logo-fietssite

13e etappeauvers-sur-oise-infobord-intro
Mons – Maroilles 57 km

Zondag 5 juli 2009.
Zonnig, nog steeds warm 27ºC - 30ºC, eind van de middag enige bewolking, maar die trekt ‘s avonds weer weg. De barometer zakt.

Niet zo ver gekomen als we gepland hadden (Boué).  Jan is bij het opstaan misselijk en dat samen met het heuvelachtige terrein maakt dat we mikken op de camping bij Locquinol. Door stedelijk gebied verlaten we Mons. Hier staan kleine huisjes, soms grauw van de armoede. Het werkloosheidscijfer is hier ook hoog (ca. 20%). We komen door Pâturages, het gebied waar Van Gogh geprobeerd heeft te prediken. Ik ga alleen omhoog naar Wasmes, waar het huis staat, waar Van Gogh toen woonde. Het is rood geschilderd met groene luiken en deur. Maar het staat op instorten. Alleen een steentje geeft aan dat hier Van Gogh gewoond heeft. (“Dans cet maison vecu en 1878 et 1879 le hollandais Vincent van Gogh (1853 – 1890) alors evangelist et qui devint dans la suite un des plus grands peintres de son temps”). Naar beneden, dat gaat snel. Jan zit nog steeds op het enkele bankje bij de bushalte met alle bagage. Ik had mijn tassen namelijk even afgeladen, om de steile klim snel te kunnen maken.  Het gaat verder door het bos van Colfontaine en door langs een onzichtbare grens door de akker- en graslanden van Noord Frankrijk. Het zon blijft warm schijnen. Dus dat maakt dat we maar langzaam vooruit gaan. Bavay is het eerste stadje dat we tegenkomen. Het heeft een geschiedenis die teruggaat tot de Romeinen, en er is een omvangrijk veld met opgravingen. Dit weekend zijn de Gallo-Romeinse spelen. De binnenstad is afgezet en er lopen allerlei mensen in Romeinse kledij luidruchtig voorbij. We genieten van het schouwspel op het centrale plein met het oude stadhuis en zuil van Brunhilde met daarop de plaatsnamen van de steden waar de wegen van Bavay naartoe leidden in de Romeinse tijd.  Het heuvelt aardig, ook of juist in het Foret de Mormal. We missen de camping in Locquinol. Volgens het boekje ligt hij aan de route, maar daar zien we hem niet. We fietsen door naar Maroilles, 4 km van de route af, omdat daar 3 campings moeten zijn. We nemen de eerste waar we een bord van tegenkomen: La Sablonnière. Een camping bij een boerderij met voornamelijk vaste plaatsen. We hebben een veld voor onszelf alleen. Na het opzetten van de tent zakken we naar het centrum van Maroilles. Bij het restaurant van de Abdij kunnen we een heerlijke quiche met edelzwicker krijgen. Eindelijk begin ik een beetje het gevoel te krijgen dat ik op vakantie ben.

 

14e etappe
Maroilles – Vadencourt 54 km

Maandag 6 juli 2009.
Zonnig en bewolkt, koeler 21º- 25ºC. drie druppen regen in de ochtend.

Een ochtend niet zo moeilijk fietsen door het Noord-Franse land. Kleine dorpjes rijgen zich aaneen. Een kerk, een monument voor de gevallenen in de 1e wereldoorlog midden op een plein, een enkele winkel, en de verkeersborden van JCDecaux. Daartussen rustige wegen, soms omzoomd met heggen. Veel grasland, ook graanvelden en mais. Het eerste stuk tussen Maroilles en Landrecies is wat drukker, maar dat stuk behoort niet tot de route. We hebben geen zin om weer 5 km terug te gaan naar de route, en hebben de kortste verbinding via de weg genomen naar Landrecies, waar we de tocht weer op kunnen pakken. Een deel gaat langs het kanaal tussen de Sambre en de l’Oise. Een paar kilometer over het jaarpad met maar liefst vijf sluizen. Van die ouderwetse sluizen met groengeverfde sluisdeuren. Maar zo te  zien doet alles het nog, alhoewel we geen boot voorbij zien gaan. Bij Etreux moeten we over de weg. Dat is klimmen, een bord beloofd een panoramisch uitzicht en dat komt er dan ook. In de zon ligt in de diepte het kanaal te schitteren. De wand waar we tegenaan kijken kleurt geel, donker door de schaduwen en groen van de bomen. Even genieten van het landschap. Tegen de middag zijn we in Hannapes. Daar staat bij het monument voor de gevallenen,  dat merkwaardiger wijze gekroond is met een grote kip, een bank. We overleggen wat te doen. Het geplande einddoel Vadencourt is wellicht te dichtbij. Er zijn hier niet zoveel voorzieningen. Op 30 km afstand is een B&B gedreven door de Nederlandse. Maar als ik bel vertelt deze dame dat ze het niet meer doet”. Alleen als u in de problemen bent, dan wil ik u wel helpen. Nou, dat zijn we niet. We besluiten er een rustige middag van de maken en na een half uurtje staan we op de camping van Vadencourt.
Ik merk dat ik het rustig vind om  ook kleine afstanden af te leggen. Het gaat meer op wandelen lijken. Meer rust en meer genieten van het gewone. Wel moeten we helemaal naar Guise fietsen voor een restaurantje. Merkwaardigerwijs is alles dicht in Guise. Gelukkig vinden we een grote supermarkt waar we stokbrood en soep kunnen kopen.

