logo-fietssite

68e etappe
Berwick – Alnmouth 82 kmberwick bord intro link naar fotoalbum

Dinsdag 22 juli 2003.
Regen, later droog, eind van de middag zonnig. Westenwind, meestal tegen. Redelijke temperaturen 18°C-20°C.

We nemen de alternatieve route, dus niet over de kliffen met de modderpoel en de stier. Het heeft vannacht fiks geregend. Dus de modderpoel zal wel goed gevuld zijn. De alternatieve route, een klein stukje over de A1167 en heel snel er weer af richting kustpad. Hoewel het routeprofiel op de kaart weinig stijgen en dalen laat zien, zitten er vandaag veel kleine klimmetjes in van meer dan 10%. Langs de kust zien we soms steile witte kliffen. Ook hebben we een mooi zicht op Holy Island, ook met een ruïne op de kop.
Bamburgh blijkt een toeristische attractie te zijn, met veel mensen en een groot kasteel. Tegen drieën zijn we bij de camping van Craster. Het is inmiddels zonnig geworden en we rijden nog een stukje verder naar Alnmouth. Dat ligt prachtig met aan de ene kant de zee, en aan de andere kant de rivier. In 1730 was hier een bloeiende haven, nu totaal verzandt. We vinden een aardig hotelletje. The Schooner. Hollandse scheepsvaarttermen kom je in alle talen tegen.
Langzamerhand wil ik wel naar huis. Vanochtend hield ook het brandertje ermee op. Ontbijten zonder koffie kan wel, maar het wordt wel armoedig. Ik begin nu ook plannen voor thuis te maken en heb minder oog voor wat we tegenkomen. Jan heeft daar minder last van.

 

69e etappe
Alnmouth – Newcastle 77 km.

Woensdag 23 juli 2003.
Droog, bewolkt, later zonnig. ZW wind, soms krachtig. 18° - 20°C.

Laatste dag. Vroeg weg (8.15 uur). We proberen vanmiddag de boot te halen in Newcastle. We nemen de veilige landroute, hoewel er nieuwe bordjes staan met Coastal Route to Warkworth. Dat suggereert dat de route goed te fietsen is en niet “rough en steep in places”, zoals op de kaart staat.
Ook Warkworth heeft een kasteelruïne, maar er staat nog heel wat overeind. De route gaat verder naar Amble, ook al met een ruïne. De bordjes houden even op, maar hier moeten we vlak langs de kust, dus dat is niet moeilijk te vinden. Ook hier staat dat de route soms “rough” is en “you may have to push your bike”. Maar geen van beide kwalificaties kloppen. Het pad is goed. De kust van Northumberland heeft hier duinen. Dus we eindigen waar we begonnen in Denemarken. Duinen langs de Noordzee. Vlak achter de duinen ligt akkerland. En zoals de BBC gisteren in het streeknieuws vertelde, de zomer is tot nu toe zo warm en droog geweest dat het graan nu al geoogst kan worden. En dat zien we ook.
Bij Lynemouth moeten we langs en groot industrieterrein van Alcan Europe. Iets met steenkool. En daarna gaat het langs de A189 over een apart fietspad. Dat is nu niet zo vervelend, want het rijdt snel aan.
We bereiken Blyth. De routemakers hebben hier wel een merkwaardige tocht verzonnen om door het stadje heen gekomen. Je ziet niets speciaals, alleen onduidelijke nieuwbouwwijken. Op een eenzame bank in een groot park eten we een broodje. Zouden we de boot halen?
De route gat langs de kust verder. Het is hier erg stedelijk. Whitley, Cullercoats, Tynemouth, typische badplaatsjes. Met de badgasten aan hun strandjes. We hebben er niet zoveel oog voor. De bordjes zijn hier niet meer te vinden. In Tynemouth, ook alweer een kasteelruïne, worden we aangesproken door een dame, als we op onze kaart staan te kijken. Als we zeggen dat we naar de ferry naar Holland willen, stuurt ze ons terug naar de hoofdweg. We laten de onvindbare fietsroute voor wat hij is. Zetten de helmen op en karren over de A187 naar de ferry. (Die trouwens slecht staat aangegeven, alleen borden met auto´s in een boot). Ook op de terminal is het zoeken naar het kantoor van DFDS Seaways.  Maar er is nog een hut met een raam naar buiten vrij voor ons, dus we kunnen mee.

We hebben het gehaald, bijna 3300 km op de teller.

 

70e etappe
IJmuiden – Newcastle – Crimton House Farm (nabij West View) 15 km + 68 km.

28 mei / 29 mei 2004
12-15º C, weinig spetters, zwakke ZO wind.

Te midden van vele motorrijders (Duitse, Engelse en Nederlandse) en een paar fietsers varen we over. Een gladde zee. We hebben weer een hut met een raampje naar buiten.  Ik lig in het bovenste bed en kijk zo uit het raampje op de zee. Omdat ik een paar keer wakker ben, zie ik de Noordzee op verschillende uren van de avond, nacht en ochtend.
´s Ochtends staan we op het dek gestaan als we de haven van NewCastle invaren.  En daarbij kijken we meteen gekeken waar het veer van North Shields naar South Shields gaat. Vorige zomer hebben we het laatste deel van de route niet kunnen vinden en zijn we vanuit Tynemouth over de A187 naar de boot gereden. Nu zien we de aanlegsteiger – brandnieuw – liggen en ook het pad ernaartoe.
Om 9.00 uur plaatselijke tijd zijn we aan. Het is niet moeilijk de route op te pikken. Een prachtig aangelegd fietspad door een gedeeltelijk opgeknapt havengebied – bij al die oude havensteden speelt dezelfde problematiek van sluiting van bedrijven – brengt ons naar de veerboot. Enkel een trapje (foto) was even lastig. We moeten wel 20 minuten wachten, het veer gaat om het halve uur. Om kwart over tien begint de fietstocht dan echt.
Een lang fietspad langs de A183, met twee kleine omweggetjes echt langs de Noordzee, brengt ons naar Sunderland, een oude kolenhaven aan de monding van de Wear. Het is een grote stad. We passeren het National Glass Centre, en via een nieuw fietspad langs de Wear komen we aan de brug (even fel klimmen) over de Wear. Gelukkig dat er een detailkaart van Sunderland is, want veel bordjes zijn verdwenen. Dwars door het centrum (Highstreet), langs de overal opduikende Jesuspredikers, door een groene lob in de stad (golfclub), bereiken we Ryhope. Al met al schieten we niet hard op. Daarna komt een stuk “traffic free” over een niet meer in gebruik zijnde spoorlijn. Het is jammer van de hekjes   /\ . Mijn fiets is zo laag, dat ik er recht doorheen kan, maar Jan moet zich er schuin doorheen wringen.  Het tweede stuk van de spoorlijne hebben we ook gevolgd. Dus we zijn niet over Seaham gegaan. In South Hetton nemen we een afslag te vroeg. Dat blijkt een paardenpad en we komen op de B1280 uit boven Haswell i.p.v. in Haswell. De route is echter weer snel gevonden. En weer gaat het over een verlaten spoorlijn. Het is nog zo vroeg in het jaar, dat de bermen prachtig in bloei staan met brem, meidoorn, fluitekruid etc. Deze fietsroutes worden echt gebruikt. We komen ook een grote wandelclub tegen en met name veel mensen die de hond uitlaten. Ter hoogte van Peterlee moeten we kiezen of we meer door het binnenland de nieuwe weg naar Stocton nemen, of langs de kust blijven. Het lijkt ons beter (in verband met de tijd) te koersen op Hartepool, dus aan de kust te blijven. Even ten noorden daarvan vinden we een boerderijcamping Crimdon Farm House. Zonder douche, maar met toilet en waterkraan. Mr.en mrs. Collingham zijn net terug uit Canada. We mogen op een apart veldje staan, achter een eigen hek. Geen uitzicht op de Noordzee, maar wel lekker beschut. Ze regelen ook nog een tafeltje voor ons in een eenvoudig restaurantje in de buurt.
´s Avonds nog even gelopen naar het strandje. De Noordzee is nog net zo glad als gisteren. Als je op een bepaalde manier kijkt, is het net Nederland. Alleen de zon staat aan de verkeerde kant.

