logo-fietssite

57e etappe
Palanga – Nica 76 km.

Donderdag 12 juni 2008riga vrijheidsbeeld link naar fotoalbum
Aanvankelijk koud, 16˚C, later warmer. Zonnig met donkere overwaaiende wolken, één regenbui, matige tot krachtige wind uit het westen, meestal achter, maar soms tegen.

(Het eerste deel van deze etappe staat onder de knop Litouwen).
Letland heeft geen markeringen voor de R1 en voorlopig ook geen fietspaden. Over de A13, die in Letland de A11 heet, verder tot Nica.
Hier aan de kust is Letland is dichter bevolkt dan Litouwen. Meer boerderijen. Je ziet nu ook kuddes vee grazen. De huizen zijn nog grijs grauw hout, maar her en der zie je ook fris geschilderde nieuwe. De eerste plaats die we tegenkomen is Rucava. Hier wisselen we in een piepklein bankje in een soort kiosk de litas om in lats. We fietsen verder door een bos, langs het natuurreservaat van Pape. En dan langs een open grasgebied. We kunnen de zee zien liggen. In Nica barst een onweersbui los, net als we bij en cultureel centrum annex bibliotheek annex informatiecentrum naar een bord met campings staan te kijken. Volgens het bord is er ook internet (met @ aangegeven). Ik loop naar boven, ga de trap op en klop op een deur waarop internet staat. (in het Lets is internet ook gewoon internet). Ik mag daar gratis internetten. We versturen onze eerste mail naar familie en vrienden. Verder zit er in mijn mailbox een bericht van de Tallink Grupp dat de boot die we geboekt hebben vanuit Tallinn via Helsinki naar Rostock 2 uur later daar aankomt. Dat is lastig, want dan zijn we pas om 22.15 uur in Rostock en vanaf de haven is het nog 12 km fietsen naar het hotel. Ik stuur een mail naar het hotel of dat een probleem is. Inmiddels is het opgehouden te regenen. We fietsen nog 6 km richting Bernati, waar een alleraardigste camping ligt.

 

Rustdag
Nica

Vrijdag 13 juni 2008
Zonnig, veel wind.

Gisteren hebben we Lets gegeten in een restaurant in Nica. Dat is bij Jan slecht gevallen. ’s Nachts komt alles eruit. Dus besluiten we de volgende morgen om een dagje rust te nemen, zodat hij weer op krachten kan komen. Ik doe een wasje – deze camping heeft een wasmachine en een groot droogrek buiten. Omdat het hard waait en de zon schijnt, is alles met twee uurtjes droog.
We fietsen de 6 km. naar Nica om wat boodschappen te doen en enkele boekjes en kaarten die we niet meer nodig hebben terug te sturen naar Nederland. Het is even zoeken naar het postkantoortje, maar dat blijkt in hetzelfde gebouw te zitten als het informatiecentrum.

 

58e etappe
Nica – Jūrkalne 99 km.

Zaterdag 14 juni 2008.
Koud, minder dan 15˚C, regen, eerst motregen, later op de ochtend echte plensbuien. In de loop van de middag droog, aan het eind van de middag zonnig.

