logo-fietssite

43e etappe rambynas link naar het fotoalbum litouwen alternatief
Holny Majera – Druskininkai 61 km

Woensdag 25 juli 2007
Dreigend donker in de ochtend, maar droog weg. In Litouwen een bui, aan het begin van de avond een hoosbui, 18-22° C, soms wind, maar NO, dus in de rug.

De ochtend begon om 6.00 uur met een duik in het meer. Even zwemmen en schoon is mijn lijf. Jan houdt het bij een kattewas uit een pannetje.
Het dreigt heel erg met donkere wolken, maar het blijft droog. We betalen de Poolse boer 20 Złoty – we mochten geven wat we wilden, zo begrepen wij uit zijn Pools – en om half acht zaten we op de fiets. De grens was maar 1 km. verder. We konden hem zien liggen, toen we vanaf het het landweggetje van de boer de asfaltweg bereikten. Vlak voor de grens zijn twee wisselkantoren. Dus de złoty’s en wat euro’s omgewisseld in litas. Eén euro is 3,45 litas. De Litouwers doen nog niet aan Schengen, dus paspoortcontrole. Maar we passeren snel en probleemloos de grens. De Poolse vlag hangt half stok. Gisteren zagen we dat ook al her en der. Geen idee waarom dat is. (thuis blijkt dat er zondag in Frankrijk een bus is verongelukt met Poolse pelgrims en dat daarvoor 3 dagen nationale rouw is afgekondigd.)
Ik vind het altijd weer spannend een nieuw land binnen te gaan. Of dat nou Denemarken is of Litouwen. De taal is weer heel anders dan het Pools. Ook al is het een slavische taal, het klinkt niet als het Pools. Veel minder s-klanken, veel meer vokalen. Het landschap is heuvelachtig en soms zelfs tamelijk vlak. Dan kun je ver kijken. Het is dun bevolkt. Hier en daar een huis, met wat bomen. Soms lijkt het op de 17e eeuwse landschappen van Van Goyen. Veel houten huizen, vaak grijs uitgeslagen, soms geel geverfd en vaal geworden door de jaren heen, soms groen.
Over de bijna 60 km. die we fietsen komen we maar drie dorpen tegen en de stad Druskininkai (die ook maar 17.000 inwoners heeft) In Veisiejai rijden we langs een groot plein met grote uit hout gesneden beelden. Dit soort beelden en kunstig uit hout gesneden kruisbeelden zullen we op onze hele tocht overal tegenkomen. Er is daar een pinautomaat. Hoewel we al litas hebben, toch even proberen. En ja hoor, hij doet het prima. 200 litas komen uit de flappentap. Jan maakt ondertussen een praatje met vier Nederlanders die met twee caravans een toer maken door de Baltische landen. Zij vertellen dat de weersverwachting slecht is. Er is noodweer op komst. We zullen zien. De barometer zakt wel onrustbarend naar 976, maar het is nog steeds droog en zelfs een beetje zonnig.
Dat duurt niet lang meer. In Leipalingis – net als we een terras van een baras zijn opgegaan voor een kopje koffie - breekt een enorme bui los. Maar als de koffie opgedronken is, dan is de bui weer over.
De tocht is korter dan Jan had berekend. Om twee uur staan we in Druskininkai. We staan voor het eerst oog in oog met de Nemunas (of Memel op zijn Duits). De rivier, die ontspringt in Belarus en via Litouwen in de Oostzeekust uitkomt.  We zullen deze rivier later nog kilometers  volgen naar de kustplaats Klaipeda. Een brede stroom met onder aan de brug een eenzame visser tot zijn liezen in het water.
Een prachtige vier sterren camping op 10 minuten lopen van het centrum doet ons besluiten om toch te kamperen. Later in Litouwen zullen we bij gebrek aan campings nog vaak genoeg in hotelletjes zitten.  Er zijn overigens wel talloze bivakplaatsen, maar die vinden wij te primitief. Er is geen toezicht en vaak ook geen water. We gaan nog even het stadje in. Het gaat nu echt regenen. Druskininkai is een kuuroord. Het is prachtig aangelegd met mooie lanen, bomen en bloemen. En veel (kuur) hotels. De typisch houten huizen staan naast moderne architectuur. In het centrum is een zeer modern groot aquapark, waar je werkelijk alles op watergebied kan doen. We lopen voorbij. We zijn op zoek naar het museum van Lipchitz. Een joodse kunstenaar, die hier in 1897 geboren is en prachtige beelden heeft gemaakt.  Kröller-Muller heeft er ook een in haar bezit. Maar het museum is gesloten. Het wordt gerenoveerd. Verderop staat op een plein een klein blauw russisch kerkje. De deur staat open, we hoeven geen toegang te betalen, maar worden wel verleid om twee kaarsen op te steken. Als we het kerkje verlaten plenst het weer. We schuilen op het terras van een chinees. Maar die komen meteen met de menu kaart. Hoewel het nog wat vroeg is, besluiten we toch hier te eten. Aan de traditie om in elk land minstens één keer chinees te eten is daarmee meteen voldaan.
Via het meer van Druskininkai lopen we naar de camping.

 

Rustdag Druskininkai 21 km.

Donderdag 26 juli 2007.
Zonnig en droog, 20°C.

