logo-fietssite

4e etappe
Borculo – Darfeld, 87 km.

Zondag 23 oktober 2005.höxter link naar fotoalbum duitsland
Zonnig en droog, 15ºC, na 15.00 uur veel regen. Drijfnat aangekomen in Darfeld. Weinig wind.

Uitgezwaaid door de familie Semmelinck stappen we even over negenen op de fiets. We gaan over  het fietspad langs de provinciale weg richting Haarlo, omdat we zowat aan die weg zaten. In Haarlo stuiten we op mountainbikers. Er zijn daar verschillende routes uitgezet, die druk gereden worden. We zouden ze tot Zwillbrock nog een paar keer tegenkomen.
De kleuren zijn prachtig in de zon. Een beetje dampig met een zonnetje op de herfstkleuren, wat wil je nog meer. Veel kleine weggetjes door weidevelden. Bij het grensplaatsje Zwillbrock is het een drukte van belang, moutainbikers, hardlopers en liefhebbers van de Messerschmidtts driewielige autootjes. Het landschap is toch net even anders over de grens. Koolzaadveldjes en in de bosgebieden kom je meer boerenlandjes tegen dan bij ons. En je ruikt de bruinkool, die gestookt wordt in openhaarden, of is dat verbeelding? Waarschijnlijk is het gewoon hout. In Vreden bekijken we de Stiftskirche op de heuvel midden in de stad. Vreden is gebouwd aan de Berkel. We volgen vanaf Vreden even niet de officiële R-1 route maar de  100 Schlösser-route (dat is nog eens wat anders dan de 8 kastelenroute rond Vorden) naar Stadtlohn. Prachtig is het natuurgebied van de Berkel.  Na een kopje koffie in het uitgestorven centrum van Stadtlohn gaat het verder door het Liesnerwald. De wegen zijn hier niet geasfalteerd, een beetje ongelijk, maar het is prachtig in het bos. In de buurt van Hegerort gaat het opeens heel hard regenen en het wordt niet meer droog tot Darfeld. Jammer want er volgen nog mooie wegen en twee grote kastelen: Schloss Varlar en Schloss Darfeld. Het is te nat om foto´s te maken.  In Darfeld rijden we verkeerd, maar dat is juist goed want zo komen we langs hotel-restaurant Feldkamp. Dit hotel heeft nog een goede kamer voor ons. Alle natte spulen uit, lekker douchen, wat drinken en lekker eten.  

 

5e etappe
Darfeld – Münster 47 km.

Maandag 24 oktober 2005
Zonnig, later regen.

Het is nog maar een halve dag naar Münster.  De dag begint zonnig. Maar al gauw is dat over en begint het te spetteren. Daarom fietsen we in een tamelijk hoog tempo richting Havixbeck .  We gaan wat op en neer door het heuvelige landschap en passeren achtereenvolgens Haus Stapel, Burg Huelshoff en Haus Voegeding. De buitjes gaan over in een gelijkmatige plensbui die aanhoudt tot in Münster. We hebben in dit weer geen zin meer om de stad te bekijken en gaan vroeg in de middag met de trein terug naar Rotterdam.

 

6e etappe
Münster – Gütersloh 89 km.

Reisdag
Donderdag 25 mei 2006.

Om 12.07 uur de trein naar Enschede en daar het regionale treintje naar Münster. Op het station kaartjes kopen uit de automaat voor Duitsland. Dat is goedkoper dan aan het loket bij de NS. We hebben via internet voor vanavond een jeugdherberg geboekt aan de Aasee. We komen hier iets voor half zes aan  Een prima tweepersoonskamer en een goed diner.
’s Avonds even naar de Altstadt. De stad maakt zich op voor het Eurocityfest. Ik had meer van de stad verwacht. De Principiënmarkt is wel mooi en natuurlijk de Dom. Maar er is veel verwoest en afgebroken.

Vrijdag 26 mei 2006.
Zonnig tot half één, 16°C, daarna regen (12°C), nagenoeg geen wind.
Zestig Chinezen in Gütersloh, wat zouden die hier komen doen? De jeugdherberg zat er dus mee vol. Maar Hotel am Rathaus heeft nog wel een kamer. Een echt Duits hotel op de tweede verdieping.

Jan is al vroeg wakker in de jeugdherberg in Münster. Het stapelbed schudde al om half zeven. (hij lag beneden en ik boven). Om half negen staan we dan ook kant en klaar om te vertrekken. Via de beplante omwalling van de Altstadt rijden we Münster uit. De weg gaat meestal oostelijk, het terrein is vlak met veel waterstromen. (De Ems die tot Mariënfeld dichtbij blijft, passeren we verschillende malen.) Zo nu en dan natuurgebieden, en veel landbouwgronden. Havervelden en maïs die net geplant is. We passeren Pleistermühle (een oude pleisterplaats), die er zo vroeg nog leeg en verlaten bij ligt. Langs de spoorlijn – de trein belt voor elke overgang – komen we eind van de ochtend in Warendorf. Een klein stadje dat zijn centrum nog aardig bewaard heeft. We bekijken de Markt met het Rathaus, waar net een huwelijk van een tandarts plaatsvindt. Collega’s met mondkapjes voor staan met een laken, waar een kies uit geknipt wordt, voor de deur van het Rathaus. Het bruidspaar moet daar doorheen stappen. De markt wordt gereed gemaakt voor een festiviteit. (Een beurs voor beroepsorientatie, ja daar doen ze hier ook aan).
We bekijken ook de oude Laurentiuskerk, nou ja oud, van binnen is veel nieuw. Maar heel oud is het altaarstuk met twee zijvleugels, uit 1420. Het toont het lijden van Christus. En het is prachtig.  Bij de Mariënkerk bekijken we de oude toren, die is blijven staan, toen de kerk zelf is afgebroken. Een nieuwe kerk werd in 1927 gebouwd. We fotograferen het beeld dat gestut moet worden. Vanuit Warendorf geven de bordjes een andere weg aan, zuidelijker dan de route in het boekje. Hij loopt ten zuiden van de Ems, i.p.v. ten noorden. De bordjes staan er allemaal en na 6,5 km zijn we weer op de route van het Bikeline boekje. Langs de Ems treffen we een monument voor de heimatvertriebenen: "Durch Gewalt und Unrecht; 1946 aus der Heimat dem Böhmerwald vertrieben;Gebt der Welt Frieden; Anno 2000" Het is het eerste van vele die we tegen zullen komen.
Vlak voor Geffen langs de Warendorfer Langweg staat een picknickplaats aangegeven. Dat blijkt een uitgebreide plek. Hier pauzeren we voor een broodje. Daarna is het over met de zon. Het begint te regenen, en het houdt ook niet meer op. Wat jammer is, want de natuurgebieden die nu komen zijn best de moeite waard. Boomberge, Heckerheide en Natur-Schutz-Gebiet (NSG) Leidermoor. Maar eerst passeren we een groot industrieterrein in Harsewinkel. Het ruikt er ook chemisch. Gelukkig is het van korte duur. Bij Pavenstadt volgen we het fietspad langs de Dalkebeek naar het centrum van Gütersloh. Het is nu opgehouden met zachtjes regenen.