 

15e etappe
Vadecourt – Sinceny 65 km

Dinsdag 7 juli 2009.
Koeler 15ºC - 21ºC, bewolkt met zon, drie spetterbuien, en twee zware buien aan het eind van de middag, ZW wind 3-4 Bf.

Rustig ontwaken op de municpal camping in Vadencourt. De campingbazin is al vroeg uit de veren. Zij controleert wie er op het terrein staat, en maakt de toiletten en de douches schoon. Hoewel de route door het dal van de Oise en langs het kanaal tussen de Sambre en de Oise gaat, is het heuvelachtig met klimmen en dalen. We maken een extra klim over Noyales omdat er vlakvoor Proix een zwarte hond op de weg staat te blaffen. Angst verkrampt me helemaal en ik durf er echt niet langs. Omdat er een alternatief is langs de andere kant van de Oise over Longchamps en Noyales kan ik de hond ontwijken. Dat blijkt wel extra klimmen  maar wel een schitterend uitzicht over de gele korenvelden, waar precies de zon op schijnt. Op het hoogste punt staat een witte watertoren te schitteren. Op de GPS blijkt pijnlijk nauwkeurig dat we er bijna waren en dat de omweg echt een omweg is geweest. Ook vandaag rijgen de dorpjes zich weer aaneen. Soms bijna uitgestorven, zonder winkel, zelfs geen boulanger, zonder postkantoor. De kaart voor mijn moeder kan nergens van een postzegel voorzien worden. Morgen maar weer proberen. Eén dorpje valt op door een prachtige kerkruïne, Sissy. De resten van het witte middeleeuwse kerkje schitteren tegen de donkere dreigende onweerslucht. Eén dorpje valt op door een prachtige kerkruïne, Sissy. De resten van het witte middeleeuwse kerkje schitteren tegen de donkere dreigende onweerslucht. Vanaf Moÿ kunnen we het jaagpad langs het kanaal volgen. In de eerste sluis, die automatisch bediend wordt, ligt een grote boot. Hij past er precies in. Langzaam zakt hij een niveau lager, voordat de sluisdeuren zich weer openen en hij verder kan varen. Wij gebruiken de kaderand om even te lunchen. En we zitten net als van de tegenovergestelde richting twee fietsers aankomen. Het blijken Brabanders te zijn. Zij fietsen vanuit Eindhoven naar Parijs en vandaar via de Van Gogh route weer terug. Ze fietsen met hun bagage in grote vuilniszakken met stoeltjes achterop gauw (ze hebben de wind mee) weer verder. Ik maak nog een foto van het struikgewas tegen over de sluis, omdat er van die bijzondere paarse bloemen in zitten. Het jaagpad is van nieuw gravel voorzien en is dus prima te fietsen. Er is enige bedrijvigheid langs het kanaal, voornamelijk zandwinning. Bij Thenelles een cementfabriek.
Bij Servais barst een heftig onweer los. We kunnen nog net op tijd schuilen in een bushokje. Omdat de regen meteen uit de lucht plenst, kan niet voorkomen worden dat we toch aardig nat geworden zijn. Als het ergste voorbij is, fietsen we verder, maar nemen de verkeerde afslag zodat we op te vroeg punt op de D7 terecht komen. Een redelijk drukke weg, die recht door het bos loopt en behoorlijk heuvelig is. Omdat even voor Sinceny alweer een regenbui uit de hemel valt, besluiten we niet door te rijden naar de camping van Chauny, maar in Sinceny te kijken of we kunnen overnachten in hotel St. Lazaire. Door een bloemist worden we eerst de verkeerde kant op gestuurd. Maar de tweede voorbijganger die Jan het vraagt, wijst meteen goed: “la bas, au direction de Chauny”. En daar vinden we het inderdaad net even voor Chauny. Een vriendelijke hotelbaas. De fietsen achter een gesloten hek, een prima kamer met douche en toilet op de gang, en een menu om 19.00 uur, wat wil je nog meer.