 

71e etappe
Crimdon House Farm – Osmotherley  75 km.

Zondag 30 mei 2004. (Pinksteren)
´s ochtends zonnig en warm ± 18º , ´s middags koeler en bewolkt, beetje spetters, ´s avonds een fikse bui, weinig wind.

Omstreeks half negen vertrokken. Langs de historische haven van Hartepool. Hartepool, aan de noordelijke oever van de monding van de Tees, was één van de grootste havens van Engeland. Nu zijn alle scheepswerven gesloten. Dat levert veel haventerreinen op waar iets mee moet gebeuren. Eén haven is teruggerestaureerd tot een 18e eeuwse kade. Met een oorlogsschip, de Trincomale uit 1817. Maar het is nog niet open. Alleen vanuit de overkant kan je er iets van zien. Langs Hartepool Bay is veel activiteit op het gebied van woningbouw en aanleg wandelpromenades. Die laatste loopt deels langs een stuk waar een oerbos heeft gelegen voor de laatste ijstijd. Het is eb en op het strand ziet het zwart van de peat. Twee mannen zijn dat aan het opscheppen en op een vrachtwagen laden. In de verte is zware industrie te zien aan de andere kant van de Tees. Via Seaton Carew, een klein badplaatsje à la IJmuiden, onder de rook van de industrie, gaat de route door de buitenwijken van Hartepool. Je moet goed de kaart lezen, erop bedacht zijn, dat grappenmakers de bordjes een slag keren, maar de meeste staan op hun plaats. Een klein natuurgebiedje tussen Hartepool en Billingham brengt even een onderbreking, maar daarna gaat het verder door Billingham, langs de A1027 en A19. Goed opletten, want bij de laatste rotonde wijzen de bordjes ook alle kanten op Het beste is het links te blijven rijden en linksom de rotonde te nemen. Om de gevangenis heen, over een oude weg, waar provisorisch wandel en fietsstrepen zijn gezet, rijden we zo de camping aan de Tees voorbij.
Het is pas 12 uur, dus we besluiten door te rijden naar Swainby. Bij de Teessluizen is een aparte fietsbrug neergelegd.  Langs de andere kant van de Tees gaat het pad verder. Het alternatieve pad langs het spoor is gereed. Dus langs de achterkant van de stad – lege straten met garages en andere kleine bedrijfjes – komen we de stad Middlesbrough binnen. Einde van de Tree Rivers Cycle Route. Begin van de White Rose Route naar Hull.
Een lastige route de stad uit door armoedige wijken. Waarom zijn dat soort wijken nou overal zo vervuild? Veel zwerfvuil op straat. Hangt armoede dan toch samen met vervuiling? Het stedelijk stuk bij Brookfield is iets beter. Maar na Maltby begint de countryside pas en dan hebben we al aardig wat kilometers gereden. Het landschap wordt ook heuveachtiger. In de verte zien we de North York Moors liggen. Typisch Engelse plaatsjes als Rudby en Swainby. We kunnen de camping in Swainby niet vinden, een voorbijganger vertelt dat hij opgeheven is. Maar later zien we hem wel liggen aan de andere kant van het riviertje. We hadden toen al besloten om door te fietsen naar Osmotherley (3,5 mijl verderop). Dat zijn echter wel een paar steile klimmen, één van 17º en één van zelfs 20º. Dus lopende de moors op. Bij het Cod Beck Reservoir is het een drukte van belang. (Het is vandaag Pinksteren) en op de camping (Cote Gyll C&C park) is het vol. Maar voor twee fietsers willen ze toch nog even het veld over lopen, en zowaar op het tentenveld is gewoon nog een echte plek vrij.

 

72e etappe
Osmotherley – Easingwold 57 km

31 mei 2004 maandag.
Warm zonnig weer 22-25º C, geen wind.

Om 9.00 uur weg. Terug naar het Cod Beck Reservoir. Bij de ingang begint een luidspreker een boodschap te vertellen “Niet zwemmen, niet kamperen, geen rommel maken, enz. “ Fietsen door het hek getild, en een scherpe daling over een grindpad naar beneden. Naar boven gaat moeilijk, dus het duurt even voordat we Osmotherley Moor bereiken. Prachtig leeg veengebied, donkerbruin gekleurd. Later zien we ook paarse hei. We besluiten de low level route te doen, en niet de high level route dwars over de Moor. De low level route loopt over de flanken van de Moor – en is trouwens best bultig – en gaat door typisch Engelse dorpjes. Een paar bultjes zijn erg steil  (> 15º). In  het zeer door toeristen bezochte Kilburn de Mouseman Visitor Centre bezocht. Een door de National Trust beheerde winkel met koffieshop en prachtige tuin – mooi wild met veel bloeiende bloemen. Besloten om de abdij van Byland links te laten liggen en niet de omweg te maken. De weg naar Easingwold gaat goed. Easingwold is een mooi plaatsje, met een oude markthal op een pleintje, een hotel en twee pubs. Bij de Tourist Information vragen waar de campings zijn, is niet zo´n goed idee. Twee oude dames zoeken vergeefs in hun accomodatielijst. Uiteindelijk zegt de ene, dat het naar haar idee “left, left,” is. En zowaar na een halve mijl zien we een campingbord. Maar dat leidt naar een camping ten zuidwesten van Easingwold, die alleen nog maar aan vaste klanten verhuurt. Een campinggast komt na enig nadenken op een “farmcamping” noordoostelijk van Easingwold. Dus terug naar het stadje en de andere kant op. En inderdaad een witte boerderij met een veldje erachter. Douches en toiletten, wat wil je nog meer.