Krant gekocht waarin een artikel staat over de film “Nichts als die Wahrheit”, een film van Roland Suso Richter over de nazi-arts dr. Mengele. Het gaat uit van een fantasie scenario, waarin Mengele niet dood is, maar als oude man terugkomt naar Duitsland. Daar wordt hij voor de rechtbank gebracht. Verdedigd door een briljante advocaat, die zijn daden bekijkt onder het regime van de nazi’s. De tweede wereldoorlog blijft fascineren door de ongekende wreedheid!

 

7e etappe
Gütersloh – Detmold 70 km.

Zaterdag 27 mei 2006.
De hele dag bewolkt, maar pas om half een regen. Aan het eind van de middag een fikse plensbui. 14°-15°C, westenwind.

De verwachting van het weer is slecht, hele dag regen. Maar dat valt mee. Helaas krijg ik bij de plensbui een lekke band. Had toch niet moeten luisteren naar de te zuinige reparaties van Bikers Best in Rotterdam, maar aan moeten dringen op het vervangen van de buitenbanden.

Start om 8.15 uur uit Gütersloh. Langs de beek terug naar de route. Die gaat in een grote bocht om Gütersloh heen. We passeren een mooi watermolen met landhuis. Dat er iets van bebouwing zou komen bij de Olbach zag je al aan de beplanting van de hoge oude bomen. Verl is gauw bereikt. Een lange aanloop door de buitenwijken van dit stadje. Helemaal aan het eind is de oude kern met kerkje, Heimathaus, en andere monumentale panden. In Verl is vandaag een begrafenis. Bij het kerkhof staat een groepje mensen te wachten op de rouwwagens. Bij de kerk lopen ook nog mensen in zwarte kleding. Verl uit is een stukje langs de weg over een fietspad, maar dan duiken we het bos Holterwald in. Een mooi bospad, soms een beetje drassig, maar wat wil je ook met dit weer. Midden in het Holterwald ligt Schloss Holte. Een kasteel uit de 19e eeuw, gebouwd door een meneer Friedrich Ludwig Tenge die hier een papierfabriek vestigde. Inmiddels is de fabriek geheel ter ziele, maar het kasteel staat er nog en wordt nog steeds particulier bewoond.
Even voorbij Riege passeren we een wegcafé. De waardin vindt het dapper dat we in dit weer fietsen.
In Augustusdorf merken we dat we het Teutoburgerwald naderen. We zijn vanaf Gütersloh zo’n 100 meter gestegen, maar dat ging heel geleidelijk. Nu zien we in Augustdorf de rug van het Teutoburgerwald liggen. Helaas regent het zo hard dat we het niet wagen het fototoestel tevoorschijn te halen. De markeringen op de kaart van sterke daling en stijging bij Pivitsheide vallen reuze mee, vooral omdat het korte stukjes zijn. Vlak daarna krijg ik in het bos een lekke band. Je snapt dat deze niet echt makkelijk te plakken valt na zo’n natte tocht door het bos. Maar we moeten wel wat doen. Jan vervangt de binnenband.. En dan blijkt dat er op zo’n regendag toch nog wel mensen in het bos wandelen en fietsen. Bemoedigende woorden krijgen we toegeroepen. In Hiddesen staan de bordjes R1 niet zoals in het routeboekje. We krijgen het vermoeden dat deze R1 bordjes naar het Hermansdenkmal leiden, want in plaats van NO gaan ze Z. Dan zou het heel goed kunnen dat we de jeugdherberg niet passeren, zoals het routeboekje wel doet. En bovendien moeten we heel wat klimmen voor we bij het Denkmal zijn. Dat weet ik nog uit de tijd dat ik de Hermannsweg liep. Dus we gaan terug en aan de hand van de beschrijving in het boekje komen we bij de jeugdherberg van Detmold. Er zijn verschillende groepen, waaronder een fanfare. Maar voor ons is ook nog een kamer beschikbaar.
Dit stuk van het dagboek wordt dan ook geschreven met de fanfaremuziek op de achtergrond.

 

8e etappe
Detmold – Holzminden 76 km.

Zondag 28 mei 2006.
Wonderbaarlijk, de hele dag droog, dreigende luchten met zonneschijn, maar geen spat regen. Wel veel wind uit het westen, volgens de windmeter 3 – 4 Beaufort.

Uitgebreid buffet in Detmold. Maar wel goedemorgen zeggen! Daar wordt ik op gecorrigeerd als ik met de fietstassen naar buiten loop en niet gedag zeg tegen de dame die in de hal het ontbijtbuffet aan het klaarzetten is. Ze dacht dat ik een kind was, dus toen ik me verontschuldigde, zei ze dat. Kennelijk worden alleen kinderen opgevoed.
Aan het ontbijt treffen we twee paren Duitsers die ook fietstochten maken. Beide paren overwegen met de trein terug te keren, vanwege het slechte weer.