 

16e etappe
Sinceny – Compiègne 49 km

Woensdag 8 juli 2009.
Bewolkt met zon, in de ochtend twee regenbuitjes, 17ºC - 20ºC, ZW wind 2 – 3 BF

De hotelbaas is al vroeg op, om de chauffeurs die hun ochtendkoffie en Petit dejeuner komen nuttigen te bedienen. Om half acht is alles al in vol bedrijf. Zo zitten we om kwart over acht op de fiets. We fietsen terug naar de route. Over Bichancourt, Manicamp, Quierzy, Varesnes en Carlepont. Het lijkt hier groener, alhoewel we bij Manicamp een aantal kale bomen tegenkomen die aangetast zijn door mistletoe, en de plaatsjes lijken iets rijker. Meer aangelegde infrastructuur en ook meer nieuwe huizen. Maar ook hier geen bakkertjes of horeca. Ook wat in het boekje staat aangegeven is dicht of niet meer in gebruik. Pas in Carlepont 30 km. verder treffen we een boulanger. We blijven fietsen in het dal van de Oise. Er zit na Bailly ook een stuk bos in. Zo’n bos is veel minder aangepast aan toeristen en recreanten als bij ons. Geen paaltjeswandelingen, geen banken. Je ziet er ook weinig mensen, ja één Belg komt ons tegemoet fietsen. Hij is naar Santiago gefietst en is nu op de terugweg. Op dit stuk lopen de Van Gogh- en de Jacobsroute parallel. Hij moppert over van alles en nog wat, het weer (te koud), de camping (heel vies), Spanje (te warm). Zelfs als Jan probeert iets positiefs te zeggen: “dit stuk route is tamelijk vlak”, antwoordt hij “ja, ja vals plat zeker”. Via een stukje fietspad langs de Oise komen we in Compiègne aan. Het is nog vroeg in de middag. Dus we hebben de rest van de middag om in de stad te wandelen. We bekijken de kerk van St. Jacob. (Deze staat op de werelderfgoedlijst van Unesco, omdat hij onderdeel uitmaakt van de pelgrimsroutes naar Santiago) en het paleis met bijbehorend park. En natuurlijk de resten van de vestingmuren.

 

17e etappe
Compiègne – Gouvieux 64 km

Donderdag 9 juli 2009.
Aanvankelijk zonnig, later na de middag bewolkt tot zwaar bewolkt, maar er valt geen regen uit, koel 16ºC – 19Cº, W wind , zwak hooguit 2 Bf.

Bij het verlaten van Compiègne belanden we op  de D332. Het duurt even voor we onze fout ontdekken. Het bospad door het Forêt de Compiègne missen we voor de eerste twee kilometers. We slaan op goed geluk een zijpad het bos in en na enig zoeken en met behulp van de GPS komen we op de route uit. Het bos is prachtig in de ochtendzon. Een loofbos met onder de bomen veel varens. Een eekhoorn huppelt over de weg, de staart zwaaiend in de zon. Als we het bos uitkomen, na zo’n kilometer of 15, komen we in St. Sauveur. Van nu af zijn de dorpen witter, omdat ze gebouwd zijn met grote witte natuurstenen. Dat is lichter. St. Sauveur is ook een echt dorp met een bakker en een bar. Meteen meer leven.  Daarna is het wel even klimmen naar de kerk van St. Vaast de Longmont, het 12e eeuwse kerkje midden in de goudgele korenvelden en het uitzicht is prachtig. Daarna moeten we onder de hoog door het dal gebouwde snelweg A1/E19 door. Hier ligt Rhuis tegenaan en Roberval nagenoeg onder. In Roberval staan we even stil bij een monument van de weegschaal die de Franse wiskundige Roberval in de 17e eeuw ontdekt heeft. In Brasseuse, ook zo’n wit dorpje, komen we uit op een pleintje met hoge bomen, een bank en iets wat op een waterplaats voor dieren lijkt. De wolkenlucht is nu zo dreigend zwart, dat we denken dat dadelijk de bui losbarst. Maar dat gebeurt niet. Verder naar Senlis. De route gaat hier een stukje over de snelweg, omdat hier ook aan en afvoerwegen zijn, is dat tamelijk gevaarlijk. Voor een deel kan je in een provisorisch fietsspoor fietsen in de berm. Maar er wordt aan de weg gewerkt, en daar staan twee grote vrachtauto’s. Dus over het gloednieuwe asfalt met langsscheurende auto’s. Op de kaart te zien is het moeilijk om een goede weg die vanaf deze kant Senlis binnenkomt te vinden. Het is een  oud stadje dat eigenlijk waard is om wat nader te bekijken.  Maar we fietsen dwars door het centrum. In de kerk is een uitvaartdienst, dus die storen we maar niet. Daarna richting Chantilly, een centrum van paardenfokkerijen. Maar eerst komen we langs kasteel Chantilly. Voor vele schoolklassen met opmerkelijk veel donkere kinderen is dit een uitje. Over het pad langs de muur passeren we er ook eentje. In Chantilly  is het moeilijk om de onderdoorgang van het spoor te vinden. Je moet gewoon rechtuit blijven rijden op de linkerstoep, waar het fietsteken staat geschilderd. Dan kom je ervan zelf. Gouvieux is dan snel bereikt. Een aardige Fransman die naar hij zegt kinderen heeft getraind in wielrennen rijdt in zijn oude deux cheveux voor ons uit om ons de camping te wijzen. Op de camping moeten we dan de fietsen nog 300 meter naar boven duwen. Maar dan is er ook een prachtige plek.

 

18e etappe
Gouvieux – Auvers-sur-Oise 40 km.

