logo-fietssite

20e etappe
Dagebüll – Emmerlev Klev (Denemarken) 60 km

Woensdag 23 april 2003.deense grens link naar fotoalbum
zonnig, noordoostenwind.

Dagebüll verlaten we met enige weemoed. Zo´n schone plaats en zo´n aardig hotel. Na het verplichte bezoek aan de Spar, waar ze helaas geen postzegels hebben, heb ik al na 4 km een lekke band. Een punaise er dwars doorheen. Jan probeert nog te plakken, maar zet uiteindelijk een nieuwe binnenband erin. Maar het kan erger, nog steeds zonnig, wind nu uit het noordoosten. Een half uur later fietsen we weer richting Niebüll, door de zo bekende weilanden met dijkjes De NSCR bordjes hangen her en der, maar vaak in de verkeerde richting. In Niebüll gaan we dwars door het centrum. Er zijn twee musea, maar we hebben ons doel gesteld op Emil Nolde museum in Seebüll. Dus we fietsen door. Even pauzeren we op het pleintje bij het Rathaus voor koffie met een verse wafel. De bebouwing rond het pleintje heeft niet veel historisch meer, en apotheek uit het begin van de 19e eeuw, maar verder is alles nieuw. Verder richting Seebüll. Nog door een moerassig gebied Gotteskoog. We moeten stoppen voor de trein naar Sylt, waar auto´s en vrachtauto´s op staan met de bestuurder er nog in. Een merkwaardig gezicht, vooral omdat de auto´s achterstevoren staan. Het Emil Noldemuseum is vrij klein, met wel een aardig overzicht van schilderijen en aquarellen. Vooral het leven van Christus op de benedenverdieping vind ik indrukwekkend.
Het is even over twee, als we weer buiten staan. We besluiten niet te blijven, zoals we aanvankelijk van plan waren, - het is allemaal erg verantwoord – maar door te fietsen naar Denemarken.
Vanaf Rudbøl – met een mooi meer – gaat het over de uitstekend bewegwijzerde route 1 door naar Høyer. Ook stukjes grindweg zijn nu onderdeel van de route. Høyer is een tamelijk armoedig uitziend dorp, bij de VVV, die tot 15.00 uur open is, lezen we dat er een strandhotel in Emmerlev Klev is. Dat lijkt ons wel wat, na onze ervaring in Dagebüll. Dat hotel is echter van een heel andere orde. Achter het hotel zijn kamers, grenzend aan de tuin, die wat goedkoper zijn. Het ziet er nogal oosteuropees uit. Maar alles doet het en is schoon. En de fietsen kunnen voor de deur staan.

 

21e etappe
Emmerlev Klev – Ribe 58 km

Donderdag 24 april 2003.
zonnig, noordoostenwind.

Vandaag bijna 60 km over rechte wegen langs de waddendijk. Typisch Deense kerkjes bij Ballum en Brøns. Dat zijn van die witte gepleisterde kerkjes, met een vrij kleine toren, met puntdak.  We passeren de Ballum Sluse – sluizen in de rivier de Brede Å bij de waddenzee. Waddeneilanden zijn hier met de kust verbonden. Iets wat in Nederland in de 19e eeuw ook geprobeerd is bij Ameland. Alleen was het daar geen succes. Door stormen werd de dijk vernield.  Bij het eiland Mandø zien we een vrachtauto dwars over het wad rijden naar het eiland. Kennelijk wordt hier anders met de Waddenzee omgegaan als bij ons. Bij mijn weten mag er bij ons alleen gelopen en gevaren worden over het wad.  De officiële  nscr route gaat langs Ribe. Maar wij willen deze oudste stad van Denemarken wel bekijken.  We maken een wandeling door het oude centrum. Bekijken de 12e eeuwse domkerk met zijn twee ongelijke torens, de stompe bakstenen toren de Borgertårn (Burgertoren) en de spitse Mariatoren. Lopen door de verstilde kromme straatjes met vakwerkhuizen en langs de drukke markt, waar we een oud historisch hotel ontdekken: Weis’s Stue. We overnachten daar in een scheve kleine kamer. De gelagkamer, waar gegeten kan worden, is geheel met delfts blauwe tegels bedekt.

