logo-fietssite

7e etappe
Nieuweschans – Ditzum 46 kmmarienhafe stoertebeker standbeeld link naar fotoalbum

Vrijdag 4 oktober 2002
veel  wind later ook regen

Door de vertraging van de trein – gauw twee vertragingsformulieren gehaald en ingevuld en in Nieuweschans op de bus gedaan – beginnen we een uur later dan gepland (± 14.30 uur) aan onze fietstocht van Nieuweschans naar Emden. Er is zwaar weer voorspeld, maar het blijft droog met een sterke noordwestenwind.
De route wordt gekenmerkt door de spoorbaan van Nieuweschans naar Leer – nu weer drie maal per dag in gebruik – en de dijk langs de Ems – van Weener tot Ditzum. Het ziet er hier Hollands uit. Dorpjes met kerk en molen, vlak land van een riviermonding en dijken.
Door de vertraging van de trein zijn we te laat in Ditzum voor de veerboot naar Petkum en bovendien begint het hard te regenen.
Onderdak vinden in Ditzum is nog niet zo makkelijk. De kamers voor één nacht zijn allemaal vol. Maar door een eerst argwanende dame (Frau Meyer) lief aan te kijken mogen we voor één nacht in een feriënwohnung.

In Weener komen we al een Störtebekerstraße tegen!. Dit is zeker het gebied van Claus.

 

8e etappe
Ditzum – Greetziel 64 km.

Zaterdag 5 oktober 2002
veel  wind en veel regen; later op de dag ook droog

Vanochtend om half acht opgestaan. De regen tikt op het raam. Het is zeer grijs. Omdat de boot naar Petkum pas om half elf voor het eerst gaat, lopen we eerst het dorp rond. Een oud kerkje en een molen. Tamelijk standaard voor deze dorpjes in Ost-Friesland. De steen van de huizen en van  bestrating is zeer rood. Op de terugweg komen we Frau Meyer tegen, nu breed glimlachend. Het maakt een ander mens van haar.
Om kwart over tien staan er al zes fietsers te wachten bij de veerboot. Samen met ons dus acht, allen wachtend onder het afdakje van de VVV. Een traditionele boot, waar ook nog twee auto´s mee meegaan – het gaat allemaal net – gezellig met zijn allen in het kajuitje. Twee fietsers willen naar Emden – die boot vaart alleen in de zomer – maar daartoe was de schipper niet te bewegen. “Deze boot vaart alleen naar Petkum, al 67 jaar, en als hij van de route afwijkt, dan is er iets loos”. In de stromende regen via Petkum naar Emden. Langs het Ems – Seitenkanal, dat is een pad tussen de spoorbaan en het kanaal. Aan het eind – aan de rand van Emden – gaat de route via een bruggetje over het Fehntjer Tief. Maar die brug wordt vernieuwd. Dus daar kunnen we niet overheen. Gelukkig stopt even voor de brug een aardige automobilist. Hij legt uit dat we bij de brug naar rechts moeten en niet naar links, om goed in Emden te komen. En dat blijkt ook zo te zijn. Via een heel hoog en eng glad bruggetje alsnog dat Tief over en langs het Ems-Jade kanal rijden we recht op de Emder Kesselschleuse, de enige “Vierkammer”sluis van Europa. In 1885/86 gebouwd. Verbindt vier kanalen met elkaar. Regelt het scheepsverkeer en de waterstand in de kanalen.  Op de plattegrond in het boekje staat de sluis niet getekend, dus ik ben meteen in de war, maar Jan weet het zeker. De route vervolgt over de vestingwerkjes, nu prachtig begroeid met grote bomen. Even te ver doorgereden, zodat we midden in het winkelcentrum uitkomen. Gauw terug en via Larrelt en Wybelsum naar Knock. De officiele route gevolgd tot de punt van Knock met sluis en gemalen. Prachtig zicht op de Emsmonding. Zeer grijs, net even droog. Met de industrie van Delfzijl aan de horizon. Onderweg veel windmolenparken. Daar zijn ze in Duitsland niet kinderachtig mee.
Terug langs de dijk. Niet gekozen voor het afsnijden van de route door langs de waddendijk te blijven rijden, maar de Noorzeeroute langs de “terp”dorpjes Rysum, Loquard en Campen . Langs de Camper vuurtoren. Dat smalle bruggetje, waar in het boekje voor gewaarschuwd wordt valt reuze mee. Wij kunnen er makkelijk overheen. De routebordjes, die niet consequent overal hangen – geven de route langs de waddendijk en niet over Hamswehrum. Dit gevolgd. Het wordt langzamerhand wat droger. Het lijkt hier wel heel erg op Friesland. Lange hoge grasdijk, schapen op en onderaan de dijk, weg onder aan de dijk, met om de kilometer een hek. Weiden en landbouwgrond met grote boerderijen en veel watervogels.
De vuurtoren van Pilsum is tamelijk klein. En vandaar is het nog maar een klein eindje naar Greetsiel.  Greetsiel heeft Störtebekerdijken en ligt aan de Störtebekerroute.
We zijn omstreeks half zes in dit druk toeristisch plaatsje.  Jan vindt een hotelletje van klasse II. Morgen nog maar even het stadje bekijken.