Vrijdag 10 juli 2009.
Koel 14ºC - 19ºC, bewolkt, soms zwaar bewolkt, zo nu en dan zon, geen regen. Zwakke W wind.

Vroeg wakker, dus niet op het brood, dat we gisteren besteld hadden gewacht, maar opgestaan, oud brood gegeten, alles ingepakt, zodat we om half negen beneden bij de receptie staan. Daar nog een croissant gegeten en op weg. De laatste etappe van de Van Goghroute naar Auvers-sur-Oise. De laatste woonplaats van Van Gogh en zijn sterfplaats. Eerst via de GPS de 3 kilometer terug van de camping naar de route. Dan door sjieke wijken met grote huizen en nog grotere tuinen naar Abbaye de Royaumont. En vandaar via kleine weggetjes door de landerijen naar Beaumont. Dit stadje ligt ook aan de Oise. Echt mooi is het niet. Aan de ene kant ligt het tamelijk hoog, aan de andere kant – de brug de Oise over – ligt het laag. In de Oise zwemmen hier veel zwanen. Een mooi gezicht vanaf de oever met de hoge kerk op de achtergrond. Langs de Oise fietsen we dan verder naar Auvers. Het blijft nu bewoond gebied. Zo nu en dan laat de route je even klimmen om een mooi weggetje te laten volgen. In het dal loopt een spoorlijn, die zo nu en dan overgestoken moet worden. We zijn tegen de middag in Auvers. Het is even zoeken naar de camping. Via de plattegrond in de hoofdstraat (Rue Charles de Gaulle) vinden we het niet. De VVV legt uit hoe we er moeten komen. Vanaf de ene kant is er alleen een soort voetpad achter grote tuinen, via de andere kant moeten we over een stuk weg (rue Bourgogne) die gereconstrueerd wordt. Maar we vinden de kleine camping municipal. Eigenlijk is het een grote tuin aan de Oise.
’s Middags gaan we Auvers in. We lopen eerst naar het kerkje dat Van Gogh zo beeldend geschilderd heeft. Het staat volledig in de steigers. Bouwvakkers zijn onder luide radioklanken aan het werk. We lopen door naar de begraafplaats. Daar bekijken we de twee graven van Vincent en Theo. De klimop heeft de graven aaneen gegroeid. Het doet  me denken aan het beeld van Zadkine in Zundert. Zo ontmoet het begin het eind. Het is tamelijk druk bij de graven. Een Engelsman staat de filmen, en een meisje kan geen genoeg krijgen van het graf. Ze fotografeert het van alle kanten. En ze aait met haar handen over de grafsteen. Ik denk aan de vergeefse pogingen van Vincent om een vrouw te hebben en een gezin te stichten. We lopen daarna door de velden. Auvers heeft op allerlei plaatsen kopieën van schilderijen geplaatst op plaatsen waar Van Gogh (en ook andere schilders) gewerkt hebben. Hier staat het laatste schilderij, “Korenveld met kraaien”.  Er groeit nu geen graan, maar mais. We lopen tussen de maisvelden door en het pad loopt niet dood, maar kan helemaal gevolgd worden tot de Rue Daubigny. Daar dalen we naar het Maison Van Gogh, ofwel Auberge Ravoux. De auberge waar Van Gogh zijn laatste kamer huurde en waar hij gestorven is. Het is in stijl gerestaureerd, met een auberge in 19e eeuwse stijl, en boven een lege kamer, als een herinnering aan Van Gogh. Heel mooi gedaan. We staan met Polen, Australiërs en Engelsen bij elkaar. Een internationaal gezelschap, allemaal op zoek naar het moment Van Gogh. De grote wens van dit maison de van gogh is om een schilderij te verwerven en hier op te hangen. Nu hangt er een tekst uit een brief van Vincent: “ik denk dat ik op een dag kans zal zien in een café een eigen tentoonstelling te houden”. (brief 881, 10 juni 1890). (www.maisondevangogh.fr).
Daarna terug naar de camping met camenbert en rosé.

 

Rustdag
Auvers-sur-Oise

Zaterdag 11 juli 2009.
Droog, bewolkt met zon, warmer dan gisteren ong. 20ºC.

