logo-fietssite

32e etappe
Varberg – Göteborg  103 km (waarvan 10 km. omgereden)zweeds routebord link naar fotoalbum

Dinsdag 10 juni 2003
Aanvankelijk zonnig, later op de dag veel grijze wolken, pas later op de avond regen. ZW wind, matig tot krachtig, 18-20°C.

Onze eerste fietsdag in Zweden. Met alleen een kaartje uit de brochure met minimale informatie en geen beschrijving. Jan heeft de kaart die we bij Pied à Terre gekocht hebben uit de serie Roda karten schaal 1:250.000, waarop ik de route ingetekend heb. Maar de bewegwijzering is goed “Ginstleden”. De route loopt langs Getteröns Natuurreservaat. Veel vogels. Het fietspad loopt langs de spoorbaan. Een klein stukje op een oud gedeelte van het spoor. Helaas niet over de oude spoorbrug, over de rivier de Viskan. Daarvoor moeten we terug naar de weg. Dit deel van de NSCR loopt een groot stuk over de regionale autoweg. En omdat er aan die weg behoorlijk gewerkt wordt, is het bij tijd en wijle aardig smal. Het is dinsdag, dus het vrachtverkeer dendert ons voorbij. We zetten de fietshelmen voor de zekerheid maar op. Het stukje route naar Stråvalla is mooi. Het oude middeleeuwse kerkje met de wandschilderijen is helaas dicht. Dan langs de toeristenplaats Asa. Daarna gaat het weer over de weg Fjärås Brâcka. Een rif in het landschap die gevormd is bij de laatste ijstijd. Door zijn hoogte was hij een route voor de eerste mensen die zich hier gevestigd hebben. Er zijn honderden graven gevonden. De Zweden hebben hier een openluchtmuseum gemaakt met gedeeltelijk herbouwde huizen met veel uitleg (alleen in het Zweeds). Wij rijden verder naar Kungsbacka. De bordjes verdwijnen even in het centrum, maar als we het fietspad door het centrum blijven volgen komen we ze na verloop van tijd weer tegen.
De kleuren in Zweden zijn heel anders. Donker roodbruin zijn de grote houten schuren bij de boerderijen. En het land is groener dan Denemarken. .
Bij Särö komen we aan een mooi stuk route langs de zee. De zee heeft hier heel veel baaien.   Särö is een oud kuurord. (al uit het eind van de 18e eeuw). In de 19e en 20e eeuw verder uitgebreid door met name het rijke deel van Göteborg. De weg is nu een echt fietspad dat verder loopt dan Billdan, maar hier houdt de Gunstleden route op. We volgen verder de groene Sverigeleden borden en sporadische fietsborden naar Göteborg De camping Askim Strand is even een zoekplaatje. Een oude dame wijst ons de weg, maar we denken op een armoedige zigeunercamping aan te landen. Een jongen stuurt ons vervolgens via de autoweg 10 km. om, terwijl het via een wandelpad hooguit 1 km. was.
We zetten de tent op langs het strandje. En eten heerlijk vis bij de Askimterrassen, een net geopend restaurant dat een verbinding met de camping heeft.

Ganzen in het veld met zwarte nek en gele band.

 

33e etappe
Göteborg – Stenungsund  83 km.

Woensdag 11 juni 2003.
Dag begon met regen, daarna grijze wolken, aan het eind van de dag zon. Matige tot krachtige W wind 18°- 20°C.

