logo-fietssite

67e etappe
Ainaži – Pärnu 72 km

Woensdag 25 juni 2008.aankomst in tallinn link naar fotoalbum estland
Koud, zonnig met wolken, 14-18˚C, matige tot krachtige NW wind, soms tegen.

De eigenaresse van het charmante hotel in Ainaži moet ’s ochtends nog brood halen voor het ontbijt. Dus even na achten kunnen we ontbijten. Daarna op pad. Mooi, maar koud weer. Jan komt moeizaam op gang. Het bed was een beetje te zacht, de spieren zijn stijf. Het is maar 1 km. naar de grens. Het is een wandel/fietsovergang. Het douanekantoortje staat er nog wel, maar er zit een winkeltje in. Alleen het met grote letters geschreven LATVIA geeft aan dat hier een grens loopt. 31,5 km. over een rustige landweg over kleine dorpjes aan de kust volgt. Meteen zien we ook de bordjes met R1 route. Estland is fleuriger van Letland. De huizen hebben vaker een kleur, ook blauw en helgeel. En de postbussen zijn fel oranje. De huizen liggen tot op een paar meter van de zee. Het hoogteverschil tussen land en zee is gering. Maar een paar meter. Ik kan me goed voorstellen dat dit bij zware storm, zoals in januari 2005 leidt tot overstromingen. (http://baltic-floods.ru/index.php?r=news). Een fotootje van het huis van de kapitein Markson in Kabli, ook al zo mooi kleurig, en nog in de originele staat van de 19e eeuw.
In Häüdemeeste naderen we de A1. Je hoort hem door de bomen heen steeds luider. En bij Raunametsu moeten we er helaas op. We fietsen 37 km op een 30 cm smalle vluchtstrook naar Pärnu. En dat is een heel eind. Als er geen tegenliggers komen, dan wijken die grote vrachtauto’s wel uit voor ons, maar als er tegenliggers zijn niet. Ze gaan dan rakelings langs je. Het engst vind ik de auto’s die van de tegemoetkomende kant inhalen. Ze rijden heel hard, en ze duiken voor mij altijd bij verrassing op, omdat ik, achter Jan rijdend, ze niet zie aankomen. Na Kalu ligt er grof grind op onze strook, dan maar echt op de weg.
Bij het bordje Pärnu kunnen we via de buitenwijken de stad inrijden. Eerst een villawijkje, met soms verrassend moderne huizen, en daarna door een in sovjettijd aangelegde flatwijk. Midden in het centrum vinden we een hostel.

 

Rustdag
Pärnu

Donderdag 26 juni 2008.
Zonnig, koud, voornamelijk droog.

Lange wandeling gemaakt in Pärnu. Het centrum is vrij klein en compact. Het doet erg scandinavisch aan, wel met een Russisch Orthodoxe kerk. Voormalige Hanzestad met havenactiviteiten en restanten van vestingwerken. We zien een oude stadspoort met nu een restaurant erin, dat heel erg lijkt op de Zijlpoort in Leiden. Maar Pärnu is  ook badplaats en kurort met uitgebreid strand en 19e eeuws strandhotel. Cultureel is er het een en ander te beleven. Er is een openbaar concert op het plein in het centrum. Wij bezoeken het museum voor moderne kunst – omdat er een publiek internet is – maar nemen daar ook de tentoonstelling over .. mee. En we zoeken het beeld van Lydia Koidula, de dichter en belangrijk in de nationale bewustwording halverwege de 19e eeuw, omdat ze publiceerde in de Estische taal.

 

68e etappe
Pärnu – Paatsalu 85 km.

Vrijdag 27 juni 2008.
De ochtend begint met regen, maar om 8.30 uur is het bewolkt maar droog. 18˚C. Eind van de ochtend zonnig. Later in de middag warmer, 20˚C.

Vanuit ons aardige hotel, waar de receptie om half negen nog niet open is – sleutel door het rasterwerk op de balie gelegd – door de stad over de brug van de rivier de Pärnu op weg naar Paatsalu. Langs het museum, voorheen school, van Lydia Koidula langs een oude begraafplaats en dan over een vierbaans autoweg de stad uit. Bij Papsaare wordt de weg tweebaans. Het is matig druk. Via een echte auto-afslag en dan over een oude brug komen we in het eerste dorp: Audra. Een drietal mannetjes zit bij de bushalte tegenover de kerk. De weg is heel nieuw en tamelijk breed. Omdat Jan een waypoint verder weg heeft staan in de gps lijkt het even of we op de verkeerde weg zitten, maar bij Põldeotsa is er weer een fietsroutebordje van de R1. We zitten prima. Tot Kõima ligt er nieuw asfalt. We fietsen door een dun bevolkt gebied met veel bos en hier en daar wat open stukken. Soms zijn de weiden gemaaid, soms zijn er graanvelden of velden met uien. Voorbij Lindi komen we aan het Lindi veen. Waarschijnlijk wordt hier nu veen gevormd. Op een uitkijktoren staan twee Nederlanders, een dochter met haar moeder. De dochter loopt vijf maanden stage bij de Letse Universiteit in Riga voor haar studie personeelsmanagement. De moeder is voor de vakantie over. Even voorbij het veen duikt ineens een orthodox kerkje op. Het staat helemaal alleen, zonder huizen in de buurt. Er is wel een grote open plek in het bos. Misschien dat hier in de sovjettijd wel wat activiteit was. Bij het naderen van Pootsi komen we op een weg met aan weerszijden oude eikenbomen. En jawel, even verderop een vervallen landhuis. In Pootsi is een postkantoortje, zo groot als onze zijkamer, open. Hier kopen we postzegels. We gaan daarna weer pal noord. Dat scheelt wel met de wind, die behoorlijk is en uit het westen komt. Bij Seliste staat ook nog en alleraardigst houten kerkje.
In Tõstamaa zijn we tussen de middag. De eerste 50 km. zitten erop. Een bus passeert ons. Kennelijk een afgedankte Nederlandse bus, want op de achterkant zit de reclame voor 0900-9292 OV-informatie van huis tot huis.
Even voorbij Varblu moet de weg een grindweg worden. Maar hier ligt inmiddels een spiksplinternieuwe asfaltweg door het bos. Er rijden nagenoeg geen auto’s. Bij Nõmme staat zelfs een picknicktafel. Dat noodt natuurlijk tot even proberen. Een passerende Est probeert met Jan een praatje te maken. Maar dat lukt niet, omdat Jan geen Ests kent.
In Paatsalu is een groepsaccomodatie. Die ligt 1,5 km van de weg. Je moet op die weg wel twee verbodsborden negeren om er te komen. Ze is schitterend gelegen op een klein schiereilandje in de Oostzee. Geheel alleen staat onze tent even later aan het water. Voor 50 kronen per persoon (dat is omgerekend 3,50 euro) krijgen we ook nog een diner op het terras van de groepsaccomodatie. Vele libellen vliegen hier.