Een dagje in Auvers. Begonnen met een wandeling langs de Oise via het voetpad achter de tuinen naar het dorp om een baquette te halen. Rust. Na een ontbijtje en wat werkjes (fietskleren wassen en de fietsen smeren) via het wandelpad tot halverwege en dan via een voetgangerssluis naar de weg. Vandaar leidt een onbeveiligde spoorwegovergang naar het dorp. De spoorwegovergang is echt onbeveiligd. Je moet een hekje openen en staat dan meteen op het spoor. Aan de andere kant ook een hekje. Geen seinen, niks wat kan waarschuwen dat er een trein aankomt. Daar moet je zelf op letten. We lopen een groot stuk van de wandeling langs de borden met daarop schilderijen van bekende schilders die in Auvers gewerkt hebben. Naast Van Gogh zijn dat Cezanne, Daubigny en Pissarro. We lopen tot het huis van dokter Gachet. Een homeopatisch arts die Van Gogh in zijn laatste dagen begeleid heeft. Je vraagt je of die man de zelfmoord helemaal niet heeft zien aankomen. En nog een paar straten verder. Auvers is een smal langgerekt dorp tussen de bergwand en de rivier. We proberen de schilderijen te herkennen in de omgeving. Soms valt dat niet mee.
In het chateau d’Auvers is een interactieve tentoonstelling Impressionisten rond Parijs (www.chateau-auvers.fr) Een wandeling door het kasteel met een audiotour (in het Nederlands) die je laat meemaken hoe Parijs midden 19e eeuw opnieuw ingericht werd door Haussmann, je zit in een trein die het landschap laat zien dat de impressionisten schilderden, je zit in een cafetheater met voorstellingen, bestaande uit schilderijen van impressionisten, bewegend en al, je loopt buiten in de natuur. Heel indrukwekkend. Ik ben niet altijd dol op de nieuwe manier van tentoonstellen, maar dit geeft wel een goed beeld van de tijd. Tenminste dat denk ik.  Als we weer buiten staan, hebben we geen zin meer om nog naar het Absinthmuseum te gaan. We zoeken een terras op aan de hoofdstraat. Daarna bekijken we nog het beeld van Zadkine van Van Gogh dat in een parkje ertegenover staat. Het lijkt qua stijl erg op het beeld dat Zadkine gemaakt heeft van Vincent en Theo dat in Zundert staat. Via het kerkje lopen we terug. Ik kan geen genoeg krijgen van het kerkje. Wil het ook nog van binnen zien. Daar is een mis gaande voor een bruiloft. We luisteren even naar een mooi gregoriaans duet. Na een uitstekende maaltijd in het restaurant de chemins des peintres aan de rue de paris, vlak bij het kerkje, lopen we over het pad langs de Oise terug naar de camping. (http://www.lechemindespeintres.fr/) Aan de overkant van de rivier wordt ingespeeld voor een popfestival. Hoop niet dat dat ons vannacht uit de slaap houdt.

 


Start verbindingsroute Van Canvas naar Calvados

 

19e etappelink naar fotoalbum frankrijk
Auvers-sur-l’Oise – Mantes la Jolie 62 km.

Zondag 12 juli 2009.
Grijs en bewolkt, eind van de ochtend regen, in de middag klaarde het op, zoning, warmer. 14ºC – 19Cº

’s Nachts heeft het geregend. Maar om 7.00 uur is het droog. Als we weg willen gaan worden we tegengehouden door een Koreaanse familie die gisteren zijn tenten op de camping heeft opgeslagen. Een man wil de fiets van Jan proberen, maar die is  te groot voor hem. En ze willen met ons op de foto. Ze zijn met een stuk of tien personen. En hebben al uitgebreid gegeten, rijst met vlees en uien. Alles sterk gekruid. We kunnen maar beperkt praten, want een enkele Koreaan spreekt een mondje Engels. Na de fotosessie fietsen we de camping af. We moeten in een dag of drie doorsteken naar de Normandiëroute, net als de Van Goghroute een uitgave van de Fietskaart Informatie Stichting (FIS). De FIS heeft een verbindingsroute op internet gepubliceerd: Van Canvas (de Van Goghroute) naar Calvados (de Normandiëroute). Het is een beschrijving met kleine kaartjes. Geen culturele of historische bijzonderheden. We fietsen eerst het dal van de Oise uit. Dus flink klimmen, maar we dalen we bij Boissy naar het dal van de Viosne. En dat volgen we ook een tijdje. Niet dat de weg dan meteen heel vlak is, het heuvelt nogal. En het is heel groen. Het dal van de Viosne uit is meteen weer flink klimmen nu richting Us. In Frémainville kunnen we de uitvalsweg van het dorp niet vinden. We rijden een paar keer heen en weer, proberen verschillende wegen, maar de één gaat veel te hoog en eindigt in een bospad en de andere heeft geen bushokje en de rue des hedes kunnen we ook niet vinden. Ook de weg vragen levert geen bruikbare route op. Uiteindelijk rijden we een stuk terug het dorp uit en aan de hand van de kaart nemen we een grotere D43 weg naar beneden tot in Seraincourt en vandaar door het dal van de Montcient. Dat brengt ons zonder klimmen naar Brueil, waar we de route weer oppakken. Er volgt nu een klim die we niet op de fiets kunnen uitvoeren. Dus we lopen het laatste stuk naar boven. In Gargenville gaat het dan weer naar beneden. We komen dan uit in Proceville. Jan heeft daar een waypoint van een auberge. Maar die is gesloten. Het volgende plaatsje is een soort voorstadje van Mantes-la-Jolie. Het weghotel is ook gesloten en de twee hotelletjes aan de weg durven we niet aan. Het ene verhuurt kamers voor 15 euro en ziet er uit als een bordeel. En bij de andere zitten alleen jonge marokkaanse mannen in het kozijn. We zijn in een soort suburb aangeland lijkt het wel. Over de bruggen van de Seine dan maar. Mantes zal toch wel iets hebben. Het eerste hotel net over de brug stuurt ons door naar het sporting hotel. Maar daar zeggen ze dat ze vol zitten. Zij sturen ons weer door naar hotel Commerce. Dat blijkt een eenvoudig pension, gedreven door een buitenlands echtpaar. We krijgen de mooiste kamer.  De fietsen mogen in het washok staan op de 1e verdieping. Dus dat is even slepen de trap op. De deur van het washok gaat meteen op slot.

