bij La Godinière kom je op weg D751. Die wordt overgestoken en een mooi fietspad in het bos langs de Loire ligt voor ons. Op een picknickplaats zit een viertal Engelsen te eten. Ze komen vandaag uit Blois. Volgens hun is het IBIS hotel een verzamelplaats van de fietsers die de Loire doen. Omdat het nog vroeg in de middag is, en Chaumont niet ver meer, wijzigen we de plannen. We gaan voor Blois. Met enige spijt fiets ik het mooie kasteeltje van Chaumont, dat hoog in het dal ligt, voorbij. Ook de camping aan de route ziet er goed uit. Na Chaumont ligt er weer een mooi fietspad in het bed van de Loire. Er wordt duidelijk nog aan de fietsroute gewerkt. Met borden staat dat aangekondigd. Op een gegeven moment houdt het verharde fietspad op. De routebordjes wijzen naar de weg. Maar er loopt een onverhard graspad verder. (Op de kaart staat dat aangegeven met oranje stippen, wat zoveel betekent als niet geasfalteerd pad van matige kwaliteit.) Met onze banden goed te doen. Dus we fietsen verder. Bij Candé sur Beuvon volgen we de bordjes. Het gaat weer omhoog, even steil. Door bos. Bij Madon moeten we om een enorm landgoed heen fietsen. Even voor  Chailles gaat het verkeerd. Er is een bordje weg en we missen de afslag naar links, slaan een afslag te ver af, en komen uiteindelijk in Chailles uit bij een speelplaats. We volgen dan maar een klein eindje een drukke autoweg, totdat het fietspad richting Blois verschijnt. Hier staan alle richtingbordjes weer goed. Een fietspad langs de autoweg in het dal, met een klein ommetje door de voorsteden van Blois. We rijden zo op de brug over de Loire aan. Blois ligt in alle glorie hoog aan de overkant. We zien het kasteel, de kathedraal en de twee torens van de Nicolaaskerk.

 

Rustdag
Bezoek aan Chambord

Dinsdag 28 juli 2009.
Zonnig, warm, 20ºC - 25ºC, droog, weinig wind.

’s Ochtends lopen we een wandeling in Blois. We proberen bij de VVV een stadswandeling te pakken te krijgen. Maar er is alleen een klein kaartje met daarop de route die het toeristisch paardentrammetje rijdt. We lopen dat min of meer. Meer, omdat we ook de grote kathedraal aandoen, waar net een uitvaartplechtigheid gaande is. We lopen door, achter de kathedraal ligt het gemeentehuis met een prachtig uitzicht op de Loire. Hier zou ik ook wel willen werken, wel met een raam op de Loire natuurlijk. Op deze plek zie ook nog iets van oude stadsmuren. En een prachtige tuin, die de mannen van de plantsoenendienst uitgebreid aan het besproeien zijn.
Blois is een stad met verschillende heuvels. De kathedraal ligt op een heuvel, het kasteel ook, maar de tegenoverliggende kerk St. Vincent ook. Daartussen ligt een soort kuil, waar een parkje van gemaakt is. Er is een oude bovenstad en er is ook een oude benedenstad.
’s Middags hebben we afgesproken met onze vriend Richard die van een festival in Bretagne naar een festival in Neurenberg reist en met ons afgesproken heeft. Hij logeert in Orleans en komt vandaaruit naar Blois. We gaan met hem met de auto naar kasteel Chambord. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_van_Chambord)
De eerste indruk is meteen overweldigend. Wat een fraai gelegen kasteel. Schitterend in de zon. Heel anders dan Flaubert beschrijft op zijn wandeltocht in 1847. (Zie de weblog). Niet een verwaarloosd en vervallen kasteel, met een tuin waar ezeltjes en honden poepen in het gras, maar een in volle glorie gerestaureerde kasteel, dat nu op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Vele uren dwalen we door dit enorme kasteel. Ik kan alleen maar superlatieven gebruiken voor dit renaissancekasteel van Frans I. Het hoogtepunt is de ingenieuze wenteltrap. Naar de mythe zegt, ontworpen door Leonardo da Vinci. We proberen de verschillende trappen, en kunnen elkaar wel zien, maar komen elkaar niet tegen. Met een korte wandeling door de tuin sluiten we deze topdag af.

 

8e etappe
Blois – Orleans 74 km.

Woensdag 29 juli 2009.
Zonnig, 18ºC – 25Cº, weinig wind, droog.

We hebben Chambord bezocht, dus we vervolgen de route aan de noordzijde van de Loire. Dat is meteen bij de brug een fietspad langs de rivier. Met een nog flauwe zon die schittert in het water, platanen die gesnoeid zijn als populieren aan weerszijden van het fietspad. Pas bij de bocht van de Loire naar rechts, bij Le Vivier, moeten we omhoog een dorpje door, maar snel komt er weer een fietspad langs de Loire, kilometers lang. We komen weinig tegemoetkomende fietsers tegen. De meeste zullen wel via Chambord fietsen. Aan de overkant zien we de oude basilika van St.-Dye-sur-Loire. Een grote vierkante kerk. We passeren de brug bij Muides-sur-Loire. Dan zien we in de verte de kerncentrales bij St.Laurent-des-Eaux. Die blijven lang in beeld. Kort daarop moeten we even klimmen om over Lestiou te gaan. Het pad op de kaart dicht langs de rivier is niet te vinden. Mijn fiets gaat steeds meer kuren vertonen. Bij het terugschakelen, noodzakelijk om de hellinkjes te nemen, gaat hij steeds meer doortrappen. Ik val er bijna af. Dat leidt ertoe dat ik bij hellinkjes maar afstap en ga lopen. Maar dat  is natuurlijk niet de bedoeling. In Tavers zakken we weer diep naar het niveau van de Loire. Een mooi pad door de velden, dicht bij de rivier. Met een stuk over onverhard fietspad. Dat is ook wel weer leuk. Met de brede banden gaat dat heel goed. Beaugency is onverwacht heel druk. Massatoerisme. Er is een stukje strand ingericht bij de Loire, met parasols en ligbanken. En er is een labyrinth in de maisvelden. Campers picknicken en lezen in de berm. Wij fietsen de drukte uit.  Hier is het op de kaart aangekondigde pad dicht langs de rivier nog niet aangelegd. Bij Meung gaat we de brug over, en volgen we weer de zuidoever van de Loire. Nu volgt ook een langer stuk onverhard. De kuilen zijn gevuld met nieuwe kiezel. We volgen even voor St. Hilaire de zijrivier van de Loire, de Loiret. In St. Hilaire zoeken we een bank op bij de kerk (hij ligt helemaal achter de kerk), voor een korte pauze. Op een mooie manier loopt het fietspad verder richting Orleans. Onder de A71 door, en dan de brug over. Na de brug slaan wij linksaf voor de camping. Maar deze gemeentecamping blijkt opgedoekt. De veldjes liggen er nog, mooi aan de Loire, er staat zelfs een vouwwagen. Maar de douches en toiletten zijn afgesloten. Dus we keren terug naar Orleans. En boeken een hotel bij de VVV. In het hotel vragen we naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker en die blijkt te zitten in de rue du Faubourg Bannier. Hij constateert dat de as kapot is en dat er een nieuw wiel op moet. Maar hij heef niet de juiste spullen. Beter iets dan niets besluiten we op zijn advies om het met een nieuw wiel met 7 bladen te proberen. Benieuwd hoe dat rijdt een wiel met 7 bladen en een 9blads derailleur.

 

Rustdag
Orleans

Donderdag 30 juli 2009.
Zonnig, 20ºC - 24ºC, droog

Nou rustdag, we hebben een zeer lange stadswandeling gelopen met 43 bezienswaardigheden aan de hand van het nederlandstalige boekje van de VVV “Orleans, bezichtingsroute”.

 

Loire Natuur - van Orleans naar Nevers

9e etappe
Orleans – St.Père sur Loire 56 km.

Vrijdag 31 juli 2009.
Zonnig, onbewolkt, 18ºC - 25ºC, ZO wind, 2 – 3 BF, zo nu en dan behoorlijk tegen.