 

69e etappe
Paatsalu – Orissaare 73 km.

Zaterdag 28 juni 2008.
Warmer, 20-21˚C, zonnig en droog tot eind van de middag. Toen bewolkt, grijs en fikse regenbui. Tegen drieën weer droog, maar het bleef bewolkt, zon soms erdoorheen.

Wakker worden met zicht op het water. Een hele zwanenfamilie en een overvliegende ooievaar. De ooievaar landt te dicht naar het idee van de zwanenmoeder bij haar gezin. Flink blazen dus. Van ons kleine schiereiland 1,5 km teruggefietst naar de weg. Dan een klein stukje asfalt en weer 13 km. grindweg, gedeeltelijk door het prachtige regionale park Nehatu. Aanvankelijk met mooie oude bomen, waar we ook twee reeën zien, later door een kaler veengebied. (foto). Na Tooma wordt de weg slechter met veel kuilen, maar dat is gelukkig maar een klein stukje tot een dam over één van de vele inhammen. Het is heel rustig en prachtig mooi met wijde uitzichten over het water.
En dan draaien we met een bocht een vierbaans asfaltweg op, met veel verkeersborden, de weg naar het grote veer in de haven van Virtsu, naar het eiland Muhu. Aan de weg is een supermarkt, waar we gauw wat inkopen doen.
We zien het veer komen en om 11.00 uur vertrekken we. De overtocht duurt een half uurtje. Het is een soort boot als ook op Texel vaart. Vrachtauto’s, auto’s, bussen, alles gaat mee. Een half uurtje later staan we in Kuivastu. Het bikeline boekje neemt de korte weg over het eiland, maar we hebben de tijd, de zon schijnt nog, dus we nemen de Estische R1 route, die een slinger langs de noordkant maakt over grindwegen. We stijgen geleidelijk en bij Üügu Pank bekijken we de rotskust en het lager gelegen land.  Daarna fietsen we terug naar de hoofdweg over het eiland. Aanvankelijk waren we van plan in Koguva te overnachten op Vanatoa Farm. Deze ligt naast het openluchtmuseum. Maar de hele farm is afgehuurd door een groep. Dus geen plaats. We zetten koers naar Orissaare, ong. 15 km. verder op het volgende eiland Saarema. Om daar te komen moeten we over een 3 km lange dam, de Väike Väin. Deze dam ligt er al meer dan een eeuw. In WOII is er zwaar om gevochten en is hij twee keer opgeblazen. Enigszins achteraf staat het beeld van de treurende moeder ter nagedachtenis van de gesneuvelde sovjetsoldaten. De dam ziet er heel anders uit dan de ons bekende dammen bij de Deltawerken. Hij is veel smaller en lager, met soms een krul eromheen, en heel veel riet.  (tekeningetje). In één van de ringen zit een zwanenfamilie. Langs de rietvelden aan de noordkant van Saarema bereiken we Orissaare. Bij de eerste de beste gelegenheid vragen we of er een kamer vrij is, en dat is ook zo. Een zeer eenvoudig onderkomen, maar wel op een prachtige plek. Zicht op het water, op de haven, een steiger met roeibootjes, een schiereiland met wat bebouwing.
’s Avonds maken we een wandeling naar de haven en het centrum van Orissaare. We zoeken vergeefs naar het scheepswrak, dat volgens het boekje in de haven van Orissaare moet liggen. Orissaare ligt mooi, maar er moet nog veel gebeuren. Ook onze accommodatie ligt fantastisch. Het bed is schoon, de douche doet het, en de vrouw is heel aardig, maar daar is ook alles mee gezegd. De kamer heeft geen raam dat openkan, dus ’s morgens kun je tegen de lucht leunen, zeker met die fietskleren van ons, die ook al een aantal dagen achterheen gedragen zijn. (http://www.orissaare.ee/index.php?page=76&)

 

70e etappe
Orissaare – Kuressaare 77 km.

Zondag 29 juni 2008.
Zonnig, 20-22˚C , wolkenluchten, soms dreigend, maar geen regen. Matige ZW wind, soms tegen.