 

9e etappe
Greetsiel – Dornumersiel 80 km.

Zondag 6 oktober 2002
Winderige dag met veel wolken en ook zon.  Geen regen. ± 13°C.

Greetsiel is op de vroege zondagochtend uitgestorven. Een aardig haventje met klein pleintje met nog de oorspronkelijke huisjes eraan. Een mooi oud kerkje, omringd aan de achterkant met bomen en aan de voorkant met een oude toren. De bakker is open, dus twee bruine bolletjes en twee rozijnenbollen gekocht.
We steken niet af, maar volgen de route over Marienhafe. Zeer rustige landweggetjes langs grote boerderijen, met veel vee. De route loopt gedeeltelijk over oude dijken. In vroeger eeuwen was de Leybucht veel dieper landinwaarts, tot aan Marienhafe toe. Störtebeker gebruikte de haven ook om zijn buitgemaakte spullen te verkopen. In Marienhafe staat een standbeeld van de grote zeerover en de toren van de Marienkirche heet ook naar Störtebeker. Vanwege de zondag is hij niet open. (In Marienhafe is een prive museum over Störtebeker, maar dat heeft niet eens een bord in de tuin. Dus daar durf ik op zondagochtend niet aan te bellen).
Via een fietspad langs een provinciale weg komen we aan de Waddenzee. We hebben 30 km gereden en zijn nu weer 5 km van Greetsiel verwijderd. Echt een rondje gereden dus.
Over de sluizen, waar het Nordertief in de Waddenzee uitkomt, langs een oude zeedijk naar Norden. We maken een klein ommetje in Norden – de oudste stad van Ostfriesland - , om de zeer grote bomenrijke markt met Ludgeri kerk. We schieten nog een plaatje van het Schönigsche Haus uit 1567 dat prachtig staat te schitteren in de scherpe zon, en rijden dan weer verder, terug naar de Waddendijk. Bij Norddeich een haven met boten naar Juist en Norderhey. De boten liggen hier langszij de kade en niet zoals bij ons met de achtersteven.
Daarna 23 kilometer langs de Waddendijk. Wind tegen. In Dornumersiel vinden we het genoeg. We vinden het hotel “Buuten diek”. Bij dit hotel wil dat zeggen in de uiterwaarden.
Het hotel heeft een restaurant met een niet-rokersgedeelte. En een keuken met biologische producten. We genieten van een heerlijk maal met een prachtige zonsondergang.

 