Om half negen vertrokken uit het Ibishotel. Dwars door de stad naar de Loire. Enigszins zenuwachtig, want de fiets voelt anders dan eerst. En zullen dat nieuwe wiel en die nieuwe bladen het houden? Het voelt anders en het hoort anders. Een ouderwets geluidje van een fiets met versnellingen. Maar het gaat goed. Ik moet er duidelijk aan wennen. Ook de remmen staan scherp afgesteld. Ook wennen.
De route is vandaag vlak, dus er is niet veel te schakelen. We fietsen de spoorbrug over, er is een smal fietspad naast het spoor. En daarna is er kilometers lang een fietspad op de dijk. De stad en/of regio heeft hier een recreatiepark aangelegd, en is nog bezig om dat verder te realiseren. Het lijkt ook echt op een park. We komen langs gegraven meertjes. En we zien dat er in de Loire ook zand wordt afgegraven. Onduidelijk of dat voor het recreatiepark is, dan wel commerciële zandwinning. Jan heeft wat moeite erin te komen. Dus het tempo ligt laag. Bij Sandillon zien we de Super U liggen. Het is maar een paar honderd meter over een grindweg. De Super U is super groot. Onze Albert Heijns zijn er niets bij. Het duurt dus ook een half uur voor we weer op de route op de dijk zitten.  We passeren Jargeau. De route gaat even na Jargeau naar rechts over een keienweg. Er loopt ook en keienweg rechtuit. Het vervolg van de dijk waar we al steeds over rijden. Of je nou de ene of de andere keienweg neemt. Dus we gaan rechtuit. Maar wat de zijweg leek, blijkt een zijdijk. Dus daar aangekomen moeten we nog een paar honderd meter door het gras voor we weer op het asfalt aangeland zijn. Maar het gaat goed. En op het graspad worden we omringd door heel veel vlinders, die op de bermbloemen, die hier in grote getale staan, zijn afgekomen. Verder volgen we netjes de bordjes, maar op dit stuk route staan er minder, en soms mist er wel eens eentje. De brug naar Chateauneuf sur Loire is een kleintje. En ook weer smal. We wachten tot een vrachtauto ons gepasseerd is, en fietsen dan achter hem aan. Nu weer langs de noordkant van de Loire. Een mooi fietspad onder zeer grote bomen. Er wordt  gekanoed op de Loire. Het nieuwe pad langs de Loire is nog niet aangelegd. We passeren Germigny en vergeten naar het oudste kerkje van Frankrijk te kijken.  Over boerenweggetjes door de maisvelden en graanvelden fietsen we naar St. Benoit sur Loire. Hier staat een abdijkerk uit de 11e en 12e eeuw. Echt een schoonheid. Een bijzonder portaal met toren en vele zuilen. Dat diende volgens de beschrijving als vluchtplaats. Hoe mensen hier dan veilig waren, zo tussen die open zuilen vertelt het verhaal niet. De kerk is van een zuiverheid en witheid, dat je er heel rustig van wordt. Jonge monniken lopen in de kerk, en één gaat op het orgel spelen. Nog een reden om rustig deze kerk te bekijken. Onder het oude hoofdaltaar is een crypte, die gewoon toegankelijk is. In de crypte liggen relikwieën van Benedictus, de stichter van de orde van de Benedictijnen. Als we beneden in de crypte staan, komt een monnik bidden bij het kastje waar de relikwieën liggen. Ik neem een kaarsje mee voor tante Noor. In de kerk is bij de jongste restauratie een Romaans beeld, dat nog niet af was, gevonden.  Een Maria met kind en twee keer vier apostelen erom heen. Maar die zijn op één na, alleen qua omtrek te zien. Heel bijzonder.
We nemen het pad van de Eurovelo 6 door de velden naar de dijk. We willen de abdij met kerk nog zien liggen vanaf dit fietspad. We komen na  6 km uit op de drukke D 60. Helmpjes op en doorfietsen naar St. Père-sur-Loire. De camping ligt aan het begin van het dorp. Leuke camping, vriendelijke ontvangst. We zetten de tent op met zicht op de Loire en de kerk van Sully. Dat wordt mooi wakker worden morgenochtend. De eigenaresse van de camping vertelt ons dat om 18.00 uur een natuurgids een wandeling gaat maken bij de Loire. Ze beveelt het ons aan. Om 18.00 uur staan we bij de receptie. Er staan nog twee mensen, een vader met zijn zoontje. De gids spreekt alleen Frans, maar hij zal langzaam praten. Gewapend met verrekijkers en een grote verrekijker op een standaard gaan we richting rivier. We dalen af naar het drooggevallen zandbed in de rivier. De gids legt uit dat het gebied dat op de werelderfgoedlijst van Unesco staat, hier begint. Aan culturele (bebouwing, kasteels) en natuuraspecten heeft dit stuk Loire haar classificatie te danken. Het bed van de Loire klinkt in. Het water staat de laatste jaren ook veel lager dan daarvoor. Dat is een probleem voor de vele bruggen die over de Loire gebouwd zijn. De eilanden – in de Loire liggen er vele – kennen veel begroeiing. Dat werd ook te overdadig. Daarom zijn de bevers – in het Frans castors genoemd – opnieuw geïntroduceerd. Hier zitten er ook zo’n dertig. Het gaat goed met de bevers in het gebied van de Loire. Ze blijven in leven en ze breiden hun territorium uit. De gids wijst ons op vogels (meeuwen, duiven, witte zilverreigers, gewone reigers, kieviten) en op allerlei planten. Sommige kennen we bij de Nederlandse naam, zoals distels, boerenwormkruid. Om 20.00 uur zijn we weer terug bij de camping.

 

10e etappe
St.Pierre-sur-Loire  - Chatillon-sur-Loire 54 km.

Zaterdag 1 augustus 2009.
Zonnig, soms bewolkt, ‘s ochtends valt er een beetje regen en aan het eind van de middag ook. 18ºC- 26ºC, ZO wind,  2 BF.

Vanaf onze prachtige campingplaats aan de Loire vertrekken we vroeg, zo omstreeks half negen – naar Sully. De brug de Loire over. Er volgt een mooi fietspad over de dijk langs de Loire. Langs het kasteel van Sully, en daarna door de velden. De Loire, ook hier met zandbanken in de rivier, schittert in de zon. De bermen van de dijk zijn dicht gegroeid met allerlei bermbloemen. Er zijn hier helemaal geen bordjes. Maar het eerste stuk is makkelijk. We zien de vier torens van de kerncentrale aan de overkant van de Loire richting Gien. We blijven dicht bij de Loire. Ter hoogte van de kerncentrales buigt de weg naar binnen. En gaan we over de heuvelachtige weg richting St. Gondon. Er staat een bord naar de boulanger, dat volgen we. We vinden het pad over de dijk langs de Loire weer terug. Alleen is het nu een steenslagpad. Maar met onze banden is dat goed te fietsen. Uiteindelijk wordt het een asfaltpad richting Gien. Vlak voor Gien zit een mooie biologische supermarkt. Die doen we aan. We fietsen Gien voorbij,  nadat we de skyline van dit stadje hebben gefotografeerd. De kerk en het kasteel, met daarvoor geplakt allerlei huisjes en de brug. Om de D951 te vermijden volgen we de route iets verder het land in over St. Martin en St. Brisson, volgens de beschrijving van Sweerman. Maar waarschijnlijk staat er een aanwijzing bij hem verkeerd, bij de bushalte links, zal wel bij de bushalte rechts moeten zijn. Wij gaan rechtdoor en de weg wordt al snel een steenslagweg. Uiteindelijk komen we – met behulp van een waypoint van de GPS uit in Briare, vlak bij het beroemde canal du Pont. Een kanaal dat in een aquaduct over de Loire heen loopt. Een technisch hoogstandje uit het eind van de 19e eeuw. Echt prachtig om te zien. Er vallen weliswaar een paar druppen, maar het is bijzonder om langs het kanaal over de Loire de fietsen. We steken dus weer de Loire over naar de noordkant, en volgen daar een stuk langs het oude kanaal. Je kan je nu niet voorstellen dat dat voorheen een drukte van scheepvaart was. Nu is het een recreatief gebied, omzoomd met mooie oude bomen. Het kanaal volgegroeid met allerlei waterplanten. We bereiken al snel de brug bij Châtillon. In de veronderstelling dat de camping aan de zuidkant van de Loire ligt – zo staat het op de kaart – fietsen we de camping voorbij. Zoals we hem zien lijkt het meer op een een paar caravans en campers langs de weg, dan op een echte camping. Maar in het stadje worden we onverbiddelijk teruggewezen naar de noordoever. Bij nader inzien blijkt het een aardige camping, met een groot veld, waar we een mooie plek vinden. De camping ligt aan een oude sluis van het oude kanaal. L’ecluse des Combles. De andere sluis ligt een kilometer verder en die bezoeken we ook: L’ecluse de Mantelot. Nu een historisch monument. Bijzonder om dit oude kanaal te zien. De schepen gingen via de twee sluizen over de rivier de Loire. Nu is er geen enkele bedrijvigheid meer. Er is inmiddels een nieuw kanaal gegraven dat er vlak naast ligt. Op een hoger niveau. We zien daar wel boten door varen, terwijl we zelf lager staan. Dat is dus niet uniek voor Nederland. Het komt hier ook voor.  We maken nog een fietstochtje door het oude stadje Châtillon. Bij de kerk – het is zaterdag – is een bruiloft.

