logo-fietssite

20e etappelubcz maly link naar fotoalbum polen
Bleyen a/d Oder (Duitsland) – Lubniewice (Polen) 68 km

Maandag 12 juni 2006.
Zeer warm, ruim boven de 30°, weinig wind.

Samen met twee Zwitserse fietsers, die in het pension hebben overnacht vertrekken we vroeg. De Zwitsers fietsen langs de Oder terug, wij gaan bij Küstrin (of Kostrzyn op zijn Pools) de Oder en de grens over.
Het landschap langs de Oder is ook in het morgenlicht mooi. De dijk is helemaal begroeid en daarachter ligt een moerassig landschap met bomen en struikgewas en wild grasland en natuurlijk veel water.  De brug bij Küstrin is oud. Aan de andere kant ligt de oude vesting, verwaarloosd en met grote hekken erom heen.
De controle aan de Poolse grens gaat snel. De gebruikelijke verbazing dat we helemaal uit Nederland zijn komen fietsen. Alleen paspoort laten zien en verder geen vragen en ook geen verzoeken om in de tassen te mogen kijken. (Dat was 30 jaar geleden wel anders. In 1975 ben ik voor het laatst in Polen geweest.)
We zullen de komende dagen nog veel verwoestingen van steden en stadjes zien. Küstrin was een Pruisische vestingstad op de samenvloeiing van de Oder en de Wartha. Aan het eind van de tweede wereldoorlog is er zwaar gevochten tussen de Duitse en Russische legers. De Altstadt is na de oorlog met de grond gelijk gemaakt en niet meer opgebouwd. Van de vesting zijn nog wel delen over. Maar aan alle hekken eromheen te zien is hij niet te bezichtigen. We rijden verder. De R1 bordjes beginnen meteen na de grens, en die leiden niet naar Kostrzyn, maar er langs. We komen vervolgens door het Nationale Park Warthemonding. (Park Narodowy Ujsciewarty). De Poolse kant van het riviergebied van de Oder is niet in cultuur gebracht en weerspiegelt dus de oude situatie van een rivierenlandschap. 80 km2 staat onder natuurbescherming. Het is een prachtig gebied.
Daarna komen we in een akkerbouwgebied. De dorpen zijn kleine, verwaarloosde vlekken/buurtschappen. We maken kennis met de Poolse winkels (sklep). Ten opzichte van vroeger hebben ze nu een uithangbord met het woord sklep erop, en er ligt meer in de schappen. Het is vergeleken met de overvloed bij ons weinig, maar de essentiële artikelen zijn er. In Gronow kan ik het niet laten de achterkant van een kerkje te fotograferen. Later zal blijken dat veel kerkjes een zelfde soort achtergevel hebben.  Ook de kerk van de toeristenplaats Lubniewice (ons eerste doel in Polen), heeft zo’n gevel. Alleen zit die aan de voorkant, voor de losse toren. Het gebied wordt naarmate we Lubniewice naderen heuvelachtiger.
Osno Lubuskie is een oud stadje, met nog een hele ommuring intact, een grote bakstenen kerk en een verwaarloosd 19e-eeuws stadhuis. Het land lijkt nu wat meer bevolkt te worden, meer plaatsjes en soms grotere wisselen elkaar af. Zo zien we Sulęcin in de diepte liggen. Een lange afdeling gaat ernaar toe. Het boekje geeft een verkorting van de route, omdat de officiële R1 route door Sulęcin heen loopt. De verkorting loopt erlangs, omdat er niets bijzonders in deze stad te zien is. Een oude Slavische nederzetting, in later eeuwen onder verschillende overheden geressorteerd (Duits, Pools en Zweeds) en aan het eind van de tweede wereldoorlog door het Russische leger – ondanks dat de stad geen weerstand bood – geplunderd en in brand gestoken.
We klimmen weer omhoog, van Miechow en Jarnatow en langs een heel groot meer rijden we zo Lubniewice binnen. Het is even zoeken in deze plaats tussen de meren, maar we vinden een camping annex verhuur van kamers. De 83jarige boerin ontvangt ons eerst zeer argwanend aan het hek, maar ze praat Duits en wil per se dat we niet kamperen, maar een kamer huren. Op het achterterrein van de zeer armoedige, verwaarloosde boerderij, zijn een aantal kamers gebouwd, met apart een douche en toiletten en een keuken. Het geheel ziet uit op het meer. Het is een prachtplek, maar er moet nog heel veel aan gebeuren. We huren een kamer, omdat beneden op het grasveldje het wel weer vergeven zal zijn van de muggen. De jongste zoon van de boerin, zorgt zonder één woord tot ons te zeggen voor lakens en een schone zak in de vuilnisbak.
Nog een klein wandelingetje bij het meer. Maar het is zo warm dat we vluchten naar het aardige pleintje achter de kerk met zijn terrassen en zijn fontein.