 

22e etappe
Ribe – Esbjerg 35 km

Vrijdag 25 april 2003.
ongeveer 11°C

Iets kouder weer vandaag. Maar nog steeds goed te hebben. (ongeveer 11°C). Korte tocht langs de waddendijk. Tamelijk vlakke, eigenlijk afgevlakte dijk. We zien drie kiekendieven onderweg.
Aan het eind volgt nog een drukkere weg Esbjerg in. We moeten van de R1 af, naar het station. We kopen kaartjes naar Enschede, maar kunnen geen reserveringen maken. Dus dat wordt spannend morgen of we meekunnen. Hotel gezocht en gevonden. En ´s middags gewandeld in de stad. Naar de havens.
De volgende dag een vlotte reis terug naar Nederland.

 

Reisdagen via Hengelo naar Esbjerg

Donderdag 29 en vrijdag 30 mei 2003.

Gisteren opgestaan met pijn in mijn zij. Was even bang voor een blindedarmontsteking, maar ik kon buik en rug gewoon aanraken. ´s Avonds naar Hengelo. Weer schitterend weer. In hetzelfde hotel als in het voorjaar (Stravinsky) gegeten – op het terras – en geslapen.
Vandaag de hele dag gereisd, 5 keer overgestapt Hengelo – Osnabrück – Hamburg – Padborn- Kolding – Esbjerg. Er was wel plaats in de IC van 16.42 uur van Kolding. We hadden daar geen reservering voor. Warm weer, zeer verschillende treinen, mooie IC, zeer verouderde flex, hele kleintjes en ook lange treinen. Het blijft wel een gesleep met de fietsen. In Osnabrück stapte een groep van elf personen in. Fietsrijtuig meteen vol.
Morgen begint het echt. Na een onrustige nacht in Hengelo hoop ik op een rustige nacht vandaag.

 

23e etappe
Esbjerg – Nørre Havrvig  96 km.

Zaterdag 31 mei 2003
Zonnig, droog  ± 20°C, matige NO wind.

De eerste echte dag van onze tweemaandse tocht. Eerst een stuk door het industriegebied van Esbjerg, een fietspad langs de autoweg. Natuurlijk het meer dan manshoge standbeeld van “Man at the sea” op de grens van het waddengebied en Noordzee. Het waddengebied met zijn typerende natuur houdt hier op. Het landschap verandert in een duinlandschap, zoals we dat kennen aan onze westkust. Brede duinlandschappen met dennen, gemengd bos, heide en water. Soms waan je je in de waterleidingduinen. 
Voorbij Hjerting nemen we de alternatieve route door de Marbæk Plantage, grindpaden met overvloedig veel grind, maar rust na de autoweg aan de kust. Vlak voor de brug over de Varde Å komen we weer op de NSCR. Een zeer drukke autoweg zonder fietspaden, maar we hoeven nu maar 1,5 km. te fietsen voor we er afkunnen naar Tarp. Vlak voor Oksbøl dachten we slim te zijn door een zijweg naar Vejers Strand te nemen. Maar die kwam al snel op weg 431 uit en dus steken we alsnog door naar Oksbøl om op de fietsroute te komen. Een prachtige weg door bos en heide volgt. Voorbij Vejers Strand moeten we pal noord, en we krijgen de wind pal tegen. Hier valt ook op dat de Denen veel vakantiewoningen in de duinen bouwen. Dat blijkt later op de smalle strook tussen het Ringkøping Ford en de Noordzee nog erger te zijn. Voorbij Henne nemen we het alternatief over de Blåberg. Het uitzicht zou magnifiek zijn bij helder weer met 40 kerktorens. Maar volgens mij zijn de bomen ondertussen zeer gegroeid. De zee is nog wel te zien, maar het achterland veel minder. Voorbij Nymindegab kom je op de smalle strook land Holmsland Klit (Klit = duin) Het fietspad is zand/gravel of grind, het gaat op en neer. Het is nog 16 km. tot de eerste camping bij Nørre Havrvig. En die tel ik af.  De camping is een echte gezinscamping met alle voorzieningen. Maar we vinden een aardig plekje achter de duinen.