Om half negen vertrekken we. Direct naast de jeugdherberg een bospad naar beneden. Daar treffen we de officiële bordjes weer aan. De nieuwe R1 route loopt langs het Hermannsdenkmal.
In Heiligenkirchen zien we mensen met vers brood lopen, dus fietsen we
in die richting en daar vinden we een kruidenier, die zijn zaak had afgesloten, op een klein gedeelte na, waar hij op deze zondagmorgen brood verkoopt.
We fietsen duidelijk op de flanken van het Teutoburgerwald, veel klimmen en dalen, hoge dichte bossen – ook weer even wezen kijken bij het natuurgeweld van de Externsteine die we ook op onze Hanzeroutetocht gekeken hadden -  Dan een stuk dat Hermannsweg genoemd wordt – en waar ik in het grijze verleden nog eens gelopen heb – en dat uitkomt bij een bron, waar mensen talloze flessen staan te vullen. Na Wintrup – een grote boerderij – komt een werkelijk prachtig stuk langs de Mühlenbach. Soms uitgebreide gele koolzaadvelden, weinig bebouwing. We komen een schaapskudde tegen even voor slot Vinsebeck. Een barok paleisje uit 1720. Buiten op het hof staan tafels klaar voor een ontvangst. De witte lakens wapperen zachtjes in de wind. Een toren met een zwaan. Na Nieheim dat we in het dal zien liggen, fietsen we weer langs de Mühlenbeck, met weer grote gele koolzaadvelden. Een pareltje onderweg is Höxter aan de Weser. We fietsen er dwars doorheen. De middeleeuwse structuur is zo te zien aardig bewaard gebleven. Veel vakwerkhuizen zijn gerestaureerd. Prachtig voorbeeld is het Adam en Evahuis aan de Stummrige Straße. Zo genoemd omdat de figuren van Adam en Eva in een balk zijn uitgesneden. De Dechanei aan de Markt staat in de steigers, maar er is een probleem er zit houtworm in de balken. In de buurt van de Kiliankerk is vorig jaar een explosie geweest. De kerk is gesloten, te weinig geld om hem meteen weer op te knappen, en de panden in de buurt worden stuk voor stuk weer hersteld. Er is een groot gat, waar meteen archeologisch onderzoek wordt gedaan. Een stuk stadsmuur is blootgelegd. Via Internet blijkt dat de explosie opzettelijk is veroorzaakt. Een jarenlange strijd tussen twee broers om de erfenis van het huis heeft één broer ertoe aangezet het huis op te blazen. Er zijn drie mensen omgekomen. (http://www.wdr.de/themen/panorama/brand02/explosion_hoexter/reportage_050919.jhtml) . Buiten Höxter ligt het slot Corvey. Het is een beroemd Benedictijner Klooster. Maar donkere wolken pakken zich samen. Dus besluiten we om door te fietsen naar Holzminden, dat ook aan de Weser ligt. Dat betekent een lang fietspad langs de Weser. We hebben de wind achter. Maar de Weser heeft een grote bocht bij Albaxen, dus daar treffen we de wind ook nog vol in het gezicht. De wolken blijven dreigen, maar er valt geen regen. Holzminden is een bijzondere stad, omdat er zich aan het eind van de 19e eeuw een reuk en smaakstoffenindustrie vestigde. Daar zien we weinig van. Vanwege het weer zoeken we weer een jeugdherberg op. Er is wel een camping in Holzminden, die ligt aan de Weser. Een deel van de camping is ondergelopen, omdat de Weser nogal hoog staat. De jeugdherberg is gevestigd in een aardig gebouw en helemaal leeg. Maar we kunnen er wel overnachten.  ´s Avonds een klein stapje gemaakt in Holzminden. Ook hier prachtige huizen, waaronder een oude patricierswoning van Hermannus Tropius uit 1663. Hij was abt van Amelungsborn en General super-intendent van het Weserdistrict en Primarus van de Mariakerk. Aldus een bord op zijn huis. Een belangrijke man dus. Het centrum van Holzminden maakt nu een veel eenvoudiger indruk.

 

9e etappe
Holzminden – Bad Gandersheim 69 km.

Maandag 29 mei 2006.
Koud 11°C – 15°C, ´s ochtends grijs bewolkt, ´s middags regen (veel regen), ´s avonds weer even droog.

Niet zo´n interessante route vandaag. Voornamelijk over autowegen, soms wel rustig, maar soms ook heel druk. Op papier mooie stadjes, maar in werkelijkheid vaak armoedig, met grote gaten die nog opgevuld moeten worden. En toen het in de middag ook nog heel hard ging regenen had ik het ook wel even gehad.

Even over half negen vertrekken we van de jeugdherberg. We missen bijna slot Bevern. Het is een zeer vervallen Weserrenaissance slot, gebouwd door Statius van Münchhausen. (een voorvader van de bekende leugenbaron Hieronymus van Münchhausen).  Volgens een bord wordt het nu opgeknapt met Europese subsidie tot een themapark geschiedenis, maar de uitvoering is ernstig vertraagd, want het had in de zomer van 2005 geopend moeten worden.
Even verder is de problematische overgang over de B64 sterk verbeterd. Er is nu een viaduct onder de B64 voor fietsers. Dat scheelt een klim. Dan volgt een aardig stukje hoog langs de Beverbach.
In de Stadtoldendorf gaan we even van de route af om het stadje te bekijken. Ook weer een beetje armoedig. We bekijken de waltoren en een stukje stadsmuur. Een lang stuk langs de autoweg naar Wangelnstedt en verder naar Lüthorst en Erichsburg met een geheel vervallen slot. Dan een lang stuk over de weg, in het dal van de Ilme. Wellicht dat Einbeck (een Hanze stadje) nog iets aardigs heeft. Maar dan barst de regen in alle hevigheid los. Druipend lopen we een tearoom in voor een kop koffie. En ja, Einbeck heeft een aardig centrum met prachtige vakwerkhuizen en een mooi Rathaus en ook nog een groot stuk stadsomwalling.
Het laatste stuk weer over de weg, Inmiddels aardig druk met verkeer, en zonder fietspad, en regenen, regenen, regenen. Bij Orxhausen gaat de route van de autoweg af, maar volgens het routeboekje volgt nu een steil, smal, onverhard pad. Met al die regen en met koude stijve benen lijkt dat niet optimaal en de alternatieve route (vier keer zo lang met twee bulten) ook niet. We hebben nu zoveel over de weg gereden, dat die laatste drie natte kilometers naar Bad Gandersheim er ook wel bij kunnen. Kletsnat rijden we het stadje binnen. Het hotel in de Brugstraße lijkt verlaten en de VVV wil geen hotel voor ons bellen (“Dat moet u zelf doen, hier is de informatiefolder”). Een tweede hotel in de Burgstraße, even verderop, is prima. Fietsers speciaal welkom.  ´s Avonds nog een klein ommetje.  Er is een voorstelling in de openlucht van een aantal zangers die op de Domfestspiele in verschillende stukken spelen. Vanwege de regen is een kleine overkapping voor het publiek gemaakt. Die hangt zo laag, dat je daardoor, als je achteraan staat, de zangers niet kunt zien.

 

10e etappe
Bad Gandersheim – Goslar 50 km

Dinsdag 30 mei 2006.
Koud, 10°C – 14°C,  hele dag bewolkt tot zeer zwaar bewolkt, weinig regen, matige westenwind.