Op deze rustdag bezoeken we Gruto Parkas. Een park met beelden van helden uit de Sovjet tijd die gedurende de eerste jaren van de onafhankelijkheid van Litouwen (1989 – 1991) overal neergehaald werden. Door Viliumas Malinauskas, een zakenman die rijk geworden is in de handel van paddestoelen  heeft met eigen geld deze beelden verzameld en het park ingericht. In 2001 is het geopend. Er staan van die typisch sociaal realistische beelden van Lenin, Stalin en Marx en van allerlei foute Litouwse mannen, vechters tegen de onafhankelijkheid van Litouwen in 1918, collaborateurs in de sovjet tijd en verheerlijkers van de partizanen. Het is als een soort pretpark in gericht en heeft iets ironisch. Ook door de marsmuziek die uit verschillende luidsprekers schalt, de kleding van de obers (zoals de pioniertjes in de sovjettijd) en de souvenirs (Lenin op een beker). Wij hadden geen rondleiding geregeld en ook geen audiotour. De toelichting is namelijk in het Litouws en het Engels. We komen een Duitse groep tegen met audiotoer op de bordjes maar kennelijk gaat dat naar de zin van de deelnemers veel te langzaam. Want het tweede deel van de toer doen ze wel even zonder. 
We fietsen via een fietsroute – ons aangereikt door de receptie van de comping van Druskininkai – terug. De wegwijzers zijn uitgesneden in hout en het is goed dat we geen bagage bij ons hebben, want het gaat zeer op en neer).
Terug in Druskininkai bezoeken we het museum van Ciurlionis. De ouders van Ciurlionis – een Litouws kunstenaar (zowel schilder als componist die leefde van 1875 tot 1911) hebben hier gewoond en Ciurlionis is hier opgegroeid en heeft hier ook later veel vertoefd. Helaas is alles alleen in het Litouws. De schilderijen kunnen ons niet bekoren. Het is een heel zweverige stijl die nog het meest weg heeft van schilderijen uit de antroposofische hoek. Maar de muziek is wel mooi. Er staat een soundblaster met één van zijn symfonische werken erop. De verzamelde pianowerken, die een vriend van ons zo graag wil hebben, staan er ook. Helaas met harde kaft. Dus dat wordt 1,5 kilo extra op de fiets.
We maken nog een wandeling langs de Nemunas. Ook hier zie je dat het stadje prachtig is onderhouden met heel veel groen. Onderweg zien we aanplakbiljetten van een concert van het International Baltic Accordion Quintet Excelsior. Dat blijkt een openlucht concert op de trappen van het stadsmuseum aan de rand van het meer te zijn.  Dat is een leuke verrassing. Dus ‘s avonds zitten we daar met nog een honderdvijftig tal andere accordeon liefhebbers. Het programma is heel gevarieerd. Maar jammer genoeg komt er na de paar prachtige klassieke werken en jazz achtige stukken veel music for the millions, het soort muziek dat de accordeon zo’n slechte naam heeft gegeven. En de man die het inleidt is veel te lang van stof. Pikant detail, deze man spreekt alleen goed Litouws. Als hij een Russisch stuk aankondigt, wordt er openlijk om hem gelachen en worden zijn woorden verbeterd. De Russische gemeenschap is hier kennelijk aanzienlijk en zit niet in de verdrukking.

 

44e etappe
Druskininkai – Varena 73 km.

Vrijdag 27 juli 2007
Zonnig met een paar druppen regen bij het opstaan, en onderweg en aan het eind van de middag. Een beetje drukkend 18 - 24°C. De barometer zakt weer.

Om kwart over acht weg. De baby naast ons op de camping huilt weer. Maar we zien onze buren niet. Uit de douche/wc ruimte wordt ik verjaagd door de enorme stank die een obesitas non verspreidt.  De lucht is niet te verdragen.
We nemen de weg over Vieciunai naar Grutas om een stuk A4 te vermijden. Dat gaat heel goed. Het is een landweg door de velden, met huizen erlangs. Het stuk na Vieciunai naar Grutas loopt door het bos. Aan de A4 wordt gewerkt. Dat betekent twee keer wachten voor een landbouwstoplicht en een lang stuk over de ondergrond voor de nieuwe weg. De weg is trouwens heel rustig voor een A-weg. Hij loopt naar de Wit-Russische grens. Misschien is dat wel de reden. We komen in Dzuka National Park. Een park met kleine meanderende rivieren, veel gemengd bos en enkele dorpen. Die worden voornamelijk bewoond door de Dzuken, een aparte stam. Van de dorpen zien we Puvociai en Marcinkonys. En het lijkt alsof je in een openluchtmuseum bent beland. Alleen de vele plastic flessen in de berm verraden de moderne tijd. De weg langs het riviertje de Merkys is heel mooi. De weg is geheel geasfalteerd. Er zijn veel vlinders en veel mossen.
Het kerkje bij Marcinkonys ligt op een bult, maar het komt toch nauwelijks boven de bomen uit. Het is heel karakterestiek en leuk is de kruisweg in de stenen nissen die rond de kerk staan. Overal zie je ook het houtsnijwerk, ook een fiets in het centrum van Marcinkonys.
In het park zijn verschillende picknick plekken. Tussen de middag pauzeren we daar uitgebreid. We hangen ook de natte tent te drogen in de zon.
Om half vier zijn we in Varena. Een werkstad met uitgebreide vervallen flatwijken. Het eerste hotel ligt in zo’n wijk. En zo te zien wordt het bevolkt door werklui. We gaan even bij het tweede (eco) hotel kijken. Het is dat Jan hem als waypoint had opgenomen, anders hadden we hem nooit gevonden. Een heel klein bordje met viesbutis/hotel hangt aan de gevel van een flat. De ingang zit aan de zijkant, en je moet een trap op naar boven om bij de receptie te komen. Het kost Jan ook nog enige moeite om binnen te komen en een kamer te boeken. Er zijn maar drie kamers en kennelijk willen ze liever niet een man alleen. Pas nadat een tweede dame binnengekomen is, die mij buiten heeft zien staan, lukt het. 80 litas. Prima kamer. De fietsen mogen boven in de gang staan. En om vijf uur is de administratie dicht en de deur van de gang op slot. We zijn volkomen op onszelf. Heerlijk.