10e etappe
Dornumersiel – Hooksiel 66 km

Maandag 7 oktober 2002.
Wind en regen; later op de dag droog en een beetje zon

Het giet van de regen bij het wakker worden. Bij het weggaan is dat nog zo. We besluiten niet de detour langs het “sehenswerte” Esens te maken, maar langs de waddendijk door te rijden naar Neuharlingersiel.
Vanaf Bensersiel loopt de route aan de buitenkant van de dijk, maar omdat het nog glad is van de regen, proberen we eerst aan de binnenkant te blijven. Dat kan echter niet door de hekken. Er zijn wel treden voor voetgangers, maar geen poortjes voor fietsers Na de fietsen over twee hekken getild te hebben, besluiten we bij het derde hek dan maar aan de andere kant te gaan rijden. Het is inmiddels droog en de zon komt door de wolken. Dat geeft een glimmend licht op het wad. Het nat weerkaatst de zon terug. Het wad wordt hier trouwens nog ingedijkt. Neuharlingersiel wordt zo snel bereikt. Het is een wat grotere badplaats met de boot naar Spiekeroog. Volgens de NSCR bordjes kunnen we langs de dijk naar Harlesiel blijven rijden en hoeven dus niet een stuk langs de L6. Dat doen we dan ook. Maar bij Harlesiel moeten we toch echt de weilanden van Ost Friesland even in. Op naar Jever, de bierstad. Weer langs prachtige boerenpaden, een stuk over een verlaten spoorbaan, met het perron van Tettens nog zichtbaar aanwezig. Jammer dat die spoorbaan niet in zijn geheel tot Jever behouden is gebleven. Van een deel van het laatste stuk kunnen we ook nog gebruik maken. In de buitenwijken van Jever heeft een onverlaat het bord 180° gedraaid, maar het is duidelijk waar we heen moeten. Ook hier maken we een klein ommetje in het centrum. Er is aardig wat bewaard gebleven. In het oude concertgebouw zitten nu allemaal winkels. We fietsen nog langs het befaamde Brauhaus Jever. En zien dan dat de twee blinkende torens die al van verre de skyline van Jever aangeven, de brouwtorens van de Jeverbrouwerij zijn.
Een mooie kleine kronkelweg langs het Hooksieler Tief en even verder de even kronkelige Tünnenserweg brengen ons naar Hooksiel. Jan vindt het wel welletjes voor vandaag en stelt voor een hotelletje te zoeken. Dat vinden we in een gerestaureerd pakhuis langs de historische haven met een kamer met zicht op de haven. We zijn de enige gasten.
Ook Hooksiel heeft alle kenmerken van een plaatsje als Cocksdorp op Texel. Uit zijn krachten gegroeid, veel souvenirwinkels en winkels met strandachtige spullen. Veel lukrake nieuwbouw en een wanhopige poging om toch nog wat ouds te bewaren zoals het pakhuis en de historische haven.

 

11e etappe
Hooksiel – Tössens 87 km

Dinsdag 8 oktober 2002
Droog met veel wind

Prachtige zonsopgang. Gauw foto´s maken van de historische haven en brood halen. We kunnen pas om 9.00 uur ontbijten. Jan heeft besloten gewoon de route te volgen en niet buiten om buitendijks naar Wilhelmshaven te rijden. Argument: er staan helemaal geen fietsbordjes die kant uit – en als het zou kunnen dan zouden ze er staan. Dat hebben we de afgelopen dagen wel gemerkt. Als we vastlopen zijn er bijna geen wegen terug. En we moeten vandaag toch een eind zien te komen als we vrijdag Hamburg willen halen. De beschreven route blijkt echter heel mooi te zijn. Door Wilhelmshaven en zijn voorsteden zijn het steeds groene routes, bij de voorsteden vooral door de open stukken, en in de stad door de parken. We komen bij de haven. Prachtig opgeknapt. Historische boten aan de kade (Segelkameradschaft “Störtebeker”), de historische Wilhelmbrücke uit 1903, een prachtige tocht langs het zogenaamde Zuidstrand en een stuk langs de buitenkant van de dijk. De Jadebusen – een grote inham van de Waddenzee in het land - ligt schitterend, heel rustig in de zon te blinken. Door de gunstige wind en het mooie weer en het prachtige zicht besluiten we de detouren langs de dorpen meer landinwaarts niet te doen, maar zo dicht mogelijk bij de dijk te blijven en te proberen zo ver mogelijk te komen. En dat lukt. Dit wordt de dag van de Jadebusen. Bij Dangast – een soort Bergen, de schildersgemeenschap “Die Brücke” ontstond hier – lunchen we vlakbij het sluizenwerk. Varel en Diekmannshausen slaan we over. We kijken nog wel naar het trilveen bij Senestadt.
Aan het laatste stuk dijk wordt gewerkt. De dijk wordt breder en hoger gemaakt. Aan het eind bekijken we dat.
Ook Eckwarden slaan we over. We rijden buitendijks met ondergaande zon in het gezicht naar de punt van Eckwarderhörne. Daar komt de veerboot net aan vanuit Wilhelmshaven. We zijn de hele Jadebusen rondgefietst. We rijden nog 6 kilometer door naar Tössens – ook weer zo´n badplaats, waar we een aardig pension-hotel vinden met een Störtebekermenu.

