logo-fietssite

28ste etappe wigry link naar fotoalbum polen alternatief
Szczecin – Golczewo  88 km.

Zaterdag 7 juli 2007
Veel regenbuien, kort en hevig, behoorlijk veel wind met name vlak voor de buien, maar nooit helemaal tegen, niet koud 18º - 20ºC.

Vroeg gestart, om 8.00 uur staan we buiten. Eerst naar de bakker, die is al open. De supermarkt nog niet, maar voor de deur zitten al een paar boerinnen met hun koopwaar: een paar appels, tomaten, bloemen.  We kopen wat appels en fietsen dan naar het beginpunt: de Berlijnse Poort op het Brama Portowaplein. Dan kan de tocht beginnen. We volgen voorlopig de route uit de fahrrad-reiseführer Masuren per Rad van Cyklos (Herbert Lindenberg).
De weg is al druk met auto’s en vrachtverkeer. We moeten drie bruggen over, door het natte gebied van de Stettiner Haf. Szczecin ligt aan de westkant en wij volgen de weg naar de Oostzeekust aan de oostkant. Soms ligt er een stukje fietspad, dat we natuurlijk braaf gebruiken, maar meestal is het alsof je op de rondweg rond Rotterdam op je fietsje rijdt. Maar het gaat goed. In Dąbie volgen we voor het eerst de aanwijzingen van de GPS in plaats van de beschrijving van het boekje. De GPS geeft namelijk een andere afslag. En dat blijkt goed te zijn, niet “der weitere strassenverlauf”, maar links in de richting Świnoujście.  Na 25 km. door vlak delta gebied, met veel woeste grond en graanvelden gaan we meer naar het oosten, van de Haf af, over de E65 heen, en dan komen we in een bosachtig gebied: Puszcza Goleniowska. Veel naald- en loofbomen en heel rustige wegen. We zien een hert.
Dichter bij Szczecin zie je soms kleine flatjes in de dorpen. De concentratie van boeren in kolchozen, meer naar het oosten zijn de dorpjes meer met losse boerenhuizen.
Via Tarnówko (prachtige vervallen kerktoren) en Danowo komen we in Mosty. In Mosty rijdt Jan, die als een speer rijdt vandaag, een groot monumentaal, maar vervallen, landhuis voorbij. Dom Dziecka. (Dat betekent weeshuis, maar het moet oorspronkelijk een landgoed geweest zijn).
In Maciejewo gaat de weg over in een grindweg. Een heel mooi stuk volgt door het bos. De weg is goed te fietsen, ook al regent het.
Nowogard is weer zo’n voorbeeld van een volledig verwoeste stad, die na WOII niet meer opgebouwd is, maar waar lelijke flatblokken het centrum uitmaken. Ondanks de regen, besluiten we door te fietsen naar de camping van Golczewo, langs rustige asfaltwegen door het bos.
Onderweg worden we nog gewaarschuwd voor de eikenbladrupsen.
De camping van Golzcewo ligt aan het meer. Het lukt om net voor de zoveelste regenbui de tent op te zetten. Maar zoals de hele dag verjaagt ook nu de wind al snel de zwarte wolken en breekt de zon door. Een mooi eigen veldje, het sanitair wordt vernieuwd en is deels open, en er is een barretje.
Het leven is goed.

 

29ste etappe 29
Golczewo – Niechorze, 56 km.

Zondag 8 juli 2007
veel wind, noordwest tot zuidwest, eerst deel tegen, later mee, veel dreigende wolken, maar geen regen, 20ºC.

Om half negen vertrokken van onze camping. Iedereen is nog in diepe rust vanwege een party gisteravond, die ik met de oordoppen in doorstaan heb.
Nu zitten we in Niechorze, op een driesterren camping Pamona op een rustig veldje. Het is begin van de middag, maar het was ook maar een korte afstand. We lopen een stukje langs de steilkust. De kust lijkt erg op de kust in Oost-Duitsland, zoals we die op de Hanzeroute zijn tegengekomen. Oude foto’s van Niechorze laten een andere kust zien, met een oud wandelpad laag boven het strand en een strandpaviljoen. Maar nu steekt de kust loodrecht uit het smalle strand omhoog. Er liggen veel mensen te zonnen op deze eerste zomerse zondag. Niechorze is een badplaats in opkomst. Nieuwe hotels en nieuwe campings, maar nog veel woeste open stukken ertussen. De vuurtoren die beklommen kan worden is een attractie. (De wachtrij is meer dan een kwartier, dus daar zien we maar vanaf).
Tegen de middag waren we in Kamień Pomorsky. Een oud vestingstadje aan de Dwizna, de zeearm van de Oostzee die aan de zuidkant aansluit op het Stettiner Haf. Het vormt allemaal bij elkaar de delta van de rivier de Oder.
Het stadje is in WOII voor tweederde verwoest. Maar de romaanse Johanneskathedraal met het oude barokorgel staat er nog in volle glorie. En voor 2 zloty mag je ook de kloosteromgang bezoeken. Verder is er nog veel van de oude vestingwerken over, met nog één van de oude vestingtorens: de Woliner Poort. Bij deze oude ommuring, vlak bij de Dwizna, die daar heel breed is, staat het oude gotische stadhuis. Helemaal opnieuw opgebouwd. Hier pauzeren we even. Op het water is geen boot te zien. Toch moet het hier in de zomer druk zijn met zeilboten en surfers.

En daarna kwamen we in Trzesacz (Hoff op zijn Duits). De enige bezienswaardigheid daar is een kleine muurrest van een oude kerk. De rest is door de Oostzee verzwolgen. De kerk is gebouwd eind van de 14e begin van de 15e eeuw. Toendertijd ongeveer 2 km uit de kust. De oostzee eet jaarlijks een stukje van de kust op. Dus in 1771 werd al een stuk kerkhof verzwolgen door de zee en in 1874 werd de laatste dienst gehouden. In 1901 verdween de noordwand in de golven en in 1994 een deel van de zuidwand. Door de jaren heen is wel geprobeerd delen van de kerk te behouden, maar zonder succes. Het terrein is nu helemaal afgezet, om te voorkomen dat ook die laatste stukje muur verdwijnt in de golven. Waarschijnlijk wordt geprobeerd om dit te conserveren, anders zijn de vele tentjes en kraampjes met spiegeltjes en kramen brodeloos. (Als je nu kijkt op google earth, dan zie je dat er inderdaad een vrij lelijke asfaltwal gebouwd is naar de zee toe)

 

30 ste etappe
Niechorze – Kołobrzeg, 53 km.