 

45e etappe
Varena – Rudiskes 56 km.

Zaterdag 28 juli 2007.
18-24°C, nagenoeg geen wind, zonnig met wolken. Zo nu en dan een paar druppeltjes.

Om 8.00 uur vertrokken vanuit het hotelletje in Varena.  Weg 127 over de beek Merkys, naar Senoji Varena (= oud Varena). Maar er is daar niet veel ouds te bekennen. Een heel nieuwe kerk en nieuwe huizen. Daarna de 127 vervolgen. Het lijkt wel of deze weg drukker is dan de A4, die we oversteken. Even verderop staat een bord. Er blijkt ook een fietsroute te zijn langs het meer van Glukas en vervolgens langs het riviertje de Varena. Het zal wel een zand en grindweggetje zijn. We zitten echter op de 127 en die fietsen we af.  Bos en later open landbouwgebied. Weg 128 komt in zicht. Dat rijdt snel aan. Open land met hier en daar een boerderij. En bushaltes, onveranderd met een bankje, een open afvalbak, waar meestal het meeste vuil naast ligt, op een verhoging van asfalt of tegels. Voor we op de A4 komen gaat er een grindweg links. Rust, geen voorbijvliegende vrachtauto’s meer. Zo nu en dan een personenauto, die vanwege het grind toch langzamer rijdt. We zijn nu ook weer in het bos, meest naaldbomen. Bij Mažieji Lieponys pauseren we bij een bushalte. De weg loopt niet door het dorpje, maar erlangs. Vanaf het bankje zien we het liggen. Later begrijpen we uit de documentaire die we bij Wim Brauns zien dat er zeer veel armoede is op het platteland. We passeren het spoor dat loopt van de grens naar St. Petersburg. Het pad blijft grind, met een heel klein stukje asfalt bij Žèronys. Soms is het grind heel hobbelig. En in een zandige bocht bij Rudiskes gaat Jan onderuit. Maar geen schrammetje gelukkig. Nog 3 km. naar de camping, die geen camping mag heten van de eigenaar Wim Brauns, maar landgoed. Hij is Nederlander is getrouwd met een Litouwse en woont al 15 jaar in Litouwen en heeft de camping geheel van de grond opgebouwd. Hij is trainer geweest van de Litouwse wielerselectie. Nu handelt hij in hout. Hij heeft ook een project voor kansarme jongens en meisjes uit de omgeving. Die traint hij in het mountainbiken, en tegelijkertijd houdt hij toezicht op hun huiswerk. In de winter krijgen ze les in Engels en Nederlands. Op die manier probeert hij ze een perspectief te bieden.
De camping is prachtig. Door het vochtige weer en de zachte winter zijn er alleen helaas heel veel muggen. Daarom gaan we niet aan het water staan, maar op het open veld in de wind.
Wim Brauns rijdt ons met zijn auto naar het dorp om boodschappen te doen. Heerlijk, dan hoeven we niet weer die grindweg over. ‘s Avonds schenkt hij koffie in het gastenverblijf met via de satelliet Nederlandse TV. Op de camping staan bijna alleen Nederlanders, maar het is lang niet vol.

 

Rudiskes-Trakai 45 km

Zondag 29 juli 2007
Zonnig/droog en regenbuien. 20°C, weinig wind.

Om 11.00 uur met de fietsclub van Wim Brauns een stukje meegefietst. Maar ik ga te langzaam in het grind. Dus zijn wij over het asfalt naar Trakai gereden. In het dorpje hebben we elkaar weer ontmoet bij een conditorei, dat wil zeggen een tent waar je koffie en gebak kan eten. Daarna weer ons weegs gegaan.
Uitgebreid het kasteel van Trakai gekeken, en nog wat bezienswaardigheden in het dorp zelf. Zoals het kerkje van de Karaers. (zie Litouwen, reise-know-how, pag. 208)
Eind van de dag weer terug in Rudiskes, of beter gezegd Bukles. Zelf eten gemaakt.

 

Rudiskes – rustdag

Maandag 30 juli 2007
Koud, met regen opgestaan, hele dag bewolkt, in de middag veel regen. 18°C.

Met de trein naar Vilnius. Wim en Irene Brauns brengen ons en een aantal andere gasten met de auto naar de trein. Een Engelse familie met drie kinderen en een echtpaar uit Oegstgeest.
In Vilnius een rondje door de stad gelopen. Een paar kerken bekeken.
Veel regen en te weinig tijd.

 

46e etappe
Rudiskes – Birstonas 79 km

Dinsdag 31 juli 2007
Koud, 8° -12°C. De hele dag grijs zwaar bewolkt. Wind uit het westen, soms 3-5 Beaufort. Dus veel tegen.