Moeilijke dag voor ons allebei. Voor  mij in de ochtend. Met regen op, tent had een beetje door het grondzeil gelekt, dus de lakenzak is nat. Daar heb ik een hekel aan. Gelukkig de slaapzak niet. We zijn te vroeg op. Dus het winkeltje is nog niet open. Ontbijten met eigen koek en koffie. We moeten 30 kilometer rijden om door Göteborg heen te komen. Van zuid naar het centrum gaat nog wel met behulp van de fietsbordjes “centrum”. Het plein Jämtorget vinden ook. We besluiten niet Göteborg in te gaan, vanwege de drukte en het weer, maar meteen het volgend deel van de route op te pakken. In het centrum van Göteborg wordt hard gewerkt aan de infrastructuur, daardoor is de waterkant aanvankelijk helemaal niet zichtbaar. Daarna worden we omgeleid door een soort kantorencentrum, en het is moeilijk om de toegang voor de fiets van de brug Göta älvbron te vinden. Cykelspåret bordjes staan her en der, en ze lijken erg op gewone fietsbordjes, zonder dat woord eronder. We moeten langs de Eb naar Kungälv. Dat lijkt makkelijk, we slagen er maar niet in om het goeie spoor te pakken te krijgen. Uiteindelijk helpen een paar Zweden ons op weg. We zitten op de goede weg en tegen tweeën bereiken we Kungälv. Daar lopen we eerst de VVV binnen aan de voet van het oude slot uit 1308 om gedetailleerdere kaarten te kopen. (Blå kartan 1: 100.000 nr. 71, 81 en 91). Ze heeft er maar één. Maar later bij de boekwinkel in de winkelstraat van dit stadje vinden we de andere twee die we nodig hebben. We trekken ook nog geld. En we sturen het materiaal van Denemarken terug naar Nederland. Alles gedaan hebbend – behalve een e-mail sturen naar de achterblijvers – verlaten we via een straat met prachtige oude huizen dit oude vestingstadje.  Dan begint een heel mooi stuk van deze route. Eerst in het dal van de Göta Alv, daarna richting west door een beschreven natuurgebied Svartedalen. Het stijgt en daalt hier zeer fors. Prachtige natuur met bloeiende weiden, hoge naaldbomen, prachtige rotspartijen, kleine meertjes en hier en daar een echt Zweeds houten huis.  Het weer klaart gelukkig op. Helaas gaat het daarna weer 10 km. langs de weg (nr. 160) naar Stenungsund. Aan het eind wel een eigen fietspad. We besluiten naar de Almöcamping te gaan. Even voorbij Stenungsund. Dus de bruggen over Hakefjord. Maar waar begint het fietspad de brug over? De bordjes wijzen richting stad. Dat blijkt goed te zijn. Want via een omweg komen we aan de andere kant en zo kunnen we omhoog de brug op. De bruggen lopen via de eilanden Stenungson, Käliön, Almön naar Tjörn. De eerste vier eilanden zijn hele kleintjes. We blijven op Almön, omdat daar de camping is. De receptie is gesloten, maar we kunnen er wel staan, met zicht op het fjord en de industrie van Stenungsund. Een restaurant of winkel is er niet. Maar we hebben nog brood en soep.

 

34e etappe
Stenungsund – Lysekil  85 km.

Donderdag 12 juni 2003.
Grijs bewolkt, in de middag zon, krachtige W. wind, 15°-20°C.

Een mooie tocht vandaag over tamelijk tot zeer rustige wegen. Eerst door een natuurgebied op het eiland Tjörn. Hier zien we lepelaars vliegen.
Een grote brug verbindt het eiland Tjörn met het eiland Orust. Eerst een stukje over een drukke weg (nr. 160), maar met de wind achter gaat dat snel. Bij Varekil bij het benzine-station gauw inkopen gedaan, maar er iss nog een supermarkt om de hoek, Dat heb je ervan als de beschrijving maar zeer matig is. Maar de bordjes Cykelspåret staan vandaag allemaal op de juiste plaats. De beschrijving klopt daar niet mee. Zo gaan we niet over Tegneby, maar prachtig onderlangs over Nösund. Zweden heeft hier een heel brokkelige kust. Veel water, veel eilanden, veel rotsblokken in het water. Prachtige uitzichten. Bij Ellös zie ik een hert met jong een poging doen om de weg over te steken. Maar ze gaan gauw weer terug. De eerste veerboot van vandaag (op krachtstroom!) brengt ons naar het eiland Malö, dat verbonden is met het eiland Fläton. Aanvankelijk zeer bultig, wordt het later vlakker met boerderijen met kleine veldjes akkerbouw. Onnodig om te zeggen dat de weg zeer veel daalt en stijgt.
De tweede veerboot (ook op krachtstroom) brengt ons naar Dragsmark. Vandaar tegen de krachtige westenwind in naar Skaltöbron en Fiskebäckskil. Dat laatste plaatsje is mooi bewaard gebleven met prachtige voornamelijk witte huizen.
Vandaar met onze derde boot van vandaag – een voetgangers/fietsveer – naar Lysekil. Een tamelijk grote plaats. De eerste camping is gesloten, maar de tweede (Sivikscamping) is gelukkig open. Zeer winderig.
In Lysekil gegeten bij een chinees die ook pizza´s serveert!.
 