 

73e etappe
Easingwold – York 38 km
Dinsdag 1 juni 2004
Geen wind. ´s ochtends droog, ´s middags een enorme bui, ´s avonds klein zonnetje. ± 15º C

Een klein stukje vandaag, om ´s middags tijd te hebben voor York.  Om 9.00 uur vertrokken van onze boerderijcamping. De route is prachtig uitgezet over rustige heel vlakke kleine landweggetjes, soms zelfs stukken onverhard. De bermen blijven prachtig bloeiend, vandaag ook paarse en blauwe smeerwortel gezien, manshoog. Bij Skipton is een restaurant gevestigd in twee treinwagons, maar we zijn te vroeg voor de lunch.
Om 12.00 uur rijden we de stadscamping van York op. “Site full”. Maar dat is alleen voor de caravans. Er is een apart tentenveldje en daar staat maar één boogtentje.
Na een uurtje het stadje ingelopen. Genoten van een act op straat met twee toneelspelers (jongleurs) met éénwielsfietsen en fakkels. Ze hadden er lol in en een goed contact met het publiek. Kleine jongetjes mogen de fakkels gooien. Daarna uitgebreid de York Minster bekeken. Een combinatieticket gekocht, waarmee je ook de crypte mag bezoeken. Boven en onder de grond veel te zien. Onder de grond resten van een Romeinse Basilica, Noorse kerk en Middeleeuwse Minster. Boven de grond veel middeleeuwse ramen. We werden aangesproken door een Engelse geestelijke.
Als we naar buiten willen, regent het net heel hard. We zijn gebleven en hebben de Evening Song meegemaakt. Mooie jongensstemmen.

 

74e etappe
York – Barton upon Humber 95 km.

Woensdag 2 juni 2004
Zonnig, eerst windstil, later zwakke wind tegen.

Jan jarig. Ik had een metertje meegenomen met daarop een thermometer, barometer, hoogtemeter en windmeter. Het valt zeer in de smaak.
8.45 uur weg van de camping. We volgen de route over Laxton, ofwel de Trans Pennine Trail nr. 65. (De route over Market Weighton komt namelijk midden in Hull uit, en wij willen over de Humberbridge, die meer naar het oosten ligt). Vanuit York eerst een stukje langs de rivier de Ouse, daarna een stuk over een verlaten spoorweg, die aan het eind de Ouse weer nadert. Verlaten spoorwegen zijn altijd goed te fietsen. Ook weer prachtige bermen.  Selby ligt aan de andere kant van de Ouse, even van de route af. Een door auto´s verstopte smalle brug brengt ons in het stadje. Een enorme kerk met vandaag een speciaal boerenmarktje ervoor. We kopen er speciaal brood en bijzondere kaasjes.
De snelwegen zijn in dit gebied niet te missen. Nabij Hemingbrough ga je er pal langs en dat gebeurt verderop ook nog een paar keer. Even voorbij Hemingbrough is er een echt fietspad langs de Ouse. De toegang lijkt op een wandelpad. Onderweg komen we ook nog een sluisje tegen met een tweezitsbank. Het ziet er hier erg Hollands uit.
Bij Howden rijden we tussen twee snelwegen door. Over de A614 en vervolgens ook nog over de M62. En dan heb ik het nog niet over de spoorlijn even verderop bij Laxton, waar de bomen permanent naar beneden zijn. Als je op de bel drukt, doet de bewaker ze naar boven. Maar we moeten wachten, want er komt een trein aan. Leeg, op de conducteur na.
En verder maar weer langs de Ouse, die hier steeds breder wordt. Veel landbouw hier, graan, mosterdzaad en koolzaad. We zien ook een vos.
Langs weer een gravel fietspad komen we aan een oud sluisje. (Weighton Lock). We worden op de foto gezet door een wandelend echtpaar, dat ons later met de auto inhaalt. Vanaf het sluisje hebben we een mooi zicht op de Ouse. Veel ganzen en ook een reiger. Het is eb, waardoor de slikkerige en slipperige waterkanten goed te zien zijn.
Na het sluisje gaat het weer landinwaarts, richting Hull. Voor de routemakers is het lastig hier een goed pad uit te zetten. We gaan maar liefst drie keer de A63 over binnen 2,5 mijl. Over de flanken van de Wolds klimmen we omhoog. Volgens de site van Sustrans is er een nieuwe route open vanaf Swanland naar de Ouse en dan langs de Ouse naar de Humberbridge. Voor Swansland is de route zeer druk, een fietspad langs een drukke autoweg, dan oversteken tussen aanstormende auto´s en de routebordjes zijn niet aangepast aan de nieuwe situatie. Dus voor we er erg in hadden zitten we al te ver. Dan maar de routebordjes volgen. Die trouwens een andere weg wijzen, dan op de kaart staat aangegeven. Niet over Hessle, maar over Kirk Ella en Anlaby, Daar aangekomen, besluiten we iets anders te gaan doen, omdat we anders bij de terminal van de boot naar Rotterdam  uitkomen en we willen nog niet naar huis, maar over de oostelijker gelegen Humberbridge naar Barton. Dus eerst weer oostelijker naar Hessle en daar aangekomen worden we verder geholpen door een behulpzame dame die uit haar winkel naar ons toestapt  met het bekende “Are you lost”. Daarna hebben we de brug gauw gevonden. Een prachtig uitzicht over de Humber.
Aan de andere, duidelijk armere kant, zit een camping. “Only for Adults”. ´s-Avonds nog een wandelingetje gemaakt om het uitkijkpunt te bekijken. Een groot infrastructureel werk is door de gemeente uitgevoerd. Een grote wandelpromenade langs de kade met hekken, bankjes, speelweide etc. Maar de ruimte ertussen voor woningen en kantoren is nog leeg. De projectontwikkelaars willen hier kennelijk nog niet komen.

 

75e etappe
Barton – Market Rasen 59 km.

Donderdag 3 juni 2004
Regenachtig, eerst een enorme bui, later droger, maar bewolkt en spetterig. Tegen de avond, de tent stond net, weer een enorme bui. 13° - 16°C, soms matige westenwind (tegen dus).

Om vier in de ochtend wezen plassen. Prachtige dageraad met roze slierten lucht. Je zou denken dat dat een mooie dag belooft, maar dat blijkt niet zo te zijn.
De aardige camping van Silver Birches Tourist Park – waar we een heel veld voor onszelf alleen hebben – vroeg verlaten.
Barton, voor Hull gesticht, was eens de belangrijkste haven van de Humber, maar daar is nu weinig van over. Barton heeft nog wel twee grote oude kerken vlak bij elkaar, de St. Peter en de St. Mary. We klimmen in de regen naar boven de Wolds in. Het gaat geleidelijk van 0 naar 90 meter. Maar je hebt dan wel een aardig uitzicht. Het blijft regenen. Langs Hendale Wood loopt het pad 3 mijl over gras. Het is goed te fietsen en heerlijk rustig. De Wolds hebben hier voornamelijk weiland met schapen en koeien, en ook bossen. Het is met al die regen echt frisgroen.
We zakken naar Great Limber en fietsen tegen een pub aan. Daar gauw naar binnen voor een warme kop koffie. Aardig opgewarmd fietsen we verder naar Swallow. De regen is opgehouden, en bij de oude kerk van Swallow staat hoog op het grasveld een bank. Ik heb net een boterham gemaakt van het boerenbrood en de geitenkaas van de “farmers market”  uit Selby, als een man naar ons toeloopt met een blad met twee dampende koppen koffie. “You choose the wrong day”.  Hij woont aan de overkant van de kerk en heeft ons zien zitten.
Vanaf Beelsby gaat het weer omhoog. Dwars door de Wolds, nu in westelijke richting.  Rustig aan stijgen we naar 160 m. En dan gaat het steil naar beneden naar Walesby. Vlak voor Market Rasen ligt midden in het bos een kleine camping Walesby Woodlands Caravan Park. Het is pas half vier. Er is een wasmachine en een droger. Dus tijd en gelegenheid om de kleren te wassen. Bij het opzetten van de tent breekt Jan een boogstok. Met behulp van sporttape en een extra buisje wordt een noodplak aangelegd.
SMS van Martijn. De eerst klant voor Inone is binnen!