We zitten nu bijna 100 km verder in Labraga, een klein plaatsje, even (5 km) voor Jūrkalne, in een alleraardigst restaurantje (Rīva) aan een klein riviertje met een waterval. Met zicht daarop, een door de bladeren dansende zon op onze tafel, een Lets biertje en een Australische witte wijn. Het is allemaal goed gegaan, maar ik ben vandaag wel tegen mijn grens aangelopen.
Vannacht hebben we op de camping in een huisje geslapen, omdat het terrein was afgehuurd voor een feest. En in het huisje zouden we minder last hebben van het lawaai. De huisjes zijn van hele boomstammen gemaakt. Toen we vanochtend de deur van het huisje opende, was de lucht helemaal egaal grijs, en het regende zachtjes. We hadden goed geslapen, dwars door het feest voor onze deur heen. Om half negen zitten we op de fiets richting Liepaja. We willen in Liepaja drie dingen bekijken: de kerk van de heilige drie-eenheid; het huisje van Peter de Grote en de Russisch orthodoxe kerk in Karosta (een buitenwijk van Liepaja). Liepaja is een langgerekte stad, gebouwd tussen de kust en het meer van Liepaja. Het Pērkones kanaal zijn we over voor we er erg in hebben. Er is iets te doen, want iedereen loopt met bloemen en overal hangt de vlag uit. Slap vanwege de regen, dat wel. Dat stad oogt armoedig. We fietsen de Klaipeda Iela en de Ulina Iela sneller over dan we denken, dus in plaats van rechts af te slaan en het centrum door de fietsen, fietsen we om het centrum heen. Gelukkig ontdekken we op tijd dat we te ver zijn. We gaan alsnog het centrum in om de kerk van de heilige drie-eenheid te bekijken. Een onooglijke, grijze kerk van de buitenkant, maar een prachtige binnenkant. Het goud van het rococo-interieur contrasteert mooi met het eenvoudige grijs, dat binnen ook overheerst op de muren, de pilaren en het plafond. Een man in de kerk spreekt mij aan in het Duits. Hij vraagt waar ik vandaan kom. Als ik vertel dat ik Nederlander ben, moet ik het gastenboek nader bekijken. Daar staat de handtekening van Beatrix. Zij is hier in mei 2006 op een driedaags staatsbezoek geweest. In de kerk is toen een klein concert opgevoerd. Vol trots vertelt de man dat er vaker concerten worden gegeven. Hij wijst op het enorme orgel uit 1779 gebouwd door H.A. Contius. (http://www.contiusfoundation.be/NL/contius/index_contius.htm). En zegt dat ook de Mattheus Passion uitgevoerd. (14 april 2001)
Buiten gekomen, is Jan in gesprek met een bedelaar. Ik neem het van hem over, zodat hij ook even binnen kan kijken. De bedelaar probeert persoonlijk te worden “What is your name?”. Maar daar ga ik niet op in. En op zijn vraag naar 1 let, zeg ik “ne”. En daarop verdwijnt hij meteen.
Het tsaar Peter huis in de Kungu 24, het oudste huis van Liepaja, is heel wat groter dan in Zaandam, maar het was dan ook een hotel waar  Peter de Grote in 1697 is geweest op één van zijn Europese reizen om de nieuwe technieken voor het bouwen van schepen, architectuur, vestingwerken en wat dies meer zij te leren. In de rough gide staat dat het onduidelijk is of hij veel leerde in Liepaja, maar wel dat hij 10 jaar later als veroveraar terugkwam.
Verder weer. Het centrum oogt in de regen natuurlijk nog naargeestiger. We proberen over de ijzeren brug over de Karosta haven Karosta te bereiken. Maar de brug wordt hersteld en er ligt geen noodbrug. Dus om de haven heen gereden via de Pulvera Iela. Karosta is het beruchte stuk van Liepaja, in de Russische tijd (laat 19e eeuw) ontwikkeld als militaire voorstad. Ten tijde van de sovjetbezetting is het een geheel Russisch sprekende wijk geworden.  En nu, nu het land weer onafhankelijk is geworden, is het een vervallen wijk, met rode bakstenen militaire barakken, armoedige deels al afgebroken sovjetflats en een prachtige Russisch orthodoxe kathedraal van St. Nicolaas. Binnen is het heel druk, een eredienst is aan de gang. We werpen gauw een blik op de beroemde madonna met kind en vertrekken weer.

Daarna houden we teveel de richting naar de kust aan. We verzeilen op een pad dat steeds slechter wordt, dus de fiets op en af – en met mijn verkouden dijbeenspier is dat erg pijnlijk – als er dan ook nog zwermen muggen komen en het pad overgaat in een duinzandpad, gaat voor mij het licht uit. Jan besluit meteen om om te keren. En na enig zoeken komen we op de goede uitvalsweg. Over Šķēde met een enorm volkstuintjescomplex, of wonen hier gewoon mensen? – het pad gaat over in een grindpad. Dat is wel te rijden, maar nu zijn er zwermen vliegen om ons heen. We besluiten niet over Ziemupe (langs de kust) te gaan, maar de verharde provinciale weg P111 te volgen. Dat is een lange weg door voornamelijk bossig gebied. Als het landschap open is, met boerderijen, zie je ook weer ooievaarsnesten.
Om vier uur zijn we ter hoogte van Pavilosta. Het is inmiddels droog geworden. We fietsen door tot de camping van Jūrkalne. Na Pavilosta buigt de weg naar de kust. (foto). Het land is hier allemaal in privé handen. Er staan hectares te koop. Wonderlijk dat hier geen toerisme is. Bij Labrags zien we het bordje van onze camping. Het blijkt een familieterrein met huisjes (allemaal vol) en een veldje voor tentjes. Daar staat bijna niemand. Van dat veldje, met kleine dennen, loop je naar het strand (enkele tientallen meters). Een hoge kust, gedeeltelijk afgeslagen door de zee, met een trap naar beneden. ’s Avonds komen de gezinnen van het familieterrein met lampionnen de zonsondergang bekijken.

Gezien vandaag: 1 dood hert, 1 levend hert en vele roofvogels.

 

59e etappe
Jūrkalne – Ventspils 58 km.

Zondag 15 juni 2008.
Zonnig, 18˚C, matige tot krachtige NW wind, soms net schuin achter, soms net tegen.