35e etappe
Lysekil – Fjallbacka  76 km.

Vrijdag 13 juni 2003
Droog en zonnig, ± 20°C. Veel wind NW.

Er staat nog steeds heel veel wind als we opstaan. De tent is helemaal drooggewaaid. Om half negen staan we klaar voor de start. We rijden terug naar de route Cykelspåret. De route cirkelt aanvankelijk om de weg 162 heen. Eerst door een natuurgebied Gullmarsbaden, veel op en neer, dan een stukje op de weg 162 zelf (heel druk) en dan weer een stuk natuurgebied. Later wordt het fietsen door akkerland en grasland. Veelkleurige weiden met koeien en paarden. Het gras staat soms een meter hoog met overvloedig veel boterbloemen, klaver en fluitenkruid. (Het heeft hier wel iets weg van Frankrijk). De zon schijnt en alles is helder en schoon. We passeren de kerk van Backa, een echte Zweedse stenen kerk. Er moeten hier ook grotten zijn met grottekeningen, die in de 17e eeuw ontdekt zijn. Maar die zien we niet. Ten noorden van Brasted weer even op de 162. Voorbij een benzinestation ligt een supermarkt waar we de nodige inkopen kunnen doen.
Om op weg 171 te komen, wordt wel een heel steile klim als afsnijding genomen. De 171 is helaas een nogal drukke weg zonder vluchtstroken met veel vrachtverkeer. Hij begint met een steile klim, iets wat mij, hoewel ik zo veel mogelijk langs de kant fiets en ook mijn helm op heb, toch altijd weer angstig maakt. We komen langs Åby Sätery landhuis. Dat was eigendom van mw. Margaretha Hwitfeldt (in de 17e eeuw), een vrouw die veel grond bezat in Bohuslän. Er is een groot park bij voor bedreigde Zweedse diersoorten (Nordens Ark). Voorbij dit landhuis wordt er zuidwestelijk gefietst langs het Åbyfjorden. En daarna dwars overgestoken naar Bovallstrand. Onderweg komen we Svenneby Kerk tegen. Een zeer oud kerkje uit de eerste helft van de 12e eeuw. Bijzonder is dat er uit die tijd zoveel is bewaard. Ook de resten van twee houten beelden. Maar ook de schilderingen op het plafond en de muren uit de 18e eeuw zijn heel bijzonder. Gewoon een pareltje dat we zomaar tegenkomen.
Bovallstrand is een aardig plaatsje waar we proberen een kop koffie te bemachtigen, wat niet lukt, omdat we niet geholpen worden. Bij een ander tentje nemen we tenslotte genoegen met een ijsje. Het centrale pleintje wordt ontsierd door auto´s en een grote supermarkt, maar er ligt nog wel een mooi straatje met houten Zweedse visserhuisjes in die typisch donkerrode kleur. Bovallstrand is gebouwd op en tegen de rotsen, die hier een beetje roze gekleurd zijn. Een geoloog zou vast wel kunnen zeggen welke soort steen dat dit is. We fietsen om het fjord heen naar Hamburgsund. Omdat het pas 15.00 uur is als we hier aankomen, fietsen we nog een camping door. Even ten noorden van Fjälbacka, een druk toeristenplaatsje. De camping ( Långsjö camping) ligt van de route af. Prachtig op een schiereilandje. We kiezen een te natte plek en komen in de loop van de avond erachter dat het grondzeil echt lekt. Heel de tent opgepakt en elders, hoger, neergezet. En zes plastic vuilniszakken in de campingwinkel gekocht en met sporttape aan elkaar geplakt. We wisten toen nog niet dat we daar de hele vakantie mee zouden moeten doen.