 

76e etappe
Market Rasen – Woodhall Spa 68 km.

Donderdag 4 juni 2004
Eerst zeer grijs, droog, begin van de middag spetters. Eind van de middag zonnig. 15°C, matige noordwesten wind.

Het is nog even puzzelen hoe de gebroken boogstok, die nu niet meer klein kan worden opgevouwen, te vervoeren. Uiteindelijk hebben we hem in de zak met de stoeltjes gestoken, en het restant dat er dan nog uitsteekt met een spanbandje aan mijn stang van de fiets vastgebonden. Hopelijk houden ze het tot het eind van de vakantie.
Via kleine weggetjes, nagenoeg vlak, waarbij de spoorlijn van Market Rasen naar Lincoln vijf keer wordt overgestoken, zonder dat we een trein zagen, door groene weiden en nog groene korenvelden en mosterdzaadvelden en soms ook stukjes bos, bereiken we Nettleham. De wind is matig en uit noordwestelijke richting. We hebben hem tegen, want we rijden in zuidoostelijke richting. Na Nettleham is er een echt gevaarlijk punt om de A46 over te steken. Op de kaart staat dat keurig aangegeven “Currently no easy access “. Maar meestal valt het nogal mee. Nou niet in dit geval. De route loopt eerst noordelijk om Lincoln heen, met nog een aardig grindpad tussen hoge bomen. Ook al is het heel grijs, en een beetje nevelig, toch is de kathedraal van Lincoln al van uit de verte te zien.
Lincoln is een historisch stadje, in de middeleeuwen een belangrijke stad. Dat is nog te zien aan  een groot kasteel gebouwd door Willem de Veroveraar, en een enorme kathedraal, waar één van de vier overgeleverde magna charta’s (een charter uit 1215, waarin de macht van de koning beperkt werd) bewaard wordt.  Er is een bewaakte parkeerplaats met zowaar ook een ruimte voor een paar fietsen. Dus na het stallen van de fietsen onder het wakend oog van de parkeerwachter, zijn we de kathedraal ingegaan. Een rondgang gemaakt met als bijzonderheden: De Dean´s Eye, - een enorme roset van een raam, dat momenteel gerestaureerd wordt en op de grond ligt uitgestald. Het middeleeuwse glas is eruit gehaald. Latere loodtoevoegingen worden verwijderd. Alles wordt schoongemaakt en gerepareerd en er dan weer ingezet. Een restauratie van vijf jaren. Engelse kathedralen hebben een Chapterhouse (kapittelhuis, waar de kanunniken van de kathedraal vergaderen). Deze heeft in tegenstelling tot de kathedraal in York wel een pilaar in het midden om het dak te stutten.
Bijzonder aan deze kathedraal is de tentoongestelde moderne religieuse kunst. Een “wood” statie, maar ook een moderne Jesus (The blue Jezus) van Jill Sim en “Sorry, sorry Serajevo” van Leith Hills. Het laatste beeld grijpt mij aan. Het zal wel komen door de traumatische Nederlandse ervaring bij de ondergang van Srebrenica en omdat het beeld in de vorm van een pieta is. Een man draagt een dode man. En ook bijzonder is de bibliotheek:
Helaas geen kasteel bezocht. We moeten nog verder naar Woodhall Spa en dat is nog 40 km.  De weg Lincoln uit staat gekarakteriseerd als “minor road” en dat zal wel in vergelijking met de andere wegen naar en van Lincoln zijn, maar het is beste een drukke tweebaansweg, grotendeels zonder apart fiets/wandelpad. Qua hoogte zijn we weer gezakt naar ongeveer 30 meter en dat blijft ook zo Even voorbij Bardney – de zon is inmiddels lekker gaan schijnen – is volgens de site van Sustrans een stukje van de nieuwe route (een verlaten spoorlijn van Lincoln naar Martin Dales)  open voor fietsers. Wijsgeworden door onze ervaringen bij Hull hebben we niet de bordjes, maar de kaart gevolgd. Bij Southrey lag vroeger een station, daar kunnen we het gravelpad op, langs de rivier de Witham, - die spoorwegen in Engeland liggen op de mooiste plaatsen in het landschap – en bij Stixwood er weer af. Een mooi rustig stuk. Woodhall Spa was vervolgens snel bereikt. Jan ziet meteen een camping, Jubilee Park. Eigenlijk vol – er zijn sportwedstrijden dit weekend - , maar voor twee fietsers voor één nacht is er nog wel een plekje op A1.
Woodhall Spa is een merkwaardig dorp op de kruising van twee wegen. Enerzijds heeft het iets sjieks, een prachtige laan met mooie huizen, veel bos met een theehuis en Cinema (Harry Potter deel 3), maar anderzijds is het armoedig, met in de andere straat veel kleine winkeltjes met voornamelijk afhaalvoedsel. We vinden nog een Indier, waar we rustig en lekker kunnen eten.

 

77e etappe
Woodhall Spa – Fleet Hargate 74 km

Zaterdag 5 juni 2004
Zonnig en droog weer, 20° - 25°C, zwakke, matige wind achter.

9.00 vertrokken uit Jubilee Parkin de stralende zon via een klein gat in de heg zitten we direct op de route. We zijn snel op een pad langs de rivier de Witham – waar ook Lincoln aan ligt. Spoedig komen we terecht in het gebied van de Fens. Een waterrijk veengebied dat erg op Nederland lijkt. Het eerste deel waar we doorheen komen heet ook Holland Fen. Een kaarsrechte weg, alles vlak, en grote lappen grond met één gewas. Sla, boontjes, kool, aardappels, enz. De nieuwe route van Anton´s Gowt naar Boston langs de Witham is niet alleen al open, maar ook met routebordjes aangegeven. Je komt er prachtig mee midden in Boston uit. Boston is ook een oud stadje met een rijk verleden, maar wat verwaarloosd en armoedig. Lijkt op Leiden in de 70er jaren. Een heel grote kerk, middeleeuws centrum, met her en der prachtige panden, maar ook grote doorbraken, bijvoorbeeld om de havenbrug aan te leggen. Zo te zien een armoedige bevolking.  Bij de haven wordt voortvarend een nieuw stadsdeel woningen aangelegd. 
De pilgrimfather – William Drewster – is vanaf hier met de Mayflower vertrokken. Er ligt dus ook nog een relatie met Leiden, van waaruit immers ook een aantal pilgrimfathers met dit schip naar Amerika is gegaan.
Na Boston gaat het verder de Fens door. Het blijven kleine landweggetjes langs in cultuur gebracht land. In de Marsh, waar veel vogels moeten zitten, komen we niet. We passeren Fosdyke Bridge, en zien niet dat langs de drukke A17, zonder vluchtstrook, inmiddels een fietspad in de laagte is aangelegd. Weer over kleine weggetjes door de Holbeach Fens naar Holbeach, ook al zo´n armoedige centrumplaats, naar Fleet Hargate, waar we een zeer nette “adult camping” “Delfi Bank” aantreffen.
Lekker gegeten bij de Chinees aan de A17, Peking Palace. Er bedient een Chinese die in Deurne was opgegroeid en dus uitstekend Nederlands met een Brabants accent spreekt. Zij legt uit hoe er in Engeland Chinees wordt gegeten. Dat is anders dan bij ons. Er worden verschillende onderdelen van gerechten op schaaltjes neergelegd. Je moet dat zelf combineren.