 

21e etappe
Lubniewice – Mierzyn (iets voorbij Międzychód) 74 km.

Dinsdag 13 juni 2006
Warm, 30° en hoger, geen wind, droog.

Vroeg weg uit ons huisje in Lubniewice. Om 8.00 uur staan  we bij de slager, die ook brood verkoopt. Aan de buitenkant kun je namelijk niet zien wat voor winkel het is, en er komen vrouwen met brood in een plastic zak naar buiten. Binnen gekomen blijkt het een slager te zijn, met een klein hoekje brood.

De wegen  zijn licht heuvelig, dus makkelijk te fietsen. Veel boerendorpjes met kerk, grote “ brink” en een vijver. Geprobeerd om het karakter van zo’n dorp te vangen in een foto.  Veel akkerbouw (graan) en bossen. En natuurlijk mooie bermen.
Om de stad Międzyrzecz wordt een grote rondweg aangelegd. Er is een kasteel met een collectie doodskistportretten, maar we hebben geen zin om de stad in te gaan en fietsen door. Want we rijden net even lekker. Waar ik wel spijt van heb is dat we niet de omweg hebben gemaakt naar Rezerwat Nietoperek, ofwel de linię kolejową Kursko-Staropole, een verdedigingslinie gebouwd door de Duitsers tussen 1935 en 1944 om hun oostgrens te bewaken. De linie bestaat uit bunkers en verbindingsgangen en is 30 km lang. Nu huist hier de grootste vleermuizenkolonie van Europa. (http://www.bunkry.pl/index.php?lang=de) Dwars door het landschapspark Pszczewski komen we in het stadje Pszczew op het marktplein bij het beeld van Antonius. Er is markt, een paar stationcars hebben hun waar op kratten en dozen uitgestald: schoenen, groenten, huishoudelijke artikelen. Pszczew heeft ook een aardige laat-renaissance kerk. Vanaf Stoki gaat het over een zandpad, en dat is door de droogte behoorlijk rul. Dus ik heb veel gelopen en Jan heeft veel gewacht. Wel leuk om even helemaal van het autoverkeer verlost te zijn. Na 4 km. zandweg komen we uit in Dormowo. We rusten even bij een bushokje, naast een winkeltje. Net als we weg willen wordt de winkel weer geopend door een vrouw met haar zoontje. En ze dragen enkele dozen met aardbeien. Die blijken uit eigen tuin te zijn en worden niet aangeslagen op de kassa. Als we ze meteen willen opeten, komt de vrouw naar buiten. Ze moeten gewassen worden, begrijp ik uit haar mimiek. Ze neemt de aardbeien weer mee naar binnen en wast ze voor ons. Ik begrijp dat ze de doos terug wil hebben als we de aardbeien opgegeten hebben. En dat doe ik dan ook.
We rijden de stad Międzychód door. Even ten noorden van deze stad moet een camping liggen. We zijn van plan om eerst het tentje op te zetten en dan terug te fietsen naar Międzychód. Maar dat loopt anders. Na veel gezoek vinden we eerst een soort bivakplaats, maar daar staat niemand en er is ook geen watertap-plaats te bekennen. Dit vind ik te avontuurlijk, geen toezicht en geen water. Je kunt hier toch niet je spullen achterlaten dan in Międzychód gaan eten. We fietsen dus verder en komen een richtingaanwijzer tegen met een camping. Dat blijkt naar een vakantiekamp te leiden en op het kamp ligt verstopt Camping nr. 138. Die is nog gesloten. Met handen en voeten vraagt Jan aan een man die naast een soort flatje staat hoe het zit met die camping. Het hoogseizoen blijkt nog niet te zijn begonnen. En dus biedt hij ons een kamer aan in het flatje. 100 zlotty voor één nacht. Dus we zitten weer net als gisteren in een kamer.
Op het vakantiekampterrein is een klein restaurantje dat  een zeer eenvoudige maaltijd serveert.

 

22e etappe
Mierzyn – Lubcz Mały 51 km.

Woensdag 14 juni 2006.
Warm, 25 C, geen wind.