Jan had de vorige avond betaald, hoewel Wim zei dat hij zijn gasten altijd hoorde weggaan en dan afrekende. Maar om kwart voor acht is het hek van de camping nog dicht. Dus zijn we achterom gereden naar de andere toegang die leidt naar het prive huis van de Brauns. En daar moeten we de grendel van het hek halen om eruit te kunnen. Maar geen Wim!
Na de inmiddels bekende 4,5 km grindweg komen we in Rudiskes. We kunnen nu op twee manieren verder. Over de A16 over Aukštadvaris. Dat heeft Wim ons aangeraden. De weg is geheel geasfalteerd en heeft lange hellingen en lange afdalingen. Maar het is een echte autoweg. Vandaar dat Jan in zijn schema de route over Onuškis heeft opgenomen. Kleinere wegen, maar ongeveer 10 km over grind. En veel korte stijgingen en dalingen. Vanwege de rust kiezen we toch voor de tweede mogelijkheid. En dat is goed gegokt, want inmiddels is een deel van de grindweg belegd met prachtig nieuw asfalt en de weg is zeer rustig.  Over de 220 naar Onuškis, mooi zicht op het meer in het Aukštadvaris Park. In Onuškis passeren we een klein kledingmarktje op het plein. Dan over een kleinere weg verder richting Butrimonys. Het begin van de weg is geasfalteerd, dus dat valt mee. Al is de wind aanzienlijk. Soms moet je bij het afdalen ook nog trappen om vaart te houden. Slechts 4,6 km. is nog grind. Het is een heel rustige weg met mooie uitzichten op het platteland. Als we de grens met de provincie Alytus overgaan is de weg weer geasfalteerd. We zien kleine boerderijen met een paar koeien. Een klein plankje aan de weg voor de melkbussen. En veel woest land.
In Butrymonus stoppen we niet. Het plaatsje heeft een nare geschiedenis. Het was een joods stadje, maar in de tweede wereldoorlog is de hele bevolking uitgemoord. Nu is daar niets meer van terug te vinden.
Even voor Punia komen we weer op de drukkere wegen. En de A16 is echt heel druk en gevaarlijk. Blij dat we dat niet helemaal hebben gedaan. We pauzeren bij een bushokje. Met een grote bocht van de weg in een lange afdaling komen we in Birstonas. Een kuuroord en dus beter onderhouden zowel wat de huizen als de infrastructuur betreft. Stenen huizen en maar weinig houten huizen. Mooi gelegen in de bocht van de Nemunas. We zijn weer terug bij de Memel. Het laatste deel van de tocht kan beginnen.

 

47e etappe
Birstonas – Kaunas 60 km

Woensdag 1 augustus 2007
Zon met wolken, twee plensbuien, koel 12°-18°C, matige wind.

Vertrokken om 9.00 uur uit ons sjieke Sofijos hotel. Niet met het pontje over, maar aan deze kant van de Memel over het fietspad langs de rivier. Het pad gaat langs een bivakplaats, waar met dit weer geen enkele tent staat. Daarna buigt het pad naar het zuiden. Dat is de verkeerde kant. Dat betekent dat we nog een ong. 2 km over de drukke A16 moeten fietsen tot de brug bij Prienai. Prienai kent veel armoedige sociale woningbouw. We klimmen uit het dal via een smalle weg. De top ligt te ver om van het uitzicht op de Nemunas nog iets te zien, maar aan het eind van de helling staat wel een houten kruis, kunstig gesneden zoals al dat houtsnijwerk hier. We komen nu op weg 130. Heel druk met grote vrachtauto’s en tamelijk smal. Eigenlijk te gevaarlijk met de fiets. Na ruim 4 km. een afslag naar Pakuonis. We schudden de stress van ons af op een bankje van een bushalte. Het zonnetje schijnt. De landweg is rustig. Het graan wuift in de wind. De lucht is prachtig dreigend. In Pakuonis is een onooglijk uitziende kerk, in 1883 gebouwd, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het handhaven van de Litouwse taal, in de tijd dat die verboden was. Van hieruit werden Litouwse geschriften heimelijk verbreid. We zien in dit dorp ook nog een oude boerenwagen voorbijrijden.
Het volgende dorp is Piliuona. Dat ligt dicht aan de Nemunas. Gezegd wordt dat Napoleon hier met zijn troepen de Nemunas overtrok. Als we dan het bos ingaan, breekt een enorme plensbui los, die pas ophoudt als we de voorstad van Kaunas Vaisvydava zijn binnengegaan. We gaan door Panemuné. (nog iets van Philo Bregstein) over de brug. En daar begint het 6,9 km lange fietspad langs de Nemunas, dat ons zal brengen naar het oude centrum van Kaunas. Het pas is alweer een paar jaar geleden aangelegd met Europese subsidie en kennelijk is voor het onderhoud geen geld gereserveerd. Het wordt aan beide zijden aardig begroeid met bermflora. Paaltjes en bankjes zijn verdwenen en wat erger is, er is een nieuwe weg aangelegd die geen rekening houdt met het fietspad, waardoor we over een hoop puin moeten lopen, en verderop wordt een nieuwe brug gemaakt, en daar is het pad zelfs afgesloten. Maar we nemen alle hindernissen, gaan niet in op suggesties van wandelaars om boven op de weg te gaan fietsen, en rijden tot het eind, waar ons een nieuwe plensbui overvalt. We schuilen onder de Aleksotobrug. En we merken dat de brug via open pijpen het water naar beneden afvoert. Dus onder de brug moet je goed kijken waar je staat, anders wordt je alsnog kletsnat. In de oude stad hebben we een adres van een guesthouse. Dat blijkt bij het aartsbisdom van Kaunas te zijn. Ze hebben alleen nog een luxe tweepersoonskamer voor 160 litas per nacht. Maar dat is wel prachtig, met uitzicht op het aartsbisschoppelijk paleis. We wandelen nog langs de burcht van Kaunas, of wat daarvan over is en de onttakelde kerk van de heilige George. In de sovjettijd gebruikt als warenhuis, maar nu zijn er plannen om hem weer in oude luister te herstellen.  

 

Kaunas
Donderdag 2 augustus 2007

Mooi zonnig weer, 22-25ºC.