 

78e etappe
Fleet Hargate – Sandringham 90 km.

Zondag 6 juni 2004
Mooi zonnig, weinig wind, 15° - 20°C.

Om half negen vertrokken uit de nette verzorgde camping van Fleet Hargate. De laatste dag door de Fens. Door vlak land met grote afwateringskanalen als South Holland Main Drain en armoedige stadjes als Wisbeck. Een verlaten waterfront aan de rivier de Neue Wisbeck met voorheen statige huizen in Georgische stijl. Er is nog wel een brouwerij.
We fietsen verder richting St. Jon ´s Fen End. Bij Warpole Fen End is een routebordje weg en omdat ik niet goed oplet, rijden we verkeerd en komen in Warpole Highway uit. De goede route is weer gauw gevonden. Bij Wiggenhall St. Germans steken we de rivier de Ouse over en daarna een zij-arm van die rivier. Aan die zijarm zijn twee kerkjes gebouwd. Het is dat het van die typisch normandische kerkjes zijn, anders zou je denken dat het Oud Zevenaar is.
Het laatste stukje gaat langs de Ouse naar King´s Lynn. Wat moet dat mooi fietsen zijn als van Wiggenhall St. Germans in zijn geheel langs de Ouse gefietst kan worden. King´s Lynn is een oude Hanze stad, stadje eigenlijk. Ook hier veel achterstallig onderhoud. We kopen twee wandelingen bij de VVV, die gehuisvest is in een oud douane kantoortje, gebouwd door Sir John Turner, ontworpen door Henry Bell. De stijl is beïnvloed door het Hollands classisme. We bekijken het stadhuis, de kerk en niet te vergeten het Hanseatisch huis. Op het nippertje gered door de rotary van King´s Lynn. Niet zo indrukwekkend als in Bergen, maar toch leuk om op deze tocht weer een verbinding te zien met een plaats eerder door ons bezocht op deze route.
Na King´s Lynn is het Fen landschap over. Het gaat licht heuvelen. Castle Rising is zowaar weer een echte klim. Hoog op de heuvel liggen de restanten van een oud Normandisch kasteel, de heuvel weer af zien we links het kleine kerkje en rechts een soort hofje met kapel “The Howard Hospital Alm Houses”, gesticht in de 17e eeuw.

Daarna duiken we het bos in. De camping Caravan & Camping Site Sandringham is snel gevonden. Een prachtige camping met naald- en berkenbomen. We krijgen een plaatsje toegewezen achter pitch 22, tussen de bomen.
Noodmaaltijd opgegeten, want geen restaurant of pub in de buurt. Wel een winkeltje, maar dat is al dicht.

 

Sandringham rustdag  6km.

Maandag 7 juni 2004
Zonnig en warm

Lang uitgeslapen tot 8.15 uur. ´s Ochtends voor de tent zitten lezen, Guardian van zaterdag en een boek. Begin van de middag richting Sandringham gegaan. Sandringham House is een buitenverblijf van de Engelse koninklijke familie.  Gedeeltelijk is het opengesteld voor het publiek. We maken een lange wandeling door de prachtig aangelegde tuin. Bekijken de opengestelde kamers in het landhuis en bezoeken het museum. (http://www.sandringham-estate.co.uk/Index.asp).

79e etappe
Sandringham – Fakenham 66 km

Dinsdag 8 juni 2004
Warm, zonnig, 27° - 31°C, weinig wind.

Het is al vroeg warm. Ook al staan we in de schaduw van de bomen. Om 8.15 uur vertrokken. De hele dag tropisch weer. De route is heuvelachtig. Helaas ligt de A149 pal langs de kust, de route ligt dus meer het binnenland in. Het gaat aanvankelijk, ondanks het weer, nog vrij snel. Tegen elven zijn we in Burnham Market, een welvarend plaatsje, dicht bij de kust. Het plaatselijke hotel annex inn – al vanaf de 17e eeuw – heeft wel picknickbanken buiten staan, maar de koffie moet je binnen zelf inschenken en scones of iets anders te eten serveren ze niet buiten. Dan maar zelf bij de plaatselijke bakker aan de langgerekte markt met historische geveltjes broodjes gekocht.
Via Burnham Thorpe – geboorteplaats van Nelson – de rivier de Burn over en weer omhoog. We kiezen de “rough route” over zand en steentjes naar Wighton. Het ruwe pad staat niet met routebordjes aangegeven, maar het is met de kaart goed te vinden en het rijdt prima. We kunnen Wels next to the Sea van bovenaf zien liggen.
In Little Wellingham is een pilgrimsplaatsje. In 1061 is een schrijn gebouwd, een replica van het heilige huis in Nazareth. Tijdens de reformatie – ook Engeland heeft een reformatie gekend onder Hendrik VIII, waarbij beelden zijn vernield en rijkdommen geplunderd, is dat allemaal verwoest. In 1897 bij de emancipatie van de rooms katholieken is de Slipper kapel opnieuw opgebouwd en daar is de reliekschrijn opnieuw geïnstalleerd. Een replica van een replica. Maar in Walshingham is 1981 een reconciliation kapel gebouwd, met daarin ook een shrine voor Anglicanen. En alsof dat nog niet genoeg is, is er op de bovenverdieping ook nog een Russisch orthodoxe kapel. Achter het gebouw is een grote tuin, met daarin nagebouwd Golgotha en het “lege” graf van Jesus. Veel religie op een plek dus. Maar de thee bij de katholieken was lekker.
Daarna rijdt het snel aan naar Fakenham, een klein stadje zonder VVV (is closed down). De route loopt inmiddels niet door het centrum, maar het is wel leuk om de boven- en benedenmarkt te bekijken.

De camping is op een renbaan met een groot sportcentrum, net even buiten Fakenham. Het is er erg rustig. Maar dat zal morgen heel anders zijn, vertellen ze bij de receptie. Dan is er een grote paardenmanifestatie.