Omdat we gisteren nog laat naar de zonsondergang hebben gekeken en vandaag niet zo’n lange afstand op het programma staat, hebben we geen haast. Pas over half tien op de fiets. We fietsen eerst naar Jūrkalne, dat is nog 6 km. Vlak voor Jūrkalne is een hotel en in Jurkalnē een guesthouse en een winkel, die open is op zondagochtend.
De P111 gaat eerst heel dicht langs de kust. Soms zien we de zee, maar meestal wordt de weg begrensd door naaldbossen.
Even voorbij Jūrkalne is een mooi gedenkteken vlak bij het strand. Het is ter nagedachtenis van de verdronken Letten, die in 1945 over zee probeerden te vluchten naar Zweden uit angst voor weer een Russische bezetting. Richting Užava gaat de weg meer het land in. Het bos word meer gemengd. En op de open stukken zien we grasland en soms wat koeien. Een zwart wild zwijn steekt de weg over. Een ooievaar landt op een nest met twee jonkies, een jong hert verstopt zich gauw in de struiken. Bij de kruising met de P108 worden we ingehaald door vijf Letse mountainbikers. De P108 loopt langs de rivier de Venta, die bij Ventspils in de Oostzee stroomt. Het wordt nu wat drukker met auto’s. We naderen de stad. De camping aan de zuidkant is gauw gevonden.
Na het opzetten van de tent, maken we een wandeling door Ostgals, een midden 19e eeuwse wijk die langs de haven ligt en toen op aandrang van de Russen is gebouwd om het verstuiven van het zand tegen te gaan. Bij de haven aangekomen lopen we  op het prachtig witte strand dat helemaal vol staat met kinderspeeltuigen, naar de zuidpier met zijn kleine vuurtoren. En daar is ook de haven. Kleine sterns vliegen in de lucht en vier opgeschoten jongens liggen in het vuile zand langs de haven.

 

Rustdag
Ventspils

Maandag 16 juni 2008.
Zonnig, 20˚C, wel soms donkere wolken, maar er valt geen regen uit.

Rustig aan. Lekker ontbijt met uitgebreid koffie op de camping. Dan lopend de stad in. Eerst naar de promenade langs de haven. Het valt op dat de infrastructuur in dit stadje overal is aangepakt. Alles is netjes en mooi bestraat. En het stadje beschikt over een uitstekende plantsoenendienst. Niet alleen de bomen en grasveldjes langs de straten zien er verzorgd uit, maar er zijn prachtige bloemperken en hele bloemstructuren. De gebouwen zijn nog lang niet allemaal opgeknapt. En ook de gaten in de stad zijn nog niet helemaal geheeld. Ook is er heel veel aandacht voor beeldhouwwerken. In 2002 is er een kunstmanifestatie geweest in Ventspils. Het thema was koeien. 26 beeldhouwwerken van koeien hebben er toen gestaan. Daarvan zijn er 7 aangekocht en die staan over de stad verspreid. Aan de havenpromenade, waar onze wandeling begint, staan er twee. We lopen langs het gerestaureerde kasteel van Ventspils, een niet erg dominerend gebouw. Even verderop zit Krišjānis Valdemar, de grondlegger van de Letse scheepvaart, als standbeeld op een bankje. Weer verderop is een fontein in de vorm van een hoofd, met heel veel gaten, waar water uitspuit, als waren het haren. We kopen een kaartje voor een rondvaart door de haven met de Hercogs Jēkabs. Voor 1 let p.p. kunnen we drie kwartier varen. De toelichting is helaas alleen in het Lets, maar we genieten van de zon, het water, de industrie langs de kant (hout, kolen, containeroverslag). Er zijn verschillende nieuwe hallen in aanbouw, dus met de haveneconomie zal het wel loslopen, ook al zegt ons boekje dat de olie-overslag door de Russen na 2002 verplaatst is. De tocht duurt langer dan 3 kwartier, omdat we niet terug kunnen varen. Een grote boot, geduwd door twee duwboten moet eerst de haven uit, voordat onze rondvaartboot terug mag. Weer aan de kant lopen we naar de twee kerkjes. Een Lutherse, merkwaardigerwijze gehuisvest in wat ze bij ons een Waterstaatskerk zouden noemen. En bij ons zijn dat allemaal RK kerken. De andere is een Russisch- Orthodoxe. Deze staat niet op de informatieborden, wat wel iets te maken zal hebben met de Russische bezetting. Maar hij is vol in gebruik, met veel iconen, bloemen, planten en kaarsen. En natuurlijk veel biddende vrouwen. De wandeling gaat verder over de marktplaats, gedeeltelijk overdekte kramen. Vooral fruit, groenten en kleding wordt er verhandeld. In de bibliotheek maken we een half uurtje gebruik van internet, om de reacties op onze eerste mail te beantwoorden.Voor de bibliotheek staat een groot standbeeld van Jānis Fabriciuss. Duidelijk niet onze schrijver van de Scheepsjongens van Bontekoe. Een beeld uit de sovjettijd van een “foute” rode letse militaire leider. We lopen de belangrijke winkelstraat, de Kuldīges Iela uit naar nog twee bloemensculturen, de bobslee en de zonnenwijzer, en een mooie fontein, de zonnenboot. Dan keren we terug naar de camping.

 

60e etappe
Ventspils – Mazirbe 68 km.

Maandag 17 juni 2008.
’s nachts regen, ’s ochtends nog niet helemaal droog. Grijs en bewolkt, na een uurtje droog, wel koud, nog geen 16˚C.