 

11e etappe
Châtillon-sur-Loire – Sancerre 42 km

Zondag 2 augustus 2009.
De hele nacht regen. ‘s Ochtends droog, maar zwaar bewolkt. Onderweg slechts een paar druppels en wat miezer. 18ºC - 21ºC, later op de ochtend klaarde het op. Wind uit ZW, 1 – 2 BF, voornamelijk achter.

Alles is nat, maar het waait op de camping flink, dus we zetten de tent te drogen in de magere ochtendzon. Vandaar direct op het pad langs de Loire. Eerst over de dijk, een wandel/graspad, waar ook de GR overheen gaat, Bij Ousson wordt het verhard. Op het stuk van vandaag is de route voorzien van bordjes. Bonny ligt wat hoger dan het pad. We fietsen langs oude muren waarachter de huizen liggen. Soms dalen trappetjes af tot ons niveau. We gaan de brug over en aan de zuidkant van de Loire verder. Zeer zichtbaar zijn de twee torens van de kerncentrale bij Belleville. Het is de derde die we langs de oevers van de Loire tegenkomen. Het pad wordt snel een steenslagpad, met grove gravel. Omdat het geregend heeft staan de in de kuilen plassen. Het is dus wat laveren op dit pad. Voor Bellevile buigt het pad af naar het Canal Laterale van de Loire.
Er staat een naald met de hoogte van de overstromingen van de afgelopen eeuwen. In de 19e eeuw kon de Loire tot 2,5 meter hoog staan. Maar dat is allang niet meer zo. De laatste overstroming dateert van 2003 en bedroeg 70 centimeter. De buurtschap bij de naald heet les Butteaux. Volgens de kaart loopt de route verder aan de oostkant van het kanaal, maar het blijkt dat hij precies aan de andere kant aangelegd is. Merkwaardig is dat dit nieuwe witte gravelpad eindigt op een glad geschoren grasveld. Dit blijkt een watertuin te zijn, achter een rijtje huizen. Je durft er bijna niet op de fietsen zo mooi strak is het grasveld. Aan het eind groeien gele bloemen over het grasveld, als je goed kijkt is er een verhard pad naar boven naar de brug. Als je van de andere kant komt zie je echt niet dat je hier naar beneden moet. Op de hoek schuin ertegen over zit een bakker. De brug van het kanaal over en nu fietsen we recht op de kerncentrale af. Het fietspad loopt vlak langs het hek. Voorbij Léré.  Het rivierlandschap lijkt hier heel erg op de schilderijen van Ruysdael. Koeien in de uiterwaarden, bomen, soms omgevallen, her en der. En struikgewas. Zo zag het rivierlandschap bij ons in de 17e eeuw er ook uit. We zien trouwens veel koeien, mooie witte vleeskoeien, maar ook zwartwit gevlekte Friese. Weer buigt het pad af naar het Canal Latéral. In Bannay moet je even over de weg de D955. Of ietsje hoger door het stadje. Er staat een kerk met een hoge absis en twee toren met peperbusdaken. Het pad gaat verder aan de andere kant van het Canal. Grote bermbloemen, vooral het witte fluitekruid begeleiden ons. In St. Satur buigt de route weer terug naar de Loire. Hier ligt ook de camping. We ontmoeten daar een moeder met twee dochters. Zij fietsen de Loire à Velo van St. Nazaire tot Nevers. Eén dochter heeft een Duitse fiets met een Rohloffnaaf. Ik vertel haar mijn problemen met het schakelen. Ze herkent het meteen en vertelt dat zij daarom is overgegaan op een fiets met een Rohloffnaaf. “Ideaal!”. Toch thuis maar eens in verdiepen.

 

12e etappe

Sancerre – La Charité-sur-Loire 28 km

Maandag 3 augustus 2009.
Zoning, droog, 18ºC-24ºC

Met de buren, van onze leeftijd, en onlangs begonnen met langeafstandsfietsen, nog wat informatie uitgewisseld.  Zij fietsen in tegenovergestelde richting volgens de routes van Clemens Sweerman. Jan laat de route van de eurovelo 6 zien, die dichter bij de Loire loopt.
Om 9.00 uur de camping af. We zitten meteen op de route. Het plaatsje Sancerre ligt hoog in de heuvels. We zien de restanten van de vestingmuren. We fietsen tussen het Canal Latéral en de Loire zelf. Een mooie grindweg, met hoog opgeschoten bermbloemen aan weerszijden. Die loopt rustig door tot Pouilly sur Loire. Aan het eind is de weg verhard. Na enig overleg besluiten we de tentoonstelling in het Pavillon du Milieu te gaan bekijken. Volgens Clemens Sweerman wordt er veel info gegeven over de rivier. Maar dat valt een beetje tegen. Het is een modern vormgegeven tentoonstelling met weliswaar een Engelse audioguide, maar verder is alles in het Frans en er zijn veel doedingen, zoals laatjes openen en zo. We worden maar beperkt wijzer over de rivier de Loire. Er is ook geen info in een andere taal dan het Frans. Ietsje wijzer gaan we de brug weer over om verder te gaan langs de Loire. Al gauw komen we een bord tegen dat hier gewerkt wordt aan de route, maar dat het helaas nog niet klaar is. Eigenlijk mag je er nog niet door. Maar we zien een aardige weg, redelijk geasfalteerd, dus we wagen het erop. Dat doen nog meer fietsers die we onderweg tegenkomen, allemaal Fransen. Negen kilometer fietsen we in alle rust op een gedeeltelijk nieuwe dijk met een nieuwe verharding in aanleg. Zo nu en dan met prachtige uitzichten op de rivier met zijn vele zandplaten. Bij een stopje bij een zandplaat, zien we alleen maar sternen heen en weer vliegen en lawaai maken.
Ons oorspronkelijke plan om tot Nevers te fietsen laten we varen. Relaxed fietsen we over het nieuwe fietspad, ook nog in aanleg trouwens, langs de weg D7 naar La Charité. Op een eiland in de Loire ligt de camping. Na wat huishoudelijke bezigheden op de camping wandelen we over de oude stenen brug naar het plaatsje. De zeer grote kerk ligt er enigszins verwaarloosd bij. In de loop der eeuwen is het schip aanmerkelijk ingekort. Tussen de toren en de kerk zijn nu huizen gebouwd. O.a. de VVV zit hier. Een merkwaardig gezicht. Achter en naast de kerk zijn restanten van een grote abdij. Ook die bezichtigen we. Het schijnt dat er ooit een weg getekend was van Parijs naar Nevers, dwars door deze kerk heen. Gelukkig is dit barbaarse idee niet doorgegaan. Een mooi stadje is gebleven, en wordt nu grotendeels hersteld.  

 

13e etappe
La Charité-sur-Loire – Nevers 48 km

Dinsdag 4 augustus 2009.
Zonnig, droog en in de middag warm. ZO Soms wind 2 – 3 BF, soms tegen.