Een rustig vertrek vanuit het aardige hotel en het aardige stadje. Eerst langs de heilbronnen met zijn grote hotels en verzorgingshuizen. Meteen omhoog klimmen met een haarspeldbocht en mooi uitzicht over het dal van de Meine. Na Wolperode weer een behoorlijke klim naar Heber (285m) en het weer is nu zo dreigend geworden dat het wel meteen moet gaan plenzen. Maar dat gebeurt niet. We komen nu in een ander dal, dat ligt tegen de Oberharz aan. Het dal van de Nette en de Schildou. Onze route gaat nu gelijk lopen met de Harz-Rundweg. Deze route heeft een heksje op de fiets als logo. De Harz is het middelpunt van de viering van de Walpurgisnacht of te wel de heksensabbat (30 april), een oud Germaans feest dat de lente aankondigt. Aanvankelijk rijden we hier verkeerd, omdat er een bordje mist en de weg die we inslaan ook noordoostelijk gaat. Maar hij blijft in het bos en hij blijft stijgen. Dus omgekeerd en dan blijkt dat we een stukje terug moeten om op een lager gelegen en laag blijvende weg naar Neuekrug uit te komen. In Neuekrug/Hahausen moeten we even het dorp in, omdat we wel brood hebben maar geen beleg. Gelukkig is er aan het eind van de weg in Hahausen een kleine kruidenier. Bij Neuekrug terug, fotograferen we een boerderij met een met pannen bedekte muur. Dit soort boerderijen zie je hier meer.
We vervolgen de Harz-Rundweg tot het punt bij Langelsheim waar we moeten kiezen of de officiële route door de Oberharz, of de makkelijker route door het dal. Vanwege het weer gekozen voor de dalvariant. De weg over het spoor en de snelweg is verplaatst, dus de eerste bult over de Appelhorn vervalt daarmee, we fietsen in één ruk over de B82 naar Langelsheim. En daar pikken we de variant door het dal weer op. Bij Astfeld het fietspad bij de B82 genomen. Het eerste stuk is afgesloten voor auto´s en ingericht als skatebaan. Zo door gefietst naar Goslar en direct door naar de jeugdherberg. Die ligt in een prachtig vakwerkhuis op de hellingen van de Rammelsberg.
We zijn vroeg. Dus nog even naar het oude Goslar gelopen. Het stadje staat op de wereld erfgoedlijst van Unesco. Een mooi bewaarde stad. Je weet niet waar je kijken moet. Jan maakt dus maar één fotootje van de panden aan de Liebfrauenberg.

 

Goslar rustdag
Woensdag 31 mei 2006.

Wandelen in de stad en bezoek aan o.a. het Bergbaumuseum Rammelsberg.

 

11e etappe
Goslar – Michaelstein 54 km.

Donderdag 1 juni 2006.
Koud 9°C - 12°C, veel regen ’s ochtends en ook ’s middags.

Heel koud vandaag. Regenbroek aan, niet alleen vanwege de regen, maar ook vanwege de kou. ’s-Ochtends met regen vertrokken uit de jeugdherberg in Goslar. We nemen de oranje route door Goslar (en niet door het bos, omdat de weg daar slecht is, en vanwege de regen waarschijnlijk nog onbegaanbaarder). We fietsen dus aan de rand van de Oberharz, maar dat is best op zekere hoogte. Bij Bad Harzberg dalen we naar het dal, maar we maken niet de omweg rond het noord van Bad Harzberg, maar fietsen dwars door het stadje heen. Het is heel koud en het regent behoorlijk hard. Weer door het hoge woud van de Harz. Ik vraag me af hoe lang ik dit nog leuk moet vinden. Het wil maar niet droog en warm worden. Met een extra trui en koude benen onder mijn regenbroek fiets ik verder. Als het geen zomer wil worden, dan wil ik zeker Polen niet in. Met de herinnering van 30 jaar geleden van wantrouwige en niet mee werkende Polen wordt er dan teveel van mijn humeur gevraagd. Bad Harzberg is de laatste plaats voordat we Saksen Anhalt in gaan, voormalig DDR. De grens ligt bij de rivier de Ecker. Vaag is de grens nog wel te zien. De bomen zijn lager, een oud Forsthaus is afgebroken – er herinnert nu alleen nog een bord aan zijn bestaan -. Dwars door de rand van de Harz komen we in de eerste plaats van de DDR, Ilsenburg aan. Dat ziet er prachtig uit, gebouwd rond een meertje. En verder gaat het weer richting Wernigerode, een vakwerkstad met een groot slot. Maar het giet van de regen. We rijden hard door om warm te blijven. Ondanks het weer is het hier heel druk. Met name bij het kasteel. Een grote opstopping vanwege een verkeerd geparkeerde auto maakt dat niemand meer heen en weer kan, maar fietsers kunnen er natuurlijk altijd langs. Al roept een geïrriteerde automobilist dat we af moeten stappen en wachten.  We rijden verder tot Michaelstein vlakbij Blankenburg. Daar is een pension. Het is een buurtschap dat helemaal opgeknapt is. Het pension ligt naast een forellenvijver. En die forellen eten we ’s avonds.  

 

12e etappe
Michaelstein – Ballenstedt 44 km.

Vrijdag 2 juni 2006.
Zonnig, droog, 15°-16°C. geen wind

Jan’s verjaardag en de eerste droge zonnige dag. Ook hogere temperaturen! Eindelijk een beetje zomer. Het fietsen wordt er meteen veel leuker door. Ook al begint de dag met een lekke band. Mijn achterband stond ’s morgens slap. Het duurt dan toch een uurtje voor je weg bent.