Niet zo goed geslapen op de slaapbank. Eigen schuld, dan had het andere bedje ook maar op moeten maken en niet met zijn tweeën op die te kleine slaapbank moeten gaan liggen. Bij het vertrek vergeet ik de mooie kleine "zeem"handdoeken van de lijn mee te nemen. De weg naar Dresdenko is makkelijk te fietsen, want hij is tamelijk vlak, en gaat ook mooi door het bos. Maar er is veel verkeer en aan het aantal kruizen te zien langs de weg, ook wel een dodenweg.
Dresdenko, oorspronkelijk een Poolse stad, hoorde vanaf de 13e eeuw tot de tweede Wereldoorlog tot Brandenburgse Neumark. Bij binnenkomst moeten we even zoeken, want ook hier wordt de weg aangepast. In het oude centrum staan nog wat panden overeind, maar het geheel is erg vervallen, en sommige gaten zijn met armoedige nieuwbouw gevuld. We lopen dwars door het centrum heen. Het raadhuis heeft iets van Jugendstil en is prachtig gerestaureerd.
We gaan van Dresdenko weer oostwaarts langs de rivier de Notec. Vlak gebied met boerderijen. De ooievaarsnesten zien we nu overal. Na een paar kilometer gaan we de Notec over, even klimmen door het bos. De rivier de Drawa over – ten noorden ligt een landschapspark – en Krzyz in. Dat blijkt wel een stad, maar structuur is ver te zoeken. We stoppen in een straat waar ook winkels zijn. En ik loop een soort drogist/huishoudelijke artikelen winkel in voor een handdoek. Het winkelmeisje komt als ik het woord handdoek op zijn Pools uitspreek met closetpapier aan. Met mijn handen geef ik aan dat ik een handdoek bedoel en ze brengt met naar een winkel waar ze textiel verkopen en ja hoor dat lukt. Een groene Poolse handdoek, daar moeten we het de rest van de vakantie mee doen.

Jan heeft een Eceat camping gevonden op internet: 7 km voorbij Krzyz en daar gaan we naartoe. De camping is bij een boerderij in het stroomdal van de Notec.Een kilometer ervoor zien we een bord midden in het veld met zelfs een Nederlandse tekst er op. Het blijkt een aan te raden adres. Twee honden slaan aan en een aardige Poolse dame, Anna Paluszkiewicz, die goed Duits spreekt komt naar buiten. De boerderij en camping zijn van haar broer en die komt pas later op de middag terug. Ze showt ons het terrein en vertelt dat ze in Poznan heeft gestudeerd en in Duitsland gewerkt en toen samen met haar broer deze boerderij met land heeft gekocht. Zij heeft tomaten gekweekt, maar vanwege de slechte economische omstandigheden is ze gestopt. En in Poznan gaan werken. Haar broer heeft haar deel van de boerderij gekocht. We mogen de tent opslaan op het campingveld. Er is prima sanitair met douche.

Later komt haar broer Pjotr Paluszkiewicz met veel informatie over de streek en artikelen in het Nederlands van een school die een aantal werkweken heeft georganiseerd, een kanovaarder die op de Notec heeft gevaren en een vogelaar die hier vogels heeft geteld.

 

23e etappe
Lubcz Maly – Trzcianka  52 km

Donderdag 15 juni 2006
´s ochtends bewolkt, ´s middags zonnig, redelijke temperaturen 20°C

Vandaag een korte etappe. Dus we doen het rustig aan op onze agrotoeristische camping. Pjotr komt langs om af te rekenen en nog wat info te geven over de overnachtingen in Trzianka en Piła. Hij vroeg of de zwijntjes ons nog wakker hadden gemaakt. Zwijntjes hadden we niet gehoord, maar wel ´s ochtends vroeg het harde lawaai van roofvogels. We gaan met hem naar de beverburchten op zijn terrein kijken. Hij is een echte ecoboer. Er schiet een hert weg en hij vertelt dat dat de man is. De vrouw ligt met de jongen verderop verstopt. Hij legt uit dat hij op zijn maaimachine een extra stuk heeft zitten om de jongen – die blijven zitten als de machine eraan komt – niet in de messen te krijgen.  Er zijn wel teveel bevers op zijn land. Dus zo nu en dan moeten er een paar geruimd worden. Wat een verschil met de moeizame herintroductie in de Biesbosch.  Tegen half elf vertrekken we. De benen met bulten van de brandnetels rijker. De zus van de boer vertelt nog dat het Sacramentsdag is. Op Sacramentsdag (2e donderdag na Pinksteren)  staat het wonder van de transsubstantiatie centraal. Er zijn processies waarin in een monstrans de hostie wordt rondgedragen.  In Polen wordt het uitgebreid gevierd. Het is ook een vrije dag. In de kleine plaatsjes langs de Notec merken we er niets van, behalve dat de winkeltjes dicht zijn. Er zijn wel kleine kerkjes, NowyDwory, maar geen merkbare festiviteiten. Veel dezelfde boerenhuizen, zoals van Pjotr. Kleine boerenbedrijven. Weinig koeien. Wel wordt overal gehooid. En bij elk dorp is een ooievaarsnest. Pas in Siedlisko zien we er iets van. De processie is net afgelopen en de mensen zijn op weg naar huis.  Kinderen lopen in hun mooie kleren. Een prachtig vaandel staat te wapperen in de wind.  De route is goed aangegeven. Om een uurtje of drie bereiken we Trzianka. Hoewel een stad met een lange geschiedenis, is daar niet veel van te merken. Volgens het boekje is er een slotpark, maar dat blijkt een armoedig plantsoen te zijn, zonder enig restant van het slot. En een joods badhuis op nr. 6 van de Ul. Wita Stwosz. Dat pand laat op geen enkele manier iets van zijn historie zien. Niet dat het een badhuis geweest is, en zeker niet dat het Joods was. De camping bij hotel Nowy Ajaks is er niet. Op de plaats waar hij moet zijn is een plein met veel opslag.  Dus we boeken een kamer in het hotel. Dat is verrassend goed.