Een beetje spannend vind ik het wel, onze tocht van 50 km. over het grind naar Kolka. Frankas Wurft zegt in zijn boekje “A big part of road P123 is very ugly graving”. Gisteravond spraken we nog een jonge Duitse fietser, die van Kolka afkwam. Hij monsterde ons, sprak zijn verbazing uit dat wij op onze leeftijd dit nog doen, en zei dat de weg erg slecht is.
Ja, waarom doen we het dan toch? Is dat omdat we het leuk vinden om vlak langs de kust te fietsen, vinden we eindpunten, zoals Kolka, Skagen in Denemarken, John O’Groats in Schotland bijzonder? Ik weet het niet precies. Maar ik weet wel dat we samen besluiten naar Kolka te fietsen. Als we vroeg starten, kunnen we om ongeveer 11.00 uur beginnen aan de grindweg. Ook al doen we dan maar 5 km. per uur, dan zijn we nog om 17.00 uur in Mazirbe. Daar is een camping en een guesthouse.
De stad Ventspils uit is niet moeilijk. De brug over de Venta over, even manoeuvreren op de rotonde, een spoor over, linksaf en rechtsaf, en we zitten op de weg naar het Būšnicki meer (foto). We slaan de P124 in naar rechts. De weg naar Kolka. Allemaal bos om ons heen, naald en loofbos. Bijna geen auto’s. We fietsen moeiteloos de eerste 38 km. Een vos steekt de weg over. Dan komt er een eind aan het asfalt. Het eerste deel van de grindweg is tamelijk slecht, hobbelig en met veel plassen. Er zijn lange sporen van auto’s. Omdat het geregend heeft is de grond niet stoffig en zanderig. Dus we rijden. Daar afstappen voor mij vanwege mijn verkouden spier in mijn dijbeen zeer doet, probeer ik zo min mogelijk af te stappen. Net als Jan slaag ik erin van spoor naar spoor te rijden door de grindheuvels zonder af te stappen. Op een gegeven moment worden we ingehaald door 3 Nederlandse campers. Die even later bij de rivier de Irbe stil staan. We worden uitgenodigd op de koffie. Heerlijk! 12 km geploeterd, en nu warme koffie en koek in een confortabele camper. Dan smaakt zo’n kopje! Met nieuwe krachten kunnen we verder. En zie, de weg wordt beter. Minder hobbelig en veel minder putten met water. Na de grens van het Nationale Park is de weg helemaal droog. Om half drie komen we aan bij de afslag naar Mazirbe. Daar zetten we op de camping de tent op. We hebben het grootste deel van de grindweg gehad.
We bekijken het huis van de Lijven. Een apart volk, met een eigen taal, dat hier gewoond en geleefd heeft. Hun cultuur is nagenoeg verdwenen. Een oude tandeloze vrouw geeft uitleg in het Lets en het Russisch. Dan wandelen we naar het verlaten strand. Een vissersboot ligt voor anker. We lopen naar een roestige uitkijktoren, een restant van de sovjetoverheersing.

 

61e etappe
Mazirbe – Roja 59 km.

Woensdag 18 juni 2008.
Zonnig, 22˚C, later aan het eind van de middag koeler, matige NW wind, meestal achter.

Vannacht een paar grote donderslagen. Ik had uit voorzorg alle zakken ingepakt en dichtgemaakt, maar geen drup regen is er gevallen.
’s Ochtends de tent dus droog ingepakt. Om half negen weg. We volgen de velomaršruts, een parallel aan de grindweg lopende fietsroute over bos en grindpaadjes door het Sliteres Nationaal Park, langs de dorpjes Kosrags, Pitrags en Saunags. Kosrags is ook een Lijflands vissersdorpje. Er staan nog een aantal vissershuisjes in tradionele bouw. Inmiddels hebben ze allemaal een infobordje gekregen. Het fietspad heeft maar een paar routebordjes. En op cruciale plaatsen (bij splitsingen bijvoorbeeld) staan ze niet. Maar het lukt ons wel om evenwijdig aan de zee en de grindweg te blijven fietsen tot Vaide. Het pad is meestal van redelijke kwaliteit. Op enkele plaatsen is het wel zo zandig dat er gelopen moet worden. Maar het is heel afwisselend, door het bos en langs de dorpjes. In Vaide moeten we terug naar de grindweg. De laatste 8 km. naar Kolka volgen we één van de door auto’s platgereden sporen van deze weg. In Kolka bekijken we de punt van Letland. Aan de linkerkant de Oostzee, rechts de Golf van Riga. De vuurtoren staat op 6 km uit de kust. Hij is goed te zien. In de Sovjettijd was dit gesloten gebied, maar daar is niet veel meer van de te zien. Het is een toeristische attractie. Er is een informatiepunt en een ruime parkeerplaats voor auto’s en bussen.
Na de Kolkarags fietsen we door het dorp Kolka. We bekijken de Lutherse kerk uit 1890 en het vlak daarbij gelegen Russisch Orthodoxe kerkje. Dat laatste heeft wel een eigen architectuur, maar is opgetrokken in materialen die hier ook voor Lutherse kerkjes wordt gebruikt, bijv. kleine steentjes in grijs pleisterwerk.
 Na Kolka weer asfaltwegen, de P131, een weg door de duinen langs de baai van Riga. Een tamelijk vlakke weg, met maar enkele heuvels. Bij Novakavi beklim ik het Ēvažiduin. Maar het uitzicht valt tegen. Je ziet alleen bomen en de zeer gladde zee. Je moet naar het strand lopen om de bocht van de baai van Riga te zien. We vervolgen de tocht. Soms stijgt het duin links omhoog, en rechts omlaag. Soms zit je op dezelfde hoogte links en rechts. Vaak bos met veel bosbessenstruiken, en soms wat open land, met “natuurlijke” weiden met veel bloemen. We zien ook een totaal bruine grote vogel voor ons wegvliegen.
De weg is niet druk met auto’s, maar één maal toch een zeer gevaarlijke situatie als een ons tegemoet komende personenauto een vrachtauto meent te moeten inhalen. Hij gaat met grote vaart rakelings langs ons. Mijn hart staat even stil. We zijn tegen drieën in Roja en we blijven daar in hotel Roja.
We maken een wandeling door dit kleine vissersplaatsje, langs de vissershaven, het zandstrand ten noorden van de haven en het keienstrand ten zuiden.
’s Avonds bekijken we de samenvattingen van het EK voetbal. Oranje heeft gewonnen van Frankrijk en Roemenië.  We zijn weer helemaal bij.