We rijden de echte R1 route, hoewel het boekje zegt dat dit stuk van Michaelstein naar Blankenburg van 3 km zeer gecompliceerd is, matig aangegeven en grotendeels slecht te rijden. Er staan voldoende bordjes om met kaart en kompas deze route te rijden. Het gaat wel op en neer en soms zo sterk dat we moeten lopen. De rand van de Harz is wel heel mooi. Hoge bomen, veel vogels, ook bruine roofvogels cirkelen in de lucht. Ook veel zwaluwen op de open plekken. In Blankenburg dalen we af naar het centrum om brood te kopen. Blankenburg heeft nog veel kenmerken van een DDR stad, de grote villa’s in de buitenwijk worden / zijn opgeknapt, in het centrum staan nog veel panden er armoedig bij. We klimmen naar het slot dat gesloten is, omdat het gerestaureerd moet worden. Op een bankje eten we in alle rust een zoet broodje We blijven aan de rand van de Harz fietsen. De plaatsjes die we passeren zien er aan de “achterkant” hetzelfde uit, een soort volkstuintjes tegen de bosrand aan. We schieten niet hard op. Na de lunch komen we in de bosrand een Nederlandse fietser tegen, die de R1 andersom rijdt. Wij hebben dan nog geen 20 km op de teller staan. Hij ongetwijfeld meer, maar hij mist een bordje, precies op het kruispunt waar wij uitkomen. Dat is geluk voor hem. We passeren Thale. Dat is een heksenstad, met heksenoptochten. Vanaf Neinstedt fietsen we meer in het Harz Vorland. De wegen blijven grinderig en modderig en het gaat veel op en neer. Even voorbij Gernrode staat zelfs een bordje – nog steeds het heksje op het fietsje – verkeerd, waardoor we te zuidelijk uitkomen. Een hele klim voor niets gedaan. Terug, en dan weer een klim richting Ballenstedt. We besluiten in Ballenstedt onderdak te zoeken. Er zijn hier geen campings, wel een paar pensions. Ballenstedt is qua structuur een rare stad. Aan de rand staat een groot kasteel, waar een duur hotel in gevestigd is. Verder is er geen duidelijk oriëntatiepunt als bijv. een kerktoren. We zakken in de richting van wat wij denken dat het centrum zou moeten zijn. En vinden…………  Niets, alleen woonhuizen. We worden er een beetje lacherig van. Nog maar een stukje zakken, een voetgangersgebied. Geen raadhuis, weer een weg over, en dan ineens een Oude Markt met een oude toren, die onderdeel van de stadswal was, en een pension. Dat is helaas vol, maar het stuurt ons door naar een grote boerderij even verderop. Alleen het pensiongedeelte is opgeknapt. Hier vinden we een goede slaapplaats.

 

13e etqppe
Ballenstedt – Bernburg 86 km.

Zaterdag 3 juni 2006.
Koud, 14°C, bijna de hele dag regen.

Om 8 uur staan we buiten, want we willen tot Bernburg fietsen. Daar is een camping en omdat het weer gisteren opklaarde, denken we dat het vandaag eindelijk mogelijk zou moeten zijn om de tent eens uit te pakken. Maar het mooie weer van gisteren zet vandaag niet door. Het lijkt wel alsof we naar het slechte weer toe fietsten. Het is nog zonnig – hoewel koud – als we vertrekken. We fietsen over een brede allee met bomen in het midden terug naar het kasteel van Ballenstedt. Daar pakken we de route weer op. We raken nu duidelijk uit de Harz. In Meisdorf is het nog wel even klimmen, vooral omdat we een afslag vergeten en zo een berg op fietsen, maar als we de goede afslag gevonden hebben, zitten we op een hoge weg met aardige uitzichten. De vlakte van Harz Vorland strekt zich uit en als we naar het noorden draaien, het weer wordt nu ook slechter en verderop ziet het er helemaal erg uit – wordt het behoorlijk plat. Dat wil nog niet zeggen, dat we daardoor harder kunnen fietsen. In Ermsleben ligt het centrum helemaal open, en in Reinstedt is het allemaal kinderkopjes waar we overheen moeten.
Dan dalen we af naar de beek de Selke. Hier ligt een aardig grindfietspad, dat ondanks de beperkte routebordjes aardig te volgen is. Het grindpad is ondanks alle regen behoorlijk droog. Dat wordt later op de dag nog wel anders langs de Bode.
Vanaf Gatterleben gaat het weer oostelijk, rond een recreatieterrein met grote meren. Maar omdat het weer zo slecht is, is er niemand te zien. Een enkele wandelaar met hond, verder schieten er hazen over de weg en vliegen er grote zwarte roofvogels over, en we zien veel, heel veel slakken, grote bruine en grote witte.
Een prachtig pad vanaf Neu Königsaue gaat dwars door de graanvelden naar Stassfurt, je moet een mooi uitzicht hebben op Hecklingen, maar dat is door de damp en laaghangende bewolking niet echt te zien. We fietsen het eerste stuk langs de Bode, moeten ingewikkelde toeren uithalen in Stassfurt om aan de andere kant van het water te komen, ook daar weer een aardig pad met aan een kant bosjes die een goede schuilplaats blijken te zijn voor reebokjes. Twee schieten er voor ons weg.  Vanaf Hohenerxleben fietsen we vlak langs de Bode. Dat valt niet mee. De rode rivierklei is soms heel zacht en zeker als er nog wat zwarte klei overheen ligt. We fietsen van slot naar slot (Neugattersleben) naar slot (Nienburg) naar slot (Bernburg). Het laatste stuk begint met een nieuw geasfalteerd deel. Dat fietst heerlijk, maar helaas het tweede deel moet nog gedaan worden.
Tamelijk vuil arriveren we in Bernburg. Geen camping, maar een hotelletje boven een chinees.
’s Avonds een wandeling door Bernburg gemaakt, langs en door het slot, dat helemaal gerestaureerd wordt. Het ligt prachtig, met mooie wandelwegen langs de Saale. Goed zicht op de sluizen en op de benedenstad.  

 

14e etappe
Bernburg – Dessau 67 km.

Zondag 4 juni 2006.
Koud ± 10°C, wind noordwest soms 3 – 4 Bf. Grijs bewolkt, wel droog.

Jan trok gisteren per ongeluk mijn fietsbroek aan. Die vond hij lekker zitten. Dus heb ik zijn broek geprobeerd. Zat mij ook goed. En het voordeel is dat de pijpen langer zijn, wat ik prettiger vind. Dus broeken gewassen en vanochtend zijn broek aan!