 

80e etappe
Fakenham – Norwich 56 km

Zonnig, droog, zwakke tot matige wind

25 – 27ºC

Vroeg weg, 8.10 uur. Er zijn inderdaad ’ s ochtends vroeg al veel auto’s gearriveerd die allemaal op het grote grasveld staan. De douche is weer koud, net als gisteren.
We zitten meteen op de route, maar de eerste twee mijlen zijn erg druk. Daarna gaat de route van de B-weg af de heuvels in en wordt het weer rustig fietsen.
We passeren de rivier de Wensum met een grote witte watermolen (Bintree Mill en Millhouse) en de kleine plaatsjes Bintree en Foulsham. In het laatste plaatsje sturen we boeken en kaarten terug naar Rotterdam.
Bij Themelthorpe gaat de route over de Marriot Way. Een verlaten spoorweg. Er is een alternatief, voor wie het pad te ruw vindt, maar het rijdt prima. Bij het voormalig station van Reepham dat ingericht is als restaurant met winkel (met typisch Engelse producten) ontmoeten we twee Nederlanders die fietsen van Hull naar Harwich en vandaag mikken op Beccles. Oh ja, aan het begin van de Marriot Way komen we een Duitser tegen die op een kaart rijdt met een schaal van 1:250.000. Hij rijdt alleen op grote wegen en vindt Engeland een fietsonvriendelijk land. Zo kan je zien hoe je mening beinvloed wordt door hoe je hebt voorbereid. Als je de Sustransroutes rijdt, is veel aangepast aan het fietsen en lijkt Engeland tamelijk ideaal voor fietsers. Rijdt je zomaar een eindje weg, dan is Engeland zeer fietsonvriendelijk.
In Reepham staan twee oude kerken (St. Michels en St. Mary’s) kop aan kont in één churchyard. Oorspronkelijk stonden er zelfs drie, maar bij een grote brand in de 16e eeuw is er een verwoest. Volgens een legende hebben drie zussen de kerken laten bouwen. Op het “village sign”  zijn de drie zusters met de drie kerken afgebeeld.
Via Dayton gaat de railway route in een ruk door naar Norwich.
We moeten eerst de stad door voor we bij de camping Norwich van de Camping en Caravanclub kkunnen komen. Als we bij de rotonde net buiten de stad staan te kijken welke afslag we moeten hebben, worden we natuurlijk weer door een voorbijganger aangesproken “Are you lost?”. Als we uitleggen dat we de camping zoeken, biedt een meisje dat voorbijrijdt op haar fiets aan om ons te loodsen. Zij komt er namelijk langs. En dat is prettig, want nu rijden we er zo naar toe!
’s Middags hebben we Norwich bekeken. En een wandeling langs de rivier de Wensum. Norwich is aan alle kanten bezig om te bouwen en te vernieuwen.

 

81e etappe
Norwich – Darsham 78 km

Donderdag 10 juni 2004
Zonnig, warm, 28°C, matige wind, soms tegen. In de avond een paar druppels regen.

Vroeg vertrokken uit de camping Norwich, 8.15 uur. De vriendelijke natuurbewaker was ons al voor. We dachten dat hij ook op vakantie was, maar hij vertelde dat hij aan het werk is. Toezicht op de natuur of zoiets. Heerlijk lijkt me dat, zo’n werkkring.
Vandaag een landelijke tocht langs allerlei dorpjes. Sustrans noemt het een interim route, omdat de definitieve route moet lopen langs de rivier de Yare naar Great Yarmouth en Lowestoft. Dat lijkt me wel leuker en meer bij de tocht  passen. We hebben nu al dagen de Noordzee niet gezien. En dat is jammer. Het is allemaal niet zo spectaculair vandaag met glooiende wegen, het tweede stuk wat meer dan het eerste stuk.
Norwich rijden we uit via de “Broads” langs de rivier de Yare. Dat is mooi. Woodsend zal wel een echt toeristisch punt zijn, maar om 9.00 uur is er nog niemand te bekennen. Via een aantal kleine plaatsjes, langs wuivende korenvelden, door omhegde wegen en weggetjes, bereiken we tussen de middag Beccles. Het stadsbord is weer net zo mooi als in Reepham. Koningin Elisabeth I die het charter van Beccles overhandigt aan John Baas in 1584. Beccles is een oud marktstadje met merkwaardige straatnamen als Pudding Moore en Ballygate. Een druk centrum, waar we tegenover een kleine kaartenwinkel vol met Engelse vlaggen vanwege de Europese voetbalbeker, op een bank boterhammen eten. We bewonderen de enorme klokketoren, niet in verhouding tot de kerk en fietsen weer verder.
Na Beccles zijn we in zo’n twee uur in Halesworth. Kleine aantrekkelijke winkelstraat. Te vroeg om een B&B te zoeken, ook te mooi weer om nu al te stoppen. De campings zijn hier dun gezaaid. We moeten even voor Peasenhall 7 km. van de route af om een boerderijcamping, 1 ½ mijl ten noorden van Darsham te bereiken. Dat betekent ook nog een stuk over de A12. Maar het gaat allemaal goed. De A12 heeft voor het grootste stuk een wandelpad ernaast, hoewel je nog wel eens diep moet buigen voor de overhangende takken. En er loopt een valse hond met baas die hem maar net in bedwang kan houden.
De Haw-Wood Caravan en Camping Park heeft twee grote velden. Met op het ene veld veel sta-caravans. Tenten horen op het andere veld, horen we van een van de gasten. En daar staat niemand. Als we ons inschrijven, horen we van de boerin dat zij meer Nederlanders langs krijgt. Ze staat in een ons onbekend groot Nederlands campingboek. We laten haar het Sustrans gidsje zien. Ze weet niet dat ze daar instaat. We schrijven voor haar het Sustrans adres op.
’s Avonds zien we een uiltje vliegen.

 

82e etappe
Darsham – Bredfield (Woodbridge) 65 km.

Vrijdag 11 juni 2004
Zonnig weer, geen regen, matige wind.

Vroeg weg. We fietsen het stuk van Darsham naar de route weer terug. Locals fietsen ook gewoon over de A-wegen. Maar ik blijf het griezelig vinden.
Het gaat weer langs aardige dorpjes als Peasenhall en Framlingham (met mooi kasteel). De route gaat daar onder het oude dorp langs, maar wij fietsen naar boven naar de Market Hill, voor een ochtendkoffie.
Voor de middag rijden we langs een nieuwe camping bij Bredfield. We besluiten er de blijven, de tent op te zetten, en zonder bagage naar Woodbridge te gaan.  We moeten langs het hek staan, op een klein plekje. Tegenover ons staat een camper.
Even later fietsen we met lichte fietsen zonder bagage naar Woodbridge. Het is heel wat groter dan Woubrugge, het dorp ten westen van Alphen aan de Rijn, waar ik zo’n vijftien jaar gewoond heb. Het is een echt stadje met een town hall in restauratie, oude huisjes, een grote kerk en een haven met gerestaureerde molen. We bekijken het stadje uitgebreid.

 
83e etappe
Bredfield (Woodbridge) – Colchester 76 km.

Zaterdag 12 juni 2004
Kouder (15°’C), bewolkt, begin van de middag regen, matige wind, soms tegen.