Maandag 9 juli
In de ochtend koel en bewolkt, 16ºC, in de middag zon en warmer tot zo’n 20ºC. bijna geen wind.

Van Niechorze tot Pogorzelica is één rij toeristenkramen. De Polen handelen werkelijk in alles. Vanaf Pogorzelica gaan we het binnenland weer in, licht heuvelig met graanvelden en grote vervallen boerderijen, tot Trzebiatów. Het oude Trepkow aan de Rega. Een klein vestingstadje, ontstaan in de 12e eeuw, lid van het Hanzeverbond in de 14e eeuw, en nu eens niet totaal verwoest in WOII. En dat leidt nu tot een aardig stadje, waar nog veel moet gebeuren – bijvoorbeeld sloop van de sovjetflatjes naast de vestingmuur en –toren – maar waar op het marktplein het gerenoveerde stadhuis staat te blinken. Ook de Mariacki kerk is een bezoek waard. Om de kerk is een ongeregelde markt. Polen verkopen vanuit de auto allerhande waar. Na Trzebiatów komt een kilometers lange rechte weg met tamelijk veel verkeer. Gelukkig komt na 15 km. een zijweg. Hier is een historische fietsroute uitgezet volgens een bord. We volgen een deel hiervan. We zijn nu een keer gelukkig met de in het boekje verafschuwde “wabenverbandsteinstraße”. Bij een kleine zandafgraving pauzeren we. Zon, rust, graanvelden, zwaluwen in de lucht, een reiger in de plas, wat wil je nog meer. Ook hier is de GPS weer preciezer dan het boekje. Niet na 300 meter asfalt, maar na slechts enkele meters wijst de GPS naar rechts. En een redelijk rustige weg leidt ons naar het drukke Kołobrzeg. Kolobrzeg is een badplaats een de Oostzee. Lang onder Duitse invloed. Een vestingstad, badplaats en kuuroord. En in de loop der eeuwen is er ook flink gevochten. In WOII voor het laatst. De stad is toen voor 90% verwoest. Saillant detail: in januari 1945 ging de nazi propagandafilm Kolberg in premiere. De film baseert zich op de dappere tegenstand van Kolberg tegen Napoleon en moest dienen als peptalk voor de Duitsers in de laatste fase van WOII.
Met behulp van kaart en GPS komen we bij camping Baltic. Het is nog vroeg in de middag. Dus na het opzetten van de tent, maken we een lange wandeling langs de Oostzeekust naar de vuurtoren en vervolgens langs en door de oude binnenstad van Kołobrzeg. Om de binnenstad heen staan grote grijze flats, met zeer veel schotels. In de Altstadt zijn enkele gebouwen en straten hersteld, soms met moderne architectuur in de maatvoering van de straat. Maar er zijn ook grote gaten, soms zijn die met een parkje ingericht. Van de aardige gebogen lopende ul. Dubois is één  kant van de stratenwand hersteld, maar de andere kant is een park.
De Oostzeekust heeft een verrassend rustige wandelpromenade tussen strand en hoogte met beplanting en stad. Aan het begin en eind wel met de onvermijdelijke toeristische kraampjes. Alles kom je hier tegen, muzikanten als een violist, saxofonist, een accordeonist en ook een man met een klein draaiorgeltje, maar je kunt je ook laten uittekenen, en tatoeëren, en alles kopen van bh’s tot frambozen.

 

31 ste etappe
Kołobrzeg – Darłowo , 101 km.

Dinsdag 10 juli 2007
Koud, grotendeels droog, in de middag een fikse bui, geen wind.

Om half negen vertrokken van de camping, uitgezwaaid door een Finse vader met zijn dochter, die samen een trip op de motor maken. De weg naar Dygowo is een normale uitvalsweg, recht en saai. De afslag naar Dygowo is een welkome afwisseling. Gauw nog even een foto gemaakt van een oud pand op de hoek, waarvan de helft is opgeknapt. Zou dat vervallen deel geen invloed hebben op de rest?
Via een aardig landbouwweggetje naar Rusowo, een boerendorpje. Voor WOII was hier een in het begin van de 19e eeuw aangelegd schitterend landhuis met landschapspark van koopman Ernst Friedrich Samuel Schröder. Dit landhuis is door de Russen volkomen verwoest volgens een informatiebord. Maar nu wordt met Europese subsidie het park ingericht als natuurpark. Een klein loopje door het park leidt tot de resten van een hek. Zo te zien wordt de subsidie voornamelijk gebruikt voor de borden, waarop te lezen is wat er aan natuur te zien is.
Net denk ik dat alle dorpjes hier gevrijwaard zijn van de kolchozen, als we bij Strzepowo de flatjes weer tegenkomen. Nog bewoond, en gedeeltelijk opgeknapt. Maar veel kolchozen zie je hier niet.
Stare Bielice ligt dicht tegen Koszalin, een grote stad met meer dan 100.000 inwoners – aan. Er wordt hier fiks gebouwd. Het lijkt heel willekeurig en zonder plan, maar later zien we een infobord, waarop alle huizen staan getekend. Ze bouwen hier nieuwe huizen, zonder eerst de straten aan te leggen. Ook stoppen ze met bouwen als het geld op is. Dus je ziet veel onafgebouwde huizen en veel prachtig nieuwe huizen aan modderige zandwegen. Vlak voor Koszalin krijgen we een plensbui. Nou was er volgens het boekje in Koszalin niets bijzonders te zien. Dus we rijden hard door. Jan heeft het waypoint te ver gezet. Dus de GPS geeft te laat aan dat we rechts af moeten slaan. In de stromende regen kunnen we de juiste afslag, de ul. Pilsudskiego niet vinden.  We raadplegen de kaart, maar ik doe het vlug vlug, interpreteer de kaart verkeerd en zo rijden we oost de stad uit over de 203b. Een omweg van 13 km. is het gevolg. In Sianow vinden we de route terug en dan gaat het tot Darlowo ook helemaal goed. Via kleine landweggetjes door vervallen boerendorpjes, onveranderlijk met een sklep, rijden we via Bielkowo en Jeżyczki naar Darłowo. 100 kilometer staat er op de teller. We besluiten niet de tent op te zetten, maar een hotelletje te zoeken. ’s Avonds maken we een klein wandelingetje in dit aardige mooi bewaard gebleven stadje. We bekijken het slot van de hertogen van Pommeren en het slotpark, lopen door de winkelstraatjes, zien het barokke stadhuis en de Maria kerk.