We zijn pas laat op, omdat het ontbijt pas om half negen geserveerd wordt. De vrouw van het Cityhotel verontschuldigt zich dat ze er gisteravond niet was - we zijn door de Chinees beneden geholpen – en als vergoeding daarvoor mogen we broodjes meenemen voor de lunch. Dat is handig, want er blijkt deze zondag niets open tot Aken. Het is een vlak parcours, eerst Bernburg uit langs de rivier de Fühne, en daarna met een merkwaardige zuidelijke omweg langs Leau, Preußlitz en Cormigk. Waarom de R1 die omweg maakt, weet ik niet. Op de kaart van ADFC staat de omweg niet en gaat de route meteen naar Biendorf. Tot Drosa zijn het landbouwwegen en weggetjes. Veel graanvelden, heel uitgestrekt met weinig tot geen boerderijen en op deze koude Pinksterdag zeker geen mensen. Bij Drosa maken we een klein ommetje naar een hunebed. Er is een grote picknickplaats aangelegd. Natuurlijk niemand te bekennen, maar wij hebben er dankbaar gebruik van gemaakt. Na Wülfen komen we in een natuurgebied. Bos, meest naaldbos, afgewisseld met woeste graslanden. Er liggen ook grote meren en er zijn heel veel vogels, veel zwaluwen en verschillende soorten roofvogels, valken en buizerds en wellicht nog andere die ik niet kan onderscheiden. We maken de omweg naar Reppichau. Hier is in 1180 Ridder Eike von Repgow geboren. Deze heeft het eerste Duitse rechtsboek geschreven: de Sachsenspiegel. Een soort plaatjesboek met rechtsregels. Het dorp eert zijn grote zoon door overal figuren uit dat boek neer te zetten en muren te beschilderen met kopieën van de illustraties uit de Sachsenspiegel. Er is ook een informatiecentrum. De vrouw van het infocentrum denkt dat haar lerares binnenkomt. Ik snapte eerst niet wat ze bedoelt. Ze maakt haar verontschuldigingen, maar volgens haar lijk ik sprekend op haar. Ik heb dus een dubbelganger in Sachsen Anhalt.
De Sachsenspiegel is een heel bijzonder boek. Er zijn vier handschriften uit de 13e eeuw. Kopieën liggen in het museum in Reppichau. Van de buitenwijken van Aken aan de Elbe gaat het dan in één rechte lijn naar Dessau. Vanwege de kou boeken we maar weer een jeugdherberg. Een zeer sobere dit keer, zonder avondeten, maar met een gut bürgerliche keuken in een restaurant om de hoek. ´s Avonds maken we een wandeling naar het Bauhaus en het station. Er is nog heel veel te herstellen in deze stad, die zoveel te lijden heeft gehad van WOII.

 

Rustdag in Dessau 23 km
Maandag 5 juni 2006.
Koud, veel grijze wolken, soms regen.

In Dessau blijven we een dag extra om het Bauhaus te bezoeken en de stad te bekijken.
We doen o.a. een aardige fietsroute langs Bauhaus-bauten.

 

15e etappe
Dessau – Lutherstad Wittenberg 65 km.

Dinsdag 6 juni 2006.
Koud 10°C-14°C, weinig wind, bedekte lucht met twee harde regenbuien.

Het licht gaat voor mij uit vandaag. Te lang te koud en te nat. Te veel energie verloren en te weinig energie opgedaan. Bij het weggaan uit de jeugdherberg regent het al. Al duurt het niet lang, toch geen fijn begin. De tocht Dessau uit is prachtig door het Beckerbruchpark. Het fietspad is goed begaanbaar en vanaf het stuk langs de Elbe helemaal geasfalteerd. Het park is geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco, omdat het een uitmuntend voorbeeld is van landschapsaanleg in de eeuw van de verlichting, waarin de principes van educatie, kunst en economie op geïntegreerde wijze vorm hebben gekregen. Aldus de site van Unesco. Maar het is mooi. Overal staan zuilen met informatie. Over de “grootmoedersbrug” over de Mulde, een zijrivier van de Elbe, bereiken we de Sieglitzer Berg, waar een restant van een bouwwerk van Vorst Franz (eind 18e eeuw) de Solitude staat. De rotaryclub van Dessau is van plan de Solitude te restaureren. (http://www.rotary-dessau.de/) We volgen nu een stukje van de Elbe Radweg, omdat die over Wörlitz gaat en daar is ook een beroemd landschapspark. Niet zozeer om dat te bezoeken, daar moet je een dag voor uittrekken, maar om er toch een indruk van te krijgen. Bij Vockerode is een dijkdoorbraak geweest. Omdat het water in de Elbe nu hoog staat, levert dat een mooi plaatje op. Wörlitz is weer zo´n Oost-Duits stadje in opkomst. De poort waar we onderdoor rijden moet nog opgeknapt worden, er zijn vele hotels en pensions. En in het park – voor zover we dat kunnen zien – want je mag er niet in met de fiets – wordt hard gewerkt. Waterfietsen liggen vergeefs op klanten te wachten. Het kost moeite om Wörlitz uit te komen. We fietsen te ver naar het oosten en komen via een nieuw aangelegd fietspad in Horstdorf uit. Maar vandaar is het niet ver meer naar Oranienbaum. Een stadje dat verbonden is met het huis van Oranje Nassau. Een dochter van Frederik Hendrik: Henriëtte Cathatrina trouwt met Johan George II van Anhalt-Dessau. Zij kreeg van hem het stadje Nischwitz. Ze liet er woonhuizen, een kerkhof en een glasblazerij bouwen en bracht het tot bloei. De Nederlandse architect Cornelis Ryckwaert bouwt het slot Oranienbaum. Het kasteel is zeer verwaarloosd, maar het wordt eentonig, ook dit wordt opgeknapt. Wel staat in volle glorie het Marktplein te schitteren, met de Oranjeboom in het midden.
Door het bosgebied komen we via een open plek, waar we een goed zicht hebben op de baggermachines van het baggermuseum Jüdenberg. De lucht richting Wittenberg is zeer donker, en bij het Pabsthaus – waar de enige bank staat in dit gebied – lunchen we even. Een infobord leert ons dat hier Johann Gottfried Galle is geboren, een Duits astronoom uit de 19e eeuw en de ontdekker van de planeet Neptunus. Verder maar weer, langs de spoorlijn Wittenberg – Wolfen. Het lijkt erg op de Veluwe, een klein beetje heuvelig. Niet zulke hoge bomen, veel brem in bloei. Na de camping in Bergwitz breekt het onweer los. Ik manoeuvreer onhandig mijn fiets onder de bomen in de struiken, Jan ziet zich alweer een band plakken en heeft commentaar. Op dat moment zou ik het liefst richting huis gaan. Als de regen minder wordt fietsen we verder. Ik koop een krant bij het station van Bergwitz, waar we ook nog even schuilen, en lees dat het minstens nog twee dagen koud en nat blijft! En dan fietsen we verder naar Wittenberg. Wittenberg ligt aan de andere kant van de Elbe. We zien het prachtig liggen. Zon op de torens van de slotkerk en de spitsen van de stadskerk. Met een enorm donkere lucht. En ja hoor, ook in Wittenberg breekt weer een noodweer los. Jan wil nu meteen naar het station rijden om kaarten voor de terugweg te kopen. Hij is mijn gezeur zat. Maar ik denk dat we beter nog door kunnen fietsen naar Berlijn en daar besluiten wat we doen. We besluiten twee nachten in de jeugdherberg te boeken. De jeugdherberg – heel mooi gelegen in het slot – heeft geen plaats en stuurt ons door naar een Gaststätte met kamerverhuur. Daar huren we voor twee nachten een kamer.