Met een beetje muf hoofd, van te weinig zuurstof vannacht, toch om half negen in de stralende zon op de fiets. Orissaare uit langs de radiotoren. Dwars over het eiland richting Kuressaare. Bij Poïde maken we een kleine omweg langs de kerk van Poïde. Een enorm gebouw, dat door de nu kleine gemeenschap nauwelijks opgeknapt kan worden. Het is te hopen dat er sponsors voor komen. Door afwisselend bossen en open velden waar landbouw en veeteelt uitgevoerd wordt.  We zien voor het eerst grote kudden vee. Een martertje steekt de weg over.
Bij Kõiguite bekijk ik de steen van Piret. Gewoon een steen, zoals er zoveel liggen hier op het eiland, maar bij deze steen hoort een sage. Piret, de vrouw van de held van Saaremaa Suur Tõll, droeg stenen in haar schort voor de bouw van een sauna. Maar het schort scheurde en de stenen vielen. Later zien we in Kuressaare een standbeeld van Piret en Lange Tõll. Een hoogtepunt van de tocht van vandaag vormt de meteorietkrater bij Kaali. Waarschijnlijk is 4000 jaar geleden hier een meteoriet ingeslagen (zie info op de foto).
Bij Kaarma passeren we de Dolomit-mijn. Tegen vieren arriveren we in Kuressaare langs de oude brug over de Pöduste rivier, de Suursildbrug uit de 18e eeuw. Hij wordt nu gerestaureerd. Langs enkele sovjetflats bereiken we het aardige centrum van de hoofdstad van het eiland. Nog helemaal gaaf en gelukkig niet verpest (nog niet) door het SPA toerisme. De camping die volgens het boekje langs de Pargistraat moet liggen bestaat uit een geasfalteerd parkeerterrein met elektriciteitsaansluitingen voor campers. Dus we stappen het bijbehorende hotel binnen. Dat blijkt een SPA hotel. We krijgen niet alleen een kamer, maar ook badjassen en slippers. De sauna en het zwembad zijn namelijk inbegrepen in de prijs.

 

Rustdag
Kuressaare

Maandag 29 juni 2008
Bewolkt met wat regen, 17˚C, wind in het stadje niet opgemerkt.

Alles langzaam en rustig vandaag. ’s Ochtends Kuressaare bekeken. De folder zegt: “een zelfbewuste en charmante kleine stad”. En dat klopt helemaal. Er is een mooie middeleeuwse burcht, helemaal intact met vestingwerken en al.  Rondom de burcht worden in het park nieuwe bomen geplant door huidige hoogwaardigheidsbekleders. We lopen toevallig tegen de eik die Beatrix hier plantte bij haar bezoek aan Estland in mei 2008.
In de burcht zijn tentoonstellingen. Interessant is de tijdelijke tentoonstelling over de inspiratie die de middeleeuwse handvaardigheid kan hebben voor hedendaagse handwerkkunst. Een product van het project HIT, dat staat voor History in Towns, een samenwerking tussen Zuid-Finse en Estische steden, waarbij gezamenlijk de geschiedenis wordt onderzocht en tentoonstellingen georganiseerd. (gefinancierd door de EU). Er liggen mooie voorwerpen gemaakt van berkenbast.
Van de vaste tentoonstelling is die over Saarema na WOII tot de onafhankelijkheid boeiend. Na WOI onafhankelijk geworden, eind van de 30er jaren in een isolement geraakt met een politiek die niet keek buiten de grenzen. Een mooie film van hun president Päts in 1939 in Kuressaare, een paar dagen voor de inval van de Russen – ten gevolge van het Molotov-Ribbentrop pact. Dan in 1941 de inval van de Duitsers, die aanvankelijk als bevrijders werden binnengehaald. En dan in 1944 weer de Russen. Deze tentoonstelling is illustratief bij het boek “Luchtfietsen” van de Estische schrijver Jaan Kross. Eén van de twee boeken, die meemochten in de fietstassen, om te lezen onderweg. Het is een roman en beschrijft het leven van een man tegen de achtergrond van de geschiedenis van Estland vanaf de 30er jaren in de vorige eeuw. Mooi genuanceerd beeld van aanpassing om te overleven en verzet. Zo’n tentoonstelling en zo’n boek doen je realiseren dat wat de Esten heel wat meer te lijden hebben gehad, dan wij. Dus ja, waar hebben we het over. En wat houden we in de EU eigenlijk weinig rekening met de Balten.
In de middag terug naar het hotel. Voor ons hotel staat een groot beeld van de kunstenaar Tauno Kangro dat de heroische reuzen van Saaremaa uitbeeldt: Suur Tõll en zijn vrouw Piret. Het beeld is uit 2002 en volgens foto’s op internet loopt het hier ook wel onder water. (http://taunokangro.ee/autorist_toost.php?too=20)
’s Middags uitgebreid gebruik gemaakt van sauna en zwembaden. Een beetje loom en traag in de bar wat gedronken.

 

71e etappe
Kuressaare – Kilhelkonna, 68 km.
Dinsdag 1 juli 2008.
Mooi droog en zonnig weer. Wel wolken, waar ’s ochtends een buitje uit valt. 18˚C.