 

12e  etappe
Tössens – Sahlenburg 82 km

Woensdag 9 oktober 2002
Heel grijs weer. Tamelijk koud ± 10°C. Oostenwind. Maar geen regen.

 Om 8 uur ontbeten, inkopen gedaan in de supermarkt van Tössens en daarna gauw op weg. Via een fietspad langs de weg en na Ruhwarden een klein weggetje kwamen we alweer gauw aan de waddendijk. We zitten nu in de streek Butjadingen en langs het wad staan borden met Niedersäksischen Naturpark Wattenmeer.
Fedderwardersiel ligt ook weer een aan stroompje – het Fedderwardersiel Tief – met de inmiddels bekende sluizen naar de Waddenzee. Het kleine haventje met museum is drooggevallen door de eb. Volgens het boekje kan je buitendijks fietsen vanaf Burhave, maar dat is maar beperkt mogelijk. De eerste overgang geeft een tegelpad aan dat aan de buitenrand van de dijk loopt en gedeeltelijk onder water staat. Bij de tweede overgang kunnen we wel een stukje onder aan de dijk fietsen over het tegelpad, maar bij de volgende overgang eindigt het pad in het gras. Terug naar de weg aan de binnenkant van de dijk, met het bekende profiel. Links de waddendijk, smalle asfaltweg – soms met hekken afgezet – schapen en hier ook koeien, een sloot en daarachter weilanden en boerderijen die er nogal Nederlands uitzien. Soms zelfs met riet gedekt.
In Blexen stappen we op de veerboot over de Weser naar Bremerhaven. Een frequente veerverbinding. Bremerhaven heeft niet een indrukwekkende skyline.
Aangeraden wordt een stukje met de trein te gaan, omdat de route dwars door het havengebied Bremerhaven weer uitgaat. Maar de drukte valt erg mee. De bordjes in de stad ontbreken nogal eens en de beschrijving is niet helemaal precies.
De volgende “tip” is  met het autoverkeer mee te rijden – maar dan is het niet duidelijk waar je de tekst weer moet oppakken om verder te fietsen. Ook staat niet aangegeven dat de Heuss-Platz een voetgangersgebied is. Nou ja met behulp van de gedetailleerde kaart en tekst komen we uiteindelijk bij het Scheepvaartmuseum uit. De weg is afgezet omdat een boot overgebracht moet worden. Hij hangt in de takels op een grote vrachtauto. Er moet nu nodig iets gegeten worden, want het is al half twee. Maar alle banken zijn bezet en waar we nog kunnen zitten lopen zeker zes zwanen te blazen. We fietsen iets verder door tot vlak bij de oude vuurtoren. Ook hier ontbreken de bordjes nagenoeg allemaal. Maar op de beschrijving komen we nu toch aardig door het container deel van de haven en spoedig zitten we via Weddewarden – weer zo´n vertrouwd dorpje – aan de waddendijk. Van daaraf is het zo´n dertig kilometer langs de dijk. Kleine en iets grotere plaatsjes passerend. Boerendorpjes en badplaatsen zoals Dorumer Neufeld. Bij Berensch en Arensch dat ietsje meer landinwaarts ligt, komen we voor het eerst bossen tegen. Het Wernerwald bij Arensch is herfstig met verkleurde loofbomen, maar ook de geuren van naaldbomen. Een prachtige paar kilometers, een mooi slot van deze dag. In Sahlenburg vinden we een aardig hotel, gedreven door de kinderen van een voormalige visser.

 

13e etappe
Sahlenburg – Osten 67 km

Donderdag 10 oktober 2002.
Een schitterende dag. Heel scherp licht. De hele dag zon en stormachtige oostenwind.