Morgen gaan we bekijken wat we verder doen. In ieder geval Wittenberg bekijken. Maar ook de planning van de tocht, gaan we naar huis, of blijven we in Duitsland (in Polen met de regen lijkt me helemaal niets).

 

Woensdag 7 juni 2006.
Lutherstadt Wittenberg.
Droog, voorzichtig zonnetje, iets warmer.

Stad bekeken: Lutherhuis, Melanchtonhuis, Slotkerk en het gymnasium van Hundertwasser. En besloten om verder te fietsen naar Berlijn.
 

16e etappe
Lutherstadt Wittenberg – Geltow/Potsdam 94 km.

Donderdag 8 juni 2006.
Zonnig, droog, 20°C, weinig tot matige wind uit het noordwesten.

Eindelijk is de zomer begonnen en meteen maken we weer een flinke tocht, dwars door de Hoher Fläming, een mooi gebied met akkerland (veel tarwe en koolzaad), met mooie wilde bermen met klaprozen, korenbloemen en kamille, blauw weiland en bossen. Soms fabrieksnaaldhout, soms gemengd loof/naaldbos. Het is rustig onderweg, bijna geen andere fietsers. Wel een vos vlakbij Klein Marzehns en weer de nodige roofvogels.  In Belzig – mooi oud centrum met markt –  pauzeren we op een zonovergoten terras met een pannenkoek. Maar die valt bij Jan niet zo goed. Dus even voor Schwanebeck weer pauzeren aan de kant van de weg op de stoeltjes met een mango en een mandarijn om de maag tot rust te laten komen. We zitten inmiddels in de deelstaat Brandenburg. En dat heeft voor de fietsers aparte bijzonderheden. Bij stukjes fietspad staat nu “Anfang”, sommige paden heten “Fahradstraße” en er zijn heel bijzondere schuilhutten. Even na Brück zien we nog een typisch staaltje DDR-bouw, een klein wijkje even buiten Brück, Brück Neubau geheten, dat alleen uit 50er jaren flats bestaat. De meeste huizen zijn verlaten.
We moeten daarna om een militair terrein heenrijden. Allemaal naaldbomen. Daarna 6 km langs een spoorlijn – en dat lijkt weer op de Veluwe – en dan bij Beelitz snijden we een stukje af, klein stukje over de weg, en dan nog een stukje ´holperig´ bospad. We zitten dicht bij de grote autowegen. Die steken we tot twee maal toe over. We naderen de agglomeratie Potsdam. Langs de Schwielowsee steken we bij Geltow de Havel over om na 94 km neer te strijken op de luxe camping Sansoucis. We worden ontvangen met een drankje.
Eindelijk na 14 dagen de tent opgezet, de kleren gewassen en lekker in het campingrestaurant gegeten.
En nu voor de tent op het stoeltje met de blik op de ondergaande zon in de Templiner See het dagboekje schrijven. Wat wil een mens nog meer.  

 

17e etappe
Geltow/Potsdam – Erkner 88 km.

Vrijdag 9 juni 2006.
Mooi zonnig weer, warm, 24°C, geen wind.

Leuke tocht vandaag. Eerst een ontbijt in het restaurant van de camping. Daarna de stedelijke agglomeratie door van Berlijn. Verbazingwekkend hoeveel bospaden er in de stad nog zijn. Vanuit onze camping eerst langs de Templiner See, daarna wel een stuk door Potsdam, met filmmuseum met daartegenover een terrein waar kinderen aan het sporten zijn, Nicolaikerk, en heel veel autoverkeer. Langs de Berliner Straße met aan het eind een klein ommetje langs de Tiefer See, zodat we de Glienicke Brücke mooi op de foto kunnen zetten. Na deze beroemde brug, die in de koude oorlog de grens vormde met West-Berlijn, en waar de spionnen werden uitgewisseld tussen oost en west, gaat de route langs de Wannsee. Een fietspad voor de R1 wordt hier speciaal aangelegd. We kiezen de omweg door het Grünewald met wat klimmetjes, o.a. naar de Grünewaldtoren. En dan komen we op de Heerstraße, Kaiserdamm, Bismarckstraße, Straße des 17 Juni (de straat genoemd naar de opstand op 17 juni 1953 in Oost Berlijn), Unter den Linden. De lange doorlopende marsroute door Berlijn, onderdeel van het megalomane stratenplan van Hitlers vormgeving van Berlijn. Bij de Straße des 17 Juni is alles afgezet met hekken. Want hier is het spektakel van de wereldkampioenschappen voetbal. Jan wil meteen omrijden, maar ik doe een poging om de route te vervolgen. De veiligheidsbeambten zijn in een zonnige stemming en lacherig zeggen ze dat wel er wel door mogen, maar ze moeten alle tassen nakijken. Dat is de opdracht. En omdat ik een zakmes heb, mogen we eigenlijk niet verder. Messen verboden op het kermisterrein. Maar vooruit, als ik geen kwaad in zin heb, rijden maar. Maar niet vertellen aan de andere kant, want anders heeft hij een probleem. En zo fietsen we op deze gigantische kermis tot de Brandenburger Tor. Het kampioenschap begint pas aan het eind van de dag. Dus druk is het nog niet. Meer het voorspel voor wat nog komen gaat. Bij de Brandenburger Tor staat een rockband te spelen. Weinig publiek. Om 13.00 uur zijn we er voorbij. Nu houdt de routebeschrijving in het Bikeline boekje op. We moeten het doen met de routebordjes en de ingetekende route op de kaart van de AFDC.  Op Unter den Linden mist een rechtsaf bordje. Naar mijn mening hoort dat te staan achter het Palast der Republik. Dit volkshuis uit de tijd van de DDR wordt momenteel afgebroken. Uiteraard met de nodige discussie. Moet de jongste geschiedenis van Duitsland verdonkeremaand worden? Of moet er ruimte gemaakt worden om het slot van Berlijn weer op te bouwen dat voorheen op deze plek stond? De weg bij het Palast is vanwege de sloop afgezet. We proberen iets verder langs de Spree de route weer op te pakken en ineens ziet Jan een routebordje. Met enig zoeken en heel goed kaart lezen rijden we Berlijn volgens de R1 route uit via de wijk Kreuzberg en Treptow. Het is ook even wennen aan de andere schaal van de kaart. (Nu 1: 150.000 in plaats van 1: 75.000 in het bikelineboekje). Je gaat dus langzamer dan je gevoelsmatig denkt.  Bij Treptow moeten we over de Spree en dan gaat het in bijna een rechte lijn zuidoost naar Köpenick.  Köpenick heeft en aardig centrum en een slot. Na Köpenick volgt nog een weg door een bos langs de Große Müggelsee en de Dämeritz See als we via een wandelpad (zonder routebordjes) Erkner bereiken. De camping is gauw gevonden. Het is een natuurcamping in het bos. De campingbaas zit in zijn woonwagen naar een voetbalwedstrijd van het WK te kijken.