 

62e etappe
Roja – Jūrmala 92 km.

Donderdag 19 juni 2008.
Aanvankelijk zonnig, 22˚C, eind van de ochtend bewolkt en koeler, maar droog.

Na een uitgebreid ontbijt om half negen vertrokken uit hotel Roja. Nog een paar postzegels en wat boodschappen bij Maxima en dan op weg. De lange kustweg naar het zuiden langs de golf van Riga. Een tamelijk vlakke weg, slechts een beetje heuvelachtig her en der. Aanvankelijk heel rustig met zo nu en dan een dorpje aan de baai. Kultene – waar we nog even naar de baai gaan kijken – Valgaciens, Upesgriva, allemaal kleine dorpjes met oude grijzen huisjes en soms een nieuw pandje. Er staat ook veel te koop: “Pardood”. Eén keer zelfs met het bedrag in euro’s erbij. Mērsrags dat op de noordpunt ligt van het Enguresmeer (heel vroeger stond dit meer in verbinding met de zee) is een wat grotere plaats. De weg loopt nu tussen de zee en het meer. Maar van het meer zie je niets. We komen drie Duitse fietsers tegen die in tegenovergestelde richting fietsen. Van Riga naar Klaipeda, ook langs de kust. We merken dat we de grote stad Riga naderen. Het wordt drukker op de weg, de plaatsjes worden groter, met grotere huizen. In Klapkalnciems nemen we de linkerweg, zo dicht mogelijk langs de kust. Daarbij overschreiden we de grens van het Kemiri Nationaal Park. In dit park zijn ook nog hoogvenen.
Ragaciems heeft zelfs een groot Duitsachtig gemeentehuis aan de weg. Rugaciems en Lapmežciems gaan in elkaar over. Er is nu ook een apart hobbelig fietspad langs de weg. En dat is ook wel nodig. Aan het eind vlak voor Jūrmala is links camping Nemo. Die is niet te missen door een enorme zuil met de naam Nemo. Het is een soort jongerencamping met een grote feesttent en een zwembad met een enorme glijbaan. Maar het is er erg rustig.
’s Avonds naar het strand. Je ziet de bocht met Ragaciems met de vuurtoren op de punt. Het strand is heel rustig. Het water heeft bijna geen golfslag. Meeuwen zwemmen in de zee. Een bootje ligt op de waterlijn. Het zand gaat geruisloos over in de begroeiing van lage struiken en bomen.

 

Rustdag
Jūrmala

Vrijdag 20 juni 2008.
Aanvankelijk zonnig, in de loop van de dag bewolkt met heel veel regen, 18˚C.