Door de harde wind tegen gaan we vandaag niet zo snel en zijn daarom maar tot Osten gekomen.  Een beetje onduidelijk is het waarom de Noordzeeroute zo ver het land ingaat. Na Ottendorf gaat hij het land in tot Hamburg en dan langs de andere kant van de Elbe weer terug. Aardiger was geweest om met het veer van Cuxhaven naar Brunsbüttel te varen. Maar als we aan de haven staan, zien we dat het veer is opgeheven. Jammer.
We beginnen weer op de inmiddels vertrouwde manier aan de binnenkant van de dijk. Sahlenburg strand en Cuxhaven Duhnen zijn echte Duitse badplaatsen met flats en vertier. Duhnen heeft ook een modern winkelcentrum – waar we inkopen doen.
We doen de detour naar Kugelbake. Volgens het boekje een “Seefahrtszeichen an der Landspitze Cuxhavens und Wahrzeichen in Cuxhavener Wappen”. Maar het is eigenlijk een fort. Nu gedeeltelijk verdwenen achter de verhoogde dijk. Het fort moet nog gerestaureerd worden. Omdat we tot de punt zijn doorgereden, kunnen we aan de buitenkant van de dijk langs de Grimmershornbucht rijden. Het stormt – pal tegen en we gaan niet harder dan 8 kilometer per uur. Alles ligt prachtig scherp in de zon. Duitsland zit er niet mee, badplaats en havenplaats gaan in Cuxhaven makkelijk samen. Eerst de badplaats, waar de grote zeeschepen vlak langs de kust varen, en dan de havenplaats. Het stuk Cuxhaven uit over Graden is heel druk (later bij Altenbrucher haven blijkt dat je ook langs de waddendijk kan fietsen. Dat is wellicht aardiger). We rijden niet over Lüdingworth, maar maken de detour die over Altenbruch weer terug naar de dijk gaat. Volgens het boekje kan je buitendijks fietsen, en dat blijkt ook goed te gaan. Dus bij vuurtoren Dikke Bertha over de dijk heen en pas bij Ottendorfse sluizen er weer vanaf. Het is werkelijk schitterend, door het heldere weer. Je kunt ver kijken, de eilanden voor de kust, de overkant van de Elbe, Cuxhaven (als je terugkijkt) en Hamburg (als je vooruitkijkt). Het is jammer dat we er bij Ottendorf af moeten.
Ottendorf is een historisch plaatsje met aardige huizen. Het wordt hier echt Duits. Daarna wordt het snel een beetje heuvelachtig. Toch ook weer meer Duits dan Nederlands. We gaan het bos in. We missen een bordje en gaan op goed geluk en vast niet over de bedoelde paden dwars door het bos. Prachtig herfstig. We komen iets westelijker het bos uit dan bedoeld, en omdat dan ook nog het bord Weissenmoor verschijnt, waar we Ellenbruch verwachten, kost het wat moeite om te bepalen waar we precies zijn. Maar een behulpzame krantenjongen wijst ons de weg.
En verder gaat het weer tegen de wind in naar Hemmoor. Er staat nu 60 km op de teller. En we besluiten te kijken of het hotel in Osten – een klein plaatsje aan de gelijknamige rivier – plaats heeft. En dat heeft dit – als fietsvriendelijk aangegeven hotel. Een prachtige kamer met balkon en uitzicht op de rivier. Het hotel ligt in wat wij een beschermd gezicht zouden noemen, vlak naast een historisch zweefveer. En het is zo mooi bewaard gebleven, omdat later de grote nieuwe verkeersbrug en weg er omheen gelegd zijn.
Voor het eten lopen we nog wat op de dijk, nog te genieten van de ondergaande zon. De hemel kleurt in strepen rood.

 

14e etappe
Osten – Hamburg 82km.

Vrijdag 11 oktober 2003
Zonnig, aanvankelijk weinig oostenwind. Later meer.