 

32 ste etappe
Darłowo – Rowy, 70 km.

Woensdag 11 juli 2007
Droog tot in de avond, dan een enorme regenbui. 14ºC - 19ºC, 1-2Bft wind, zonnig, soms bewolkt.

Om even over achten vertrekken we uit hotel Irene. Over weg 203 tot Drozdowo, daar eraf richting kust. We stijgen zo’n 30 m. Prachtig uitzicht over het Kopan strandmeer. Over een kleine landbouwweg gaat het een paar kilometer landinwaarts over boerendorpen naar Ustka. In Zaleskie zien we een rest van wat in het boekje het “gutshaus”van Zaleskie heet. Een van de landgoederen van waaruit de grootgrondbezitters tot 1945 hun grond bestierden. Veel van deze landgoederen zijn verwoest of in verval. Enkele zijn opgeknapt en daar is dit een voorbeeld van.
In Ustka gaan we even de route af, om het centrum, de haven en het strand van Ustka te bekijken. Voor de kust bij Ustka ligt het wrak van de Wilhelm Gutsloff. (In januari 1945, aan het eind van de tweede wereldoorlog, toen het Russische leger oprukte richting Berlijn, zijn vele Duitsers uit Oost Pruisen op de vlucht geslagen. In Gdynia lag het schip de Wilhelm Gutsloff. Het zou uitvaren naar Kiel. Met meer dan 10.000 mensen aan boort vertrok het. Maar het werd snel opgemerkt door een Russische onderzeeer, die het torpedeerde. Dit leidde tot de grootste scheepsramp in de geschiedenis. Slechts 900 mensen overleefde de ramp in het ijskoude water.  Terwijl iedereen van de ondergang van de Titanic op de hoogte is, is deze ramp pas onlangs uit de schaduw van de geschiedenis naar voren gehaald. De Duitse TV heeft een documentaire en geromantiseerde TV-film erover uitgezonden. )
Vanaf Ustka is er een fietsroute aangelegd over een oude spoorlijn. Het is wel een zandweg, dus soms erg nat, maar het is prachtig. Aanvankelijk met eeuwenoude bomen (o.a. eiken en esdoorns). Halverwege is voor de fietser een campingplek ingericht. Hier schuilen we even voor de langskomende bui regen. De route is goed aangegeven. Ook het laatste stuk, dat in het boekje afgeraden wordt, omdat het over betonstenen gaat, volgen we. Het is wel te doen. Aan het eind door het open veld, tot aan de grens van het Slowinski Nationaal Park.
Rowy is weer een ordinaire massatoeristenplaats.

 

33 ste etappe
Rowy – Łeba 67 km.

Donderdag 12 juli
Koud, 14ºC, bewolkt met zon, en een paar buien, matige wind, meestal achter.

Volgens de nieuwe fietsborden zou de R10 lopen via Kluki naar Łeba, 37 km. Maar het loopt anders. Het eerste stuk van Rowy naar Smołdzino door het Słowiński Nationaal Park, dat gaat goed. Dat wil zeggen er stonden voldoende R10 borden. Het bos is zeer rustig. Het massa toerisme blijft in Rowy achter. Slechts een bosbessen plukkende familie en een paddenstoelen zoekende man komen we tegen in het zeer bemoste bos. Mos op de grond, mos op de bomen. In het begin is een uitkijkpunt gemaakt over het Gardno Haf en aan de andere kant voor een duinverstuiving. De weg was te doen, hobbelig en door de regen zijn de wortels van de bomen nat geworden. Het laatste stuk gaat over betonblokken tot Smołdzino. We slaan hier verkeerd af, en gaan over de rustige autoweg naar Kluki. Onderweg komen we een groep Duitse fietsers tegen. Zij fietsen van Szczecin naar Gdansk. Kluki ligt aan een weg die doodloopt op het Lebsko Haf. Een deel van Kluki is openluchtmuseum met bijzondere huizen, gebouwd en ingericht volgens de cultuur van de Słowinzers, een slavische stam.  De Słowinzers leefden van akkerbouw, visserij en turfwinning.

In Kluki fietsen we de weg af tot de uitkijktoren aan het Haf. Van daaruit hebben we in ieder geval het zicht op het grootste wandelende duin van Europa: Łącka Góra, 42 meter hoog. Jaarlijks wandelt het duin tussen de 5 en de 30 meter. Daarbij wordt het nabij liggende bos ondergestoven. Dat is nog even eens wat anders als het Rǻbjerg Mile in Denemarken, dat we op de Noordzeeroute gezien hebben, en die 8 meter per jaar wandelt.

Dan moeten we de R10 Radweg vervolgen en dat valt niet mee. Alleen de richting Główczyce is aangegeven. Niet de richting Izbica. Dus die volgen we, maar het is nagenoeg niet te fietsen. Hobbelig, zeer soppig grasland met her en der zeer grote plassen. Op een gegeven moment kan ik niet anders dan een voet in een plas te zetten – ik ben inmiddels gaan lopen, dat gaat net zo snel als Jan fietst. Maar gelukkig wordt het pad na 3 km. beter. We gaan met een nieuwe brug een water over en daarna is de weg geplaveid met betonblokken. Je kan dus ook nog blij worden van betonblokken. Op deze weg zien we een vos. In Główczyce, het is inmiddels over enen, besluiten we niet de R10 richting Izbica te vervolgen. Tot die plaats loopt wel een weg, maar daarna is er alleen een pad en waarschijnlijk is dat nog onbegaanbaarder door de regen dan het pad wat we al gedaan hebben. Dus helaas, we besluiten over de weg langs het Nationale Park naar Łeba te fietsen. Onderweg zien we bij Wicko acht ooievaars in en veld en veel buizerds. En voorbij de rivier de Łeba zien we zelfs twee zwarte ooievaars. Het laatste stuk weg is helaas druk en dus ook een beetje gevaarlijk.
Łeba is net zo toeristisch als Rowy. Het is alleen groter. Het is te laat om nog naar het grote duin te fietsen. Dus we zoeken een camping op.