Gisteren hebben we gesproken met onze buren – Nederlanders die al een paar keer naar de Baltische landen zijn gereisd. Zij vertellen dat zij Riga bezoeken vanuit de camping. Met de bus is het 50 minuten rijden naar het centrum van Riga. De camping in Riga is volgens hun vooral geschikt voor campers. (veel asfalt). Dus besluiten hier nog een nachtje te blijven. Eerst wat kleren wassen en dan naar Riga. De camping heeft alleen een wasmachine en geen droger, dus mooi droog weer is wel nodig. Maar ’s ochtends ziet dat er goed  uit. Dus nadat de was opgehangen is nemen we een minibus (15 zitplaatsen) bij de halte tegenover de camping.  De bus is overvol. Hij brengt ons naar het busstation van Riga, net buiten het oude centrum. De weg wordt steeds drukker. Alle wegen leiden naar Riga en een echte rondweg om de stad is er (nog) niet.
We lopen naar het oude centrum. Het is op het Domplein ontzettend druk. Op een podium staat een koor Letse liederen te zingen en er zijn kramen met tradioneel Letse produkten. En heel veel kramen met bloemen, veldboeketten en kransen voor op je hoofd. (kransen met soms alleen bladeren, soms korenaren, soms bloemen). We nemen bij het stadhuis een rondtrip met de bus door de stad, om een eerste indruk te krijgen. De stad zit overal verstopt met autoverkeer, dus het is een geduw en getoeter van belang. De chauffeur doet soms zijn raampje open om andere weggebruikers ongenadig uit te schelden. In het Russisch. Er wordt heel veel Russisch gesproken in deze stad, die voor de helft uit Russen bestaat.
Riga is een heel drukke stad. Het uiterlijk van de stad heeft iets Duits. Niet zo verwonderlijk voor een stad die gesticht is door een Duitser en die eeuwen gedomineerd is door de Duitsers. We maken een kleine wandeling door de oude stad. Maar worden gehinderd door hevige regen. We bekijken uitgebreid de Dom. Een sober gebouw. Met een prachtig orgel, dat na een renovatie in de 80er jaren door Flentrop (een orgelbouwer in Zaanstad), nu weer onderhanden wordt genomen. Een mooie preekstoel uit 1641 met houten uitgesneden bijbelse figuren, die nodig onderhanden genomen moet worden.
We lopen naar het postkantoor op de Brīvības Iela, een mooie laan dwars op het oude centrum, om ons tweede email bericht te versturen. We hebben een mail van het door ons gereserveerde hotel in Rostock dat ze de kamer de hele nacht voor ons vasthouden. Het geeft niets als we twee uur later aankomen met de boot uit Tallinn. Ook weer geregeld.

 

63e etappe
Jūrmala – Riga 39 km.

Zaterdag 21 juni 2008.
Zonnig, weinig wind, 20˚C, later in de middag een beetje regen.

Vroeg weg, om tien voor half negen lever ik het kaartje met nummer 211in bij de receptie. We gaan op weg naar Jūrmala zelf. Dat is nog ongeveer 8 kilometer. In Jūrmala, de oude badplaats van Riga uit de 20er en 30er jaren, toen de elite er een houten vakantiehuis had. Na WOII populair bij de sovjet-elite. Nu is het nog steeds een gewilde badplaats met iets van standing. We rijden een rondje door Jūrmala: door de villa straat Jūras Iela heen, en over de verkeersvrije winkelstraat Jomas Iela terug. Jan neemt foto’s van het vakantiehuis van de belangrijke Letse dichter Aspazija en van de nabij gelegen Lutherse kerk in Art Nouveaustijl. Dan volgen we het fietspad naar Riga. Een prachtig pad, heel rustig met alleen wat Letse fietsers. Het loopt langs en over het spoor, en door Pardaugava, de westoever van Riga, met nog veel houten huizen, en over de brug Vansu tils, die de stad ingaat. Aan de voet van de brug zijn beelden neergezet van sporters, waaronder een fietser. Vanaf de brug heb je een mooi zicht op de skyline van het oude Riga.
We bekijken de erewacht van de Letse president, die zetelt in het oude slot. En ontmoeten daar Kees, een Amsterdamse fietser, die over de grote wegen naar Tallinn fietst. Over drie dagen moet hij daar zijn. En wij doen er nog twee weken over.
We hebben, toen we gisteren in Riga waren, bij de VVV een guesthouse besproken. Dat ligt in het noordoosten van de stad, net buiten het oude centrum, in de buurt met veel Art Nouveaupanden. Het guesthouse heet Jakob Lenz, naar de Duits-Baltische schrijver uit de 18e eeuw, die enige tijd in Riga heeft gewoond. Het guesthouse heeft ook enige Art Nouveau kenmerken. We maken een wandeling door deze buurt, bewonderen de panden van Michael Eisenstein (vader van de beroemde Russische cineast) in de Alberta straat. En lopen verder door het nieuwe centrum, naar de wijk achter het station, met zijn enorme versmarkt en restanten van de Joodse synagoge, die in de tweede wereldoorlog opzettelijk in brand gestoken is met nog 100 Joden erin.  We lopen terug naar de oude stad, die vergeleken met gisteren leeg is. Langs de twee prachtige gildengebouwen naar het Slot van de Letse president.
’s Avonds naar het voetbal gekeken: Nederland – Rusland, 1-3 , met uitbundig Russisch commentaar. 

 

64e etappe
Riga – Sigulda 72 km.

Zondag 22 juli 2008.
Zonnig met wolken, aanvankelijk tot in de middag < 20˚C, daarna wat warmer. Matige westenwind, meestal van opzij.