 

24e etappe
Trzcianka – Piła 38 km. Trein naar Bydgoszcz

Vrijdag 16 juni 2006.
Warm, droog, zonnig, geen wind. 22°C – 30°C.

Vroeg weg vanuit ons Nowy Ajaks Hotel. Tocht naar Piła is over kleine wegen met weinig verkeer. Heerlijk. Aanvankelijk vlak door een gemengd bos, soms stukken productiebos, waar ook bosarbeiders bezig zijn. Bij Kępa wordt het heuvelachtiger, een stevige klim. De dorpjes zijn klein en arm. Veel mensen zijn paddestoelen aan het zoeken. Het bos is prachtig van kleur en geur (foto). Bij Kotun staan een paar flatjes. Aan de andere kant zijn volkstuintjes. Mensen zitten op straat. Een oude man fietst met een enorme zak (paddestoelen?). Waar leven deze mensen van? Afwijkend van het boekje volgt de route niet de hoofdweg Piła in, maar blijft op de kleine wegen. Piła heeft een gemengde oorsprong. Duitse houthakkers, binnengehaald door Poolse bestuurders, Pools tot de eerste Poolse deling. Daarna is het voor de meeste tijd in Duitse handen geweest, tot het na de tweede wereldoorlog weer onder Pools gezag kwam. In de tweede wereldoorlog maakt het deel uit van de Pommerse verdedigingslinie. Er is zeer zwaar gevochten en Piła is grotendeels verwoest. De Duitse bevolking is verdreven.  Het boekje gaat van Piła naar Koronowo. De FIS informatiebrochure gaat over Bydgoszcz. (Dat was onderweg ook op de info borden aangegeven). Omdat op de route Piła – Bydgoszcz halverwege geen onderdak is – het echtpaar Admiraal/ Buurma heeft in Ruda aan particulieren gevraagd of ze in hun tuin mochten staan – suggereerde het boekje om een deel met de trein te doen als de etappe te lang is. Wij hebben de hele etappe vanaf Piła met de trein gedaan. Het was even zoeken voor we de ingang van het station vonden. Een grote weg loopt over het station heen. Midden op het viaduct zijn trappen naar beneden. Jan probeert eerst nog een kaartje tot Koronowo te kopen, omdat op de kaart ook een treinverbinding staat vanaf Bydgoszcz naar Koronowo staat. Maar die laatste treinverbinding is opgeheven. Dus met kaartjes en fietskaartjes voor Bydgoszcz voor de prijs van iets meer dan één fietskaartje in Nederland staan we even later op het perron. De trein staat al klaar. We lopen over de rails, wat iedereen hier doet. De conductrice wijst ons dat we helemaal achterin moeten stappen. Daar is een bagagewagon, waar de fietsen kunnen staan, en wij op klapstoeltjes kunnen zitten. De afstand is 77 km, grotendeels door het dal van de Notec.
We verwachten niet veel van Bydgoszcz. Maar dat valt mee. Een hotel is snel gevonden, zo´n oude Oostblok flat, deels al aangepast en deels nog niet. We kunnen kiezen, met aangepaste douche en toilet, met grotere kamer of in originele staat. We kiezen de middelste prijs, met gerenoveerde douche en toilet. Twee liftboys (nou ja boys, het zijn mannen op leeftijd) houden de liftdeuren open. De fietsen kunnen in een grote kast. En snel daarna wandelen we in deze oude stad. Bydgoszcz is gesticht in de 12 eeuw en Pools van oorsprong. In 1772 komt het in Duitse handen. Na de 1e wereldoorlog wordt het weer Pools, maar meer dan driekwart van de bevolking is dan Duits. Dat leidt in 1939 bij de inval van de Duitsers in Polen tot bloedige gevechten tussen de plaatselijke Duitsers en Polen in Bydgoszcz. De Brombergse Bloedzondag (Bromberg is de Duitse naam van Bydgoszcz) kost enkele honderden Duitsers het leven. Na de 2e wereldoorlog wordt weer Pools. De Duitse bevolking wordt verdreven. Op de markt zien we een heel groot standbeeld dat deze gevechten in 1939 moet herdenken. Het is een aardig plein, met muziektent, waar een jonge muzikant zit te spelen. De rivier de Brda loopt door de stad heen. Over het water hangt een standbeeld dat de aansluiting van Polen met de EU moet verbeelden. Er staat aan de rivier ook een museum met een tentoonstelling over de verhouding Polen – Duitsers in Bydgoszcz. Dat is gezien de voorgeschiedenis wel een interessant thema. Helaas alleen in het Pools.  En verder is er een uitgebreid cultureel leven met een modern operagebouw, een theater en een concertgebouw.