Een deels mooie tocht langs rivierdijken en boomgaarden, en deels langs drukke wegen. Het stuk vanuit Osten langs de Oste begon mooi. Een kronkelweggetje langs de dijk, eerst Osten uit, daarna door het boerenland.
Maar bij Grossenwörden loopt het fietspad langs de grote weg – ruim 10 kilometer – tot Himmelpjorden. Na Himmelpjorden, waar we brood kopen, gaat het weer met een kleine weg over Mittelsdorf naar Haddorf. De route loopt dan wel aardig Stade binnen, langs de spoorbaan, langs een stukje weiland, ongemerkt sta je ineens voor het station. We gaan even de Altstadt bekijken. Blik van herkenning. We waren hier al met de Hanzefietstocht. Maar we gaan weer snel op pad, want de wind is sterker geworden en we moeten toch nog een aantal kilometers naar Hamburg. Eerst volgt een mooie rustige weg door de boomgaarden van het “Alte land” tot de L215 richting Mittelnkirchen. Maar daarna is het tot Königreich langs de weg, die druk is met vrachtwagens vanwege de oogst van het fruit. We zien ook veel kraampjes met fruit langs de weg.
Bij Finkenwerder ligt de veerboot al klaar om ons naar Hamburg te brengen. We zoeken daar  fietsvriendelijke hotel Schanzenstern in de Bartelsstraat. Jan is niet enthousiast als hij jonge Duitsers met kratten bier naar binnen ziet gaan, maar het blijkt vol te zijn en ze verwijzen ons naar hun dependance in Hamburg west. Dat is veel rustiger. Met een kamer met gemeenschappelijke douche (tussen twee kamers in). Een soort Weeva-achtige ambiance.

 

Reisdag naar Hengelo

Donderdag 17 april

Om 10 uur ´s avonds op het drukke terras van hotel Stravinsky in het centrum van Hengelo. De vakantie is begonnen. De dag was druk en hektisch. We hebben vandaag nog gewoon gewerkt en zijn vanaf 7.00 uur aan één stuk door in touw geweest.  Even terug naar huis (Rotterdam) en daarna  bepakt en bezakt terug  reizen over Utrecht naar Hengelo. Het is voor de tijd van het jaar onwaarschijnlijk warm.

 

15e etappe
Hengelo - Hamburg – Uetersen 45 km

Vrijdag 18 april 2003.
Zonnig

Hengelo is heel stil in de morgen. De veegwagens van wijkbeheer ruimen de rommel van gisteravond op. De trein gaat om 9.00 uur, maar is iets verlaat. We hebben een overstap in Osnabrück, maar omdat die trein ook vertraagd is levert dat geen problemen op. We hebben kaarten tot Hamburg Hauptbahnhof, maar stappen twee haltes later uit bij Hamburg Altona, dan hoeven we niet de hele stad door te fietsen. Vanaf Altona was het even zoeken, het is dan ongeveer half twee, voor we de oever van de Elbe gevonden hadden. Maar daar aangekomen verzeilen we in een kilometerslange pantoffelparade, van wandelaars, fietsers en skaters. Iedereen heeft op deze vrije Goede vrijdag de zon en de wind opgezocht. De Elbe wordt druk bevaren met containerboten, visserbootjes, taxi´s etc. Aan scheiding van voetgangers en fietsers doen de Duitsers niet, dus we vorderen langzaam. Voor Webel is er langs de Elbe een natuurgebied – Innenelbe. We blijven langs de Elbe, langs een fabriekje, dwars door een woonwijk en weer langs de Elbe. We zien weinig van het natuurgebied, omdat er een dijk tussen ligt. Bij Hetlingen gaan we meer het land in. Een land met weiden en boomgaarden. We nemen het alternatief naar Haselau, fotograferen daar de Holzkirche, passeren een prachtige ijzeren brug over de Pinnau en besluiten dat het voor vandaag genoeg is. We slaan af naar Uetersen en vinden daar “Hotel im Rosarium”, in een stadspark met een rosarium gelegen. De fietsen mogen achter slot en grendel. Een kamer is zeker voorhanden en op het menu staan spargels.

 

16e etappe
Uetersen – Brunsbüttel 86 km.

Zaterdag 19 april 2003.
grijs, koud, droog.

