logo-fietssite

1e etappe
Rotterdam - Roosendaal, 76 km.lier zimmertoren link naar fotoalbum belgië

Zaterdag 9  april 2005.
Koud tussen de 6 en de 12ºC, Noordwesten wind (dus meestal achter), kleine hagelbui bij Dordrecht en regen na Oudenbosch.

Via de LF2 willen we naar Roosendaal fietsen. Maar in deze tijd van het jaar vaart het driehoeksveer bij Slikkerveer naar Kinderdijk nog niet in het weekend. Nou kun je van hieruit  ook de fast-ferry naar Alblasserdam nemen, maar op zaterdag vertrekt die pas om 10.00 uur. De weersverwachting is voor de middag niet erg goed (regen!). Dus nu het deze ochtend vroeg mooi weer is, besluiten we gewoon om half negen op de fiets te stappen en langs de zuid-kant van de Maas en de Noord te rijden tot de brug over de Noord bij Hendrik Ido Ambacht en vervolgens zo dicht mogelijk aan de waterkant fietsend de route op te pikken bij Papendrecht. Dat heeft als voordeel dat we een keer van andere kant op Dordrecht aanrijden. En dat blijkt een heel mooi gezicht op Dordrecht op te leveren (foto).  De donkere wolken vliegen achter ons aan. Een korte hagelbui  terwijl we de Noord overvaren. Aan de overkant is de bui alweer over. Dwars door Dordrecht, altijd weer een aardige stad, door naar de Moerdijk. De lente is zichtbaar aan de lichtgroene blaadjes aan de bomen (elzen?). De beuken aan de andere kant zijn nog bladloos. De brug over het Hollands Diep blijf ik altijd fascinerend Hollands vinden.
Door de harde wind achter gaan we heel hard. Om 12.00 uur zijn wel al in Zevenbergen. Een oud stadje, waarvan de kern nog steeds de sporen draagt van een ver verleden met een haven.

Daarna door naar Oudenbosch. Een plaatsje dat allang op mijn verlanglijstje staat om eens te bezoeken vanwege de replica in miniatuur van de St. Pieterskerk in Vaticaanstad. Het blijkt dat dit dorp nog steeds de sporen draagt van een fanatieke pastoor in de 19e eeuw Willem Hellemons. Niet alleen  wist hij de gelovigen van Oudenbosch zo gek te krijgen dat zij geld inzamelden om een nieuwe kerk te bouwen, maar hij stichtte ook het pensionaat St. Louis met ook al een koepelkerk en hij ronselde ook jongelingen voor het leger van de Paus, de zogenaamde zoeaven.  Achtereenvolgens bezoeken we al deze herinneringen aan pastoor Hellemons.  De St. Agatha en Barbarabasiliek is al van verre te zien. Door de dood van Paus Johannes Paulus II, een week geleden, en alle histerie die er rond zijn dood in Rome ontstond – 2,5 miljoen pelgrims in Rome, lange rijen (wachttijden liepen op tot zo’n 17 uur) om langs de baar te mogen lopen – heeft een bezoek naar deze namaak extra lading. De basiliek is eerder curieus, dan mooi te noemen. Je snapt niet dat een architekt van naam, als Pierre Cuypers, zich ervoor geleend heeft zo’n gebouw neer te zetten. De huidige inrichting maakt het alleen maar erger. Moderne stoelen rond een doopvont passen volstrekt niet bij de rest van het interieur en daarnaast dan een opstelling van een soort paasstal,  die naar analogie van de kerststal de belevenissen van Pasen weergeven.
Vanwege het museumweekend is het museum van de Zouaven open. Een heel aardig museum dat is gevestigd in het voormalige raadhuis.  De Paus deed in de eerste helft van de 19e eeuw een oproep aan katholieke jongens om hem te helpen zijn grondgebied te verdedigen. De Italianen wilden namelijk een Italiaanse eenheidsstaat vestigen en hadden het grondgebied van de paus aangevallen. Veel katholieke jongens gaven daaraan gehoor. En vooral Nederlanders. Ze werden zouaven genoemd. Het heeft overigens niet mogen baten. In 1870 was het hele gebied in handen van de Italianen. Het heeft iets eigenaardigs. Zoveel jongens die uit idealisme gingen vechten voor de Paus. En in zulke kleurige kleding, buitengewoon onhandig gevechtskleding. De Nederlandse jongens spraken natuurlijk geen Italiaans. Om toch te kunnen biechten, waren er bladen met de vertaling van zonden. Echtbreuk en prostitutie staan daar ook bij. Toch heel apart om te zien.
Het pensionaat van Saint Louis ligt er recht tegenover. Een groot internaat, nog steeds als zodanig in gebruik, met enigzins verscholen de kapel van Saint Louis, ook geinspireerd door de Romeinse bouwkunst. Het schijnt dat de schetsen voor deze kapel van pastoor Hellemons zijn geweest.