Prachtig bloeiende bermen.

 

24e etappe
Nørre Havrvig – Ferring  86 km.

Zondag 1 juni 2003
Zonnig, droog   25°C , matig tot zwakke NW wind.

Door de smalle strook duin tussen Noordzee en Ringkøbing Fjord maar weer verder door de volgebouwde duinen. Volgebouwd met vakantiewoningen. Je vraagt je af hoe het hier eruit zag 50 jaar geleden, en waarom de natuurbeweging deze druk van het toerisme niet heeft kunnen keren. Halverwege ligt Hvide Sande, een vissersplaats aan de doorgang tussen zee en fjord. Moeilijk om een foto te nemen die een beeld geeft van deze plaats. Daarna gaat het weer 16 km. door de smalle duinreep, aanvankelijk door onbebouwd gebied, later door bebouwd, maar dit ziet er iets beter uit. Søndervig is een echte toeristenplaats. We komen midden in zo’n badplaatswinkelcentrum aan, ook open natuurlijk op deze zondag. Echt een plek om gauw achter je te laten. Omdat de kustweg langs de duinen blijft lopen, gaan we iets dieper het binnenland in. (We laten, omdat we een dag later gestart zijn, Ringkøping liggen). We nemen de geplaveide weg over Stadil. In Stadil Kirkeby lunchen we bij de kerk. Helaas is deze op zondag niet open, door de week wel, maar het kerkhof is ook mooi. Als je ergens rustig wil liggen, moet je hier je laatste rustplaats regelen. Mooie buxushaagjes om elk graf, het grind mooi aangeharkt en een prachtig uitzicht op Stadil Fjord. De weg naar Vedersø Klit is rustig. We verlaten voor korte tijd het duinlandschap om dwars door een duinbos (in het Deens Klitplantage) te fietsen. Dan komt weer zo’n smalle duinreep, nu mogelijk nog smaller, tussen Noordzee en Nissum Fjord. Het eerste stuk op een grindpad langs de autoweg (6 km), dan het toeristische Torsminde met haven, een brug en een museum vanwege een vergaan Brits oorlogsschip in 1811, dat in 1970 opgedoken is. Daarna nog 8,5 km. over de weg die gelukkig niet druk is. Maar het stoort bij het rustig bekijken van het Bøvling Fjord dat een natuurgebied is en waar veel vogels zijn.
Het laatste stuk lijkt ontsnapt aan het toerisme. Achter de duinen zijn boerderijen en kleine dorpen met die typisch Deense kerkjes. De kerk bij Fjaltring ligt prachtig in het licht en ik heb nog spijt dat ik de kerk bij Trans, die geheel in de bloeiende korenvelden ligt niet op de foto heb gezet. Langs een stukje steile kust met een paar felle klimmetjes, langs de vuurtoren van Bovbjerg, komen we uiteindelijk aan in Ferring. Een aardige wat kleinere camping (Bovbjerg camping) met een vriendelijke ontvangst en een weitje voor onszelf. ’s Avonds op het terras van het plaatselijk restaurant een Deense schotel gegeten. Uitzicht op de Noordzee en op en beeld van de plaatselijke schilder Jens Søndergård.

 

25e etappe
Ferring – Klitmøller 100 km.

Maandag 2 juni 2003
Zeer zonnig, droog, ± 25 – 30°C, matige OW wind.