De 19e eeuwse wijken van Riga hebben rechte straten. We kunnen vanuit ons guesthouse via twee rechte wegen zo de stad uitrijden. Eerst via de Hanzas Iela en de Stabu Iela, daarna de Avotu Iela. Deze laatste straat is een beetje smal en heeft trolleybussen. Maar toevallig passeert er niet eentje ons, dus het gaat goed. Daarna komen we met de Deglava Iela in de 20e eeuwse buitenwijken vol sovjetflats. Maar aan de rand zien we dat deze flats nog steeds gebouwd worden. Er ligt ook een nieuw fietspad.
We gaan nu een stukje het binnenland van Letland in, omdat de kustweg hier druk is, en omdat Sigulda (ons doel voor vandaag) in een mooi natuurgebied ligt, het Gauja Nationaal Park. We volgen een fietsroute van Frankas Wurft (uit zijn boekje “Letland per Rad”). Het land wordt meer geaccidenteerd. We passeren een groot monument met twee revolutionairen van 1905, even voorbij de kruising van de P4 met de A4. Een rustige weg naar Zaķumuiža volgt. Zaķumuiža heeft industrie gekend, maar nu liggen vele loodsen verlaten. Een buizen systeem loopt nog langs de weg. Maar net als Jan zich afvraagt wat daardoor vervoerd wordt, zie ik dat er een stuk ontbreekt. “Niets meer, dus”. Weer op de P4 gekomen, kunnen we een stukje afsnijden naar de P10. We komen vanuit het bos – over mooi nieuw asfalt – in een gebied met veeteelt. De weiden staan vol in bloei met allerlei soorten bloemen. Over de P10 gaat het vervolgens naar Ropaži. In tegenstelling tot Zaķumuiža is dit wel een dorpje met een kerk, een postkantoor en een bar met terras, waar ze koffie schenken. In vroeger tijden heeft er een groot kasteel gesticht door de Lijflandse Orde gestaan bij de rivier de Jugla. Maar dat is in de 17e eeuw grondig verwoest. Dit soort sporen laat wel zien dat er betere tijden zijn geweest. Bij Planupe gaan we verder het binnenland in via de P3 richting Allažmuiža. Daar ligt langs de rivier de Tumšupe aan de andere kant van de weg een groot oud park. Wellicht kunnen de routemakers dit park in de routebeschrijving opnemen. Dat zou aardig zijn.
Na  Allažmuiža weer een stuk open gebied. Vier ooievaars zitten in een veld. Een nest in de top van een kale boom. Ook zo’n grote roofvogel met gevorkte vleugels en bruin/wit vliegt boven ons. Door Allaži met ruïne van een kerkje en Stīveri met een nieuw kerkje zijn we snel in Sigulda. Daar fietsen we langs hotel Sigulda, en besluiten daar te blijven. Hotel Sigulda is eind 19e eeuw gesticht door een Russische aristocratische familie Kropotkins. Toendertijd begon het toerisme in deze streek op te komen. En de familie Kropotkins heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. De loop van de geschiedenis van het land is terug te vinden in de geschiedenis van het hotel. De familie is tussen WOI en WOII vertrokken. Het hotel genationaliseerd en gebruikt voor de overheid. En bij de hernieuwde onafhankelijkheid is het oude pand in volle glorie hersteld, een nieuw deel is aangebouwd en wordt het weer gebruikt als hotel.
We maken een wandeling door Sigulda – dat gekarakteriseerd kan worden als een verzameling huizen in een park – naar de grot van Pieter. Sigulda heeft naast een aantal (ruines van) kastelen ook een paar grotten. Eén daarvan is de grot van Pieter. Een smalle holte in de rode steen. Te bereiken via een wandelpad langs de rivier de Gauja.

 

65e etappe
Sigulda – Jelgavkrasti, 82 km.

Maandag 23 juni 2008
Bewolkt, met een enorme regenbui ’s ochtends en halverwege de middag, 16˚C, daarna opklaringen met zon en warmer, 20˚C, matige westenwind