Als we weer buiten staan regent het pijpenstelen. We fietsen snel door naar Roosendaal en keren zonder een rondje in de stad direct met de trein terug naar Rotterdam.

 

2e etappe
Roosendaal - Lier, 93 km.

Vrijdag 22 april 2005
Zonnig, 16 - 18°C, zwakke oostenwind, droog.

Om 9.30 uur met de trein naar Roosendaal. Enigszins bedrukt op weg. Mijn vriendin Mirjam is heel erg zwak, of ze deze week nog haalt is maar zeer de vraag. Maar ik heb afgesproken met haar man Hans dat hij mij belt. Met de trein, of als dat niet lukt, via mijn zus Anne Marie kunnen we dan op tijd thuis zijn. Mijn kop zit er vol mee. En ook een aantal dingen van mijn werk nemen mijn gedachten in beslag.
Het weer is prachtig. De zon verbrandt onze witte huidjes. Van Roosendaal naar Antwerpen volgen we de stedenroute,  de LF2. Vanaf Antwerpen moeten we wennen aan de manier van schrijven van Paul Benjaminse. Prachtige kaarten, hij houdt van dingen waar wij ook oog voor hebben, dus leuke beschrijvingen over steden en stadjes, maar hij is minder nauwkeurig dan bijv. Wannet (Hanzeroute) of Clemens Veerman (Jacobsroute).
Door de Joodse wijk van Antwerpen, of wat daarvan over is, met een korte stop op het inderdaad aardige pleintje van de Dageraadsplaats, rijden we snel naar station Berghem. Er wordt daar uitgebreid aan de infrastructuur gewerkt. Maar met behulp van de plattegrond komen we goed de stad uit. In Belgie zijn fietsroutes aangegeven met knooppunten (een systeem dat in Nederland er ook steeds meer inkomt). Dus met behulp van een aantal getallen fietsen we heel makkelijk naar Lier. Ons eerste rustpunt op deze tocht. Hotel “het Hof van Aragon” midden in het centrum heeft nog een kamer voor ons.
We wandelen dit rustige stadje uitgebreid door. We bekijken de Zimmertoren, een toren genoemd naar de Louis Zimmer, een klokkenmaker uit het begin van de 20e eeuw. Hij maakte in de toren – een onderdeel van de vestingwerken, een jubelklok en een astronomische studio. We zien ook de Gomaruskerk, de Grote Markt en het 17e eeuwse Begijnhof. Dat laatste is niet een Begijnhof, zoals wij dat kennen uit bijv. Amsterdam, maar het is een hele wijk, compleet met kerk, ommuurd met verschillende doorgangen.
Het is zo lekker warm dat we buiten (Spaans) kunnen eten, voordat we het bed op de grond opzoeken in ons hotel.

 

3e etappe
Lier - St. Truiden, 99 km.

Zaterdag 23 april 2005.
Aanvankelijk zonnig, later meer bewolkt, eind van de dag regen. 12°C.