´s Ochtends vroeg bleek het weer niet zo slecht als voorspeld. Het was grijs, tamelijk koud, maar droog. En dat zou de hele dag zo blijven. Drie regendruppels niet meegeteld. De wind stond pal oost, maar omdat we nog steeds ongeveer langs de Elbe rijden richting Waddenzee, - en dat is voornamelijk oost -, hebben we hem meestal achter. Niet als we richting Elmshorn gaan. De historische veerboot Kronsnest, die dit stuk afsnijdt, vaart nog niet zo vroeg in het jaar. We passeren Seester met de St.Johanneskirche uit ca. 1500 met mooie houten klokkenstoel, de grafsteen uit 1598 heb ik niet kunnen ontdekken op het kerkhofje. Langs de Krückau met de wind pal tegen gaat het dan verder naar Elmshorn. Elmshorn is overladen met mensen die paasinkopen doen. De kerk met een beroemd Arp Schnittger orgel staat in een zeer lelijke omgeving, veel historische huizen zijn afgebroken en veel nieuwbouw daarvoor in de plaats. Het Rathaus blijkt een nieuw kantoorgebouw van dertien in een dozijn. Een fietspad langs de provinciale weg met de wind pal achter ons blaast ons naar Altendeich. Dan weer zuidelijk naar de “nieuwe” dijk, om een stukje delta heen. Bij Kuhle gaan we buitendijks, schitterend pad, een beetje zand, en grote schepen en kleine vissersboten varen voorbij. Mensen wandelen en fietsen hier. Volgens de beschrijving moeten we weer binnendijks, maar de bordjes en wij ook blijven lekker buitendijks tot vlak bij Glückstadt. Glückstadt is zijn naam wel waard, een gaf bewaard stadsgezichtje, met een mooie markt. Omdat het bruggetje over de Binnenhaven gerepareerd wordt, rijden we om de Binnenhaven heen, bewonderen de Fleth (een soort grachtje) en de huizen “Am Hafen”. Ook na Glückstadt blijven we de Elbedijk volgen. Soms binnendijks, maar als het kan buitendijks. We passeren de kerncentrale bij Brokdorf en ook die bij Brunsbüttel. Bij de laatste trouwens nog meer industrie (Bayer, SAVA). Je verwacht een industriestad, na de overtocht over het Nord-Ost Kanal, maar de markt en het kerkje heeft meer weg van de Brink van Renesse. Zeer dorps. Hotel “Zur Traube” ontvangt ons vriendelijk.

 

17e etappe
Brunsbüttel – Tönning 95 km.

Zondag 20 april 2003.
goed weer

We kiezen voor de kustweg en niet voor de officiële route door het binnenland over St. Michaelisdonn en Meldorf. Het laatste stuk langs de Elbe. We fietsen een deel buitendijks en daarna binnendijks. Bij Neufeld wordt gewerkt aan de dijk. We negeren het bord met Baustelle en fietsen gewoon door. Kilometers verder blijkt deze weg dood te lopen op een andere binnendijk. We moeten een stukje terug, maar kunnen dan vlot verder naar het Zeehondencentrum in Friedrichskoog. Dat blijkt een grote kermis te zijn. Dus gauw verder. Het militair gebied wordt niet gebruikt. We kunnen langs de dijk blijven fietsen. Langs twee prachtige natuurgebieden en het zeer drukke Busum komen we bij het Eidersperrwerk. Een aantal sluizen waar we overheen moeten met de fiets en over een enge trap aan de andere kant weer naar beneden. Via een kortere, zeer drukke weg bereiken we Tönning.

 

18e etappe
Tönning – Husum 84 km.

Maandag 21 april 2003.
Prachtig weer, harde oostenwind.

Die harde wind hebben we de eerste kilometers naar St. Peter-Ording mee (ongeveer 30 km). De weg over de dijk langs de Eider, waar Tönning aanligt, is rustig en mooi. We hebben besloten niet de officiële route langs over Garding te volgen, maar de route langs de kust te fietsen. We volgen de waddendijk, na het zeer drukke St. Peter-Ording achter ons gelaten te hebben. Je kon daar over de hoofden lopen. Bij St. Peter ligt echt strand, en is dus een echte badplaats. Daarna wordt het al gauw veel rustiger. Vele stadia van landwinning zien we. Volop plek voor foeragerende ganzen, met een mooi zicht op de vuurtoren van Westerhever. Daarna gaan we alleen maar oost. De oostenwind is straf. We vorderen met 8 à 12 km per uur. Waar we kunnen, fietsen we buitendijks. Bij Norderheverkoog komen we twee Duitse vrouwen tegen, die in St. Pieter gestart zijn, en op weg naar Husum. Of ze het gehaald hebben, weten we niet. Ze vorderen tamelijk langzaam.
Op de weg naar Uelvesbüll pauzeren we met sinaasappel, appel en crackers, maar de dames halen ons niet in. Uelvesbüll is met zijn kerkje allang zichtbaar. En daarna rijden we langs het rustige Porrendeich. Een aantal huizen langs een binnendijk. Husum komen we van een lelijke kant binnen. Grote fabrieken met windmolens daarvoor, niks geen oude kerktoren of toren van het slot. We vinden een hotel aan de haven. “Hotel Grauen Stadt am Meer”