Rustdag in Kaunas. Kaunas is ook een tijdje hoofdstad van Litouwen geweest, tussen de twee wereldoorlogen, toen Litouwen onafhankelijk was. Het gebied rond Vilnius was toen in Poolse handen. De stad ligt op de samenvloeiing van de Nemunas en de Neris.  We maken een grote wandeling door de twee centra. Het oude centrum is rond de burcht en het stadhuisplein, met nauwe middeleeuwse straatjes. Het ligt echt in de landpunt van de samenvloeiing. We bekijken de burcht, het raadhuis, het Pekunashuis (het donder-huis, een gotisch huis met een kunstig versierde bakstenen gevel, gebouwd door Hanze kooplieden). We lopen nu de Aleksotobrug over, ontdekken dat daar nog reliefs in te zien zijn met hamer en sikkel, en lopen dan naar de Aleksotoheuvel. Je kan daar met een treintje omhoog, maar dat is helaas in reparatie. We lopen hier naar boven. Er is een prachtig uitzicht over de Nemunas en over Kaunas. Ik bedenk dat hier de joodse jongetje, hoofdpersoon in het boek “Verkoop je moeder” van Efraim Sevela heeft gestaan. Enig overlevende van zijn gezin. Kaunas had een grote joodse gemeenschap (30.000 leden) binnen zijn muren. Weinigen hebben de oorlog overleefd. Het IX fort, waar in de oorlog vele duizende joden zijn geexecuteerd is ingericht als herinneringsmuseum. (http://www.gutstein.net/kaunas/kaunas-ninthfort.htm) . 
Na de Aleksotoheuvel lopen we naar het nieuwe centrum, dat  dateert uit het eind van de 19e eeuw en is een stedebouwkundig plan is opgezet. De belangrijkste straat is de Laivés Alèja, de vrijheidsstraat.  We lopen deze straat, die ook de grote winkelstraat is, helemaal uit. Pikant is dat deze brede voetgangersstraat een fietsstrook heeft. Maar omdat er zo weinig gefietst wordt, wordt hij meer gebruikt als wandelpad. Aan het eind staat een Russische kerk, de aartengel Michael kerk. In een hoekje van het plein rond de kerk, tegen de gevel het Kunstmuseum staat een standbeeld van een blote man, Adam geheten, van de beeldhouwer Petras Mazuras. Bij de onthulling in 1991 veroorzaakte het een klein schandaal, omdat het in het zicht van de kerk staat.
We lopen nu door, gaan weer naar boven, nu wel met een treintje en komen bij de Opstandingskerk. Een in moderne architectuur gebouwde kerk uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. Uiteraard in de sovjettijd voor iets anders gebruikt (radiofabriek), maar nu weer voor de eredienst.  Via de trappen komen we weer beneden. En gaan nu op zoek naar het vermaarde duivelsmuseum, dat een verzameling duivels uit de hele wereld moet hebben. Het museum heeft geen uithangbord, dus we moeten het boekje erbij halen om het preciese adres op te zoeken. Binnen praat niemand een andere taal als litouws of russisch, maar we slagen erin om kaarten te krijgen. Waarschijnlijk moet je hier rondgeleid worden, achter ons krijgt een groep een begeleider, maar zien ze daar bij ons vanwege taalproblemen vanaf. Het is een heel leuk museum, in een beetje vervallen gebouw. De onderschriften zijn wel in het engels, dus we kunnen zien waar de grote verzamelaar Antanas Smuidzinavicius zijn voorwerpen vandaan haalde. Er zijn zelfs duiveltjes bij die muziek (accordeon!) maken. Volgens het boekje kun je souvenirs kopen, maar dat valt tegen. En als ik twee bekers koop met de tekst “Mylèk dieva, bet ir velnio nepamirsk, nezinai, kuriam kliusi" (=vertrouw op god, maar vergeet de duivel niet, want je weet niet bij wie hij komt), dan is ze meteen uitverkocht.
Via de synagoge die even verder ligt, als eenzaam overblijfsel van de joodse cultuur, lopen we terug naar het guesthouse.

 

48e etappe
Kaunas – Jubarkas 91 km.
Vrijdag 3 augustus 2007

Zonnig en onbewolkt tot halverwege de middag. Bewolking en een paar druppeltjes regen. 20-23ºC. (de barometer is van slag).