 

20e etappe
Mantes la Jolie – Ivry-la-Bataille 43 km.

Maandag 13 juli 2009.
Zonnig, 18ºC- 26ºC, in de loop van de ochtend wordt het warmer. In de avond bewolking, maar halverwege de avond trok dat weer op.

Met een eigen ontbijtje op de kamer. Alle spullen en de fietsen weer twee trappen naar beneden gezeuld. De eigenaar helpt met de fietsen.  Een prachtige route langs de Seine. Montes mag een armoedige stad zijn, ze heeft wel aandacht besteed aan haar groene gordel langs de Seine. Er ligt ook een roeibaan en aan het eind is het fietspad geblokkeerd omdat er een zwembad gebouwd wordt. Jan  heeft wat moeite om op gang te komen. We pauzeren even in Buchelay. Een bakker is er wel, maar de alimentation is hier verdwenen. Na een korte stop gaan we verder. Gelukkig hoeven we vandaag maar een klein stukje. Na Buchelay volgt een klim. Dat levert  mooie uitzichten op. Veel graanvelden, en hier ook een veld met zonnebloemen. Blijven we toch nog even in de sfeer van Van Gogh. Kleine dorpjes doen we aan. In Boissy Mauvoisin pauzeren we bij de kerk. Het is prachtig weer, daar ligt het niet aan. In Gilles moeten we een aardige klim maken. Twee recreatiefietsers voor ons, stappen af en lopen. We volgen hun voorbeeld. Maar als het stijgingspercentage iets daalt , dan gaan we weer op de fiets. Na klimmetjes volgen altijd dalingen. En ook na Gilles volgt er eentje. Meteen mooi uitzicht op het volgende dal. Zon op kleine dorpjes en groene en gele velden. We zijn nu snel in Ivry-la-Bataille. Jan heeft als waypoint de camping Les Iles ingevoerd. Maar als we daar aankomen is de receptie dicht. En die blijft ook dicht als we de campinggasten moeten geloven. En trouwens tenten worden niet geaccepteerd. We zoeken de tweede camping op: les Fontaines. Die ligt aan de andere kant van de rivier de Eure. Daar nemen ze eigenlijk ook geen tenten, maar omdat we fietsers zijn is er voor ons wel een plekje. En wat voor een plekje. Een verwaarloosd stukje met brandnetels en prikkelplanten, hoog opgeschoten onkruid en een aftands schuurtje met vuilnis. Maar we hebben geen keus. Dus acccepteren we het maar. We sluiten het schuurtje, rukken zoveel mogelijk prikkels uit om de tent te kunnen plaatsen. Het is tenslotte maar voor één nacht.

 

21e etappe
Ivry-la-bataille – St.Pierre-de-Cernières 81 km.

Dinsdag 14 juli 2009.
Zonnig en ook een beetje bewolkt. 18ºC – 21Cº,( N)W wind soms 3tot 4 BF, we hebben hem voornamelijk tegen, midden op de middag een regenbui, daarna ging de wind liggen.