Eerst Lier nog doorgefietst om de foto’s te nemen. Het fototoestel was niet opgeladen gisteren. Om 9.00 uur rijden we de stad uit, mooi weer, weinig wind. Het eerste stuk langs de Grote Nete.  Volgens de beschrijving van Paul Benjaminse loopt de route ten noorden van dit riviertje, maar volgens zijn kaartje ten zuiden. Aan beide kanten loopt een fietspad. Wij gokken goed door het noordelijke pad te nemen. Het andere loopt dood op een spoorbaan. Veel groepen wielrenners nemen op deze vroege zaterdagochtend ook deze route. We passeren Gestel  met kerk (in de pastorie hangt de geel-witte pauselijke vlag nog uit)  en beeld voor de Boerenkrijg en het hof Rameyen dat ook al iets met de Boerenkrijg te maken heeft. Het kasteel is een waterburcht, wit met spitse grijze puntdaken op de torens. Het dateert van oorsprong uit de 13e eeuw. Tijdensd de Boerenkrijg zat hier een fransgezinde meneer, die verjaagd is. De Boerenkrijg (1798) blijkt een opstandige beweging van de Vlaamse landelijke bevolking (Brigands) tegen de Franse bezetting (Sansculotten). Zij vond haar oorzaak in de algemene misnoegdheid over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land door de Fransen.
De afstand van Lier tot Gestel is meer dan de 6,5 km die Benjaminse aangeeft. We hebben ruim 11 km op de teller staan. Ook de beschrijving van Benjaminse is niet echt nauwkeurig, Als we na de Kruiskensberg – die echt een kapelletje met kruisen bovenop heeft staan – rechtsaf slaan en aan het eind linksaf, komen we weer op de grote weg naar Herenthout uit.  Als we in plaats van linksaf rechtsaf slaan komen we netjes op de Jeugdherbergenroute uit. 

Na Herenthout loopt de route over een oude spoorlijn naar Aarschot. Dat schiet lekker op. Aarschot is erg getroffen door de eerste Wereldoorlog. We (=ik) kunnen het niet laten toch even door te fietsen naar de Grote Markt, voor we langs de oever van de Demer door het Demerdal gaan. Een heel mooi stuk door de Demervallei volgt. Het is een natuurgebied en gepoogd wordt het gebied zo natuurlijk mogelijk te houden. Wat de huizenbouw betreft, doen de Belgen dat zeker niet. Ik heb nog nooit zoveel lelijke huizen gezien als vandaag.
In Zichem is de weg opgebroken, maar onvoldoende afgezet. De aanliggende panden moeten immers bereikbaar blijven. Twee agenten houden iedereen aan. Fietsers moeten lopen, auto’s moeten terug. We komen op de Markt. Daar staat het beeld van de schrijver Ernest Claes. En aan het marktplein liggen cafe’s die op een of andere manier iets met Claes en de Witte (zijn bekendste boek) te maken hebben. Het heeft iets ontroerends. Buiten Zichem ligt de Maagdentoren.  De Maagdentoren op de oever van de Demer is een middeleeuwse “grenstoren”, een uitkijktoren op de grens van het toenmalige hertogdom Brabant en het graafschap Loon. Daarnaast is de Maagdentoren ook een “donjon”, een verdedigingstoren waarin de edelman en zijn familie in woelige tijden beschutting zochten. Bijna altijd maakte een donjon deel uit van een burcht. De Zichemse Maagdentoren is echter speciaal, omdat hij sinds zijn ontstaan in de veertiende eeuw altijd alleen heeft gestaan. De toren is hard aan restauratie toe.

Diest is gauw bereikt. Eigenlijk had ik hier nog wel wat willen blijven. Lekker slenteren door de stad langs de Grote Markt, de kerken en het begijnhof. Maar het schema is onverbiddelijk. Nu fietsen we langs de bezienswaardigheden. We ontdekken op de Markt een standbeeld van de Vlaamse humanist Nicolaes Cleynaerts (1493 – 1542). Deze geleerde was een groot kenner van de Islam en predikte verdraagzaamheid. Reden waarom hij door de kerk geexcommuniceerd werd.
Over een oude spoorlijn rijden we richting Zoutleeuw. Er wordt hier veel fruit gekweekt. De laagstammen staan in bloesem, rose en wit. Bij Halen moeten we de weg vragen. De bordjes van de Haspengouwroute die we hier moeten volgen zijn verdwenen. Beter zou zijn volg de Ijzerenwegroutebordjes, want die staan er wel.  Bij Budingen eraf naar Zoutleeuw. Een zeer klein stadje met een grote  kerk en stadhuis. De kerk gaat net voor onze neus dicht. En het gaat nu ook regenen.
Gauw naar St. Truiden. Dat ligt niet op de route, maar er is daar wel een hotelletje. Helaas is het vol, hoewel er zijn nog eenpersoonskamers. De dame van de receptie kan er wel een bed bijzetten. Dat doen we. Voor de prijs van een eenpersoonskamer met een extra ontbijt overnachten we hier prima.
De Markt van St. Truiden is een van de grootste van Vlaanderen. Helaas ook hier weer helemaal vol met blik.