Jans verjaardag. Het is al vroeg erg warm op de mooie camping bij Ferring. Het is de dag van de dunne duinranden en de boot van Thyborøn naar de overkant. Vanaf Ferring rijden we langs Ferring Sø naar het spoorlijntje van Lemvig naar Thyborøn. Het is een kleine trein, nog kleiner dan de sprinter, maar we moeten wel wachten bij de overgang even na Strande. De machinist zwaait naar ons. Pal achter de duinen loopt het lijntje. Bij Langerhuse steken we over het spoor. We bekijken waar de Alexander Nevsky, het mooiste schip van de Russische vloot, in 1868 vergaan is. Het schip had de tsarenwitsj Alexis aan boord. Het overgrote deel van de bemanning en de tsarenwitsj zijn gered. Het schip ligt nog steeds voor de kust op de bodem. We gaan dan de hele smalle strook Harbøre Tange over. Een fietspad voor onszelf, links de duinen, rechts een moerassig en merig gebied, daarachter Nissum Bredning. Wonderschoon, in het midden een industrieterreintje dat scherp tegen de zon afsteekt, daar loopt ook een weg en het spoor. We zijn net even over elf in Thyborøn. Dus volgens Jan hebben we een uur voordat de boot gaat over het Thyborønkanaal, volgens het boekje een gat in de kust ten gevolge van een storm in 1862. We bekijken het schelpenhuis. Ook Thyborøn ruikt naar vis. We fietsen helemaal door tot de punt waar de bunkers van de Atlantikwal liggen. Later vanaf de boot zien we de bunkers nog veel beter liggen. Als we om 5 over twaalf in de haven aankomen, is de boot net vertrokken. We wachten tot 10 voor half één, voordat hij weer arriveert. Een kleine veerboot, waar niettemin ook een vrachtwagen met oplegger met grind op gaat. Twintig minuten duurt de overtocht. En dan het volgende stuk, 8,5 km lang over een weg, die dwars door dit smalle vochtige duingebied gemaakt is. We hebben de oostenwind, die flink waait, net niet achter. De weg is heel rustig, maar wel een beetje saai. In het Krik Vig zitten veel eenden en andere vogels. In Agger aangekomen snijden we een klein stukje af, door niet over Krik te gaan. We staan jammer genoeg ook Vestervig Kirke over. Ik had dat graf met die geliefden met de voeten tegen elkaar wel willen zien. Richting noorden maar weer door het moerassige gebied tussen Flack Sø en Ørum Sø. De brug lijkt aanvankelijk nergens naar toe te gaan. Veertien km naar het noorden, door mooie plantages met gemengde bebossing. In Stenbjerg dalen we naar de kust, en klimmen tegen de wind in de andere kant weer op het dorp uit. We plakken er nog 27 km tegenaan om in Klitmøller (Duinmolens) aan te komen, een handels en vissersplaatsje van oorsprong. De camping is wat verlopen, maar het restaurant dat we vinden is van uitstekende kwaliteit met een hoog terras met prachtig zicht op de Noordzee. Ter gelegenheid van Jans verjaardag eten we een menu: gerookte Noorse zalm met rabarber, klipvis met groene asperges en kool (Ik) en platvis met rabarber in reepjes (Jan) met koffie toe.

 

26e etappe
Klitmøller – Klimstrand 85 km.

Dinsdag 3 juni 2003.
15 – 20°C, zwakke ZO wind, bui regen ´s ochtends, bewolkt, een paar druppels onderweg.