 

34 ste etappe
Łeba – Władysławowo   82 km.

Vrijdag 13 juli 2007
Koud, 13º-15ºC, de hele ochtend regen, in de loop van de middag opklaringen met zon, eind van de middag weer bewolkt.

We zitten nu in Pekin Hotel in Władysławowo, de camping aan het begin van het schiereiland naar Hel was overvol en vies en de andere camping Elzbieta, die in de stad moet liggen, konden we niet vinden.
Het eerste deel van de route van vandaag is landschappelijk heel mooi, maar helaas, het giet van de regen. De regen begon al toen we vertrokken van de camping in Łeba. Een klein landweggetje naar Ulinia. Het is wat heuvelachtiger dan gisteren. Een paar aardige klimmetjes zitten er tussen. Bij Choczewo komen op de weg 213. Dus dat is wel drukker.
In Żarnowiec bezoeken we de kerk van de Benedictijner nonnen. Prachtig gerestaureerd. Binnen zijn ze bezig met de kerkbanken. (op internet staat een panorama foto van deze prachtige kerk: http://panoramy.zbooy.pl/360/pan/zarnowiec-kosciol-przod/e)
In Krokowa bekijken we het landgoed met de tuin. Sinds de 14e eeuw in handen van Duitse adel. In 1945 verviel het aan de Poolse staat en het raakte in verval. Na het opheffen van het ijzeren gordijn, in 1990 vestigde de dorpsgemeenschap samen met erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaren (Albrecht graaf von Krockow) een stichting die tot doel had de verzoening en de samenwerking van Polen en Duitsers te bevorderen. Het landgoed en de tuin werden opgeknapt en in een zijvleugel werd een museum gevestigd. We bezochten in het museum een tentoonstelling, hoe de boeren leefden in de vorige eeuw én een vergelijking van oude ansichtkaarten met hedendaagse foto’s.
Dit deel van Polen, het Putziger land genoemd, was tussen de twee wereldoorlogen verdeeld in een Duits en een Pools deel.

 

35 ste etappe
Władysławowo    - Hel – Gdansk  50 km. + een boottocht.

Zaterdag 14 juli 2007 
Droog zonnig weer, 20ºC, geen wind.

Rustig aangedaan vanochtend in ons Pekin hotel. Eerst nog wat liggen lezen, het ontbijt is pas om 8 uur. De boot vanuit Hel vertrekt om half vier, dus we hebben alle tijd, want het is maar iets meer dan 40 km. fietsen.  Het Pekin hotel is goed gevuld, dus in de ontbijtzaal is het vrij druk.
Tegen negenen vertrekken we via een klein ommetje langs de haven van Władysławowo. Daar liggen enige schoeners (vissersboten), hier skuner geheten.
We fietsen over een lange dunne rij duinen (schoorwal), die als een landtong in de zee steekt, naar het plaatsje op de punt, Hel geheten. Vandaar vertrekt er een boot naar Gdansk. Het schiereiland heet Mierzeja Helska, of Putziger Nehrung en is ongeveer 35 km. lang. Er loopt een autoweg, een spoorbaan en ook een fietspad over. Soms is het zo smal dat je aan beide zijden de zee ziet. Aanvankelijk een aaneenschakeling van overvolle campings. Ter hoogte van de plaatsjes Jastarnia en Jurata wordt het wat rustiger, hoewel in het dorpje de kermistentjes wel staan. Voor Jastarnia is een aantal bunkers te bezichtigen. Een militaire verdediging van Gdansk. Het heeft allemaal niet mogen helpen.
Naar Hel toe wordt het rustiger. Het schiereiland is hier ook breder. En het is voor een deel militair terrein. Het fietspad ligt in de duinen naast de weg en gaat lekker op en neer.
Hel op de punt van de schoorwal is weer echt een kermisattractie. We bekijken in de haven de in- en uitgaande boten. Je kunt ook een soort speedboot huren, waarin acht mensen kunnen. Allemaal zwemvesten aan en scheuren maar. De Zeługa Gdanska brengt ons naar de haven van Gdansk. Voor de kraantoren – het beeldmerk van Gdansk – stappen we van boord. Maar eerst een camping opzoeken. Gdansk bezichtigen komt morgen. De camping ligt 5 km. uit het centrum. Op de weg ernaar toe zie je troosteloze flats, waar het oostblok zo rijk aan is. De camping bestaat uit een uitgebreid bebost duinenterrein. Een mooi hoog plekje is gauw gevonden.

Rustdag Gdansk.

Zondag 15 juli 2007
Droog zonnig weer. 20º-25ºC.

Met bus T8 (dat staat voor tram 8, maar er wordt aan de rails gewerkt, dus de tram rijdt niet) naar het centrum. De wandeling uit hetTrotterboekje Polen grotendeels gelopen. En natuurlijk ook nog de trip gemaakt naar de Westerplatte.
Toen de drukte ons teveel werd, aan het begin van de avond terug naar de camping.

 

36 ste etappe
Gdansk – Krynica Morska  64 km.

Maandag 16 juli 2007
Warm zonnig weer 27º - 29ºC, 2 Bft wind vanuit het oosten.