14 juli ofwel quatorze juillet, de nationale Franse feestdag ter herinnering aan de bestorming van de bastille in 1789,  een zeer rustige dag onderweg. We merken niets van de festiviteiten. Alleen in le Chesne, waar we tussen de middag zijn,  wordt een picknick georganiseerd. Een langsrijdende dorpsbewoner nodigt ons uit. En een andere dorpsbewoner probeert aan ons een fles zelfgemaakte cider te slijten. Maar we vinden hem te zwaar om mee te nemen. En als je hem opdrinkt, dan kun je niet verder fietsen. Dus we bedanken voor het aanbod. Dit tweede deel van de verbindingsroute naar de Normandiëroute is heel mooi. Het gaat over rustige D-wegen door kleine slaperige dorpjes en langs graanvelden en naarmate de route vordert ook steeds meer grasvelden met koeien. We zien allerlei soorten koeien, maar een bijzonder fries exemplaar is toch wel een koe die zowel zwarte als roodbruine vlekken heeft.  Eerst een stuk door het dal van de Eure op een fietspad, door Ézy-sur-Eure, een langgerekt dorp waar op dit vroege uur nog niemand op straat loopt. Dan een stukje bos, maar al snel zitten we weer in de graanvelden. Jan probeert het beeld van de wuivende halmen, met de strakblauwe lucht te pakken in een foto. Dat we in Normandië zitten bewijst ook een wegwijzer naar een Duits oorlogsgravenkerkhof. Het kerkhof Champigny St. André, geopend in 1964 door de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge. Hier liggen bijna 20.000 gesneuvelde Duitse soldaten, omgekomen in de slag om Normandië in WOII. Even verderop het kerkje van Coudres. De huizen zijn hier soms van vakwerk, met leem ertussen of ook wel metselwerk. Soms zie je ook huizen/boerderijen die van kleinere natuursteen zijn gebouwd, met veel leem of is het metselwerk ertussen. Je ziet ook huizen met daken belegd met kleine rode leitjes. En er staan her en der watertorens. Eén daarvan is prachtig beschilderd met een koppel paarden die een ploeg trekken. En de boer hij ploegde voort. Om half drie zijn we in La Neuve-Lyre. Jan had gepland om hier te overnachten. Maar de volgende etappe is maar 20 km. We besluiten om door te fietsen, omdat het goed gaat met de benen van Jan en omdat we met dit weer en dit tempo om ongeveer vijf uur in St.Pierre-de-Cernières kunnen zijn. Het water raakt op, maar een kerkhof in Bois Normand biedt uitkomst. Aan een kraan, waarvan we maar hopen dat het drinkwater is, tappen we de bidons weer vol. Tegelijkertijd breekt er een buitje los. Maar het is niet heel hard, dus met de jasjes aan rijden we door. We moeten nog één keer klimmen volgens de routebeschrijving. Aanvankelijk zien we niet waar dat zou moeten zijn. Maar als we dalen na Bois Normand, moeten we natuurlijk ook weer stijgen. Daarna gaat het makkelijk naar St. Pierre. De natuurcamping is geheel verlaten. Ook bij de Acceuil is niemand te bekennen. We zetten de tent op bij de kinderspeeltuigen, omdat we dan niet zichtbaar zijn vanaf de straat. De beperkte voorzieningen (drie toiletten, drie wastafels en één warme douche) zijn schoon, en omdat we ze voor onszelf alleen hebben, meer dan voldoende.

 


Start Normandiëroute

 

22e etappe
St.Pierre-de-Cernières – Sées 53 km

Woensdag 15 juli 2009.
Zonnig en bewolkt, tussen de 18ºC – 21ºC, ZW wind tussen de 3 en 4 BF, grotendeels tegen. Geen regen.

We worden gewekt door de vogels. De bijen zoemen rond de klaver. Zo’n idyllische plek om wakker te worden. We gebruiken alle speeltuigen in de speeltuin om spullen overheen te hangen. Over de glijbaan de tent, over het klimrek de slaapzak en aan het hangwerktuig de lijnen met de handdoek en de schone was. Om kwart over acht verschijnt de campingbazin, net als wij op punt staan te vertrekken. We betalen de 8 euro voor de overnachting.
De tocht voert aanvankelijk door het dal van de Charentonne. Het is een groene route met veel op en neer gaan. In St. Evroult pauzeren we even bij de ruïne van de Benedictijner Abdij. Het is bijna niet voor te stellen dat deze abdij in de 10e, 11e en 12e eeuw een centrum van cultuur vormde voor het omringende land, tot in Engeland toe. Bijzonder is dat er een monnik uit de 11e eeuw Orderic Vital veel geschreven heeft over de abdij. Er is een monument voor hem opgericht voor de ruïne van de abdij.
Helaas zijn na deze rustpauze de benen van Jan als pap. We gaan heel rustig verder. De route gaat nu verder in zuidwestelijke richting recht op Sées aan. Even voorbij Echauffour komen we twee Nederlanders tegen die de route in tegenovergestelde richting fietsen. Zij hebben de wind in de rug. En zij vertellen dat de etappe vóór Sées heel zwaar is. Ze doen vandaag maar een kleine etappe om de benen wat rust te gunnen. Vanaf les Authieux du Piets is het niet meer zo op en neer. En als de D50 de grote snelweg naar Bordeaux nadert, dan zijn de hoogteverschillen maar weinig procenten. Halverwege de middag rijden we Sées binnen. De camping staat op de GPS en is snel gevonden. Een prima comping, klein, maar met alle voorzieningen behalve internet. We worden naar een campingwinkel gestuurd 800 m  verderop om een campingstekker te kopen, zodat we het netbook en de GSM kunnen opladen.
We besluiten om een extra nachtje te blijven. Daarmee lopen we uit ons schema, maar we moeten ook leren dat we vrij zijn, en dat er niets meer hoeft. We hoeven niet noodzakelijkerwijs naar Boedapest, we kunnen ook in Wenen eindigen.

 

Rustdag
Sées

Donderdag 16 juli 2009.
Zonnig, warm 28ºC - 30ºC, in de avond één regenbui. Gelukkig hebben andere Nederlanders op de camping onze fietskleren die aan de waslijn hingen binnen de tent gelegd.