Mooie etappe langs de Loire en langs het Canal Lateral. We volgen zoveel mogelijk de  routes dicht bij de Loire en het kanaal. Dat zijn soms slechte paden. Vanuit La Charité geeft Clemens Sweerman de dijk langs de Loire als mogelijkheid. Het lichte gravelpad dat hij beschrijft is nagenoeg verdwenen. Het is nu een graspad. Wij hebben het helemaal uitgefietst tot Marseille-les-Aubigny, 12 km lang. Aan het eind wordt het pad trouwens beter. Het komt heel dicht bij de Loire te lopen, zodat je de inmiddels vertrouwde rivier met zandbanken en vogels (sternen en visdiefjes) weer ziet. Marseille-les-Aubigny ligt aan het Canal Lateral. Na 12 km absolute rust, - we zijn op het pad slechts vier mountainbikers tegengekomen – is het in Marseille druk met schepen in het kanaal. Vooral pleziervaart. We volgen het kanaal even, voordat we terugkeren naar de Loire. De dijk langs de Loire. Op dit punt zit een kleine auberge, in een zeer oud pand. Bij het bovenste dakraam staat 1695. Het pand is duidelijk gebouwd met het oog op overstromingen, een woonhuis op de eerste verdieping, met een trap ernaar toe. En beneden andere ruimtes, die nu ingericht zijn als auberge. We drinken op het terras, uitbundig versierd met bloemen een kop koffie. Als we de dijk op fietsen, lijkt het net alsaf je hier al dichter op de stad zit. In die zin, dat de dijk geciviliseerder lijkt. Minder wilde natuur, meer aangeharkt, zoals het bij ons is. Na Givry loopt de route weer naar het Canal. We komen bij een klein sluisje waar net een plezierboot aankomt. We wachten tot hij geschut wordt, maar aan de andere kant ligt ook een plezierboot, en die mag eerst, omdat de sluizen voor deze tegenligger goed staan. Beide boten zijn gehuurd van dezelfde maatschappij Le Boat. Een bijzonder gezicht om die boten in de kleine sluisjes, waar ze net inpassen te zien schutten. We volgen het trekpad langs het Canal. Slechts een smal spoor in het gras. Maar het gaat, we halen de boot in, maar moeten die weer voor laten gaan, als er een boom dwars over het pad ligt. In Cuffy verlaten we het jaagpad en keren terug naar de dijk aan de Loire. Die komt uit bij een 19e eeuws kunstwerk, ontworpen door de ingenieurs Jullien en Vigoureux, het pont-canal over de l’Allier, de zijrivier van de Loire, die hier in de Loire uitmondt. Een lang aquaduct voert over de l’Allier. We kunnen er met de fiets aan de hand overheen. Na het pont-canal is een nieuw fietspad aangelegd langs het Canal Lateral. Op de kaart staat dat ook mooi groen aangegeven. Dat volgen wij. Het loopt helemaal tot Nevers. Dat wil zeggen het eindigt vlak daarvoor op een parkeerplaats bij een gesloten zwembad. Vanaf die parkeerplaats moet je met een trap naar boven, maar dan rijd je zo naar de camping. Deze ligt prachtig aan de Loire, met zicht op de stad.

Rustdag
Nevers

Woensdag 5 augustus 2009.
Zonnig, droog, warm, 21ºC-30Cº

Nevers heeft twee stadswandelingen die met blauwe lijnen in de stad zijn uitgezet. Dat is al een paar jaar geleden gebeurd. Soms zijn de blauwe lijnen verdwenen. Maar met het infoboekje van de  VVV in de hand is het goed te volgen. We bezoeken ook het klooster van de zusters van liefde aan de Rue St. Gildard, waar Bernadette Soubirous na de verschijningen van de maagd Maria in Lourdes is ingetreden.  Ze ligt daar opgebaard in een glazen kist in een kapel. Het klooster heeft de grot van Lourdes op de binnenplaats nagebouwd. Er is een infocentrum met de gebruikelijke spullen.

 

Bourgondië: van Nevers tot Dole

14e etappe
Nevers – Decize 40 km.

Donderdag 6 augustus 2009.
Zonnig, droog, warm, > 30ºC

Het wordt heel warm vandaag, dus we starten even over achten. De officiële route loopt ver van de Loire af. Op de kaart is een route aangegeven die nog in aanleg is. Dat is het omvormen van een jaagpad langs het Canal Lateral tot een echt fietspad. Die jaagpaden liggen er natuurlijk wel, maar zijn meestal grindsporen. We willen proberen zoveel mogelijk de jaagpaden te volgen. Dat lukt heel goed tot het sluisje even voorbij van Jaugenay. Daar loopt het jaagpad dood op een zijsluisje, dat niet meer gebruikt wordt, en afgesloten is. Een paar honderd meter terug, en dan een stukje over de weg (D13). Bij de eerste de beste brug over het Canal bekijken we of we weer over het jaagpad kunnen. En dat kan. Tot Avril staat het op de kaart als route in aanleg. In Avril – een klein dorpje met een oud kerkje op een bult, met een mooie bank bij een oude grafsteen, pauzeren we even. Het is over de 30 graden. En hoewel de jaagpaden behoorlijk in de schaduw liggen door  hoge oude bomen, eiken o.a., overgroeid met klimop, is het toch behoorlijk warm om te fietsen. Na Avril is er een stukje geasfalteerd, maar na de bocht in het Canal gaat dat al gauw weer over in de ons inmiddels vertrouwde gravelsporen in het gras. Helaas staan hier ook nogal wat hoge dovenetels, dus het is opletten met de benen. Het jaagpad kruist nog een tweetal aquaducten, niet zo spectaculair als in Briare of bij Guetin , maar toch altijd weer bijzonder om over een riviertje heen te fietsen naast een kanaal. We volgen het jaagpad helemaal tot Decize, dat oorsponkelijk op een eiland lag. Op de punt van het oude eiland ligt de camping.
’s Middags maken we een wandeling in Decize. Er zijn stukken vestingwerk bewaard met twee torens en een poort. En een oude kerk, waar een organist en een fluitiste ijverig aan het oefenen zijn. In de kerk worden de resten van een mij onbekende heilige bewaard: de heilige Aré (blijkt een bisschop van Nevers te zijn uit de 6e eeuw). Ook hier in een crypte onder het altaar. De kerk staat vol beelden uit het eind van de 19e eeuw. En opmerkelijk: op één van de altaren ligt een attaché koffertje.

 

15e etappe
Decize – Bourbon-Lancy 54 km

Vrijdag 7 augustus 2009.
Bewolkt met zon erachter, beetje zweterig weer, 21ºC- 25ºC, ZW wind, matig.