Vroeg vertrokken van de camping van Gdansk, namelijk om 8.00 uur. Het weer is omgeslagen naar warm. Vandaag meest over grote wegen. Eerst de 6 om Gdansk uit te komen, dan de 501, de weg langs de kust. Maar van de Oostzee zie je niets door het bos wat er tussen ligt. We passeren Martwa Wisła (de dode Wisła) over een pontonbrug, waarvan je je afvraagt hoe lang hij het nog houdt. Bij Świbno is er een autoveer. Wel een mooi gezicht zo met een pont de Wisła (= Weichsel) over. Voor Sztutowo ligt het indrukwekkende concentratiekamp Stutthoff. Stutthoff was het eerste concentratiekamp buiten Duitsland. Het werd al een dag na de Duitse inval in Polen geopend. Dat was mogelijk omdat de voorbereidingen al daarvoor getroffen waren. In Gdansk had de NSDAP sedert 1933 een belangrijke invloed. De stad was immers voor 95% Duits. En de Duitsers wilden aansluiting bij Duitsland. In Stutthoff werden 85.000 mensen omgebracht. Een makabere bijzonderheid van Stutthoff is dat het vet van de vermoorde mensen gebruikt werd om zeep van te maken. (De Litouwse schrijver Balys Sruoga zat gevangen in dit kamp en schreef daarover de roman Dievų miškas, Forests of the gods. Dat is later ook nog verfilmd). In het kamp loopt o.a. een schoolklas. De tweede wereldoorlog zegt ze niet zoveel. Omdat het warm is zitten ze in de gaskamer. Daar is het koel. Een andere bezoeker moet ze manen om eerbied te betonen voor de plaats waar ze zitten.

Daarna volgt de weg over het schiereiland Mierzeja Wiślana ofwel de Wislaschoorwal. Deze schoorwal, die een scheiding is tussen het Frische Haf en de Oostzee, wordt in tweeën gedeeld door de grens met Rusland. In WOII was dit een belangrijke vluchtroute voor de Duiters op de loop voor het Rode leger.
Even voorbij Katy Rybackie hebben we een beetje zicht op het haf. Uiteindelijk komen we aan in Krynica Morska. De eerste gang is naar de haven. Op internet hebben we geen geregelde overtocht naar Frombork gevonden. Jan heeft zelfs op de GPS een alternatieve route ingebracht voor het geval er geen boot naar Frombork gaat en alleen naar Tolkmico (Deze stond wel aangekondigd op internet). Maar het blijkt dat er verschillende maatschappijen varen op Frombork: Zeluga Gdanska, Zeluga Elblaga en Flamingo. We besluiten de boot te nemen die morgenochtend vertrekt. En dat is niet zo slim, want de camping ligt naast een feestterrein. Als we het tentje opzetten is het rustig, maar na anderhalf uur breekt het lawaai los.
We zoeken een restaurantje, en vinden zowaar een aardig hotelletje met een terras buiten, vlak bij het vissershaventje. En dat Hotel Morska heeft een goede keuken.

 

Krynica Morska – Frombork  3km.

Dinsdag 17 juli 2007
Warm tot zeer warm 30º C – 40º C in de zon, wind uit het oosten.

Rustdag, want we varen van Krynica Morska naar Frombork. De boot – Monica – vertrekt om half elf en is om half twaalf aan. Het is een oude boot die wel eens een grondige schoonmaakbeurt mag hebben. Op het achterdek is een grote kolonie muggen aanwezig en die varen vrolijk de hele tocht me. Voor fietsen is eigenlijk geen ruimte, maar ze worden door de vriendelijke bemanning naar binnen getild en in de gang gezet.
De overtocht is mooi. Het is een beetje heiig. Dus de contouren van de schoorwal en de vaste wal zijn vaag. En het is heel warm.
In Frombork zijn we zo bij de camping. We doen alles op zijn elvendertigst. Tegen drieën gaan we het stadje bekijken. Frombork, stad van de Duitse Orde, met zijn indrukwekkende kathedraal en en bolwerk én stad van Copernicus. De geleerde uit de 16e eeuw, die vaststelde dat de zon het middelpunt is van het heelal en niet de aarde. Ook Frombork is door de Russen grondig vernield. De kathedraal en omwalling daarvan zijn helemaal hersteld. In de kathedraal klinkt een orgelconcert van Bach.  We beklimmen de vestingtoren. Bovenin hebben we een prachtig uitzicht over Frombork en het Friese Haf. In de toren hangt de slinger van Foucault, de 19e eeuwse geleerde die met behulp van deze slinger de draaiing van de aarde aantoonde.
 Maar in het stadje zelf zijn nog veel kale plekken. Frombork verdient een goede stedebouwkundige, die een plan maakt hoe in de komende 10 jaar de stad vormgegeven wordt. Er is een aardig haventje, met een kanaaltje naar binnen, her en der staan aardige panden, en mooie grote bomen. Maar de samenhang ontbreekt, en er is nog veel te veel leeg.

 

37 ste etappe
Frombork – Lidzbark Warminski  80 km.

Woensdag 18 juli 2007
Zonnig, iets minder warm, 25ºC in de schaduw tot 30ºC in de zon. Nagenoeg geen wind.

Omdat het gisteren zo warm was, starten we vandaag vroeg. Om kwart voor acht op de fiets. Een mooie tocht langs rustige wegen. De meeste wegen met hoge bomen van verschillende soort, eiken, esdoorns, berken, wilgen. Dat geeft veel schaduw, waardoor de temperatuur prettig is om in te fietsen. De weg is heuvelachtig, maar nergens meer dan een procent of 5, dus ook dat zit mee. Dit deel van Polen is dun bevolkt. Je ziet kleine buurtschappen, onveranderlijk met een ooievaarsnest, en voornamelijk akkerbouw.