 

25e etappe
Bydgoszcz – Chelmno 79 km.

Zaterdag 17 juni 2006
Bedekt grijzig, soms kwam de zon er een beetje door, 25°-30°C, ’s middags regen.

In ons sjieke hotel staan twee mannen bij de lift te wachten om ons ten dienst te zijn. Het is half acht en we zijn helemaal alleen in de ontbijtzaal. Er staat daar een hoeveelheid eten dat meer aan een lunch dan aan een ontbijt doet denken. Om acht uur zitten we op de fiets. Volgens het bord dat we in Dresdenko hadden gefotografeerd, moest er oostelijk van de Dbra een route lopen. Dus we starten bij een pad dat we gisteren hadden gezien bij de wandeling door de stad. Het loopt langs de rivier de Dbra tot even na het spoor en dan loopt dood in het park. Er is nog wel een vaag wandelspoor, maar dat wagen we maar niet. We gaan verder over de weg. In de buitenwijk Piaski ga ik een winkel in voor de dagelijkse boodschappen. Jan krijgt buiten contact met een Poolse fietser, die zijn fiets bewondert. Hij legt aan Jan in het Pools aan de hand van een kaart uit dat we niet oostelijk van de Bdra naar Koronowo kunnen fietsen. We moeten de brug over bij Janowo en dan via de drukke weg 25 naar Koronowo fietsen. We krijgen de kaart en doen wat hij aanraadt. Na de brug bereiken we via een zanderige bosweg (lopen!) de camping en daarna weg 25. Helmen op en rijden maar. De drukte valt mee. Langs de weg zitten veel mensen die hun fruit verkopen.  Koronowo is weer een van die kleine armoedige stadjes, waar we er tot nu toe al een paar van hebben gezien. Op het plein staat wel een nieuw beeld van een pauw, maar heel mooi ziet het plein er niet uit. Jan fotografeert nog het stadhuis met het wapen. Ik daal af naar de Bdra, waar het Cistercienserklooster staat. De route vervolgt door de velden. De groene R1 bordjes verschijnen ook weer. Het lijkt alsof deze streek wat welvarender is dan wat we achter de rug hebben. Graanvelden wisselen koolzaadvelden en graslanden af. Weinig koeien, hoewel er bij boerderijen wel stellages staan voor de melkbussen. Vanaf Serock is de weg omzoomd met hoge bomen, een lint door het landschap. Ook hier weer de versierde kruisbeelden langs de weg.  Voorbij Gruczno bereiken we de dijk van de Wisla. We fietsen langs de dijk, passeren een houten boerderij, en gaan via de één kilometer lange brug over de Wisla. In de regenachtige nevel zien we Chelmno liggen. Het ligt hoog op een heuvel langs de Wisla. Inmiddels is het begonnen te regenen. Dus maar weer een hotelletje opgezocht in de Altstadt. Die hier trouwens aardig bewaard gebleven is. De hotelbaas stapt net in zijn mooiste pak met zijn vrouw in de auto, maar is wel zo attent om ons nog even te verwelkomen en te regelen met zijn zoon, dat we de eenpersoonskamer krijgen met een extra bed. (het hotel is namelijk verder vol).
We maken een wandeling langs de nagenoeg geheel bewaard gebleven stadsmuur. Er wordt veel gerestaureerd (met Europese subsidie). Het leuke van langs de stadsmuur lopen is, dat je ook de lelijke stukken tegenkomt. Er is nog één mooie stadspoort over: de Grudziądzpoort vlakbij ons hotel. Het hoogteverschil met de ernaast liggende planty is aanzienlijk. Het valt ons op dat er wel heel veel kerken zijn op een klein oppervlak. Dat komt omdat de stad gesticht is door de Duitse Orde, nadat het door Konrad Mazowiecki aan die kruisridders was geschonken. Twee grote kloostercomplexen staan naast elkaar: van de franciscanen en van de cisterciënsers (later benedictijnen).  Op de markt staat een alleraardigst stadhuis (16e eeuws maniëristisch).
Het is regenachtig, dus de stad toont zich niet op zijn best. Maar dit is toch een plaatje.