Eerst naar het centrum om boodschappen te doen, want op de volgende etappe komen we weinig tegen. Tegelijkertijd naar de VVV om te informeren of de accommodatie in Loona nog vrij is. We gaan namelijk vandaag door een stuk van het eiland dat heel dun bevolkt is met weinig accommodatie. Loona is bezet, maar volgens de VVV is er nog een zomerhuisje in Kihelkonna vrij. Een huisje waar je zelf voor ontbijt moet zorgen. Er is een keuken bij, en een winkel in de straat.
Het is maar 55 km. naar Kilhelkonna. Een prachtige weg Kuressaare uit. Het zou volgens het Bikeline boekje een drukke weg moeten zijn, maar dat valt heel erg mee. Voorbij Nasva gaat de weg vlak langs de kust. Maar je ziet door de bomen de zee niet. (Er zijn wel veel accomodaties langs de weg, ook de grote camping van Mändjala passeren we). Bij Järve kunnen we via een parkeerplaats even bij de zee kijken. Kuressaare kun je in de verte nog zien liggen.
Bij Tehumardi gaan we weer het binnenland in. Een zeer goed berijdbare grindweg door het bos. Slechts één vrachtauto passeert ons twee maal (heen en later weer terug). Deze rijdt veel te hard. Dus dat is wel even zo dicht mogelijk in de berm rijden. Even later zit een vos rustig aan de kant van de weg. Tot hij ons ziet, dan is hij snel verdwenen. Het gaat nu zachtjes regenen. Maar dat duurt niet lang. De zon blijft gewoon schijnen. Bij Hirmuste begint het asfalt weer. Bij Viidu komen we in het Viidumae nationaal park. Als we weer bij een bushalte zitten stopt aan de overkant een auto. De man haalt de post op, die in een postbus zit achter het bushokje. Hij stapt naar ons toe met zijn handen vol post en vraagt waar we vandaan komen. Hij vertelt dat in de 90er jaren vooral Finnen naar Estland kwamen, maar dat er nu ook meer toeristen uit andere landen komen en een toenemend aantal Nederlanders. Hij is boswachter in dit nationaal park en woont een paar kilometer verderop. In Nederland is hij ook wel eens geweest, maar hij vond het daar “overcrowded”.
Na het Nationaal Park komen we in Lümanda, een iets groter dorp met kerk en winkel. Dan is het nog maar 8 km. naar Kihelkonna. Het zomerhuis ligt aan de route, midden in het dorp. Maar er is op dit vroege uur (twee uur in de middag) nog niemand. Bij de winkel aan de overkant zeggen ze niet te weten van wie de huisjes zijn. Ik bel uiteindelijk het telefoonnummer dat op een bord naast de deur hangt. Blijkt dat de zomerhuisjes horen bij de andere winkel, 100 meter verderop. Van concurrentie gesproken (of is het meer nationaliteit, de eerste winkel Ests, de andere Russisch?) Voor 380 kronen hebben we de sleutels. We fietsen, omdat het nog vroeg is, naar het Mihkli Farm Museum bij Viki. Een aardig klein openluchtmuseum van een boerderij typisch voor dit deel van het eiland van de familie Wihi/Rehr. Een aantal gebouwen van 1800 tot 1939 rond een hof, compleet met een sauna uit 1846, aangevuld met een molen, een “swing” (een schommel die helemaal over de kop kan schommelen) en een schaapskooi. Jammer genoeg zijn alle werktuigen en meubels ongeordend uitgestald. Leuk zou zijn om de gebouwen in te richten zoals ze in de 19e eeuw gebruikt zijn. Een meisje, dat in Kihelkonna woont, en hier vrijwilliger is, geeft wat toelichting. En ze raadt ons ook aan om naar de kerk in Kihelkonna te gaan kijken. De kerk staat in een kuil in het landschap. Meestal staan kerken op het hoogste punt. Een legende verklaart dat. Toen er een kerk gebouwd moest worden in Kihelkonna, kon men het niet eens worden over de plek in het dorp. Twee ossen werden ingespannen. De plaats waar zij zouden stoppen daar zou de kerk gebouwd worden. De twee ossen liepen meteen naar het laagste punt en bleven daar staan. Daarom ook is er zo’n hoge toren bij de kerk gebouwd, om ervoor te zorgen dat de kerk toch vanuit de verte te zien is.
Bij terugkomst in Kihelkonna lopen we naar de kerk. Hoewel de deur nog open staat, mogen we er niet in. Na 5 uur is de kerk voor publiek gesloten. Jammer, want er staat een mooi altaar in en een fraai orgel.
We fietsen ruim 3 km. langs een kinderkoppenweg naar het haventje. Er vertrekt een veerbootje naar het tegenoverliggende eiland. Het is hier rustig en mooi. Er staat een boerderij en een loods dicht aan het water.

 

72e etappe
Kihelkonna – Panga 53 km.

Woensdag 2 juli 2008.
Bewolkt, grijs, later komt de zon door, koud. W wind, soms tegen.

Iets meer dan een half dagje fietsen naar Panga, waar we de voor Estland beroemde rotskust gaan bekijken: Panga bank. Vanuit Kihelkonna fietsen we vanaf de kruising op een grindweg. Het is heel rustig. We zien veel water vandaag, omdat de R1 kronkelt over en langs twee schiereilanden en een punt van Saaremaa.
Het eerste uitkijkpunt is Veere. Een klein vlekje met een haventje, dat in sovjettijd voor militaire doeleinden is gebruikt. En een gedenksteen. We kijken naar de zee, de zon, de steeds wisselende wolken. Er is niemand. De weg van Veere naar het zuiden loopt vlak langs de kust. Er zijn verschillende picknickplaatsen met barbecuemogelijkheid. (Lötsekohna). Het tweede schiereiland steken we dwars over. Vanaf Pidula is de weg inmiddels geasfalteerd, alleen de laatste 4 km. is nog grind. Maar dat is dan ook wel van een slechte kwaliteit.
Mustjala ligt nu vol in de zon. De kerk wordt gerestaureerd. Net als die in Kihelkonna heeft hij een rode spits, die al van verre te zien is. Het dorp heeft ook een winkel gekregen, een spiksplinternieuw bord verwijst ernaar. De grindweg gaat ook nu weer dicht langs het water van de tweede baai. Maar je ziet er weinig van door de bomen. Het laatste stuk naar Panga is weer geasfalteerd. De zon is inmiddels volop gaan schijnen. We besluiten hier te blijven en de rotskust van Panga te voet te gaan bekijken. Op deze prachtige plek ligt een duikerscentrum, dat ook huisjes en kamers verhuurt. We huren een huisje, met gemeenschappelijke douche en toilet. Er is een restaurantje waar gegeten kan worden.
Tot de punt van de Panga is ongeveer een kilometer lopen. Het is echt een toeristische plek met een groot grasveld, omzoomd met een stenen gestapelde schutting, een groot parkeerterrein en een paar souvenirkramen. Er staan enkele auto’s en een bus. Door zijn weidsheid is het er toch heel erg rustig. We lopen een eind langs de rotskust, dalen dan naar beneden en lopen via het keienstrand terug naar ons duikerscentrum.