 

4e etappe
Truiden - Huy (Hoei), 53 km.

Zondag 24 april 2005
Zonnig, droog tot 18.00 uur, warm 18°C, daarna flinke bui, matige wind ZO.

Eerst nog een klein rondje in St. Truiden. De enorme markt met 17e eeuwse stadhuis. Voedsel inkopen en daarna op weg naar Huy. Een korte afstand vandaag  (halve dag) met een paar klimmetjes in een gebied dat wat heuvelig is geworden. We zitten inmiddels in Belgisch Limburg. We vinden al snel de weg terug naar de officiële route. Een prachtige holle weg door de velden met hoge en lage fruitbomen. In Velm wordt – zoals in het routeboekje staat beschreven – aan de weg gewerkt, maar er is goed doorheen te fietsen als je de verbodsborden negeert.
Langs kleine Belgische dorpjes (na Kortijs passeren we de E40 over de weg en onderdoor zoals op de kaart en naast de E40 ligt een spoorlijn, die ook niet in het boekje staat), zoals Boëlhe (en niet Roëlhe). Tegen half één zijn we in Vaux. Ongemerkt zijn we de taalgrens gepasseerd. We pauzeren bij de kerk, omdat we aanvankelijk verkeerd afslaan, maar de vorkkruising met het kleine monument voor de gevallenen ligt één kruising verder. Na Vaux moeten we stijgen en dalen. Maar dat valt reuze mee. Ik heb de fiets er niet één keer in zijn kleinste verzet voor hoeven te zetten. Een lange afdaling brengt ons naar Huy of te wel Hoei aan de Maas. We zijn er al om 14.00 uur. Hotel le Fort is snel gevonden. Vanaf de brug kun je het namelijk zien liggen. Een oud echtpaar runt het en we moeten even wachten, want ze zijn nog bezig met de lunch te serveren. We krijgen een kamer met balkon aan de Maas. Mooi zicht.
‘ s Middags bezoeken we het fort. Binnnen is een museum over de de tweede Wereldoorlog met heel veel fotomateriaal. De vormgeving is wat achterhaald. Vanaf boven op het fort hebben we een schitterend uitzicht op Huy aan de voet van de Ardennen. Aan het eind van de middag drinken we gezellig een Belgische pint op de Markt.

 

5e etappe
Huy - la Roche en Ardennen, 65 km.

Maandag 25 april 2005.
Grijs weer,druppelende regen, ‘s-middags echt een bui, geen wind,  koud 10-12°C

Vroeg vertrokken uit Huy, met vers brood en nieuw uit de automaat getrokken geld in de tas. Eerst ongeveer 12 km. over de weg langs de rivier de Hoyeux, licht stijgend. De drukte valt mee. Alleen bij een wegobstructie even buiten Huy was het even proppen.
Vandaag staan een paar klimmetjes en afdalingen op het programma. Met de overgang van de Maas zijn we meteen in de Ardennen aangekomen.
Tot Moldave gaan we over de weg (N641), daarna over kleine weggetjes. Deze zijn rustig, gaan door kleine dorpjes – soms heel armoedig – door prachtige bossen en langs mooie open velden. We zien bosanemonen en bosviooltjes en ook een speciaal soort gele bloemetjes. De route is goed uitgezet. We hoeven niet één keer te lopen. In Petit-Han pauzeren we bij een restaurantje dat op een T-kruising ligt. Net als we daar aankomen gaat een personenauto met 120 km zwevend door de bocht. Twee Nederlanders op het terras vinden ons dapper, dat we over die weg durven te fietsen.
De tocht gaat niet langs de Ourthe, omdat dat een drukke weg is zonder fietspad, maar bovenover. Echt prachtig, ook al regent het een beetje. De mistflarden hangen boven de bergen.
Om 16.00 uur zijn we in La Roche. Een soort Valkenburg, waar de horeca zijn best doet reclame te maken voor de goedkoopste maaltijden.
Jan heeft op internet hotel Luxembourg ontdekt. Dat ligt pal aan de route. Het is niet duur, gezellig ingericht, gastvrij en de eigenaar kan heel lekker koken.
We lopen La Roche helemaal door – één lange winkelstraat en een ruïne van een kasteel.