Vandaag een heuvelige etappe. Vroeg weg. Om 10 over acht op de fiets. Het eerste stuk is een fietspad langs het Canal Nivernais. Volgens de reisgids “Bourgondië”,  na het kanaal du Midi het mooiste kanaal in Europa. Maar wij hebben langs het Canal Lateral kilometers gefietst, en dan is het stuk van het Canal Nivernais dat we nu fietsen wel aardig, maar niet echt bijzonder. Het is een beetje parkachtig landschap en we komen maar een paar sluisjes tegen. Het fietspad is prima, dat wel. Bij St. Gervais  verlaten we het kanaal, en dan komt het heuvelige traject. We klimmen langzaam omhoog, gaan dan door het bos van Faye, een niet zo hoog loofbos met veel varens langs de kant. Bij les Arbelats kruisen we de D979, het bordje naar Charrin staat naar links, 2 km. , maar wij gaan een klein stukje naar rechts om dan via een klein kronkelig weggetje af te dalen in het rivierdal van de Loire. Deze weg is een paar kilometer langer, dan de D979 naar Charrin, maar heel aardig door een grotendeels veeteelt gebied in de laagte van de rivier. Vier patrijzen schieten over de weg, verbaasd lijkt het dat ze mensen tegenkomen.  Charrin ligt ook laag. In St.-Hillaire vinden we eindelijk een bank bij de kerk – ook al een romaans kerkje met een ronde absis met kleine raampjes. Maar we hadden even door moeten rijden, want even na St. Hillaire raakt de route aan de Loire, die hier een grote bocht maakt. Een paar huizen kijken uit op een prachtige picknickplek. Grote borden: kamperen verboden, maar  er staat toch een klein tentje van een motorrijder met zijn lief. De weg gaat verder, lekker omhoog naar Cronat, en dan een stuk over de D979 heen. Aan de andere kant van deze D-weg kronkelen en klimmen en dalen we naar Bourbon-Lancy. Ook hier voornamelijk koeien, witte vooral met dikke billen, en maisvelden met grote sprenklerinstallaties. Vanaf Cronat is de route bewegwijzerd met de bekende groene bordjes, alleen niet meer met de tekst Loire à velo maar Saonne & Loire. In Bourbon zoeken we de camping op. Eerst staan we bij een terrein dat eruit ziet als een camping, maar waarop niemand staat, alleen de enkele huisjes zijn bezet. We rijden weer weg, door het park richting Bourbon. Verderop in het park blijkt opnieuw een ingang van een camping te zijn. Het terrein is hetzelfde ingericht als het terrein dat even verderop ligt. Maar hier staan tenten en caravans. We zijn net de tent aan het opzetten, of er loopt iemand langs in korte broek, die tegen Jan zegt, “ken ik jou niet ergens van?” Jan zegt “ja, ik zie ook een bekend gezicht”. Blijkt een collega uit Hilversum. Hij staat op deze camping met de caravan. Vanavond zijn  we uitgenodigd om iets te drinken.
We eten snel in het stadje een pizza en bekijken de bezonderheden: een versterkte poort: tour de l’horloge met een “bredin”, een pop die elk uur de klok luidt en zijn tong uitsteekt,  en de vestingwerken en het kleine middeleeuwse centrum. We zijn rond half negen weer terug op de camping. Wachten ruim een uur op de voormalige collega van Jan. Maar die komt pas om kwart over tien de camping weer op. Het is inmiddels donker. Dus vervalt de uitnodiging.

 

16e etappe
Bourbon-Lancy – Digoin 30 km.

Zaterdag 8 augustus 2009.
Zonnig, beetje bewolkt, drukkend warm, tussen de 21ºC en 31Cº, weinig wind. In de middag drie spetters.

We hebben een hele dag uitgetrokken voor de 54 km naar Digoin, waarvan 42 door een zeer heuvelachtig gebied. Het eerste deel is makkelijk, over een oude spoorbaan langs de weg. En dat gaat snel. Halverwege is een oud stationsgebouw, nu ingericht als verkoopplaats voor brood. We halen daar twee pain au chocolat, en worden door de verkoper uitgenodigd om een kop koffie met hem mee te drinken. Dat is gratis. We drinken dus eigenlijk mee van zijn koffie. Hij vertelt ons dat het jaagpad langs het Canal Latéral inmiddels aangelegd is. Het is nog niet geopend, maar je kunt er wel over fietsen. We hadden al bedacht dat we zouden bekijken of we het jaagpad zouden kunnen fietsen, tenslotte hebben we dat al eerder gedaan. Maar nu we horen dat er inmiddels een fietspad is aangelegd, is het dubbel interessant om dat te fietsen. We gaan bij Diou de brug over en direct staan er borden dat dit jaar van mei tot september het nieuwe fietspad aangelegd wordt. Provisorisch is het afgezet met plastic blokken, maar die zijn al opzij geschoven. Zo te zien aan de rijwielsporen wordt er al druk gebruikt van gemaakt. Wij fietsen door de borden heen, en tot onze verrassing blijkt het helemaal door te lopen tot Digoin. We zijn hier dan ook voor de middag. Nog nooit zo vroeg een camping opgereden. (12.05 uur). Maar het is geen probleem. We kunnen terecht op een plaatsje aan de Loire. Dit wordt ons afscheid van deze rivier.
Bij de VVV hebben we geïnformeerd of het museum vandaag open is. De ObservaLoire. En dit museum is informatiever dan het museum in Pouilly.  Een mooie film met beelden van deze laatste natuurlijke rivier, met zijn dieren (bevers, otters, vissen en vogels). We leren het een en ander over de Loire wat we  nog niet wisten. Zoals dat er een evenwicht was in de dynamiek van de rivier: tussen grind en zand wat afgezet wordt en grind en zand dat afgevoerd wordt. Dit evenwicht is verstoord door grootscheepse onttrekking van zand en stenen. Daardoor is de Loire veel lager in zijn bed komen te liggen. Dat is gevaarlijk voor de fundering van de bruggen. Ook dat de Loire in vroeger eeuwen druk bevaren werd, hoewel dat moeilijk was door de verschillende waterhoogten in zomer en winter. In de winter van 1795 heeft het stevig gevroren, zodat de rivier lang dicht lag, en daarna waren er ernstige overstromingen. Dat heeft geleid tot het maken van het Canal Latéral langs de Loire. Technische hoogstandjes uit de 19e eeuw, met vele sluizen en aquaducten. Ook de bedrijvigheid van de kanalen is nu verleden tijd, door de spoorlijnen en de wegen. Het ObserverLoire heeft een balkon dat uitkijkt op de Loire en het aquaduct. Met verrekijkers kun je de vogels – als ze er zitten – bestuderen. Jammer genoeg is er geen enkel boekje in een andere taal dan het Frans.

 

17e etappe
Digoin – Manceau-les-Mines 53 km.

Zondag 9 augustus 2009.
Aanvankelijk zonnig, later bewolkt, in de middag weer zonnig. 21ºC- 25ºC, geen wind.

Echt een zondag. Weer veel Fransen op de fiets, zoals we de afgelopen dagen ook al zagen. Vaders met zoontjes, mannen in een groep, en alleen, en soms met hun vrouw. We kwamen ook langeafstandsfietsers tegen.
De  etappe gaat helemaal langs het Canal du Centre, dat loopt van de Loire bij Digoin naar de Saône bij Chalon-sur-Saône. Een kanaal uit 1792 bedoeld voor de scheepvaart van noord naar zuid. Veel gebruikt voor het vervoer van de kolen vanuit Monceau-les-Mines.  Het eerste stuk is een fietspad, vanaf Paray-le-Monial wordt het een rustige D-weg. Er loopt ook een route door de heuvels, om de D-weg te ontwijken, die is bebord. Maar de meeste fietsers volgen het Canal. De sluizen in het Canal du Centre zijn geautomatiseerd. Als er een boot aankomt, dan kan de schipper zelf regelen dat de sluis zijn werk doet. Hier geen aan hendels draaiende mannen meer, zoals langs het Canal Lateral. Er varen redelijk wat pleziervaarten. We zien één vrachtboot. Langs het Canal liggen kleine en grote stadjes. We hebben een stop in Génelard. Bij het museum Ligne de demarcation. (http://www.lignededemarcation.com/index.html) Hier lag de grens tussen het door Duitsland bezette Frankrijk en het zogenaamde vrije Frankrijk van Vichy. Het is gesloten op zondagochtend. Even later komen we bij Ciry-le-Noble een steenfabriekje tegen: nu ingericht als industrieel monument. “Le Briqueterie” En weer even later het Lavoir des Chavannes, eertijds de grootste wasserij van kolen. Kolen, die gedolven werden even verder bij Manceau-les-mines.  We stoppen hier bij een aardig hotel “NotaBene”, dat aan het Canal ligt.
Daarna lopen we een rondje in deze stad. Hier heeft een bestuur gezeten dat dol was op parkeerplaatsen. Bij binnenkomst van deze stad staat een bord waarop alle parkeerplaatsen in de hele stad vermeld staan. Een deel van de haven is ingezet voor parkeerplaatsen, een deel van het park aan de overkant van het Canal is helemaal ingericht voor auto’s, rond de kerk kan je parkeren. En van zichzelf heeft deze vrij jonge stad al zo weinig. Recht toe recht aan straten. Geen oude monumentale panden. Twee maal doorsneden: door het Canal en door de spoorlijn.

 

18e etappe
Monceau-les-Mines – Chalon-sur-Saône 70 km,

Maandag 10 augustus 2009.
Regenachtig, met regen weg, en onderweg een paar buien, maar in de middag klaarde het op. Blijf zo tussen de 19ºC en de 24ºC, nagenoeg geen wind.