 

73e etappe
Panga – Käina 67 km.

Donderdag 3 juli 2008.
Zonnig met wolken, 18˚C, later aan het eind van de middag zwaar bewolkt met enige regen. Westenwind, soms tegen.

Om 8.00 uur zitten we op de fiets. De prachtige weg langs de kust terug. We volgen de grindweg over Pahapilli, vlak langs de kust – 17 zwanen zwemmen in de zee – naar Asuka. De grindweg is lastig omdat er nieuw grof grind gestrooid is en dat is nog niet ingereden. Gelukkig ligt er na Asuka asfalt.
We bekijken het Russisch-orthodoxe kerkje in Metsküla. Het is een snoepje, helemaal vrij in het landschap. Met twee koepeltjes. Het lijkt of het opgeknapt is, maar nadere inspectie leert dat de kozijnen verrot zijn. Bij Metsküla kunnen we nog een slinger maken over een schiereiland, ook weer over een grindweg, of direct doorfietsen naar Leisi. We kiezen voor het laatste. In Leisi informeren we naar de vertrektijden van het veer naar het eiland Hiiumaa. Bij het restaurantje zeggen ze 9.30 uur en 19.00 uur. Maar dat kan niet goed zijn. In ons boekje staat dat hij 4x per dag gaat. Dus fietsen we naar het haventje van Triigi, om daar te lezen dat er om 13.30 uur ook één gaat. Het is half twaalf. Te vroeg om  hier te blijven wachten. Dus we fietsen terug naar Leisi en bekijken daar de kerk. Helaas is het weer net te weinig tijd om door te fietsen naar de molens van Augla. En Jan vindt het ook overdreven om voor een paar molens 10 km. extra te fietsen. Dus fietsen we weer terug.
Een mooie tocht over het water naar Soru, met een tamelijk kleine veerboot. Waarop toch ook een grote vrachtauto gaat. We zien de kust van Saaremaa langzaam kleiner worden en de kust van Hiiumaa dichterbijkomen. Het haventje van Soru is net zo klein als dat van Triigi. Er is wel een apart fietspad. We komen langs de molen van Harju Räpsepa. Hiiumaa had heel veel molens in vroeger tijden. Bijna elke boerderij had er wel een. Nu zijn er nog zo’n 30 over. En daar is deze gerestaureerde er een van. Ook langs de weg naar Emmaste ligt een apart fietspad. Hiiumaa is opener en op deze weg ook drukker dan Saaremaa. De weg is belijnd, dat hebben ook lang niet gezien. Voorbij Jausa wordt het heel donker. We rijden meteen door naar Käina, waar een aardig hotel moet zijn. Dat is er ook. Vlak naast de ruïne van een grote stenen kerk uit de 15e eeuw. Helaas blijkt er in het hotel in onze kamer geen warm water te zijn. Het meisje achter de bar reageert niet begrijpend.

 

74e etappe
Käina – Haapsalu 72 km.

Vrijdag 4 juli 2008.
Zonnig, wolken, klein beetje regen aan het eind van de ochtend,’s middags warmer.