Frombork uit is heel makkelijk. Biedkowo is snel bereikt, voor we er erg in hebben zijn we er ook weer uit. En zulke kleine vlekjes zullen we vandaag nog meer tegenkomen. Na Biedkowo komt Biedkowo Kol. En dat heeft door de restanten van hoge hekken ook wel wat weg van een kolonie. Even verderop komen we Hitlers Reichsautobahn  van Berlijn naar Königsberg (Berlinka genaamd) tegen. Deze autobaan werd aangelegd om een goede verbinding te maken tussen Berlijn en de exclave Oost-Pruisen. Ten gevolge van het verdrag van Versailles was er immers een Poolse corridor, die Oost Pruisen afsneed van Duitsland. De weg is nooit afgemaakt. Volgens het boekje wordt deze weg alleen nog door aanwonenden gebruikt. Maar de weg wordt grondig aangepakt. Een nieuw viaduct over de weg wordt aangelegd. Daar kunnen we niet overheen.  Chruściel, waar we heen moeten, is volgens de borden niet bereikbaar. Dat valt mee. Gewoon van het talud af, de RAB  oversteken, aan de andere kant het talud weer omhoog en de weg vervolgen.  Voor Sjoerd, onze neef die een passie heeft voor tractoren, fotograferen we tractors bij een tractorfabriekje in Płoskinia. Het valt op dat er her en der kleine fabriekjes staan in dit akkerbouw- en bosgebied.
De stad Pieniężno is in WOII geheel verwoest en niet meer opgebouwd. Allen de kerk – die hoog boven de Wałsza ligt – is gerestaureerd. Het stadhuis en de Ordensburg zijn nog ruines. Zestig jaar na de oorlog levert dit een stadje op met heel veel groene grasvelden in het centrum, waar de bewoners voetgangerspaadjes door heen getrokken hebben.
Op het oorspronkelijke marktplein is men voorzichtig het stadhuis aan het opbouwen en er zijn wat nieuwe huizen om het plein heen gebouwd.
We schieten behoorlijk hard op. Om kwart voor twaalf zijn we Radziejewo al voorbij, we hebben al zo’n 50 km. gedaan.
Over de iets drukkere en iets heuvelachtiger weg 513 bereiken we Lidzbark Warmiński. Twaalf kilometer buiten het stadje worden we al geattendeerd op hotel “Pod Kłobukiem”, het enige hotel in deze regio. Volgens het boekje is het hotel niet meer van deze tijd. Maar dat valt reuze mee. Het hotel ligt buiten het stadje. Dus ontspint zich tussen ons een discussie of we na het douchen het stadje nog zullen bekijken. Maar Jan heeft geen zin. Dus zitten we schoon en gewassen met dagboek, kaarten, GPS en boekjes buiten op het terras.

38 ste etappe
Lidzbark Warminsky – Kętrzyn   70 km.

Donderdag 19 juli 2007
Zonnig,droog, 25ºC – 27ºC , soms wind uit het zuiden en oosten

Om kwart over acht vertrokken. In Lidzbark Warminsky, dat in de renaissancetijd een cultuur- en intellectueel centrum was, - daar is overigens bijna niets van over- bekijken we even de markt met nog enkele historische gevels, en de burcht van de Duitse Orde. Een groot en massief gebouw. Maar van binnen schijnt het mooi te zijn. Vandaar fietsen we over de 513 naar Kiwity. Daar staat nog een aardig bakstenen kerkje en gelukkig ook een winkel. Door licht heuvelig landschap met graanvelden, en langs met bomen omzoomde wegen. In Bisztynek pauzeren we even bij de Lidzbarkse poort, die doet vermoeden dat dit plaatsje in een vroeger verleden belangrijker is geweest dan het zich nu laat aanzien. We komen langzamerhand meer in het Mazurengebied met de meren. In Reszel fietsen we naar de binnenstad en langs de eigenaardige burcht. Het boekje leert ons dat in 1806 een brand de stad in as legde. Het jaar daarop werd een vrouw veroordeeld. Zij had met hekserij de brand veroorzaakt. Het is het laatste heksenproces geweest, waarbij een vrouw op de brandstapel is gedood. De Pruisische koning schonk de burcht vervolgens aan de protestanten, die op de plaats van de verwoeste oostelijke toren een kerk bouwden. En dat ziet er inderdaad eigenaardig uit.
Even buiten Reszel fietsen we langs een kruiswegstatie. Vlak daarna bereiken we Święta Lipka (dat betekent Heilige Linde), een bedevaartsoord. Volgens de legende verscheen Maria aan een gevangene in de nacht voordat hij terechtgesteld zou worden. Hij moest haar beeld in hout snijden. De dag erop werd de man vrijgesproken. Hij hing het beeld in een lindeboom. Op deze plaats werden wonderen gedaan door de heilige maagd, tenminste dat geloofde men. En natuurlijk werd en er toen een kerk gebouwd. De huidige kerk is inmiddels de derde. Het is een in barok stijl gebouwde kerk, die heel erg afwijkt van de andere kerken die we gezien hebben. Binnen in de kerk is het heel druk.
Spoedig daarna bereiken we Ketrzyn. Vlakbij de Catharinakerk zien we een bord dat oproept de Santiagoroute te lopen. Ook hier doet die pelgrimsroute het kennelijk goed. Ketrzyn is het oude Duitse Rastenburg en dicht hierbij is het hoofdkwartier van Hitler gevestigd, dat we morgen gaan zien. We bekijken hier het stadje, met zijn twee kerken en kleine burcht.

 

39 ste etappe
Kętrzyn – Giżycko  60 km

Vrijdag 20 juli 2007
Zonnig en droog, niet te warm 20 - 24ºC, nagenoeg geen wind.

Om 8.00 uur op de fiets naar de Wolvenschans, het hoofdkwartier van Hitler bij Gierłoź. Na 10 km. even voor negen waren we er. Een terrein van 2,5 km2 groot met een indrukwekkende hoeveelheid bunkers. Hier is de aanslag op Hitler gepleegd door Claus von Stauffenberg. Hilter heeft het hoofdkwartier aan het eind van de oorlog opgeblazen. Maar de restanten geven toch een goed beeld van de grootheidswaanzin van de machthebbers toen.
Ons schema gaat uit van een rustdag hier. Maar de camping is op het terrein, met zeer provisorische voorzieningen. En het wordt om half elf al lekker druk met veel bussen, dus we besluiten na de koffie door te fietsen naar Giżycko, dat zo’n 50 km. verder ligt.
Het mazurengebied is mooi, open en op een klein stuk weg na, - grote kinderkoppen, zo’n 3,5 km lang – is het goed te fietsen. We komen nu veel fietsers tegen, Polen en Duitsers. En ook bussen met Duitsers die een weekje Mazuren (Oost-Pruisen) doen. Indrukwekkend is het vervallen slot van Sztynort, oftewel Steinort, beschreven door de Duitse journaliste Marion von Dönhoff in haar boek . Over de bruggen tussen de twee grote meren Jeziovo Mamry en Jeziovo Dargin gaan we verder naar Giżycko. De camping ligt aan de andere kant van een brug over een kanaaltje, dat uitkomt op een meer. Maar de brug staat open. Het blijkt dat die brug twee uur open staat, dus dat we de fiets moeten tillen over een heel hoge voetgangersbrug even verderop. Het lijkt een leuke camping aan een haventje, maar ’s avonds blijkt dat er grote nadelen zitten aan deze camping. Hij grenst namelijk aan een uitgaansgebied dat tussen de camping en het meer ligt. Dat maakt dat er uitgebreid gesurveilleerd wordt op de camping. We mogen ook niet onze fietsen bij de tent laten staan, maar die moeten achter slot en grendel bij de receptie. En er is ontzettend veel lawaai, tot diep in de nacht. Muziek tot 2.00 uur s´-nachts en daarna luidruchtig naar huis kerende jongeren. En ook is er ergens een hond, die de hele nacht blaft. Geen aanrader dus, deze camping.