Lange tocht omdat we mikten op een aardig guesthouse in Jubarkas. Daar tussen alleen dorpen met kamers bij particulieren.
Om 8.00 uur weg. Via de brug over de Nevis naar de Noordoever van de Nemunas. De weg was heel druk met vrachtverkeer. We rijden door de oude joodse wijk Vilijampole van Kaunas, maar daar is niets van terug te zien. Bij Raudondvaris klimmen we uit het dal en rijden we 1 kilometer om het kasteel te bekijken. Het moet nodig opgeknapt worden. Een vrouw geeft het gras en de bloemen water, en verderop wordt geveegd. We zitten hoog en de Nemunas is niet te zien. Omdat we Jubarkas willen halen, zullen we niet alle bezienswaardigheden bekijken. We maken geen omweg naar de kerkjes in Kulautuva en Paštuva. Dat gaat mij toch altijd weer aan het hart.
Bij Vilkija zakken we weer naar de rivier. Bij de laatste bocht hebben we een mooi uitzicht. Het is het typische rivierenlandschap, groene lage gronden met wat koeien en paarden. Dan de weg en dan de hellingen omhoog met bos, soms dorpjes of stadjes. Bovenop de burchten of restanten daarvan. Wat opvalt is dat er niets vaart op de Nemunas. Geen vrachtboten, geen plezierboten, en geen particuliere bootjes. Er liggen wel boeien. Terwijl ik dit opschrijf, vaart er een vrachtbootje langs. Jan neemt gauw een foto.
Bij de burcht van Raudone gaan we even naar boven. Maar dat is geen goed idee. We worden belaagd door tientallen muggen en die steken ook. Gauw weer verder in de wind, een tiental bulten rijker. De weg is veel rustiger geworden en de wind komt uit het oosten, dus die hebben we achter. We zien ook prachtige picknickplaatsen aan de Nemunas, die met Europese subsidie zijn aangelegd bij Veliuona en Panemone. In tegenstelling tot de oude Litouwse picknickplaatsen die hier bestaan uit een plak asfalt met een bank en een prullenbak met meestal een enorme bende.
Via het langerekte dorp Skirsnemune, of eigenlijk stadje (met twee kerken) rijden we Jubarkas binnen. Jan heeft op internet een aardig adres gevonden: Guesthouse Jurodis. We worden hartelijk ontvangen. Krijgen een kamer met uitzicht op de rivier. En maken een praatje met de eigenaars. Zij vertellen dat Litouwers weinig vertrouwen hebben in eigen ondernemingen. Een gevolg van het lange sovjetregime. Zij werden ook voor gek verklaard, toen ze dit guesthouse startte. We vragen waarom er niets vaart op de Nemunas. Of dat is omdat hier dichtbij de grens met Rusland ligt. Maar dat is niet het geval. Alles moet nog ontwikkeld worden. En de eigenaresse van het Guesthouse raadt een lokaliteit aan om te eten aan de andere kant van de brug tegenover de kerk. Ook hier iemand die de handen uit de mouwen steekt. Ze heeft niet veel beschikbaar, maar weet met flair te adviseren wat we moeten eten. We eten er voor nog geen 40 litas. 

 

49e etappe
Jubarkas - Vilkyskiai 49 km.
Zaterdag 4 augustus 2007

Droog en zwaar bewolkt. Nagenoeg geen zon. 20ºC hooguit (de thermometer is ermee opgehouden) enige wind uit het westen (dus tegen).

Jan had een off-day. Dus we gingen in een bejaardentempo. Aanvankelijk zouden we tot Pagégiai gaan, maar in Vilkyskiai is een hotelletje – en hoewel er vanavond een feest is – blijven we daar. Beter om een beetje rust te nemen en morgen verder te gaan. Vanaf Jubarkas gaat het het land in, van de Nemunas af. Langs een grindafgraving, die een groot meer heeft gecreeerd, door een groot bos. Aan het begin zie ik een verwijzing naar een herinnering aan de massamoord op de Joden. We slaan het landweggetje in en vinden een gedenksteen voor 500 vermoorde Joden. Uit eerbied maak ik de steen schoon.
Voor Smalininkai is een riviertje, de Sventoji. Dat was de grensrivier tussen Litouwen en Oost-Pruisen gedurende 300 jaar. We gaan de brug over, en vrijwel meteen van de hoofdweg af, op een kleinere weg naar Smalininkai. En deze weg heeft weer aan weerszijden bomen, zoals in het voormalige Oost-Pruisen voorkwam. De bomen hebben alles overleefd. Er komen ook meer bakstenen gebouwen voor met restanten Oost-Pruisische architectuur. Smalininkai heeft vroeger, in de 19e eeuw,  een haven gehad. Er was handel en scheepsbouw. Daar is nu bijna niets meer van over. Alleen een stenen trap. Het dorp heeft wel een gedenkteken gekregen voor de heimatvertriebenen. Ik kijk er met gemengde gevoelens naar. De verdreven gemeenschap in den vreemde zet een gedenkteken neer op een plaats waar per definitie geen heimatvertriebenen wonen, maar nieuwe inwoners. Voor wie zet je het dan neer?
We komen twee Duitse jongens tegen die ook de Memelroute doen. Heel relaxed met vrij korte afstanden en overnachtingen in hotelletjes.
Na Smalininkai verder over de weg naar Viesvile, een lang gerekt dorp met aan het eind een klein kerkje. Pal daarvoor wordt een grasveld met een tractor gemaaid. De opdrachtgever (?) kijkt toe. De camping bij Vilkaduabis bestaat niet meer. Niet eens een bord dat bivak is toegestaan staat er. En verder gaat de weg over het vlekje Mociskiai. Daarna komen we aan een zeer nat gebied. Met een modern woord zouden we dat nu “wetlands” noemen. Een brug over de rivier de Jura. Ooievaars verzamelen zich in een veld voor de trek naar het zuiden. Even verderop oefenen ooievaars het vliegen. De jongen proberen te landen op het nest. En hebben verschillende pogingen nodig om goed terecht te komen.  In Vlkyskiai reserveren we een kamer bij hotel “Laviga”. Het is half twee. Na het inchecken maken we een wandeling naar de heksenboom. Twee kilometer buiten het dorp. Een mooie wandeling langs de kerk, waar de toren afgebroken is door de sovjets, en inmiddels weer is opgebouwd, en een verlaten fabriekje. De heksenboom is een bijzonder gegroeide dennenboom met veel stammen. Er is een speciaal bruggetje aangelegd om er te komen. Op de terugweg komen we in het dorp langs een verlaten Luthers kerkhof. Mooi van ouderdom en verwaarlozing.

 

50e etappe
Vilkyskiai - Siluté  78 km.
Zondag 5 augustus 2007

Droog, zonnig, 20-24ºC, matige wind, soms tegen.