Vanuit Käina maken we het rondje langs Kassari. Een apart eiland vóór Hiiumaa, maar met dammen daaraan verbonden. Vanochtend was er nog geen warm water. Er bleek door het ernaast liggende bedrijf een kabel geraakt te zijn. Maar we konden douchen in een andere kamer. Helemaal begrijpen deed ik het niet.
Langs de weg door Käina richting Kassari, komen we langs het museum van Rudolf Tobias (een Estische componist die hier in 1873 geboren is). Het is een gerestaureerde boerenhoeve met verschillende gebouwen, waaronder een molen. Je ziet in Estland twee soorten molens: kleine houten op een stenen gebogen basement. En een grotere stenen, ongeveer als onze stellingmolens, maar dan met grotere stenen. Ik heb er nog niet één met wieken gezien.
Het eiland Kassari is schitterend mooi in het zonlicht. We staan even stil bij het haventje van Orjaku met daarin kleine bootjes en de drijvende sauna. We bekijken het gebouw van Hiiumaa’s museum met de reddingboot van de vergane veerboot de Estonia. En we zien bij Esiküla nog een molen, een grote stenen, die gerestaureerd wordt. Bijna rijden we het beeld van de held Leiger voorbij. Volgens de sage is hij een broer van Suur Tõll, die we in Kuressaare al zijn tegengekomen. Hij woonde op Hiiumaa en ging eens per jaar naar zijn broer op Saaremaa. Hij probeerde een brug te bouwen van Hiiumaa naar Saaremaa. Maar dat lukte niet.
Weer op Hiiumaa aangekomen, komen we langs een oud wolfabriekje. Dat is nog vol in bedrijf met machines uit het eind van de 19e (!) eeuw. Met veel liefde en zorg onderhouden. Er zit een aardig cafeetje bij.
Daarna gaat het 8,5 km. over een rechte weg, die in ieder geval voor het laatste deel naast de oude weg is gelegd, maar Suuremöisa. Daar staat het slot van de familie Stenbock. Ook weer zo’n voorbeeld van de Duits-Baltische elite. Een landhuis in barok stijl is uit het eind van de 18e eeuw, gebouwd door gravin Ebba Stenbock. Het hoofdgebouw staat er nog in volle glorie. Later wordt het bezit verworven door de familie von Ungern Sternberg. Nu zitten er twee scholen in.
Even verder staat de kerk, op een verhoging in het landschap. Naast de kerk staat het mausoleum van de gravin Ebba Stenbock. Met daarvoor een aantal graven van de familie von Ungern Sternberg. Niet in erg goede staat allemaal. Het infobord daarentegen is nieuw en beschrijft tot in detail wie waar ligt.
Even voor half één rijden we de haven van Heltermaa in voor de boot naar het vasteland. De boot ligt op punt van vertrekken, maar we mogen nog mee, als we snel even een paar kaartjes halen bij het kantoor.
De overtocht duurt 90 minuten. Aangekomen in Rohuküla – altijd weer spannend om voor de vrachtauto’s uit de buik van het schip uit te rijden – zien we een nieuw aangelegd fietspad. Door de Esten een gezondheidspad genoemd. Het loopt over een oude spoorlijn naar Haapsalu en vandaar verder naar Riisipere. Uiteraard nemen we dit fietspad in plaats van de weg. Al maken we wel een kleine detour om de ruïne Lindenhof te bekijken. Dit landhuis is gebouwd aan het eind van de 19e eeuw door een graaf von Ungern Sternberg voor de vrouw op wie hij verliefd was. Zij wilde alleen met hem trouwen als hij net zo’n landhuis bouwde als van haar vader. De graaf deed dat, maar toen het af was, was de vrouw al dood. De graaf stierf kort daarop, waarop het landhuis zonder eigenaar achter bleef. In de volgende jaren werd het door de bevolking en de russische bezetters steeds meer gesloopt. Nu wordt geprobeerd om wat er van rest te bewaren. Het heeft nog steeds de grandeur van toen.
Het fietspad komt uit bij het fraai gerestaureerde station van Haapsalu. Jammer dat zo’n mooi station niet meer in gebruik is. Estland heeft veel spoorwegen opgeheven. Het vervolg van het fietspad loopt naar het centrum van Haapsalu. Vol verwachting komen we daar aan. Haapsalu was namelijk in de 19e eeuw een decadente plaats. Vakantieoord van de Russische Tsarenfamilie en de elite van St. Petersburg. Heilzaam kuuroord vanwege de vermeende werking van de plaatselijke modder. Tot het midden van de 20e eeuw was het een geliefde en bloeiende toeristenplaats. Uiteraard vernielde de sovjets de toeristische infrastructuur. En nu met de onafhankelijkheid bloeit die weer op. Haapsalu valt mee en tegen. Mee, omdat het is gelegen op twee landtongen in de Oostzee. Mee, omdat het een aantal heel mooi gerestaureerde oude gebouwen heeft, zoals de Kursaal, de grote burcht en het station. Tegen, omdat die bijzondere landtongen nog volstaan met deels verlaten sovjetgebouwen. Tegen, omdat daar nog geen wandelwegen naar die punten zijn en geen hotels of restaurants. Maar dat zal allemaal wel ontwikkeld worden. Nu staat nog villa naast krot.

 

75e etappe
Haapsalu – Roosta 42 km.

Zaterdag 5 juli 2008.
Zonnig, 22-25˚C, droog, NO wind matig tot krachtig, soms tegen.

We kunnen maar één nacht in ons hotel blijven, en langer willen we ook niet, want we zitten op een éénpersoonskamer met een twijfelaar van twijfelachtige kwaliteit. In de ochtend hebben we de grote burcht bekeken en een e-mail gestuurd vanuit de plaatselijke bibliotheek. De burcht is de ruïne van het bisschoppelijk kasteel uit de 13e eeuw. Het terrein is heel groot, er zijn restanten van vestingmuren en er staat ook nog een kathedraal op. Maar die is nog dicht. Naast de kathedraal worden concerten opgevoerd.  Om 12 uur zijn we teruggefietst naar het station en daar hebben we opnieuw het nieuwe fietspad genomen. Bij de eerste splitsing links aanhouden, en dan ong. 7 km. doorfietsen over een nieuw grindpad. Bij het tweede “station” (resten waar oorspronkelijk stations waren) linksaf geslagen. Daar staat een bushalte met een bord Ridala RDTJ. Snel kom je dan op een drukke weg naar Tallinn. We hebben pech dat voor de kruising bij Linnemäe aan de weg wordt gewerkt. Het is er zeer stoffig. En het verkeer naar Tallinn wordt omgeleid over een deel van onze weg richting Salajõe. Dus het blijft druk. We komen nu in een gebied dat lange tijd door Zweden is bevolkt. Maar tijdens de sovjetbezetting zijn die voor een groot deel naar Zweden gevlucht. Nu wonen er in heel Estland nog maar een paar honderd Zweden. Toch staan hier alle bordjes in twee talen. In de buurt van Hara zien we de zee weer. Eerst nog een inham met aan de overkant een andere landtong, daarna volle zee. We slaan dan af richting Elbiku, over een nieuwe asfaltweg. En dan is het niet ver meer tot de camping van Roosta Puhkeküla. Een vakantiekamp met huisjes en mogelijkheid om te kamperen. Er is een groep die het restaurant heeft gereserveerd, maar als we voor zessen eten, dan kan dat wel.
De Esten hebben nog geen regels dat er buiten geen muziek gedraaid mag worden. Dat is net zo min verboden als het maken van kampvuren. Ook als we later een strandwandeling maken, we zitten nog geen 50 meter van het strand, zit even verderop een groep met dreunende muziek. Het strand is mooi begroeid, de zee is kalm met her en der grote stenen en fraai zonlicht. Jammer van die muziek.