 

26e etappe
Chelmno – Kwidzyn 80 km

Zondag 18 juni 2006
Aanvankelijk koel, later warmer 18°C - 26°C. Droog, één regenbui. Wel in de middag dreigende bewolking en donder en bliksem, maar we bleven het onweer voor.

Vandaag door het dal van de Wisla. Eerst Chelmno uit, langs de Grudziądzpoort. We kregen brood mee van het hotel. We rijden meteen goed, zo de grote weg over, direct op de kleine weg van de route. De wegen zijn nog een eindje van de Wisla vandaan. Gemengd agrarisch gebied. Her en der zien we ook nieuwe huizen in aanbouw. Soms hele grote protserige. In het dal moeten we even voorbij Wlk. Łunawy, een behoorlijke klim maken. Het levert een prachtig uitzicht op over het dal van de Wisla. Vrijwel direct daarna dalen we weer. Vrij snel bereiken we Grudziądz, maar het kost veel tijd om erdoorheen te rijden. Omdat fietsers de laatste kilometers niet over weg 55 mogen fietsen, loopt de route eerst zo´n 10 km door de buitenwijken van Grudziądz.  Door recreatieparken, o.a. langs een meer, en over een 3 km lang zanderig bospad (altijd eng voor mij), en dan de stad door. We raken te ver van de rivier en missen daardoor de Waterpoort. Via de markt bereiken we toch de oude stadsmuur die zich meters boven de Wisla verheft op een natuurlijke hoogte. Beneden op de oever is een groot feest aan de gang. De stad uit is makkelijker, maar wel over een straat geplaveid met kinderkoppen. Op deze straat rijden kleine trammetjes. De R1 bordjes ontbreken tot Mokre. Volgens het duitse routeboekje moeten we op weg 55 na 4 km naar links en mist daar een richtingaanwijzer naar Mokre. Maar die staat er nu wel, en naar rechts gaat het niet naar Lisie Kątie. We nemen deze kruispunt-bij-mokreafslag. In Mokre moeten dan de R1 bordjes weer komen, maar dat gebeurt niet. Wij rijden door een voorwijkje van Mokre, en voor we het centrum bereiken buigt de weg de bossen in. Omdat de weg in de juiste richting loopt (noordwest), rijden we door. Bij een splitsing zonder enige aanduiding kiezen we de rechterweg, omdat ie naar het noorden gaat, dat zou moeten kloppen met de ingetekende route. Bijna gaan we terug, omdat deze weg wel erg stijgt, maar op het kruispunt aangekomen zien we de R1 bordjes. Het blijkt dat we een afslag te vroeg hebben genomen.
Na Wielki Welcz komen we aan de slaperdijk. Bovenop gaan we even kijken. We blijven nu kilometers langs de dijk fietsen. Een heel vertrouwd beeld lijkend op het Hollandse landschap langs de rivieren. Met Poolse accenten als ooievaars en houten huizen, meestal in slechte staat, tabaksplanten. En vogels, heel veel vogels. Wat ook in de lucht zit, is een groot noodweer. We blijven het voor en in Kwidzyn zijn we het kwijt. Kwidzyn is ook weer zo´n stad met een Pools-Duitse geschiedenis.  Ook deze stad ziet er verwoest uit, maar hier blijkt niet de tweede wereldoorlog de schuldige, maar de Polen zelf. Kwidzyn is in 1945 geplunderd, maar na 1945 is oud materiaal in de historische binnenstad gebruikt voor de opbouw van Warschau. Tja. Hoewel ook hier de infrastructuur opgeknapt is, is het toch een armoedige stad met veel gaten en een centrum dat je eerder in een dorp dan in een stad van 40.000 inwoners verwacht. Wel mooi bewaard is de burcht, gebouwd in de 13e eeuw door de kruisridders van de Duitse Orde. Opvallend is de Danksker (een toren die als toiletgebouw functioneert. De toren staat boven een rivier) die met een viaduct met de burcht verbonden is.  De burcht kunnen we niet meer in, maar de kathedraal op het terrein is open. Als we binnentreden is net een processie aan de gang. Plechtig wordt een monstrans onder een baldakijn rondgedragen, met mensen in misdienaargewaden erachter aan en daarachter de onvermijdelijke oude dames. Om de processie niet te storen, gaan we in een bank zitten. Maar we zijn kennelijk binnengekomen aan het begin van een plechtigheid, want er komen nog veel meer mensen binnen, En voor we er erg in hebben zijn aan de weerszijden van onze bank mensen komen zitten. We kunnen er niet meer uit, tenzij we die mensen storen. Dus we maken een hele mis mee in het Pools. Het hotel waar we onderdak vinden is het meest armoedige wat we tot nu toe hebben gehad.