De route uit Monceau begint rommelig, achter een fabriek de stad uit. Het lijkt net of het kanaal hier ook armoedig is. Of zou het de grijze dag en de regen zijn, die dat zo doet lijken.  Na Blanzy wordt het beter. De rustige D974 kronkelt met het kanaal mee. Waar naast het kanaal een meer is, net even voor Ecuisses, loopt de route volgens de kaart tussen kanaal en meer in. De routebordjes leiden je om het meer heen. Maar allebei kan, je komt op hetzelfde punt uit. De route wijkt dan even uit naar St. Laurent d’Andenay. Meestal proberen we dan toch gewoon het pad langs de rivier of het kanaal te volgen. En er gaat inderdaad een fietser overheen. Maar omdat er een soort klaverblad van wegen volgt, is het niet duidelijk of je niet toch op een autoweg belandt, en besluiten we de bordjes te volgen en te klimmen. Aan het eind komen we keurig op het groene fietspad uit in Ecuisses langs het kanaal. Er is daar speciaal voor de fietsers een maison touristique gevestigd. Het gaat helaas pas morgen open (www.canal-du-centre-asso.fr). Je kan er brood krijgen en drankjes en info.
Er volgen een aantal sluisjes, en voor het eerst op onze tocht daalt het kanaal. Dus in plaats van dat we bij een sluis moeten klimmen, mogen we nu de trappers lekker vieren en dalen. Bij de sluisjes komen we boten tegen die we onderweg al eerder zijn tegengekomen, o.a. een Franse  vrachtboot en een plezierboot uit Exloërmond (Douwe Lieve).  Na het groene fietspad volgt nog een klein stukje fietspad, - terwijl de bordjes alweer naar de heuvels wijzen – en dan gaat het voor ons over de nog steeds rustige D974 richting St. Bérain-sur-Dheune. Daar is de bakker dicht en het supermarktje verwijst ons naar het volgende dorp, 6 km. verder voor brood. St. Léger-sur-Dheune heeft een jachthaventje en een aantal winkels, waaronder een bakker. Hier begint aan de andere kant van het kanaal weer een voie verte. Het landschap wordt langzamerhand anders. Lieflijker lijkt het wel. Nog steeds met mooie begroeiing langs het kanaal, riet, bomen, verder grasland  met koeien. Maar het kanaal ligt hoger in het landschap. Helemaal het geval is dat bij Chagny. Je hoort daar de trein, maar je ziet hem niet, omdat hij diep onder je rijdt. Het heeft iets merkwaardigs, je hebt voor je gevoel geen meter geklommen, en toch heb je soms mooie uitzichten. Omdat het zo snel gaat en omdat het regent besluiten we niet te overnachten op de camping in Chagny, maar door te fietsen naar Chalon. Het fietspad blijft groen, en komt via een industriewijk de stad binnen. Dan is het wel even zoeken naar de VVV, die niet zoals op de kaart bij een kerk in de buurt van het station is, maar in het centrum aan de kade van de Saône. Hier reseveren we een hotel voor een nacht. Voor de VVV staat het standbeeld van Niepce, de uitvinder van de fotografie. Altijd gedacht dat Daguerre dat was. Dus we gaan op zoek naar deze Niepce in zijn museum naast de VVV. En verder natuurlijk nog even wandelen in het oude centrum bij de kathedraal van Chalon. We bewonderen de naald op de Place d’Obelisque voor een andere grote zoon van Chalon-sur-Saône: Emiland Gauthey de ingenieur van het Canal du Centre.

 

19e etappe
Chalon-sur-Saône – Seurre 55 km.

Dinsdag 11 augustus 2009.
Zonnig, licht bewolkt, droog. 20ºC - 29ºC, geen wind.

Chalon loopt voor een deel van de kaart af. We denken dat we het makkelijkst de stad uitkomen, als we eerst naar de kade van de Saône zakken en dan zoveel mogelijk langs de Saône fietsen, om zo bij het Canal du Centre uit te komen. De route gaat hier verder. Dwars door een industriegebied over een rustige weg, met een paar vrachtwagens, komen we aan een rotonde die leidt naar een brug over het Canal du Centre. We willen weer een pad proberen dat aangegeven staat als alternatief en dicht langs de Saône loopt, maar slecht berijdbaar is.  Het pad begint meteen na de brug. Het is inderdaad wel te doen, voornamelijk een graspad, dat platgereden is door auto’s en tractoren. Dus met twee sporen. Omdat het droog is gaat het goed. En het is natuurlijk heerlijk rustig. De Saône zien we door de bossages heen. Een heel andere rivier dan de Loire. Meer geciviliseerd. Mooie rustige kanten met veel begroeiing, vissers, en bootjes. Ook wat vrachtverkeer. Zo te zien is deze rivier heel wat beter bevaarbaar dan de Loire. Even voor Gergy start een echt fietspad, hier voie bleue genoemd.  Snel bereiken we Gergy. We gaan het dorp in. Er is markt bij de kerk. Bij hotel l’Oiseau Blanc zit een groep senioren in het zonnetje aan de koffie. Op de markt komen we nog een fietsend stel tegen, dat net als wij hier even van de route is afgeweken om inkopen te doen. Weer beneden aangekomen gaan we over de voie bleue verder. Na een paar meter worden we aangehouden door een man die daar een kraampje heeft en alle fietsers en wandelaars vraagt of ze een enquete  willen invullen over de fietsroutes in Bourgogne. We krijgen pennen, sleutelhangers en vruchtensap. Het is nog even nazoeken hoeveel dagen we precies in Bourgogne zitten, want waar loopt de grens van deze regio precies. Het fietspad loopt mooi langs de Saône, een beetje heuvelachtig. Bij Verdun-sur-le-Doubs gaan we de brug over. Het fietspad loopt wel verder aan deze kant van de Saône, maar we weten niet hoever. Op de kaart staat helemaal niets aangegeven. Verdun-le-Doubs is een middeleeuws vestingstadje gelegen aan de samenvloeiing van de Saône en de Doubs, met een eiland op de plaats van die samenvloeiing. Langs de kerk en over de brug over de Doubs komen we bij een gesloten camping (staat nog wel op de kaart aangegeven) Vandaar moet weer een pad lopen, dat in de toekomst ingericht wordt als fietspad. Het is een graspad. Vanochtend is het ook goed gegaan, dus we proberen het nu weer. En het gaat goed. Tussen de maisvelden en de bossages van de Saône fietsen we tot Charnay-les-Chalons. Fietsers komen we niet tegen, wel vissers die hier een tentje hebben opgeslagen en enkele Franse dagjesrecreanten. Bij Charnay loopt het pad dood. We fietsen een stukje terug en gaan dan door het dorp. Er staat een kerk met een veelkleurig dak met een paar boerderijen erom heen. Een echt boerendorpje. We  fietsen de weg af, die zo dicht mogelijk ligt tegen de Saône en we komen inderdaad weer op ons vertrouwde graspad terecht. Op de kaart gaat dat over in de aangegeven route, maar de ondergrond verbetert niet. Dat gebeurt pas een paar kilometer verder. Dan wordt het een asfaltpad. We hadden dat trouwens eerder tegen moeten komen. Kennelijk hebben we toch  niet dicht genoeg bij de Saône gefietst. Zo komen we in Seurre. Op de kaart staan nu zoveel tekens, dat niet precies te zien is hoe de wegen lopen. De camping municipal is zichtbaar aan de overkant van de brug. Volgens onze informatie is er aan deze kant een kleine camping Raie Mignot. Het is een veldje met voldoende schoon sanitair. Prima.
’s Avonds maken we een wandelingetje door het stadje. De VVV zit in een mooi historisch pand. Er is grote kerk en een oud kasteel.

 

20e etappe
Seurre – Dole 58 km.

Woensdag 12 augustus 2009.
Zonnig, onbewolkt, 21ºC - 29ºC. Matige wind, een klein stukje tegen.