 

40 ste etappe
Giżycko – Olecko, 61 km.

Zaterdag 21 juli 2007
Zonnig en droog, 20 - 24ºC, weinig tot matige wind, soms uit het oosten, dus tegen.

Na een onrustige nacht om half negen weg. Weer die brug over, dus weer de fietsen over die voetgangersbrug getild. Toen we aan de andere kant waren, was de brug dicht! Via de fietsroute, die loopt in de buurt van het meer, de stad uit. Daarna de weg naar Kruklin. Het is tamelijk heuvelachtig.  Even voor Kruklin liggen twee zeer verwaarloosde Luthers-Evangelische kerkhoven. Maar een bord ernaast geeft aan dat ze hersteld worden (nog nagaan) Dat is uit de tijd dat dit nog Oost Pruisen was en dus protestant. Nu zijn de Duitsers weg en de Polen zijn katholiek. Bij Kruklin besluiten we de route te nemen door het bos en langs het meer van Wydminy. Het is ongeveer 4 km. zand- en boswegen. En het is te doen, langs een grote zandafgraving, het bos en het meer bereiken we Widminy. Weg 655 wordt met Europees geld hersteld. Nieuw asfalt en een fiets/voetpad ernaast, even na Mazuchówka is het afgelopen. Maar de weg blijft redelijk. De dorpjes erlangs zijn heel klein. Een paar boerderijen soms. Ooievaars vliegen over. En bij de meren zien we een enkele reiger. Veel graanvelden, maar we zien ook maïsaanplanten. Her en der ook een kudde koeien. Vlinders, die zelfs op onze fietstas komen zitten. En natuurlijk om de zoveel tijd een meertje.
Om drie uur zijn we in Olecko. Het door Jan op internet gevonden hotel Krystjan is gauw gevonden. Een alleen Pools sprekende receptioniste helpt ons aan een kamer met ontbijt.
We gaan nog even het stadje bekijken. De hotelbaas die een mondje Duits spreekt wijst ons op de mooie route langs het meer en het stadion dat naar zijn zeggen indertijd door Hitler is aangelegd . We wandelen langs het meer. Een klein strandje met een pier en een afgezet stukje water om te zwemmen. Het is er rustig. Het lijkt of alleen de plaatselijke bevolking hier zit. Het stadion is al gedeeltelijk opgeknapt en op een hoogte staat een pompeus gedenkteken voor de gevallenen van de eerste wereldoorlog. Het opschrift "Herr, erhöre unser Flehen, laß wieder ein einiges Deutschland entstehen" is na de overgang naar Polen verwijderd.
Tegenover de na WOII opnieuw gebouwde kerk op het enorme marktplein is een klein restaurant met Poolse keuken. En je raadt het al ’s avonds disco op het marktplein en een bruiloft in het hotel! Aan je nachtrust kom je zo dus wel…

 

41 ste etappe
Olecko – Wigry 81 km.

Zondag 22 juli 2007
Droog en zonnig tot de avond, toen een onweersbui. Wind uit het zuidoosten soms wel 3-4 Bft. Soms tegen!

Om kwart voor acht op de fiets. Via het fietspad langs het meer van Olecko, waar vissers op een klein bootje met netten het meer opvaren en eenden op een boomstam tegen de kant zitten, gaan we naar weg 653. We wijken af – een klein beetje – van de GPS route van Jan, omdat op de kaart de Suwałki fietsroute staat ingetekend. En daar gaan we een stukje van proberen. We volgen de 653 tot Bakalarzewo. En daar passeren we de oude grens van het voormalige Oost Pruisen. En dat is meteen te merken. De bouw van de huizen in Bakalarzewo is heel anders dan we tot nu toe gezien hebben, veel houten huizen. En de kerken hebben twee torens. En de wegen zijn niet meer omzoomd door oude bomen. Voor de kerk van Bakalarzwewo, waar een mis aan de gang is, staan zoals gebruikelijk in Polen ook een aantal mensen buiten, die van daaruit de mis (denken) te volgen. We vinden de afslag naar de fietsroute (geen bordjes). Het pad is aanvankelijk geasfalteerd. Na Kołowina is een stuk met grote kinderkoppen. Maar het is goed te doen. Het is hier allemaal wat kleinschaliger. Hoewel we ook een groot intensieve veeteeltbedrijf tegenkomen, naast een klein keuterboerderijtje, met een oude boer en boerin op een boerenwagen met paard.
We bereiken zonder problemen Raczki, een dicht op elkaar gebouwd stadje. We hebben de smaak van deze route te pakken en besluiten het vervolg van de Suwałki fietsroute ook te volgen. Maar dat gaat niet goed. Vrijwel direct na Dowspuda, na de restanten van het neogotische paleis van Pac, wordt de weg zanderig tot heel zanderig. Ik loop zeker een kilometer, Jan blijft stoïcijns doorfietsen. Daarna komt – langs een langgerekt boerderijendorp Stoki, een iets betere grindweg. Maar ik vind het niet zo erg dat we de afslag missen en met een bocht weer terugkeren op weg 655. Op de GPS track is deze omweg mooi te zien.
We rijden nu in één ruk naar Suwałki. Suwałki is een ruim opgezette plaats met weinig bijzondere bouwwerken. De hoofdstraat is heel breed, met vrij lage huizen erlangs. Op de markt – aan deze straat is een feest aan de gang met veel kraampjes en muziek. We fietsen deze stad weer uit. En bereiken dan snel het Wigry Nationaal Park. (nog nazoeken). Na enig gezoek naar de “luxe” camping in  Stary Folwark. We vinden alleen de zeer simpele PTTK camping, besluiten we het schema van Jan aan te houden en door te fietsen naar het schiereiland Wigry, dat in het meer van Wigry ligt. Op de kop is een boerencamping U Haliny, die ook een Nederlands SRV kenmerk heeft. We nemen het risico dat hij vol is. En fietsen erheen. Aanvankelijk worden we een beetje terughoudend ontvangen door Halina. Ze zegt dat ze niets anders spreekt dan Pools. Dus in ons beste Pools vragen we of we twee nachten kunnen blijven. Op een bankje naast de boerderij zit een bejaard echtpaar. De man begint in moeizaam Duits een gesprek, waarop de vrouw in onvervalst Amsterdams zegt: “Het zijn gewoon Nederlanders hoor”. Daarop ontspint zich een geanimeerd gesprek. Halina blijkt nu ineens wel Duits te spreken en is heel hartelijk. We kunnen ook een maaltijd krijgen. Samen met het bejaarde echtpaar, dat 82 en 84 jaar blijkt te zijn en nog elk jaar met hun auto naar Wigry te rijden, eten we voor een paar zloty een zeer ruime maaltijd.