Met eigen ontbijt, vanwege het feest gisteravond zou er pas om 9.00 uur ontbijt zijn – om half negen weg. Eerst een ommetje van 20 km. Over Sereitlaukis en Bitenai. Nagenoeg alleen over grindwegen, maar van het betere soort. Het is heel rustig en heel mooi. Een prachtig landschap, met oude hoogten, waar versterkingen hebben gelegen, open rivierenlandschap en bos.
Bitenai is interessant vanwege het boek van Ulla Lachauer (een Duitse journalist) over Lena Grigoreit. (Die Paradiesstraße) Het gaat over een oude oostpruisische boerin, die getrouwd is met een litouwer en na WOII gebleven is in dit gebied. (“Heimat ist heimat”) Lachauer is zeer van haar onder de indruk, omdat het een positief mens is gebleven, die van het leven gemaakt heeft wat er van te maken valt in haar omstandigheden. En ze heeft heel wat meegemaakt. We bezoeken haar graf op het lutherse kerkhof, dat door haar gedurende haar leven is onderhouden. En natuurlijk bekijken we de Rombinas, de heuvel langs de Nemunas, van waaruit je een schitterend uitzicht hebt op de rivier. Aan de andere kant Rusland, met wachttorens, fabrieken en de stad Sovetsk (Tilsit). Via Bardinai, waar we een gesprekje hebben met een Duitse boer – komen we weer op de hoofdroute.
In Mikytai – belangrijk vanwege een kruispunt van wegen – is op dat kruispunt een restaurantje. Geen menu in een andere taal dan Litouws, maar het meisje dat helpt suggereert ons het een en ander. En zo zitten we in plaats van in een bushalte met eigen brood en beleg, aan de koude bietensoep en pannenkoeken.
Verder gaat het over Pagegiai. Naast de kerk is het nieuwe guesthouse gevestigd, waarvan we het adres kregen in Jubarkas. Het ziet er goed uit. Maar ons doel is nu Juknaiciai. We kijken even bij het station, naar de historische eik, die hier geplant zou zijn voor de vlieger Feliksas Vaitkus, die in 1935 over de oceaan is gevlogen. Hij was de zesde vlieger die dat volbracht. Toen hij met de trein naar huis kwam, was Pagegiai de eerste stad die hij aandeed. Vandaar de boom. Maar de eik is tamelijk klein en staat vast nog geen 80 jaar. In de straat haaks op het station staan nog huizen die in de tijd tussen de beide wereldoorlogen gebouwd zijn. Ze dragen kenmerken van de bouwstijlen uit die tijd. Maar het is allemaal erg verwaarloosd.
Verder maar weer door het bos van Pagegiai. We fietsen een behoorlijk eind van de Nemunas af nu, maar dat kan ook niet anders. Dichterbij de rivier is het erg nat. Bij Stoniskiai passeren we het spoor, waar we even moeten wachten op een passerende trein. Ook hier zo’n ouderwetse melkwagen, die vast niet aan de eisen van de EG voldoet.
In Usenai haal ik even iets te drinken, en als ik terugkom is Jan in druk gesprek met een oude Duitse man, die hier is blijven wonen. Ook hij vertelt dat hij heel wat heeft meegemaakt, 3 jaar dienst in het Russische leger, waarvan een jaar in Siberie.
We naderen Juknaiciai, waar Jan via internet het aardige hotel “Juknaiciai” heeft gevonden. Met een zeer bijzondere architectuur. Maar daar aangekomen is het hotel gesloten, want het markante puntdak is ingestort! Ja, als het internet niet bijgewerkt is …. (http://commons.wikimedia.org/wiki/Image:Juknaiciai_sudege.jpg)  Het is al eind van de middag en het volgende hotel is in Silute, 20 km. verder. We nemen de mooie weg over Uzliekniai, die inmiddels geheel geasfalteerd is. En we fietsen prachtig door de velden en de buitenwijken van Silute, het centrum van Silute in. Het hotel is in de hoofdstraat van Silute.

 

Siluté – Rusne - Siluté  (rondje delta) 45 km.
Maandag  6 augustus 2007
Zonnig en warm, onbewolkt, ong. 25ºC, nagenoeg geen wind.

Vandaag het rondje over een eiland in de delta van de Nemunas. Tegen half negen op de fiets voor het rondje van 45 km op Rusné. We gaan door een prachtige laan met bomen, halverwege ligt een brug over een nat stuk land. De elektriciteitspalen staan op betonnen verhogingen. In de herfst zal het er hier heel anders uitzien. De brug naar Rusné is hoog, met een mooi uitzicht over de Nemunas. We gaan linksom, het is een typisch polderachtig gebied, zoals de Hoekse waard, met veel weiland en wilgen. De weg is spoedig onverhard. We zien hier ook hoe ze de wegen bijhouden. Los grind wordt op de weg gestrooid en daar gaat een schuiver overheen. Waar de schuiver nog niet overheen is gegaan is het grind rul en dus moeilijk te berijden.
Uestadvaris op de kop van het eiland is een stille verzameling van huisjes rond een kleine vuurtoren en een poldergemaal. Kleine bootjes liggen in het haventje. Er is geen enkele toeristische activiteit. Wel wordt een nieuw stuk haven aangelegd, waarvoor de weg is afgesloten. We fietsen er gewoon langs.
Bij de vogeluitkijkpost – van waaruit we de Koerische Schoorwal kunnen zien – komen we de Duitse jongens weer tegen. Zij maken het rondje rechtsom en willen proberen in Uestadvaris een boot te regelen naar Minija. Wij fietsen verder naar Rusné. Bij Pakalné worden we aangesproken door een Russische boer. Hij wil dat we mee komen naar zijn huis. Maar wij willen liever verder. En zonder een taal die wij beiden spreken is communicatie moeilijk.
Rusné is ook al totaal niet op toeristen ingesteld. We maken nog een extra rondje op een nieuw fietspad, dat met EU geld is aangelegd langs de Pakalne rivier. In het parkje bij de Lutherse Kerk  - die nog niet is opgeknapt – spreekt een Duitse vrouw ons aan. Veel leed is haar aangedaan door de Russen en de Litouwers. Ze moet nu leven van 100 euro in de maand. Silute blijft bij haar Heydekrug. En Nederland is toch zeker een onderdeel van Duitsland. Aan het eind van het gesprek komt de aap uit de mouw. Of we iets voor haar over hebben, om brandstof te kopen voor het fornuis. Wat doe je dan?
We gaan terug naar Siluté. Daar wandelen we de hoofdstraat op en neer. Er is een monsterlijk groot monument voor de Russische soldaten uit de tweede wereldoorlog. Er staat ook nog een landgoed aan het eind van de straat. Achter de hoofdstraat staan meteen de lelijke sovjetflats. Gelukkig worden wat historische huizen nu gerestaureerd. Ons hotel is daar eentje van.