Deze dag loopt anders dan gepland. We doen een korte route van Sigulda naar Limbaži, ongeveer 51 km. We gaan rustig op weg. Bekijken nog de restanten van het kasteel van de Lijflandse Orde, met een mooi zicht op de Gauja. We dalen diep (11%) naar de Gauja (van 100 m naar 20 m) en stijgen dan ook weer stijl (11%) van 20 naar 70 meter. Aan het eind ligt het park van Turaida, een openluchtmuseum met een aantal gerestaureerde gebouwen, waaronder kasteel Turaida, in een mooi aangelegd park. Het is kennelijk een gewilde toeristische trekpleister, want er staat zo vroeg al een bus en ook enkele Nederlandse auto’s.
We gaan verder over de P7 door een golvend landschap. We stappen even af bij het kerkje van Krimulda, een wit kerkje met gedeeltelijk bakstenen toren. Het is zowaar open. Van binnen ook wit, met twee grote witte beelden. Alle kerkbanken zijn versierd met bloemen, want het is vandaag een feestdag: midzomerdag of te wel Jani. De stedelingen trekken dan naar buiten en brengen de nacht zingend en drinkend door. Bloemen en bladerenkransen om het hoofd en schouders horen daarbij. Voor het kerkje staat een paal met een ooievaarsnest. Het begint nu te regenen. We fietsen verder over de A3, pauzeren even bij een restaurant met een heksenwagen voor de deur, en bijna droog fietsen we weer verder. Ter hoogte van Birini kasteel is de weg omzoomd met oude bomen, eiken, essen en esdoorns. Bij Gravas ziet Jan een pand met een Letse vlag. Pašvaldība staat erbij. Dat blijkt Lets voor gemeente. Dit eenvoudige huis is het gemeentehuis van Gravas. In de weilanden liggen hooibergen in wit plastic.
We fietsen nog langs het huis van een componist: E. Melgaiļa. We hebben geen opdracht, zoals vorig jaar, om muziek mee te nemen. Het huis is trouwens gesloten.
Dan zien we twee zwarte ooievaars. Helaas te ver weg. Maar toch een foto genomen. Het wordt nu heel donker, maar we zijn op tijd bij hotel Melgaiļa, aan het meer. Het is een sportcomplex, waar je kennelijk ook kan slapen. Het gebouw is dicht, maar een jongen komt met een sleutel naar buiten. Hij belt de receptie, maar nee. Er zijn geen slaapplaatsen meer. Vandaag is Jani, en dat is een feestdag hier, you know. De donderbui breekt nu los. Het gutst naar beneden. We fietsen door naar Limbaži. Er moet daar een VVV zijn. Hoewel er op de deur staat dat de VVV open is van 9.00 tot 17.00 uur, is hij dicht. In dezelfde straat zit een bar, waar drie bepakte fietsen onder een druipende goot staan. We gaan naar binnen om die fietsers te vragen waar zij voor vannacht onderdak hebben. Binnen zitten drie Duitse fietsers, die van noord naar zuid fietsen, en hier schuilen voor de regen. Zij waren van plan naar hotel Limbaži te gaan. Het meisje achter de bar gaat op ons verzoek bellen met hotels in de buurt. Na vier verschillende hotels, die allemaal vol of gesloten zijn, lukt het bij het vijfde, 21 km verder aan de kust nabij Jelgavkrasti. Het is inmiddels droog geworden. Met zijn vijven gaan we op pad. Na 1,5 uur over een steeds drukkere autoweg staan we voor het hotel. Niemand! Maar na een kwartiertje komt de eigenaresse met sleutels van vier kamers. Een voor ons, twee voor de Duitsers, en één voor de fietsen. Het restaurant is gesloten, maar de winkel aan de andere kant van de weg is open. We eten op het grasveldje voor het hotel, op onze eigen stoeltjes met ons eigen gasje.
Jammer dat we nu weer aan de drukke A1 zitten. We hadden zo mooi gepland om deze weg te omzeilen via een route door het binnenland: Limbaži- Aloja – Staicele – Ainaži. 

 

66e etappe
Jelgavkrasti – Ainaži 48 km.

Dinsdag 24 juni 2008.
Koud, 14˚C en regen, matige tot krachtige ZW wind, dus van opzij, meestal schuin achter.

Om half negen vertrekken uit ons pension. De drie Duitsers zijn nog lang niet zover. Ik geef de sleutels van de kamer waar de fietsen staan af.
Daar gaan we dan over de drukke A1, de Via Baltica. Maar omdat het de dag na 29 juni (Jani) is, is er zo vroeg nog weinig verkeer. Alleen vrachtauto’s passeren ons. Het regent ook nog. Dus verstand op nul, en karren maar.
Bij Vitrupe gaat de A1 heel dicht langs de kust. Er zijn verschillende picknick plaatsen, één voor vrachtauto’s (de eerste) en één voor de rest (de tweede). Je kan de zee zien. Woeste golven. Zand waait om je oren. De opbouw van de verschillende soorten duinen is hier goed te bekijken: de voorduinen, nieuwe duinen die op het strand ontstaan, de grauwe duinen, met mos en kleine struiken bedekt, en de beboste duinen met naaldbomen. Na Vitrope gaat de weg weer meer het binnenland in. Er ligt een stukje fietspad en vervolgens eerst links en dan rechts een stuk van de oude weg met de oude bomen. Maar uiteindelijk moeten we toch weer op de A1. We missen de zijweg links even na Svetciens, dus maar verder fietsen tot Salacgrīva. Daar in een alleraardigst kelderbarretje lekker bijgewarmd. De brug, even verder, over. Dicht langs de kust weer. En het blijft maar regenen. Vlak voor Ainaži kunnen we de oude weg nemen. In Ainaži stoppen we voor een hotel. Een vrouw komt naar buiten en wenkt ons naar binnen. Ze spreekt nagenoeg geen Engels, en biedt ons onderdak aan. Mijn vraag wat de weersverwachting is, snapt ze niet. We kunnen dus niet de afweging maken of we hier moeten blijven, ook al is het pas half een, of nog beter door kunnen fietsen naar Kabli. We blijven maar. Als iemand zijn klanten van de straat plukt, moet je dat ook maar over je heen laten komen.
Een rondgang door het dorp leert dat alles gesloten is: de bibliotheek met internet, post, de beide musea. Dus terug naar het hotel met een biertje wat lezen en schrijven.
’s Avonds wordt het droog. We maken nog een klein wandelingetje naar de zee. We komen langs het monument “de witte zon”. Een monument van V. Titãns voor K. Valdemars. Het ligt mooi in de duinen vlak bij de zee. Valdemars zijn we ook al tegengekomen in Ventspils. In Ainaži heeft hij in 1864 de zeevaartschool gesticht. Het gebouw staat er nog, maar het is nu museum.