Vanuit de camping rechtsaf langs het kanaal, de brug over en dan met een bochtje weer langs de Saône. De route staat gestippeld, en dat betekent dat het wegdek matig is, maar dat valt reuze mee. Er is geen bebording, maar via de kaart en de gps is het goed te vinden. De Saône is echt een andere rivier dan de Loire. Meer recreanten, zowel op bootjes, als aan de kant. Geen zandbanken en meer korte begroeide kanten. Nadat we de A36 onderdoor gegaan zijn, volgt een stukje door boerenland met drie kleine dorpjes, waar de tijd lijkt stilgestaan. Boerderijen met kippen buiten en een paar koeien en een enkel paard. Je vraagt je af of dat nog voldoende opbrengt om van de leven. Een mooi gezicht is het wel. In Pagny-la-Ville staan weer bordjes. We maken het ommetje langs de Saône die hier erg meandert en daarna langs een kanalisering van de Saône. We komen andere fietsers tegen die vanuit Pagny rechtstreeks naar de brug over kanalisering van de Saône fietsen. Kan ook. De officiële route maakt een bocht rond een dode arm van de Saône. Maar waar we af moeten slaan is de weg rechtdoor zoveel beter, dat we denken dat we de afslag nog niet bereikt hebben. Later wordt de weg veel slechter. Er rest slechts een spoor in het gras. Voor Losne wordt het weer asfalt. Je kan dus blijven rijden langs de Saône. In Losne gaan we de brug over om een blik te werpen in de kerk van St. Jean-de-Losne St. Jean-Baptiste. Een kerk met een mooi renaissance portaal. Binnen staat een aardige preekstoel. Vervaardigd van rode en zwarte natuursteen. Met de vier evangelisten. Verder maar weer langs de Saône. De laatste kilometers van deze rivier. De route eindigt bij het Canal Rhône au Rhin. Daar slaan we af. Er ligt net een Nederlandse boot in de sluis. Afkomstig uit Vlaardingen.  We pauzeren tegen twaalven met een stevige lunch en een kop koffie. Rustig aan verder langs dit Canal, dat nog het meest wegheeft van het Canal Centre. Mooi bochtig kanaal, met begroeide kanten en kleine sluisjes die helemaal zelfvoorzienend zijn.  Bij Abergement-la-Ronce gaat de route van het kanaal af het land in. Maar er loopt een prima pad verder. In de verte zien we wel industrie. Je kan inderdaad helemaal langs het Canal Rhône au Rhin verder fietsen tot in Tavaux. Maar het gaat wel door een echt industrieterrein. Onder de A39 door. De weg zou nu slecht moeten worden. Er is echter een nieuw asfaltlaagje gelegd. Dus we glijden langs het kanaal naar Dole. Aan het begin van de middag fietsen we de camping op. In de middag maken we nog een wandelingetje in Dole. Een aardig vestingstadje. Met nog heel wat vestingwerkjes intact. De VVV heeft een wandeling, die we voor een deel volgen. Ook Dole heeft een grote zoon. Louis Pasteur is  hier geboren. Een standbeeld, zijn geboortehuis een museum. En een bord in de grote kerk Notre Dame dat hij daar gedoopt is. We bekijken in de kerk de heilige kapel, waar het mirakel geëerd wordt dat een hostie boven het vuur bleef zweven bij een brand in een abdij in de buurt. In de glas en loodramen is dit wonder uitgebeeld. En we fietsen naar een moderne kerk: Johannes de Evangelist, die gebouwd is door Anton Korady in begin 60er jaren. Gemaakt van beton en koper, met een dak dat doet denken aan twee gevouwen handen. Aan de buitenmuren in ijzer beelden uit de Apocalyps.

 

Dal van de Doubs en de Hoge Elzas: van Dole naar Basel

21e etappe
Dole – Besançon 65 km

Donderdag 13 augustus 2009.
Zonnig, warm tot 29ºC, geen bewolking, geen wind.

Vroeg op op het tentenveld op de camping in Dole, waar heel wat fietsers gisteren zijn aangekomen.  Eén daarvan is een Fransman met een zoon die voor de helft Nederlands is, waardoor de Fransman heel goed Nederlands spreekt. Hij fietst ook de eurovelo 6, maar het is bij hem een tienjarenplan. Gezien zijn leeftijd kan dat ook wel.
We fietsen langs de kanalen. Het Canal du Rhône au Rhin. Dit kanaal is anders aangelegd dan bijvoorbeeld het Canal du Centre of het Canal Latéral. Soms loopt het kanaal apart van de rivier, op deze etappe de Doubs, maar soms is het onderdeel van de rivier. Dat komen we onderweg op verschillende plekken tegen. Je weet niet of het verschil van waterschapsingenieur is of verschil van soort rivier. De route is op dit stuk helemaal bewegwijzerd. Omdat we in een nieuw departement zijn aangekomen, zijn de borden weer wat anders. Een groen fietsertje met daarnaast de sterren van Europa met het cijfer 6 in het midden. Ook dit departement promoot het fietsen en deze route in het bijzonder. Bij Rochefort-sur-Nenon loopt de route onder een poortje door. Een bakker is in dit dorp niet te vinden. Wel in Orchamps. We fietsen eerst langs een heel kleine camping, tussen het kanaal en de rivier in. En dan worden we haltgehouden door een stel Franse fietsers. Het stuur van één van de fietsen zit los en of wij een imbussleutel hebben. En die hebben we. Het stuur wordt vastgezet. (Als we aan het eind van de middag bijna bij Besançon zijn, komen we ze weer tegen. Het stuur doet het nog steeds goed). Omhoog in Orchamps is een bakker. Aan de grote weg, die door het dorp heenloopt. We gaan snel weer naar beneden, naar de rust langs het kanaal en de rivier. De route loopt hier trouwens een stukje van de rivier af door rustige dorpjes.  Bij Rans gaat de route weer verder langs de Doubs en het kanaal. Het landschap verandert. De bergen worden hoger. Aanvankelijk is er een smalle strook huizen – meest vakantiehuizen- tussen de rotswand en de weg en het water. Later komen we meer tussen de bergen te zitten. In Thoraise moeten we zelfs een klein klimmetje maken, omdat het kanaal daar door een rotswand heen gemaakt is, waar wij natuurlijk omheen moeten fietsen. Aan de andere kant gekomen, zien we een Mariabeeld in de rotswand, met daaronder het kanaal. Een sluier van water dekt het kanaal af. Je wordt dus nat als je er met een boot doorvaart. Op deze plek heeft een vormgever zich mogen uitleven. Er staan allemaal kubussen met teksten, o.a. de voorlopers van de huidige fiets. Maar de vormgever heeft niet nagedacht wat fietsers nodig hebben, o.a. een prullenbak. Een van de kubussen is daar nu voor gebruikt. En die wordt natuurlijk niet geleegd,  er ligt allerlei vuilnis omheen. Zo’n 10 km van Besançon wordt het duidelijk dat we de stad naderen. Het wordt drukker, mensen groeten niet meer vanzelfsprekend, er is meer bebouwing. De  route wordt helemaal langs het kanaal en de rivier de stad ingeleid. We proberen eerst nog de VVV te vinden, maar ook nu staat die niet goed aangegeven op het kaartje. Dan maar het hotel opzoeken.

 

Rustdag
Besançon

Vrijdag 14 augustus 2009.
Zonnig, onbewolkt, warm tot 30ºC

Astrologische klok bekeken, achter de kathedraal van St.Jan. De man die erbij staat en alleen op bepaalde tijden de deur opendoet, waardoor je naar binnen kan, hoort er helemaal bij. Wij zijn de eerste en enige kijkers om 9.50 uur. We krijgen een uitleg op een stencil in het Nederlands. En de man laat speciaal zien wat er gebeurt om 12.00 uur en om 15.00 uur. Om 12.00 uur verschijnt de opgestane Jesus, om 15.00 uur zijn graflegging. Daarna uitgebreid de citadel van Besançon bekeken. Een gigantische vesting op een heuvel aan het begin van de lus van de Doubs. Ene Vauban, een Franse vestingbouwer heeft hem gemaakt eind 17e  eeuw. Nu staan de vestingwerken van Vauban op de werelderfgoedlijst van Unesco. En daar maakt Besançon uitgebreid reclame mee. Op het terrein zijn drie musea en een dierentuin. Wij bezoeken het  museum van deportatie. Veel persoonlijke dingen: laatste briefjes, kledingsstukken. Verzameld door Denise Lorach. Ook zien we de ingewikkelde historie van Frankrijk tijdens WOII. De collaboratie van Vichy met maarschalk Petain wordt niet verdoezeld, maar zijn populariteit wordt ook niet verdonkeremaand. Kortom veel grijzen. Wat altijd interessant is.  Aan het eind  van de dag een boottocht gemaakt over de Doubs met uitleg over de vestingwerken.