 

76e etappe
Roosta – Vihterpalu/Pedase 52 km.

Zondag 6 juli 2008.
Zonnig, soms bewolkt, 18-20˚C, westenwind.

Rustige start, want het is maar 45 km. naar Vihterpalu. Er zijn op het traject naar Tallinn maar weinig overnachtingsmogelijkheden. Dus eerst uitgebreid gedoucht, ontbeten en koffie gedronken. Nog even naar de zee kijken, tent opruimen en dan weg. Het is inmiddels 10 uur.
Na Tuksi wordt de weg gravel. Het eerste stuk gaat goed. We maken een kleine omweg (3 km.) om bij de punt van Spithami te gaan kijken. Hier stond tijdens de sovjetoverheersing een radarstation en een uitkijktoren. Van het station is niet veel over, de toren staat er nog, maar je kan niet omhoog klimmen, omdat er een paar treden missen. Op de punt zijn tentplaatsen. En er staan inderdaad een paar tenten. In het dorpje Spithami worden nieuwe huizen gebouwd. Twee geel geverfde staan te blinken in de zon.
Weer terug op de weg richting Nõva, wordt deze slechter. Veel kuilen op de dwarsrichting van de weg en er is nieuw grind gestort dat nog niet is ingereden. In Nõva moet een winkel zijn. We rijden er eerst voorbij. Bekijken het kleinste kerkje van Estland. Een kerkje van hele boomstammen, bekleed met planken. In plaats van glas-in-loodramen zijn er twee plakplaatjes op de ramen aangebracht: Jezus geboorte en Jesus hemelvaart. Bij het kerkje staat een monument om de eerste onafhankelijkheid van Estland te herdenken. Er liggen bloemen bij.
Teruggefietst om de winkel te zoeken. De enige op dit traject. Hij ligt 1e zijweg voor de zijweg naar de kerk. De winkel heeft alles, behalve brood. Gelukkig wel zoete broodjes, die we dan maar alle vier meenemen. Verder maar weer over de slechte grindweg, die gaandeweg nog slechter wordt. Ik ploeg me door de losse steenslag. Gelukkig moeten we bij een kruising afslaan een bosweg over. Die is heel wat beter begaanbaar. We fietsen weer door een beschermd natuurgebied. Het is heel rustig en prachtig bebosd. Her en der huizen, voor het merendeel voor rijke Esten. We volgen de officiële R1 route, die met fietsbordjes keurig staat aangegeven. De route van het Bikelineboekje neemt een iets noordelijker variant, die gedeeltelijk langs de zee loopt. In het Bikelineboekje staat niet duidelijk dat ze daar afwijken van de officiële R1 route, dus wij volgen automatisch de bordjes. Bij Tiusse komen we weer op een bredere grindweg. En ook die is slecht. Maar het is nu niet ver meer naar ons geplande doel: Vihterpalu. Na de rivier Vihterpalu staat achterstevoren een bord naar hotel Pedase. Daar aangekomen zegt het meisje achter de receptie dat ze geen kamers vrij heeft. Er is dat weekend een grote partij geweest en de kamers zijn nog niet schoongemaakt. Jan vraagt of er iets in de buurt is, terwijl hij weet dat de volgende mogelijkheid 40 km. verderop ligt. Het meisje zegt dat 40 km. zeker te ver fietsen is voor ons? Jan vraagt of er iets te regelen is. Ja, dat is er wel. Als we een half uurtje kunnen wachten, dan zal ze zelf een kamer schoonmaken.
Het hotel ligt bijna aan zee. Je ziet de zee niet door de bomen, maar 200 meter lopen en je zit aan het strand. Er staan banken. ’s Avonds zien we daar de zon ondergaan.

 

77e etappe
Vihterpalu/Pedase – Tallinn 95 km.

Maandag 7 juli 2008.
Zonnig, beetje bewolkt, < 20˚C, westenwind, soms tegen. Eind van de middag regen.