 

36e etappe
Fjällbacka – Sandefjord  60 km.

Zaterdag 14 juni 2003.
Droog en zonnig, hoewel de regenwolken achter ons aan kwamen, 20 – 25°C, matige wind.

Op de meer droge plek van de camping Långsjö hebben we goed geslapen. Het heeft niet geregend vannacht. Dus alles is goed droog. Om kwart voor negen zitten we op de fiets. We rijden de weg af over Kämpersvik en Orrekläpp tot we weer op de route van de Cykelspåret zitten. Het zijn rustige wegen, door wat de Engelsen countryside noemen. Boerderijen, akkerbouw, veeteelt, bossen, bloeiende bermen. Het gaat in een rustig tempo voorspoedig door, met een rare slinger bij Skee, naar Strömstad. Onderweg ontmoeten we twee Nederlanders die de tocht fietsen van Göteborg naar Bergen. Zij slaan het stuk tussen Strömstad en Sandefjord niet over. Ze hebben erg veel bagage bij zich, tot en met strandstoelen toe. In Strömstad ligt het kantoor van de Colorline op onze route. We zijn er om twee uur. Kaarten gekocht voor de overtocht naar Sandefjord. En vervolgens de stad bekeken. Volgens de beschrijving kwam de baai vroeger tot de oude markt met zijn houten huizen en kinderkopjesstraten. Maar is de baai nu opgevuld met land vanwege het station dat in 1903 gebouwd is. Dat is inderdaad goed te zien. Het station is halverwege de oude markt gebouwd. Van het oudste gedeelte is nagenoeg niets meer over. En wat er staat is heel vervallen.
We vinden een internetcafé, maar dat is op zaterdag gesloten. En ook de VVV (met internet) is na de middag dicht. Het stadhuis torent hoog boven het stadje uit, net boven de inham, het meer dat de stad in tweeën splitst, de Strömsvattnet. Strömstad is een vissersplaats, vooral van garnalen.
Ik fotografeer nog een beeldje van David Hellström en Göran Svenning die de Koster Valsen schreven en componeerden.
Om half vijf gaat de boot naar Noorwegen. Er zijn nog meer fietsen, en we kunnen samen met de auto´s op het autodek. De fietsen worden netjes vastgebonden.
Op het bovendek zitten nog twee Nederlanders. Eén woont en werkt in Bergen. De ander is op bezoek. Ze doen een dagje Zweden en varen nu met deze boot terug.
Om 19.00 uur zijn we in Sandefjord. Een aardig plaatsje aan de Noorse kust. Het fietsvriendelijke (volgens het Noorse fietsboekje) hotel is vol, maar het grote Rica Park Hotel (230 kamers) heeft nog wel een kamer. We arriveren net voor een bus vol mensen. Even rennen om als eerste bij de receptie te kunnen zijn.
´s Avonds lopen we door het stadje. Het blijkt dat het tussen 1945 – 1955 nogal bekend was vanwege de walvisvaart. Er is een monument en een schip van over. Naast de walvisvaarder hoort een vikingschip te liggen. Maar dat ligt er niet. Ook heeft Sandefjord een walvisvaartmuseum. Geen plek voor Greenpeace aanhangers dus.