rustdag Wigry

Maandag 23 juli 2007 
Zonnig, droog, 20º – 24º C, matige wind.

Rustig aan vandaag. Uitgebreid koffie. Kerk en klooster van Wigry bekeken. Het barokcomplex is gesticht eind 18e eeuw door de karmeliete monniken. Kerk en klooster zijn in WOII ernstig verwoest, maar na de oorlog helemaal weer opgebouwd. De paus Johannes Paulus II is hier geweest, en overal waar hij zijn stapjes heeft neergezet, is meteen museum. De kamers waar hij sliep, zat en bad. Het kloostercomplex is nu een hotel.
Met een boot over het meer van Wigry gevaren. Ook deze boot droeg een bord met de tekst dat de paus hiermee gevaren had. We zagen een kolonie aalscholvers gezien en twee heel grote roofvogels..
Bij terugkomst op de camping zijn er 13 campers aangekomen, meest Duitsers. Het veld staat nu helemaal vol. Naast ons staat een gezin uit Noord-Holland.

 

42 ste etappe
Wigry – Holny Mejera  36 km.

Dinsdaa 24 juli 2007
Eerst droog, later dreigende wolken, begin van de middag een beetje regen, eind van de middag zon. 20ºC.

Gisteravond was het tamelijk kil en het is – omdat we zo ver naar het oosten zitten – ook al om half tien donker. Dus vroeg erin. Om zes uur was ik klaar wakker. Zoals wij gisteren de Nederlanders uit Noord Holland woordelijk konden verstaan in hun camper, zullen zij dat vanochtend vroeg ons ook wel gehoord hebben. Om kwart voor acht – na Halina betaald en gedag gezwaaid te hebben – weg.
Eerst over weg 653 naar Krasnopol. De weg is behoorlijk heuvelachtig maar (nog) rustig. Zo nu en dan rijden een paar campers van de Duitsers die met zijn zesentwintigen tegelijk bij Halina hebben gestaan, ons voorbij.
Krasnopol is klein, uiteraard is de kerk opgeknapt, met daarvoor een kopie van de grot van Lourdes, of is het Częstochowa. Daarna door naar Sejny. Dit kleine stadje van ruim 6000 inwoners rustig bekeken. In de basiliek van de heilige Maria is een begrafenis. Een busje rijdt voor. De “kraaien” hebben hier een zwarte broek aan, een wit overhemd en een zwart vest. Naast de kist ligt een groot kruisbeeld, dat niet mee de kerk ingaat. Veel mensen bezoeken de uitvaartmis, vaak met een paar bloemen of takken in de hand. We bezoeken eerst het Dominicaner klooster uit 17e eeuw dat achter de kerk ligt. Het klooster wordt gerenoveerd en is helemaal gestript van binnen. Er is een kleine tentoonstelling van foto’s van R. Rogozinsky van Poolse landschappen en van Lech Laskowska van Noorse landschappen. Er wordt binnen hard gewerkt. Ik benieuwd hoe het eruit ziet als het helemaal gereed is. Maar of we hier ooit terugkeren? De kerk is een voorbeeld van Litouwse barok met rococo-details. Niet een stijl waar ik heel dol op ben. Maar er is een fraai houten Mariabeeld uit het eind van de 15e eeuw. In dit stadje aan de rivier de Marycha, moet ook nog een synagoge zijn. Niet verwoest dus en ook niet afgebroken. Het lijkt een wonder. Het gebouw staat met zijn rug naar het plein. Jan probeert een deel van de voorkant te fotograferen. Binnen is een tentoonstelling van Litouwse kunst. Maar met alleen Poolse uitleg. Het gebouw ziet er zo op het oog van binnen kaal uit.
Het dreigt te gaan regenen. Er vallen een paar druppen, maar het zet niet door.
Omdat het nog zo vroeg is, besluiten we via de fietsroute R11 en R65 naar Ogrodniki te rijden. Het kan natuurlijk zijn dat we weer veel zandpaden tegenkomen. Maar dat is niet zo. De weg naar Żegary loopt door een oud bos. En komt uit in Żegary bij het meer van Galadusys. Nu steken we door via de R65 naar Ogrodniki. Eerst passeren we het meer van Sztabinki (foto) en daarna komen we bij het meer van Holny. Daar stuiten we op de weg die naar de grens loopt (weg 16) Op zoek naar de juiste afslag worden we door een Poolse man meegenomen – wij denken naar de camping – maar het blijkt zijn huis te zijn. In de grote tuin die grenst aan het huis mogen we de tent opzetten. Er is een provisorisch toilet en verderop een kraantje. Dus hij zal wel meer kampeerders ontvangen. Omdat hij alleen Pools praat is de conversatie moeilijk. Maar het weer klaart op. Dus we zetten de tent op. En ik neem een duik in het meer om het zweet weg te wassen.