 

27e etappe
Kwidzyn – Malbork 68 km.

Maandag 19 juni 2006.
Droog, zonnig, niet zo warm, 24°C, later iets meer zon en warmer.

Vanuit het armoedige hotel in Kwidzyn langs de burcht naar beneden. Prachtig stuk weg langs de dijk van de Wisla. Tot de sluizen bij Biala Gora, waar de Nogat in de Wisla stroomt zijn er bordjes. Daarna gaat de R1 route via Sztum naar Elblag. Wij nemen de variant naar Malbork. We fietsen hoog op een dijk naast de Wisladijk. Komen dan aan een reservaat. Er is nu bos in plaats van landbouwgronden, even na Picklo. Na het reservaat buigen we snel van de dijk af het land in op een bar slechte weg, veel gaten in het asfalt, naar Pogorzała Wieś aan de Nogat. De weg blijft slecht tot vlak voor de brug bij Malbork. De grote burcht van de Duitse Orde is al vanuit de verte zichtbaar. Na het begin van de middag fietsen we Malbork binnen. Het einddoel is bereikt. Op de camping blijken meer fietskampeerders te zitten. Twee Duitsers uit Frankfurt aan de Oder, twee Franssprekende Canadezen die fietsen van de Middellandse Zee naar de Oostzee en nog twee Duitsers.  We. eten in het kleine restaurantje op de camping. Jan kiest op goed geluk Flaki en ik neem het andere gerecht. Flaki blijkt een pittige darmsoep te zijn, maar dat lezen we pas ’s avonds in het woordenboek.

 

Malbork, rustdag.
Dinsdag 20 juni 2006.
Droog, zonnig, niet zo warm, later op de middag een bui.

In het restaurantje kun je ook ontbijten. Dat doen we dan ook.  Vandaag bekijken we uitgebreid de burcht.  Deze burcht –Mariënburg-  was sinds begin 13e eeuw het hoofdkwartier van de kruisridderstaat van de Duitse orde. Het fraaie, grote kasteel van de Orde werd in de tweede wereldoorlog  zwaar  beschadigd, maar later gerestaureerd. Het is tegenwoordig een toeristische trekpleister van de eerste orde.
Officieel mag je alleen met een groep met gids de burcht bekijken, maar wij gaan gewoon naar binnen, achter een groep aan. En binnen let niemand erop wat je doet. Zeer de moeite waard!

 

Malbork – Szczecin, met de trein.
Woensdag 21 juni 2006.
Wisselend weer onderweg. Droog in Szczecin.

We hadden de besloten de terugreis naar Nederland niet in één keer te doen, maar een tussenstop te maken in Sczcecin.  Vanuit deze stad aan de grens gaat een rechtstreekse trein naar Amsterdam.  Om ongeveer 11 uur naar het station. De trein vertrekt rond half één. Eerst nog geld wisselen en daarna met handen en voeten een kaartje kopen en ook een kaartje voor de fietsen. De dame achter het loket lijkt geïrriteerd dat we geen Pools praten. Ze gaat steeds harder maar ook steeds sneller praten.  De trein komt uit Warschau en stopt maar even, dus we willen ook weten waar het rijtuig van de fietsen zich bevindt. Aan de hand van een tekeningetje proberen duidelijk te maken dat we niet bedoelen op welk perron dat we moeten zijn, dat hebben we op het bord al gezien, maar waar we moeten gaan staan op dat perron. Uiteindelijk begrijpt  ze het en gaat bellen. Achteraan!  Daarna naar het juiste perron. Polen lopen gewoon over de rails, niemand kijkt daar gek van op. Dus dat doen wij ook maar. Omdat we nog tijd over hebben ga ik nog even in de krantenkiosk kijken, hoewel er natuurlijk alleen Poolse kranten en tijdschriften zijn. Deze kiosk heeft ook een verzameling landkaarten, zoals je ze kent van school. Jan, die op het perron bij de fietsen staat, teruggestuurd en ja hoor, hij komt met een mooie kaart van Europa terug. We zijn om kwart voor zeven in Sczcecin. Op zoek naar een hotel zo dicht mogelijk bij het station – op internet stonden er verschillende – worden we aangesproken door een Nederlandse fietser. Zij is op zoek naar het station, omdat ze morgenvroeg met de internationale trein terug gaat naar Nederland. Ze heeft al een kaartje, maar volgens haar was het een heel gezoek welk loket je moest hebben. Daar had ze twee uur over gedaan.Het is loket 13. Ze logeert in hotel Ibis. Wij wijzen haar de weg, verwonderd over het feit dat ze al een kaartje heeft en niet weet hoe ze naar het station moet fietsen, en lopen verder naar het Ibis hotel. Dat is vol en verwijst ons naar het Novotel. Dat is helemaal ingericht conform de formule, de fietsen kunnen binnen staan, kamer met  alles erop en eraan. In het hotel eten we wat van de menukaart, maar dat is matig en duur.  ’s Avonds kijken we naar de WK voetbalwedstrijd Nederland – Argentinië  (0-0).