 

18e etappe
Erkner - Münchenhofe 47 km.

Zaterdag 10 juni 2006.
Mooi zonnig weer, 25°C, geen wind.

Vertrek van de natuurcamping in Erkner om ong. half negen. Eerst inkopen doen, daarna bij een schrijfwarenzaak annex postkantoor de Duitse kaarten en boekjes terugsturen naar Nederland en bij de bank alvast contant geld halen voor Polen.
Over de weg, maar op een apart fietspad. De Akaciabomen in bloei. Ze geuren heerlijk. Langs heel veel meren, maar je ziet er maar gedeeltelijk wat van. Bij de Möllersee even gepauzeerd. Verderop fotograferen we de bermen. We komen nu in de Markische Schweiz. De R1 staat daar pontificaal aangegeven. Ook verderop met een groot infobord. Tussen Garzau en Garzin passeren we een meer, dat in de diepte ligt. Een dikke vader poedelt met zijn twee kleine kinderen in het water. Dan gaan we een met Europees geld aangelegd fietspad in plaats van het grindpad over de heuvels van de Märkische Schweiz. Het is behoorlijk klimmen en dalen. Te laat zien we dat de route niet over Bulkow gaat (op de kaart lijkt het oppervlakkig gezien alsof de route daar doorheen komt), dus het Brecht-Weichelmuseum en de mooie Altstadt missen we. Jammer. Tegen drieën zijn we op de camping in Münchehofe. Een onduidelijke situatie van twee campings tegen elkaar, maar zonder afgrenzing. We melden ons bij de eerste en krijgen een heel veld voor ons alleen. Helaas wel bij een stilstaand water met veel muggen.
´s Middags Sudokupuzzels uit de krant opgelost en een wandeling gemaakt. De campingbaas bestelt voor ons een afhaalpizza. Of liever een brengpizza.

 

19e etappe
Münchenhofe – Bleyen a/d Oder 59 km.

Zondag 11 juni 2006.
Zeer warm, boven de 30°C, geen wind.

Rustige start. Om kwart voor negen komt de campingbaas langs met broodjes. (Die gaat hij elke morgen halen). Om 9.20 uur weg.  Zelfs nog een stukje gelezen in McEwan “Brief in Berlijn”, omdat ik gisteren in een spannend stuk geëindigd was.
Het is al warm en vanuit absolute rust naar steil klimmen is even te veel voor mij. Jan klimt rustig in een klein verzetje naar boven, maar voor mij is het lopen. Münchehofe is echt een boerenvlekje. In Obersdorf zien we ooievaars en later in Trebnitz weer. Het is nog maar een paar kilometer een beetje heuvelig, en dan zijn we echt aangeland in het vlakke landschap van de Oderbruch. Her en der zijn – net als gisteren – fietspaden aangelegd. Bij Wulkow is de richtingaanwijzer afgeplakt. We worden over de weg gestuurd naar Neuhardenberg. Of het vanwege het slot is, of omdat het landweggetje te slecht begaanbaar is, zullen we niet weten. Maar we komen nu langs het prachtig gerestaureerde slot en kerk. In de kerk is de sterrenhemel (6000 sterren) hersteld, die volgens het infobord dor Karl Friedrich Schinkel in 1817 gemaakt is, geïnspireerd door de Zäuberflöte van Mozart. Het kasteel is ook een muziekcentrum en een hotel, alles in schitterende stijl. (Er is later op de dag nog een concert van Julius Kurtag). In het kasteel is een tentoonstelling van muziek in het derde Rijk. Het dorp heeft een lange en brede brink met een grote vijver. Twee jongetjes zijn aan het vissen, de één met een net, de ander met een hengel. Kikkers zitten er ook. De routebordjes wijzen nu naar Platkow over de weg. Dus niet zoals op de kaart ten noorden van Platkow. Pas in Platkow gaan we naar het noorden en pakken dan via allerlei weggetjes door het boerenland de route weer op. Soms staan er R1 bordjes, maar soms ook alleen maar groene fietsbordjes. Het is een beetje puzzelen, maar als je ze consequent volgt gaat het wel goed. Voor Letschin wijkt hij ook weer af. De route gaat recht op Letschin aan en zoals aanbevolen in de infofolder van het FIS doen we das Gasthaus Zum Alten Fritz aan. Het is precies tussen de middag dat we daar aankomen, nog steeds erg warm, dus koffie en een salade gaan er wel in. Naast het gasthaus staat een groot standbeeld van de Pruisiche koning Friedrich II die in de volksmond der Alte Fritz genoemd werd. Hij was bij de Oderbrücher populair omdat het heeft gezorgd voor verbetering van de bedijking van de Oder.  

Na de lunch nog even de Schinkelturm bekeken, de overgebleven rest van een kerk, ook door K.F. Schinkel gebouwd. Via een prachtig eikenlaantje, waar eerst heel oude eiken staan, en later nieuwe bij zijn geplant, komen we in Sophiëntal. Dan is het niet ver meer naar de Oder. Een prachtig wijds rivierenlandschap openbaart zich. Een hoge winterdijk en aan weerszijden veel ruimte voor de rivier. Daar kunnen ze in Nederland nog wel wat van leren. In vergelijking met 2000 (toen we de Hanze fietsroute fietsten), is het fietspad nu heel goed. Een prima asfaltweg bovenop de dijk. We fietsen heerlijk – al hoewel een beetje warm – naar Bleyen. Jan oppert nog even om 26 km door te fietsen naar Osno Lubuskie over de grens, maar daar zien we maar vanaf. En restaurant-pension het Wagenrad heeft een aardige camping, een mooi met druivenranken beschaduwd terras, dus wat wil je nog meer.
Lekker rustig einde van een rustige dag.