We worden wakker met een fikse bui regen op de tent, om een uurtje of zes. Tegen zevenen eruit gegaan. Ontbeten onder een afdakje van een lege trekkershut. De temperatuur was flink lager dan gisteren, en de lucht was betrokken. Nadat we een broodje hadden gekocht gingen we – met de regenjasjes aan – op weg. Het zou de dag van de Klitplantages worden. Het eerste stuk was flink vermoeiend met veel klimmen en dalen en veel grindpaden. In Nors – 13,5 km verder – hebben we eerst op een kinderspeelplaats bij de kerk – tussen achtergebleven zandkoekjes – nog een broodje gegeten. Na de Tved Klitplantage maakt de route een grote bocht om Hanstholm aan te doen, maar de route laat weer niet veel van dat oude vikingplaatsje zien. Omdat we achter zijn op het planningschema en ik noch een stuk van de route wil skippen, noch alleen maar wil fietsen, slaan we een aantal uitstapjes over, zoals Hanstholm bekijken. We bekijken wel een stuk van de Atlantik Wall bij Vigso, 16 km. ten oosten van Hanstholm: Vigso Batteriet. Als weggegooid, weggeworpen liggen de bunkers op het strand en in de zee. De kust kalft hier nog steeds af. Vigso ligt in de Vigso Bugt. Het is een dwaas gezicht. En net als bij Thyborøn vraag ik me af of je dit zou moeten willen bewaren, zo ontsiert het dit landschap. Na een stukje over een graspad komen we op weg 29, een niet zeer drukke weg met een klim halverwege. Dwars door een paar klitplantages, waarbij we, omdat we zo lekker opschieten niet afslaan door Lild Klitplantage, maar doorrijden op de asfaltweg nagenoeg zonder auto´s, volgens de alternatieve route naar Bulbjerg. Op het laatste stuk komen we een schoolklas tegen, allemaal met helm op. We passeren ze, maar op de Bulbjerg (12° tot 18° stijging) halen ze ons weer in. De Bulbjerg is een bezienswaardigheid, omdat het de enige lime stone klif is in Denemarken (47 m hoog) met nestelende vogels (drieteenmeeuwen) en ook bij de Bulbjerg zijn restanten van de Atlantik Wall. Een laatste enerverende tocht door Vester Torup Klitplantage over supergrindwegen. De camping in Torupstrand is opgeheven. Maar 3 km. verder in Klim Strand zit er een van alle gemakken voorzien.  Op de camping staan ook nog één Engels meisje op de fiets en twee Hollanders op ligfietsen. Allen fietsen van Esbjerg naar Frederikshavn.

 

27e etappe
Klim Strand – Ulstrup 72 km.

Woensdag 4 juni 2003
15°-20° C, zwakke wind nog steeds zoiets als ZO, regen ´s nachts, bewolkt, zon komt soms aarzelend door. Aan het eind van de dag zon echt door de wolken. Temperatuur ± 25° C.

Ondanks dat we weer veel kilometers door de Klit Plantages hebben gereden, is vandaag de dag van het strand. De Svinkløv Klitplantage heeft twee gemene klimmetjes, maar het Svinkløv Zeehotel is inderdaad een prachtig houten grijs geverfd gebouw uit 1925. Op het terras zitten oudere echtparen, sommige met plaids, te ontbijten. We dachten een kop koffie te drinken, maar dat wordt pas vanaf 12.00 uur geserveerd voor niet-hotelgasten. Vlakbij ligt de bron van St. Olav. Ik loop naar boven, maar de bron is zo klein en onaanzienlijk dat ik boven uit kom op een pad met de wegwijzer Kilden terug.
We passeren weer de bekende vakantiewoningen, nederzettingen als Slettestrand en Tranum Strand, we moeten om een schietterrein heen, zijn Rødhus met zijn kerkje voorbij voor we er erg in hebben en vluchtten Blokhus uit, waar weer zo´n groot winkeltoeristen – of andersom – centrum is. Maar dan: het strand. 16 km over het strand tussen Blokhus en Løkken. Volgens het boekje “All on the firm sand on the broad beech”. En auto´s mogen ook op het strand rijden. Geadviseerd wordt om een afstand van 20 meter tot de vloedlijn te houden. Nou dat van die auto´s klopt, vooral dicht bij Blokhus en bij Løkken. Een cabriolet met daarnaast twee flitsende zonnende mensen, of een oude dame die een tafelkleed zit te borduren naast een soort Opel Kadett, maar ook campers met hun hele hebben en houden. Het fietsen valt aanvankelijk niet mee. We doen nog geen 7 kilometer in een uur. Omdat we steeds in stuifduintjes die dwars op het strand zich vormen, vastlopen. Maar dan ontdekken we dat het dicht langs de vloedlijn veel beter gaat. Het gaat niet sneller, omdat het zachter is, maar je verzeilt niet in stuifzand, waar je steeds moet afstappen. We raken zelfs behendig in het zo dicht mogelijk bij het water blijven. Het is een soort strandlandschap als van Terschelling. Heel breed strand en tamelijk lage duinen, de bekende strandlopertjes met meer stelten dan veren. Het is gemoedelijk, omdat alles door elkaar gebeurt, rijdende auto´s, fietsen, wandelaars, twee jongens die een zandkasteel maken, voor alles is ruimte en niemand loopt elkaar in de weg.  Nog 9 kilometer naar Ulstrup, waar een camping moet zijn.  Vanaf Løkken verandert het landschap zeer. Een hoge rotsachtige kust, waar het water hard tegenaan kan slaan. Bij Nørre Lyngby bekijken we de restanten van een kerkhof, de rest van het dorp en de kerk zijn in de golven verdwenen. En dat dit proces nog steeds doorgaat, bewijst een nieuwe afrastering met een houten hekje.
We zijn vroeg op de camping van Ulstrup (16.00 uur). Lekker de tijd om de fietsen af te spoelen van het zand, kleren te wassen en ravioli te koken. Want een restaurant is hier niet.