8.15 uur vertrokken, uitgezwaaid door het gepensioneerde stel dat we gisteren uitgebreid gesproken hebben, o.a. over tweede hands auto’s. Jan vertelde vol verve over de tweedehands automarkt in Utrecht. En op verzoek noemde hij ook prijzen. Alsof hij er vaak komt.  Omdat we Woodbridge gisteren bekeken hebben, nemen we de alternatieve route die op de kaart staat ingetekend (“avoiding Woodbridge). Het is een heel mooie landschappelijke route. De dorpjes zijn mooi verzorgd, met mooie tuinen.
We gaan om Ipswich heen, alleen de rand doen we aan. Een bordje staat verkeerd, zodat we een straat te ver zakken, voor de A14 oversteek. We komen in een winkelstraat uit en doen bij de Coop wat inkopen. Jan heeft meteen weer aanspraak met een oudere man met een zwaar dialect.
Het lukt goed om Ipswich voorbij te komen. Daarna wordt het weer heel rustig fietsen. Het is wat heuvelachtiger dan daarvoor. We stijgen tot 60 meter en dalen ook weer tot 0. We stappen in Hadleigh niet af, omdat er een grote bus achter me zit, en zien dus alleen in het voorbijgaan de oude vakwerkhuizen, de Guildhall, de kerk en de Deanery Tower.
Na Hadleigh komt er weer een stukje verlaten railway, altijd prettig fietsen. Dit kunstwerk ligt soms diep in het landschap en soms hoog erboven. Het moet toch heel wat gekost hebben om het toen aan te leggen. En hoe kort heeft het er maar gelegen.
Langzamerhand komen we in het gebied van de rivier de Stour. Dit wordt Constable County genoemd, omdat hier de schilders Constable en Gainsborough geboren zijn en geleefd hebben en het landschap met de karakteristieke luchten geschilderd hebben. Het plaatsje Dedham is het toeristisch centrum daarvan. Het ligt niet op de route, en omdat ik denk dat het een gecreëerd toeristenoord is, waar van Constable en Gainsborough zelf niet zoveel te zien is, laten we het voor wat het is. Inmiddels is het heel hard gaan regenen. Broekenweer dus. Als het even droog is, kijken we gauw op de OS kaart hoe we precies bij de Colchester camping moeten komen. Deze ligt tussen twee snelwegen in. Dat is dus maar voor één nachtje. En goed om de was te doen.
Vanuit de camping loopt een public foothpath naar Colchester. In ruim een half uur ben je in Colchester. Je loopt door een natuurgebied en ineens sta je voor het ommuurde Colchester Colchester is de oudste stad in Engeland. Een door de Romeinen gestichte stad, waar nog resten van te vinden zijn in de ommuring en bij het kasteel. We lopen door naar de Highstreet en het kasteel. Een groot kasteel met een groot park eromheen. En we bekijken het Dutch Quarter, een wijk die genoemd is naar een groot aantal Nederlandse vluchtelingen uit de 16e eeuw.

 

84e etappe
Colchester – Tilbury 89 km

Zondag 13 juni 2004
Warm en droog, met weinig wind. 25-30ºC

Vandaag een eigen route gereden. We willen niet in Harwich eindigen, maar doorrijden naar Dover. Er is hier nog niet een route uitgezet door Sustrans. Met behulp van kaarten van internet en de onovertroffen OS kaarten schaal 1:50.000 heeft Jan een route uitgezet.
Het is even moeilijk om de weg de stad uit te vinden. Via Birch door Abberton reservoir – veel fouragerende ganzen – over Tolleshunt D´Arcy naar Maldon. Maldon is een aardig havenplaatsje. Het ligt op een bult, dus wel even klimmen, en ik wil graag aan de haven onze boterhammetjes opeten, dus weer omlaag naar de haven. Maar het wordt beloond: een schitterend uitzicht over Blackwater River. Omdat het nog zo vroeg is en zulk heerlijk weer, besluiten we door te fietsen.
Jan heeft tamelijk kleine wegen uitgezocht en een enkel stukje B-weg. Het gebied tot Maldon is tamelijk vlak, een deltagebied. Na Maldon is het meer glooiend. Via Bicknacre langs het Hanningfield Reservoir – prachtig begroeid – naar Billericay. We gaan dwars door de stad. Een heel groene stad. Het lijkt wel een soort Aerdenhout. Daarna is het aardig klimmen en dalen in een Kentachtig landschap.
We missen de speciale fietstunnel onder de A127 en gaan met de auto´s mee over de rotondes.  In één rechte weg gaat het dan zuidwaarts naar Horndon on the Hill, dat ook echt boven op een heuvel is gelegen. Het was in de 15e eeuw een marktplaatsje en daarvan is nog een oude markthal over.  Via en apart loop/fietstunneltje passeren we de A13. Veel grote wegen dus, maar dat is ook niet zo verwonderlijk zo dicht bij Londen. Even voorbij Standford-le-Hope ligt een camping bij de boer met een museum met oude landbouwwerktuigen erbij. Een primitieve camping met alleen een kraantje met koud water en een WC. Op het veldje staan twee caravans met arbeidersgezinnen van stadjes even verderop. In de weekends camperen zij altijd hier. Het afval van het chemisch toilet wordt gewoon over het veldje verspreid. De vriendelijke boer, die verbaasd is dat zijn camping op een officiele OS kaart staat,  legt uit dat er in Linford een pub is. Daar gaan we naartoe, maar vanwege de voetbalgekte wordt daar niet gekookt. Gelukkig is even verderop een afhaalchinees.

 

85e etappe
Tilbury – Chathem 35 km.

Maandag 14 juni 2004
Vochtig warm weer, lijkt wel een hittegolf in Engeland. 28-30°C, geen wind en geen regen.

Vanuit onze boerderijcamping met Waltern Museum vertrokken om 8.15 uur. Via Low Street naar de terminal in Tilbury. Het is spannend of het veer over de Thames er nog ligt. Jan heeft dit veer op internet gevonden, maar er staat bij dat het mogelijk uit de vaart genomen wordt. Dan moeten we kilometers omrijden om bij Greenwich de rivier over te kunnen steken. Aangekomen aan de Thames ligt er inderdaad een aanlegsteiger met een bord “Passengers ferry ->”. Maar dat is het dan ook. Geen bord met vertrek- en aankomsttijden van het veer. Maar aan de overkant van de Thames ligt een bootje met het woord “ferry” erop. Om 9.05 uur gaat dat varen, en om half 10 zijn we in Gravesend. In Gravesend ligt Pocahontas begraven, de beroemde indiaanse vrouw die trouwde met een Engelse kolonist John Rolfe en in het begin van de 17e eeuw naar Engeland kwam om geld in te zamelen voor de kolonisten. Maar ze werd hier ziek en stierf. Er staat in Gravesend een beeld van haar.
We pikken nu de volgende route van Sustrans op: ”The garden of England”, van Londen naar Dover. Deze route passeert Gravesend. En hij begint daar meteen mooi langs de kade. Daarna even over een onduidelijk public footpath tussen industrie door, om uit te komen op een prachtig fietspad langs het spoor. We maken nog een omweg langs een oud Anglo Saksisch fort aan de kust. Het is duidelijk in later tijd gebruikt. En nog is het terrein in gebruik bij het leger. Iets verderop zijn ze bezig met een afwateringskanaal te graven om ook de rest van dit moerassig gebied gereed te maken voor legeroefeningen.
Het wordt steeds warmer We stijgen en dalen door de heuvels van Kent. Bij Lower Upnor in het zicht van Rochester pauzeren we even. En dat is hard nodig, want Jan gaat bijna van zijn stokje. We zijn van plan om een B&B te boeken omdat de camping 10 km lager ligt, in de punt van de M2 en de A229, en om rustig ´s middags Rochester te bezoeken. Maar het loopt anders. De VVV heeft een goed adres voor ons in Chatham, dat ligt even voorbij Rochester, in de Historic Dockyard. De B&B ligt op een groot museumterrein.  We moeten langs een wacht. We besluiten hier te blijven. En na een opfrisbeurt – alles plakt – bekijken we uitgebreid dit uitgestrekte museum. (dit wordt nog aangevuld) http://www.chdt.org.uk/Discover/Interactive_Map/InteractiveMap.html

 

86e etappe
Chatham – Whitstable 75 km

Dinsdag 15 juni 2004
Warm zonnig weer, later in de middag koelde het iets af, 18-25°C, weinig wind.