 

51e etappe
Siluté - Klaipéda  71 km.
Dinsdag 7 augustus 2007

Zonnig, warm, droog tot de avond, dan een kleine regenbui, geen wind.

Via de R10 naar Klaipeda is het plan. Het ontbijt is pas om 8.00 uur. Dus daarvoor de fietsen uit de garage gehaald. Er was een groep fietsers aangekomen die reizen met een reisorganisatie en zijn overgevaren vanuit Duitsland naar Klaipeda. Zij hebben hun fietsen voor de onze gezet, zodanig dat wij ze alleen eruit kunnen krijgen door ze over hun fietsen heen te tillen. Om 8.00 uur staan ze bepakt klaar. Alleen hun berijders nog.
Als we Silute uit zijn, wordt de weg een grindweg met veel grof los grind. Jan is in zijn element, maar mij staat het huilen nader dan het lachen. Een paar kilometer grof grind red ik wel, maar meer dan 15 kilometer. Soms is het wat beter, en fiets ik. Maar een groot aantal kilometers heb ik gelopen. Halverwege komen twee Duitse meiden ons tegemoet. Ze zijn behoorlijk aan de maat, maar karren vrolijk door het grind. “Hoe ver is het nog?” “Nog 5 kilometer”, antwoordt Jan. De andere kant op ook nog 5. Tot de brug over de Memel. En zo is het ook. Met nieuwe moed ploeter ik door. De brug over de Memel is de brug over de Minija, een breed water, met mooie uitzichten. Over het asfalt gaat het snel naar Kintai.
Kintai is ook een vissersplaatsje, maar daar zie je op onze doortocht weinig van. We proberen nog een blik op het Koerische Haf te werpen, maar dat lukt niet. Een moeras met veel riet verspert ons zicht. Terug maar weer naar de weg. We gaan verder over Sekuciai – een grote rotonde over, langs rustige landelijke wegen naar Priekule. Het is heel vlak land. Bij Priekule – waar behalve de restanten van een door de sovjets afgebroken kerk – niet zoveel te zien is, pakken we de R10 weer op. Die loopt aanvankelijk over een dijkje langs de Minija. Het zijn landwegen, maar beter te rijden dan het eerste stuk vanuit Silute. Halverwege is even van de weg af een klein meertje aan de rechterkant. Daar komen net drie jonge Esten vandaan, op ligfietsen met bepakking. “het is daar heerlijk zwemmen”, roepen ze ons toe in het voorbijgaan.
Ketvergiai is op onze kaart niet meer dan een naam, maar dat is nu wel wat meer dan dat. Veel nieuwe huizen in aanbouw. Zoals je wel meer ziet in Litouwen. We naderen Klaipeda, de derde grote stad. En de nieuwe rijken bouwen hun huizen even buiten de rand van de stad. De smalle weg die we op zouden moeten en uit zou moeten komen op de grote weg 141 naar Klaipeda, is inmiddels ook een drukke autoweg geworden. Gelukkig met een fietspad – soms provisorisch – ernaast. We passeren een kerkhof met een omvang, zoals ik dat in Nederland nergens gezien heb. Er voor staan zoveel bloemen- en plantenstallen dat Jan denkt een tuincentrum te passeren. Tuincentra hebben we in Litouwen helemaal nergens gezien.
De route gaat onder weg 141 door en komt via een aardig fietspad, dat dwars door de enorme flatwijken van Klaipeda is aangelegd in het centrum uit.
Het fietsvriendelijke hotel dat we hebben uitgezocht, laat ons de fietsen stallen in de stalling. Als we met al onze bagage bij de receptie staan en blijkt dat we niet gereserveerd hebben, moeten we weer gaan, omdat er geen twee persoons kamer meer vrij is. Er is nog wel een één persoonskamer, maar het meisje van de receptie heeft duidelijk geen zin om ons die te geven. Ik vraag of ik hem mag zien. Het blijkt een ruime kamer, waar we makkelijk in kunnen. Bijna moeten we wel de prijs van een twee persoonskamer betalen, maar daar pingel ik toch een paar litas af. Voor 170 litas zijn we onderdak.
We lopen nog een rondje in het oude centrum, waar we vlakbij zitten. In een zonnetje op een terras bij het theater is het met een drankje vervolgens goed toeven.

 

Klaipeda haven (12 km)  – Kiel - Rotterdam.
Woensdag 8 augustus 2007.

Droog, zonnig, weinig wind.

We bekijken ´s ochtends Klaipeda wat uitgebreider en doen wat boodschappen. In de loop van de middag fietsen we rustig naar de haven, naar de boot van DFDS Lisco   http://www.dfdslisco.com/DFDSLisco/DE/  die ons naar Kiel brengt.  Hier overnachten we in een hotel vlakbij het station. De volgende ochtend met de trein terug naar Rotterdam.