 

28e etappe
Ulstrup – Skagen 98 km

Donderdag 5 juni 2003
25°C, matige tot krachtige W tot ZW wind (achter dus). Bui regen ´s nachts, bewolkt ´s ochtends maar vrij snel zonnig, aan het eind weer bewolkt.

We waaien naar Skagen toe. Bekijken nog een ander kerkhof dat verlaten is, omdat de natuur datgene wat mensen ontgonnen hadden teruggenomen heeft. Bij Lønstrup volgen we de alternatieve route tot Klithuse omdat het rustig is en zo lekker rijdt. Het landschap is het inmiddels bekende duin/bos/heidelandschap. In Hirsthals is kennelijk iets te doen. Maar wat weten we niet. De schepen dragen rood en zwarte vlaggen, en alle winkels zijn dicht. We komen nu in de laatste bocht naar Skagen: de Tannis Bugt. Het land ligt hoog, de duinen zijn lang. Bij Råbjerg Kirke steken we door naar de andere kant van de punt van Jutland. Er wordt veel gefietst, maar er loopt ook nog een weg en een klein spoorlijntje. In de Bunken Klitplantage loopt een jong vosje over de weg. Hij schrikt van ons en rent voor ons uit. We zien ook het grote stuifduin van de Råbjerg Mile, 2 kilometer lang en 1 kilometer breed wandelt hij 8 meter per jaar van ZW naar NO.
Een ander fenomeen is de Tilsandete Kirke van Skagen. Van oorsprong uit de tweede helft van de 14e eeuw, raakte de kerk ingezand in de 16e eeuw. Kerkgangers moesten zondags met een schop naar de kerk. Eerst graven dan bidden. In 1795 werd de strijd tegen het zand opgegeven. Nu staat alleen de toren er nog. Gerestaureerd en wel.  Door Skagen Klitplantage – die veel weg heeft van de Langevelderslag – komen we uiteindelijk in Skagen aan. Skagen is mooi. De architektuur is eenvoudig. Alles is in de kleuren geel, wit met rode daken, die als bijzonderheid hebben dat de twee rijen pannen aan de rand met wit cement zijn ingesmeerd. We rijden tot de noordelijkste camping. Het is er tamelijk druk. We zetten gauw de tent op, op het speciale tentenveldje, en springen op de fiets om het laatste stuk tot de noordpunt te fietsen. Waar de weg ophoudt is het nog een half uur lopen. Ik vind het schitterend. De vlakte, de zee en de wind. We eten in het restaurant dat hier gevestigd is. Aanvankelijk stond dat echt op de punt. Maar door het aangroeien van het strand hier staat het nu alweer een aantal honderden meters in het land. We worden uitstekend bediend. Onder het eten kijken we uit op de natuur voor ons.
Terug op de camping komen we de Engelse weer tegen. Zij gaat proberen morgen met de trein naar Frederikshavn te komen. Het stuk over het strand had ze na korte tijd al opgegeven en Grenen ( de uiterste noordpunt) vond ze niets bijzonders, gewoon een stuk strand, eigenlijk niet waard om daar helemaal naar toe te lopen. Zo zie je hoe verschillend mensen kunnen reageren!