Vanuit ons aardige hotel, na een Engels ontbijt (bacon and eggs) vertrokken om half negen. In Harju Risti een merkwaardige kerktoren – half cilindrisch, bekeken. In het sovjetwijkje de winkel gevonden, maar geen brood. Dus maar doorgereden. Pas in Padise (20 km. van Pedase) weer een winkel. In Padise zijn ook restanten van een oud klooster van cisterciënzer monniken. Het is gesticht in de 13e eeuw bij de kerstening van Estland. Er wordt nu hard gewerkt om het op te knappen. Ook het nabijgelegen landhuis wordt helemaal hersteld.
Na Padise is de weg gravel en opnieuw bestrooid. Dus moeilijk fietsen. We nemen nog een kleine weg bij Kruusiaugu richting Suurküld, maar dat is eigenlijk een omweg die weer op de gravelweg uitkomt. Grindauto’s rijden af en aan en veroorzaken enorme stofwolken. Kleine vlekjes huizen, bos en bouwland wisselen elkaar af.
Ook Madise heeft een aardig kerkje. Het staat op een bult, waar de weg onderlangs gaat. Even asfalt, dus dat is rustig. Maar na Madise weer gravel, stof en grindauto’s. We zien Paldiski liggen met zijn haven. Paldiski is tijdens de sovjetbezetting gebruikt als marinebasis met atoomonderzeeboten. Het was een gesloten stad. Het schijnt een deprimerende stad te zijn, maar we zien wel veel bedrijvigheid. Er wordt een nieuw station gebouwd. En nieuwe rails neergelegd. De vrachtauto’s met grind die ons het laatste stuk gepasseerd zijn, rijden ook hier naartoe. De rails ligt op heel veel nieuw grind. Wellicht wordt geprobeerd de stad economisch weer op de been te helpen. Tenslotte liep de oudste spoorlijn van St. Petersburg via Tallinn naar Paldiski.
De route loopt niet via Paldiski, maar net erlangs, en komt uit bij een tankstation. Bij het tankstation staat – denken wij – een auto van Flora Holland. Maar bij nader inzien blijkt het een afgedankte auto die nu door een Est in gebruik is genomen voor het vervoer van drank. Hij bevoorraadt het tankstation. De weg naar Tallinn die nu volgt is heel druk. Dus helmpjes op en op de vluchtstrook.
We missen de watervallen van Treppoja bij Kloogaranna, er staat geen bord naartoe. Maar we bekijken wel die van Keila-Joa. Ook hier, net als in Kaliningrad, een brug waar pas getrouwde paartjes hun bewijs van eeuwigdurende liefde een hangslot bevestigen aan de brugleuning. De sleutel wordt in de rivier gegooid. Een paartje wordt gefotografeerd met de waterval als achtergrond.
Aan de weg na Keila-Joa wordt gewerkt. Dus weer grind en stof. Gelukkig is de scherpe afdaling bij Naage nog niet aangepakt. Maar daarna is het weer prijs. Aan alles komt een eind, zo ook aan grind en gravelwegen. We naderen Tallinn. Bij Muraste ligt links een nieuw aangelegd fiets/wandelpad. Er wordt geskileerd, geskated en gefietst. Helaas eindigt het net na de afdaling bij Tabasalu. Dus over de echt nu heel drukke weg toch nog een paar kilometer voor we linksaf kunnen slaan naar de rustige zijweg die ons via het Openlucht Museum van Tallinn naar de stad brengt. Het is inmiddels gaan regenen. Het duurt even voordat we op de beperkte kaart de juiste straat van het Old Guest House gevonden hebben. Jan had dat niet in de gps opgenomen. Met twee Duitse fietsers die net aangekomen zijn in Tallinn en de tocht naar Riga andersom fietsen, wandelen we de receptie binnen. We kunnen met zijn vieren in een appartement. Luxe en niet duur.

 

Rustdag
Tallinn

Dinsdag 8 juli 2008.
Bewolkt, droog, koel 18-19˚C.

Eerst naar de VVV voor een kaart van Tallinn. De oude stad loopt rond en dat is moeilijk oriënteren. Bovendien is de binnenstad kleiner dan je denkt, dus je loopt snel te ver. Daarna verkast van het 4 persoonsappartement naar een 2 persoonsappartement tegen de buitenkant van de stadsmuur gebouwd. Mooi appartement met keuken, douche en open haard.
We maken een wandeling door de binnenstad. Die is hersteld en bijzonder. Er is een mooi plein rond het stadhuis, een bijzondere H. Geestkerk met alle schilderingen nog intact. Van de vestingmuren en torens staat nog heel veel overeind. Daar zien we ook een indrukwekkend monument om de ramp met de Estonia te herdenken. Een veerboot die in 1994 zonk met 987 personen aan boord, van wie er 852 het ongeluk niet overleefden.
Een deel van de binnenstad ligt heel hoog met uiteraard een oude burcht, waar aan de voorkant een nieuw parlementsgebouw tegenaan gebouwd is, de Russisch Orthodoxe Alexander Nevskykerk en de Domkerk.
’s Avonds gaan we naar een orgelconcertje in de weer opgebouwde Nicolaaskerk, nu ingericht als concertzaal. Organist Rudolf Cere, een Slowaak, speelt. Bach en Händel vind ik niet zo mooi. Bach is niet transparant en Händel is te zwaar. Maar Lizt en een toccata van zijn leermeester Gouillon zijn indrukwekkend.
Terug in het appartement de open haard aangedaan. De houtblokken lagen ernaast. Een prachtig einde van onze tocht.

Rustdag
Tallinn

Woensdag 9 juli 2008.
Zonnig en bewolkt, 20˚C.

Vandaag is de dag van het Eesti Vabaõhumuuseum ofwel het Estische Openlucht Museum. Het ligt net even buiten de stad aan de kust en is makkelijk met een bus bereikbaar. Het museum is ingedeeld naar regio: West, Noord, de Eilanden en Zuid. Er staan boerderijen, molens waaronder een zogenaamde Hollandse molen, een herberg – waar ook wat gebruikt kan worden – een schooltje, gebouwtje van de vrijwilllige brandweer en vissershuisjes. Alles heeft ergens gestaan en is hiernaartoe overgebracht. Het museum is goed opgezet, de gebouwen zijn gegroepeerd en ingericht alsof ze gebruikt worden. Dat maakt het levendig. We brengen er met gemak een dag door. Het is leuk om datgene wat je onderweg gezien hebt, hier terug te zien.

Rustdag
Tallinn

Donderdag 10 juli 2008.
Zonnig en bewolkt, regen in de ochtend,  18˚C.

’s Ochtends fietsen we naar het Kadiorg Park. Een enorm park aan de oostkant van Tallinn. Het is aangelegd in opdracht van Peter de Grote. Er staan grote gebouwen, o.a. een paleis én het huisje van Peter de Grote. Weer één, na wat we al gezien hebben in Liepaja. Volgens de info woonde Peter hier toen het eigenlijke paleis gebouwd werd.
Begin van de middag gaan we naar de boot.