Vanuit de luxe B&B vertrokken om 8.20 uur. Het ontbijt is erg  zoet (gesuikerde frambozen en ananas, en gesuikerde cornflakes).  De route begint met een lang stuk langs een drukke weg, met veel toekan oversteken, zoals ze dat hier noemen. Dat betekent dat je de weg over kan steken tot de helft en dan vervolgens de tweede helft, met stoplichten. Dat houdt heel erg op. Als er een doorsteek mogelijk is naar The Strand, met zicht op de rivier de Medway, is dat een verademing. Een latere doorsteek mist het routebordje, maar we vinden de weg naar de oever. Het water staat laag, dus de slikken en schorren met oude half vergane boten, zijn goed te zien. Eindelijk heb ik weer het gevoel de Noordzeeroute te fietsen i.p.v. een route dwars door het land. Sittingbourne is erg druk, en helaas staan er nogal wat bordjes omgedraaid. De route op de kaart gaat langs een woonwagenkamp. Daar ligt zeer veel vuilnis en glas op de weg. Het is een beetje akelig om daar doorheen te moeten. Misschien heeft Sustrans inmiddels de route omgelegd, want ook hier staat op de weg er naartoe een bordje de andere kant op. Maar ja, met onze ervaring in Sittingbourne hebben we de route op de kaart maar gevolgd.
We vinden wel de nieuwe route over Conyer. En dat is echt een prachtige weg door weidevelden langs de Conyer Creek over een dijkje via Teynham Street weer terug naar de weg. We naderen Faversham, een klein oud stadje aan een van de zijden van de Swale. Er staat een groot bord dat er een zeer oude vismaatschappij was die handelde in oesters – die groeien hier nog steeds. De Hollanders waren de grootste afnemers en in de 18e eeuw waren die ook betrokken bij een groot smokkelschandaal door te handelen in brandy en thee, en daarbij de douane te omzeilen.
Via een smalle brug wordt het aardige centrum bereikt, met zeer oude vakwerkhuizen, met van die overbloezende verdiepingen. De Guildhall staat op palen, zodat daaronder de marktkramen kunnen staan. Nu was dat gezien het weer niet echt nodig. En een groenteman stond dan ook voor de Guildhall luid zijn waar aan te prijzen.  Ook hier loopt een nieuwer deel van de route, langs de Faversham Creek. Prachtig door grasland, over dijkjes, richting Noordzee. Het landschap verandert. Ziet er meer uit als de grote uiterwaarden. De eerste strandhuisjes verschijnen aan de horizon. We besluiten in Whitstable te blijven en niet de bulten naar Canterbury nog te nemen.
In Whitstable raken we in de maandagmiddagspits, nog verergerd doordat er aan de weg gewerkt wordt, waardoor door de aardige hoofdstraat om en om de verkeersstromen zich moeten wurmen. Caravanpark Primrose Cottage ligt vlakbij de route, maar we moeten natuurlijk wel weer over een stukje drukke A-weg. In de berm ligt een illegaal fietspad.
Om de dag goed te laten eindigen, fietsen we van de camping 2,5 km terug naar de haven, waar we een lekker visrestaurant vinden. Oesters van Whitstable, tonijn en tong, en een Engelse wijn (curious grape bacchus 2002 www.newwavewines.com) Het visrestaurant heeft Crab & Winkle, zo genoemd naar het treintje dat vanuit Canterbury naar Whitstable reed. De eerste stoomtrein ter wereld die in 1830 om 11.25 uur vertrok uit Canterbury, onder gelui van de klokken en het gebulder van kanonnen. De eerste trein heette Invicta, en zo heet ook een deel van de route hier.
´s avonds komt het meisje van de caravan tegenover ons – dat vlakbij in Maidstone woont – gezellig met ons praten.

 

87e etappe
Whitstable – Canterbury 19 km

Woensdag 16 juni 2004
Zonnig, iets minder warm, geen wind.

Rustige dag vandaag. Het is maar een klein stukje naar Canterbury. De camping ligt niet zo ver buiten het centrum, dus er is tijd genoeg om het centrum te bekijken. Maar de route die ik op de kaart heb uitgetekend, waarbij we niet langs de grote weg hoeven te fietsen, blijkt over een militair terrein te lopen. En daar mogen we niet door. Terug naar de weg. Mijn humeur zakt stevig en de stress slaat toe. Ik wil teveel voor één dag: dagboek bijschrijven, ook nog van gisteren, e-mail bericht maken, fiets schoonmaken, en Canterbury bekijken. We besluiten twee nachten in Canterbury te blijven. De camping van de Caravan en Camping Club is aardig gelegen en van goede kwaliteit.
De route van Whitstabel naar Canterbury is mooi. Hij loopt gedeeltelijk over de Crab & Winkle Way en stijgt aardig door de bossen van Clowes Wood.
Aan het eind van de middag over de golfbaan en een public foothpath naar Fordwich gelopen. Mooi stadhuisje met pub ertegenover met terras aan het water. We zitten hier als God in Engeland.

 

Canterbury rustdag.

Donderdag 17 juni 2004
Droog, zonnig weer. Iets koeler ± 25°C. In de avond afkoeling.

Vanochtend via de golfbaan het public foothpath de andere kant op genomen naar Canterbury. Ook mooi, door bossen en velden.
Rustig dagje. Volkskrant van gisteren gekocht. Wandeling door de stad gemaakt. Uitgebreid de kathedraal bekeken. Vergeefs geprobeerd een e-mail te versturen.

 

88e etappe
Canterbury – Dover – Calais 56 km.

Vrijdag 18 juni 2004
Weer mooi weer, wel iets kouder, ± 20°C. weinig wind, een enkele drup.

Vroeg vertrokken uit Canterbury: 8.00 uur. Het rijdt snel aan over Sandwich naar de kust. Langs Deal, Kingsdown en St. Margareth  Aan het eind zie je ineens de krijtrotsen. Het is dan even stevig klimmen, maar dan doemt het kasteel van Dover op.  De route gaat over het terrein van de national trust. En daarna bijna loodrecht naar beneden, zelfs met een paar trappen,  om van de krijtrotsen te dalen tot zeeniveau.

We willen graag van Dover naar Boulogne sur Mer. Er gaat een speedferry, hadden we gevonden op internet. Maar hier aan de infobalie blijkt dat die speedferry geen fietsen meeneemt. Dus varen we met Sea-france om 13.30 uur naar Calais. Het is al 13.00 uur geweest als we de kaarten bestellen, dus we moeten opschieten om de boot te halen. We fietsen zo hard als we kunnen twee fly-overs over naar rij 243. Die blijkt niet echt te bestaan, naast 242 staat een rode streep en daarnaast staat 244. Een dame met zo´n lichtgevend vest legt het ons uit dat wij bij die rode streep moeten wachten. Er staan geen andere fietsers.
De boot is niet vol en met goed zicht op de overkant varen we Dover uit.