 

22e etappe
Besançon – L’isle-sur-le-Doubs 77 km.

Zaterdag 15 augustus 2009.
Zonnig, onbewolkt, warm tot 32ºC, geen wind.

We rijden naar het centrum om spullen terug te sturen via de post en om inkopen te doen bij een van de twee Casino winkels (kleine supermarkten in de centra van steden en dorpen). Maar alles is dicht. Het is Maria Hemelvaart, en dat is hier een officiële feestdag. Een bakker is wel open. We fietsen tot het punt waar de route door een tunnel onder de citadel doorgaat. Daar starten we. Vlak daarvoor is een manifestatie met paarden. Tientallen paarden staan daar. Begeleid door veel gehinnek verlaten we de stad via de tunnel. Er volgt weer een prachtige route langs de Doubs en het kanaal van de Rhône naar de Rijn. Net als gisteren zijn er sluisjes op plaatsen waar de Doubs een kleine waterval heeft. Naast de waterval is dan de sluis aangelegd. Er zijn vandaag weinig bootjes, wel veel vissers, en ook veel fietsers. Dagjesfietsers vooral. We zien maar weinig langeafstandsfietsers. De hele route is weer van bordjes voorzien. In Baume-les-Dames fietsen we bijna tegen een SuperU op. En die is natuurlijk wel open. Deze SuperU is werkelijk gigantisch groot. De yoghurts beslaan wel 10 meter. Het duurt dan ook enige tijd voor ik alles gevonden heb. Naast de zaak staan enige picknick banken. Er zit niemand. Een goed plekje voor ons, voor de lunch. (Er is ook een camping in deze stad, en we zien ook een bordje dat verwijst naar een camping speciaal voor fietsers bij Pont-les-Moulins, 2,5 km. verderop). Weer verder langs kleine dorpjes, met de kerkjes met de kleurige daken op de kerktorens. We kijken er niet meer van op. Het is al gewoon geworden. Vlak voor Roche les-Clerval gaat het fietspad van het kanaal/rivier af. Dat wordt meteen klimmen. De klimmetjes zijn niet zwaar, maar het is warm en we zijn het ontwend. In Clerval ( een stadje met alle voorzieningen), is tot onze verrassing een nieuw fietspad aangelegd langs het kanaal. We hoeven dus niet te klimmen. Hier komen we de Franse jongen met vriendin en zoon weer tegen. Ze zitten al anderhalf uur bij een picknick bank en willen nog tot Montbeliard. Wij zeggen dat we stoppen in L’Isle-sur-le-Doubs. Maar zij zijn pas om 12.00 uur vertrokken uit Baume-les-Dames en de vriendin moet met de trein mee, want zij moet weer aan het werk. De zoon heeft even geen zin, en hangt met zijn fietsje aan een beugel bij zijn vader. Zo fietsen ze ons later nog weer voorbij. L’Isle-sur-le-Doubs is dan gauw bereikt. De camping is klein met een aardige ontvangst. In het dorp is een wasserette, die open is. Ook op Maria Hemelvaart. Alles gaat daar namelijk automatisch. Ernaast is een café met een terras in de schaduw. Een biertje terwijl de was draait, wat wil je nog meer.

 

23e etappe
L’isle-sur-le-Doubs – Montbéliard 29 km.

Zondag 16 augustus 2009.
Zonnig, onbewolkt, warm, 32ºC in de schaduw.

Het is heel mistig als de dag begint. In het dal van de Doubs hangt zwaar de nevel. Het duurt even voor de zon erdoorheen komt. Maar we hebben de tijd, want vandaag doen we een klein stukje. Slechts een kilometer of 30 tot Montbéliard. En dat is maar goed ook, want nadat de nevel is opgetrokken, is het meteen warm. Het gebied van de Doubs promoot de Eurovelo 6. Bij de camping kregen we gisteren een speciaal boekje met de route door dit stuk Frankrijk.
Eerst weer een stuk langs een grote lus van de Doubs, het kanaal loopt er pal langs. Je fietst tussen rivier, die laag ligt, en kanaal, dat veel hoger ligt. Een paar kilometer later volgt er een lang recht stuk tot Colombier-Fontaine. Daarna mist er een stukje langs het kanaal, en is er een omleiding door de heuvels. Maar we vinden het te warm en het is zondag, dus we nemen de D126, die hier pal langs het kanaal loopt. Na 4 kilometer staan we in Dampierre-sur-le-Doubs. De warmte kaatst van de huizen op je vel. Hier weer een keurig fietspad langs het kanaal. Bij Voujeaucourt moet er omgereden worden, maar dat staat allemaal met bordjes aangegeven. Ook dit traject is weer helemaal bebord. Het plaatsje Bart doet nog even niet mee. Hier een stukje over de weg. Maar een klein stukje verder is een nieuw fietspad aangelegd, bij Courcelles. Dat staat nog niet op de kaart. Het is zo nieuw, dat de afsluitingsborden nog niet eens zijn weggehaald. Dit pad gaat helemaal tot in Montbéliard. Op slag van sluiting fietsen we daar langs de VVV. Een mevrouw is net bezig te sluiten, maar vraagt aan ons of we soms schoon water willen. Nou, dat willen we natuurlijk wel. En dan krijgen we ook nog de nodige info over Montbéliard en een kaartje hoe we bij ons hotel ETAP kunnen komen. Dat blijkt niet zo ver weg, maar wel een eind buiten het centrum te liggen. We besluiten er een vrije middag van te maken. Lekker in de airco van de kamer een boekje lezen, even internetten, en lui op bed liggen.

 

24e etappe
Montbéliard – Mulhouse 60 km.

Maandag 17 augustus 2009.
Zonnig, onbewolkt, warm, tot 32ºC. in de avond een fikse onnweersbui. Maar het koelt niet echt af.

Van het hotel terug naar het kanaal. Als we daar aankomen en een paar honderd meter fietsen, staat er een bord met Deviation. Zoals gewoonlijk, trekken we er ons niets van aan. Maar een kilometer verder, vlak voor de onderdoorgang met de snelweg is het fietspad helemaal afgesloten. Je kunt er echt niet door. We fietsen de kilometer weer terug. En volgen de borden Deviation. Die voeren ons bijna terug naar ons hotel, (dat naast de snelweg ligt), om daar via een andere onderdoorgang onder de snelweg weer uit te komen op het fietspad langs het kanaal. Ongeveer 50 meter verder van de afsluiting. We volgen grotendeels de paden langs het kanaal du Rhône au Rhin. Het is nooit saai, omdat het landschap steeds anders is. De huizen worden hier Duitser. Meer vakwerk, daken met een afschuining (wolfskap). En je ziet in de verte de hoge bergen. Een sluisje, prachtig met bloemen versierd, geeft de splitsing met de weg naar Belfort. Wij gaan door naar Mulhouse. Ook op dit stuk zijn veel Franse dagjesfietsers. Vanaf Valdieu is er een groot verval. Om de tien meter is er een sluisje. We dalen snel naar Retzwiller. Even in het dorp gekeken of er een bakker is, maar niets gevonden. Dan in Dannemarie een supermarkt opgezocht. We zijn hier al eens geweest met de Venetiëroute (http://www.europesefietstochten.nl/venetieroute/venetieroute-zwitserland.html). Een mooi stadje met veel vakwerk. Nabij Zilisheim staat een groot gebouw, het ziet eruit als een inrichting, maar het blijkt een school, het bisschoppelijk college, te zijn.  Hier houden de bordjes op. Het is niet zo moeilijk om Mulhouse te bereiken. Pas als we van de weg afmoeten, is het prettig dat Jan een waypoint heeft gemaakt van het fietsbruggetje dat we over moeten. Anders hadden we dat niet gevonden. Even verderop staan er weer bordjes, zelfs  een bordje met een verwijzing naar de camping.
’s Middags nog een wandelingetje gemaakt in Mulhouse. Naar het centrum: Place de Reunion. Curieus gebouw, waar de VVV inzit, helemaal beschilderd alsof het beelden heeft en stenen.