 

19e etappe
Husum – Dagebüll 67 km

Dinsdag 22 april 2003.
stevige oostenwind

Deze tocht gaat voornamelijk buitendijks, met een grote omweg over Nordstrand. Deels oostenwind (nog steeds stevig) achter en deels tegen. Ook weer zon en hoge temperatuur voor de tijd van het jaar. Süderhafen is zo´n lief dorpje, met haventje en molen. Het stuk naar Mitteldeich heeft een hoog Hollands gehalte met de dijkwoningen.
Hamburger Hallig – een schiereiland buitendijks – heeft een weg naar de punt. Soms kunnen we niet onderscheiden of de bebouwing bij het land hoort of bij een waddeneiland. Er liggen er heel wat hier. Soms met maar één huis, zoals Habel.
Als we weer binnendijks komen, zitten we in Dagebüll.  Het is er zeer rustig, lijkt op Lauwersoog, met een haventje met veerboten en een hotel met uitzicht daarop. We reserveren een kamer, een tafeltje voor het eten aan het raam, en zetten ons op het terras, voor de broodnodige rust. Een brief aan mijn vriendin Marianne, en zicht op alle boten, die af en aan varen en de trein die ook om de twee uur heen en weer rijdt. De treinen rangeren daar om weer terug te gaan.

 

20e etappe
Dagebüll – Emmerlev Klev (Denemarken) 60 km

Woensdag 23 april 2003.
zonnig, noordoostenwind.

Dagebüll verlaten we met enige weemoed. Zo´n schone plaats en zo´n aardig hotel. Na het verplichte bezoek aan de Spar, waar ze helaas geen postzegels hebben, heb ik al na 4 km een lekke band. Een punaise er dwars doorheen. Jan probeert nog te plakken, maar zet uiteindelijk een nieuwe binnenband erin. Maar het kan erger, nog steeds zonnig, wind nu uit het noordoosten. Een half uur later fietsen we weer richting Niebüll, door de zo bekende weilanden met dijkjes De NSCR bordjes hangen her en der, maar vaak in de verkeerde richting. In Niebüll gaan we dwars door het centrum. Er zijn twee musea, maar we hebben ons doel gesteld op Emil Nolde museum in Seebüll. Dus we fietsen door. Even pauzeren we op het pleintje bij het Rathaus voor koffie met een verse wafel. De bebouwing rond het pleintje heeft niet veel historisch meer, en apotheek uit het begin van de 19e eeuw, maar verder is alles nieuw. Verder richting Seebüll. Nog door een moerassig gebied Gotteskoog. We moeten stoppen voor de trein naar Sylt, waar auto´s en vrachtauto´s op staan met de bestuurder er nog in. Een merkwaardig gezicht, vooral omdat de auto´s achterstevoren staan. Het Emil Noldemuseum is vrij klein, met wel een aardig overzicht van schilderijen en aquarellen. Vooral het leven van Christus op de benedenverdieping vind ik indrukwekkend.
Het is even over twee, als we weer buiten staan. We besluiten niet te blijven, zoals we aanvankelijk van plan waren, - het is allemaal erg verantwoord – maar door te fietsen naar Denemarken.
Vanaf Rudbøl – met een mooi meer – gaat het over de uitstekend bewegwijzerde route 1 door naar Høyer. Ook stukjes grindweg zijn nu onderdeel van de route. Høyer is een tamelijk armoedig uitziend dorp, bij de VVV, die tot 15.00 uur open is, lezen we dat er een strandhotel in Emmerlev Klev is. Dat lijkt ons wel wat, na onze ervaring in Dagebüll. Dat hotel is echter van een heel andere orde. Achter het hotel zijn kamers, grenzend aan de tuin, die wat goedkoper zijn. Het ziet er nogal oosteuropees uit. Maar alles doet het en is schoon. En de fietsen kunnen voor de deur staan.