 

29e etappe
Skagen – Asaa 96 km.

Vrijdag 6 juni 2003
Zonnig, 18 – 22°C, matige W to ZW wind, aan het eind van de dag bewolkt met een paar druppeltjes.

We hebben eerst nog een rondje in Skagen gemaakt en daarna het Skagens museum bekeken. Hier hangt een collectie schilderijen van de School van Skagen of de Schilders van het licht (1880 -1890). Anna en Michael Ancher, Holger Drachmann, P.S. Krøyer. De esotherische schilderijen van vrouwen in lange gewaden op het strand spreken mij minder aan, dan de schilderijenvan de Skager vissers of Skager vrouwen aan het werk. Het is licht is soms inderdaad schitterend. Jammer dat de fiets het niet toelaat de catalogus te kopen. We bekijken op ons gemak het museum en drinken een kopje koffie in een voormalig atelier. Dan fietsen we terug naar Hulsig over dezelfde weg als waarlangs we gekomen zijn.
Bij Hulsig houdt route 1, de VestkystStien, op en neemt route 5, OstkystStien,  het over. Hier is alleen een Deense folder over. Het is een mindere – in ieder geval vandaag – een mindere route dan route 1. Vanaf Hulsig volgen we de autoweg, weliswaar lange tijd via een apart fietspad, maar toch. De weg is druk. Het Pinksterweekend is begonnen. De Denen zwermen massaal uit. Ook op de fiets overigens. We ontmoetten tientallen fietsers, allemaal fietsen ze richting noorden.
De route gaat om Frederikshavn heen. Dat is nog een mooi stuk door de hoogte die om Frederikshavn heen ligt. Wat mooi is is het uitzicht op het Kattegat. Het land loopt gewoon recht de zee in. Hoe ziet dat eruit als het stormt?
Sæby is aardig. We bekijken (even)  de kerk, onderdeel van een klooster en de haven. En verder gaat het weer langs de weg. Tot Asaa toe!. Dit was dus de dag van de weg.

 

30e etappe
Asaa – Hadsund 76 km

Zaterdag 7 juni 2003
Bewolkt, spetterig, 18-22°C, zwakke ZW wind.

Laat wakker vanochtend, 10 over half acht.  Over negenen weg. Mooie tocht, door een landschap dat nog het meest wegheeft van het Limburgs heuvellandschap. We moeten nog wel stukjes van de Strandvejen volgen – de grote autoweg langs de oostkust – maar die kilometers zijn te overzien.
Bij Hou gaan we vlak langs de zee, en aardig haventje. Een stuk over de weg naar Hals, waar we het veer moeten hebben over de Limfjorden. Het water dat Noord Jutland scheidt van de rest. Daarna ook weer en stuk langs de weg, ook zonder fietspad. Dat staat overigens op de autoweg aangegeven.
Bij Dokkedal verschijnen de heuvels. We pauzeren bij Mulbjerge. Een natuurgebied met een zandbank en een pier en veel vogels. Daarna gaat het meer van de kust af, door de heuvels. Soms stevig klimmen over ongeplaveide paden. We passeren Kongstedlund, een mooi “kasteel” met landerijen. Bij Bælum komen we op een schitterend 18 km. lang fietspad over een oude spoorlijn. In de bossen van Solbjerg staat de smeerwortel manshoog. Tegen vieren zijn we in Hadsund. We besluiten hier te blijven, omdat de volgende camping ruim 20 km. verder ligt en er op dat stuk ook nogal wat bultjes zijn. We eten ´s avonds in Hadsund – geen restaurant aan de kade te bekennen, dus geen mooi uitzicht – in een restaurant met Chinese invloeden. De kok is chinees en zijn vrouw, denken we, halfbloed. Dat betekent Chinese tomatensoep en Deense garnalen met rijst.