 

Szczecin rustdag
Donderdag 22 juni 2006.
Droog, zonnig, 25°C

Eerst ook maar alvast de kaartjes kopen op het station voor de treinreis van morgenochtend. De verwarring van de Nederlandse fietster begrijpen we nu wel. Het station heeft aan de stadkant een klein kantoortje, met twee loketten. Het grote stationsgebouw ligt aan de andere kant langs de rivier de Oder.  Daar zijn daar een heleboel loketten en inderdaad ook een loket met nr. 13. Dit is het loket waar internationale treinreizen geboekt kunnen worden. En je gelooft het niet, maar hier zitten dus lokettisten die geen enkel andere taal spreken dan alleen Pools. In ons beste Pools bestellen we twee kaartjes naar Hengelo en twee kaartjes voor de fietsen. Kaarten voor onszelf kunnen we kopen, maar geen gereserveerde plaatsen, maar kaarten voor de fietsen kunnen we niet kopen. We begrijpen dat we dat in de trein moeten doen. Volgens de site van de Deutsche Bundesbahn, en het is een Duitse trein die rijdt van Sczcecin naar Amsterdam, moet voor de fietsen gereserveerd worden, maar we zien morgen dan wel wat er gebeurt.

Daarna de stad in. Van de VVV, waar wel iemand zit die Engels praat, krijgen we een stadswandeling. En dat is leuk. Szczecin was van oorsprong een Poolse stad, maar in later eeuwen werd heteen voornamelijk door Duitsers bewoonde en bestuurde stad. Het heeft een grote haven, en in de tweede wereldoorlog was het ook een garnizoensstad. Ook vanuit Sczcecin startte in 1939 de verovering van Polen door de Duitsers. De stad heeft zwaar geleden onder de oorlog. Er is gevochten door het Rode leger en de Wehrmacht en de stad is ook gebombardeerd door de geallieerden. Na de oorlog behoorde de stad tot de sovjetzone van Duitsland. Maar de Polen hebben hem gewoon ingelijfd, de Duitsers verdreven en de stad bevolkt met Polen die o.a. kwamen uit de gebieden in het oosten die ingelijfd zijn door de Russen.
Als je nu kijkt in die stad, dan zijn er verschillende historische panden wel gerestaureerd en bij de Oder zelfs een klein wijkje, maar de stad wordt gekenmerkt door grote verkeerswegen en grote huizenblokken. Na 1989 is de stad in hoog tempo verwesterd. Er is een heel groot overdekt winkelcentrum, waar je alles kunt kopen. Dat je in een Poolse stad bent, zie je aan de handel op straat. Boerinnen die met vruchten, een paar bloemen en wat groenten de hele dag achter een krat zitten om een paar zloty´s te verdienen.

 

Szczecin – Rotterdam. Met de trein.
Vrijdag 23 juni 2006.

Om 6 uur vertrekt de trein. Dus vroeg uit het hotel naar het station.. De trein staat al op het perron, dus zetten we de fietsen meteen in de fietsenwagon. Na enige tijd komt de Duitse conducteur. Hij kan ons inderdaad kaartjes verkopen, en kan zien of er nog plaats is voor de fietsen. Dat blijkt het geval, maar alleen voor het Duitse stuk.
Bij Hengelo stopt deze trein maar een paar minuten, te weinig om een fietskaart te kopen. In Nederland ben je strafbaar als je geen fietskaartje hebt en moet je 30 euro boete betalen als je in de trein een kaartje koopt. Maar we hebben niemand gezien tussen Hengelo en Amersfoort. Dus we weten niet hoe de NS reageert op zo’n situatie. In Amersfoort stappen we over en zijn om een uur of vier thuis.