Een rustig begin met vers brood dat zoals gebruikelijk bij Franse camping ’s ochtends bij de receptie te halen is. Daarna een was gedraaid en gedroogd. Fietskleren buiten aan het lijntje gehangen. Ondertussen op het netbook filmpjes aan elkaar gemaakt en een tekst voor de blog ontworpen. Aan het eind van de ochtend naar het centrum van Sées. De VVV was vanwege onvoorziene omstandigheden nog dicht, maar zou om 14.00 uur open zijn. Dan eerst maar in die verschrikkelijk grote kathedraal kijken. Er ligt een bechrijving in het Nederlands. De kathedraal is zeer licht door de hoge ramen in het schip. Hij is in gotisch normandische stijl.  Aan de voorzijde staan twee toren van 75 m hoog, die aan de voorkant gesteund worden door zware steunberen. Bijzonder zijn de gebeeldhouwde kopjes in het dwarsschip. Het zijn ondeugende gezichten. Grappig hoe er vroeger ook humor in de kerk was. Ook zijn er enkele zeer oude glas in loodramen. Tamelijk donker glas en gedeeltelijk andere kleuren dan we gewend zijn. (nog even de informatie van de kathedraal raadplegen). Daarna proberen we via de VVV een audiotour door de stad te huren. Maar hoewel er in de info staat dat er een Engelse versie van de audiotour is, slaagt de invalster van de VVV er niet in om ons die te verhuren. Dus met een kleine Engelstalige gids en een plattegrond lopen we door dit zeer oude stadje. Er is een hoop te zien. Kerken uit alle eeuwen, de kathedraal hebben we al genoemd, daarnaast is er een basilica uit de 19e eeuw, donker en zeer versierd en vol met tegels die dank zeggen voor wonderen. Er is een kerk uit de 18e eeuw, echt classisistisch. En dan  ruines van nog twee kerken. De rivier waaraan het stadje ligt, is door een rijke meneer omgelegd, omdat hij door zijn tuin liep. Als genoegdoening  heeft hij aan de omlegging wel een wasplaats laten aanleggen. Het doet ons denken aan de spoorlijn in Schotland bij Cullen, die van een gravin om haar landgoed heengelegd moest worden, dwars door het dorp. (druk op deze verwijzing) Ook van de vestingwerken is nog het een en ander over: stukken muur en één vestingtoren (tour d’argentan). Aan het eind van de middag zijn we uitgedroogd en ontdekken we bij toeval dat een klein supermarktje in de hoofdstraat (Rue de la Republique) een free hotspot heeft. We doen er een paar boodschappen en aan een hoog tafeltje met twee stoelen maken we gebruik van zijn internet. Het is een langzaam internet, dus het lukt niet om de filmpjes te uploaden. Maar de mail lezen en een bericht zetten op de blog lukt net.
In de avond, net als we zitten te eten in een restaurantje, breekt een noodweer los. Gelukkig zijn andere Nederlanders op de camping zo attent om onze fietskleren die nog buiten hangen, in de tent te leggen. Als we terug zijn breekt een tweede noodweer compleet met grote hagelstenen los. We zitten gedurende een half uurtje met zijn tweeën knus onder het voorluifeltje, waar we net onder kunnen. Ons oude tentje houdt het nog goed.

                                               

Reisdag
Séés – St. Nazaire met de trein

Vrijdag 17 juli 2009.
Zelfde soort weer als gisteren,  iets grijzer en iets meer regen.

Jan heeft slecht geslapen en ziet op tegen de etappe van vandaag, die als de zwaarste van de Normandiëroute beschreven wordt. Een jong stel dat ons gisteren tegemoet is gekomen heeft er een dag van moeten bijkomen. Er zitten veel klimmen in en één klim van 10% van 500 meter. Op zich wel te doen, maar in combinatie vermoeiend. De camping ligt vlak bij het station. Nadat we opgestaan zijn, lopen we daar naartoe om te bekijken waar we kunnen komen. Het station is gesloten tot twee uur. Dat betekent hier dat het gebouw ook dicht is, maar er is iemand aan het schoonmaken, dus we kunnen binnen even kijken naar de dienstregeling en de kaart. We kunnen in ieder geval van Sées naar Le Mans en Tours. En volgens de kaart kunnen we van Le Mans naar Nantes.  We besluiten om de trein van half twaalf naar Le Mans te nemen. Terug naar de camping, rustig ontbijten en opruimen. Na nog een rondje door het stadje vertrekken we naar het station. En het gaat voorspoedig. Regionale treinen met lage instap voor de fiets. Een controleur in de trein, die vriendelijk een kaartje verkoopt. Fietsen zijn op dit traject gratis. Vanuit Le  Mans kunnen we drie uur later met een trein naar Nantes, en in Nantes blijkt het mogelijk om een half uurtje later naar St. Nazaire te vertrekken. Om half zeven staan we op het station van St.Nazaire. Een havenplaats aan de monding van de Loire. Het beginpunt van de Eurovelo 6. Bij het station staat ook iets groots te gebeuren. Twee nieuwe grote witte gebouwen zijn al klaar, maar het stationnetje zelf is nog van oude datum. Naast het station zit hotel Le Korali en daar kunnen we terecht voor een bed voor de nacht, een Frans menu voor de avond en supersnel gratis internet.