logo-fietssite

8e etappe
Alzingen – Metz 86 km.col d'oderen link naar fotoalbum frankrijk

Zondag 5 juni 2005
Aanvankelijk zonnig, later bewolkt, NW matige wind (dus bijna steeds achter), 13 - 19°C

Dwars door het Lotharingse land. Rustige wegen. Aanvankelijk tamelijk stil – het is zondag – later wat drukker.
De routemaker Paul Benjamins heeft geprobeerd om in een wijde boog om de vieze fabrieksstad Thionville heen te fietsen. En daar is hij aardig in geslaagd. Door kleine dorpjes, waaronder het vestingstadje Rodemack, met groot kasteel, klein kapelletje en oude straatjes, rijden we dwars door het Lotharingse land. We passeren de Maginotlinie, achter Budling ligt de Hackenberg, het grootste werk van de linie.
Daarna komen we in het dal van de Canner. In de verte loopt de lijn van het toeristisch treintje. Dat we ook werkelijk zien rijden bij de opstapplaats Vigy. Handmatig worden de bomen neergelaten, en daar gaat de trein. Op het spoorwegemplacement staan ook lorries, waarmee toeristen zich kennelijk ook op de rails kunnen voortbewegen. Ik krijg een associatie met een film van Laurel en Hardy.
De weg naar Metz staat alleen op de kaart. Het is druk en in Metz is het niet gemakkelijk de camping te vinden. Hij blijkt aan de Moezel te liggen en zou op de detailkaart van Metz ingetekend moeten worden.
Nadat we de tent hebben opgezet, lopen we de stad in. Metz heeft mooie gebouwen, en een mooie structuur, zo om de verschillende armen van de Moezel heen, maar het heeft ook armoedige stukken. In de kathedraal St.Etienne bewonderen we de drie glas-in-loodramen van Chagall “Scenes du Paradis terrestre”  uit 1963.

 

9e etappe
Metz – Nancy 83 km.

Maandag 6 juni 2005
Regen (hele dag), soms spetterig, soms hard, nagenoeg geen wind, niet zo koud 15°C-18°C.

De hele dag regen. Het is lang geleden dat we zo nat geregend zijn. Het begint droog op onze camping aan het water. We worden gewekt door gakkende ganzen, zwaluwen vliegen over, een zwaan met jongen drijft rond in de Moezel, eenden slapen vlak bij onze tent. We hebben net tent en inhoud in de tassen gedaan, als het lichtjes gaat spetteren. We hebben  dan nog niet in de gaten dat dit gespetter het begin is van een dag lang regen.
Gisteren hadden we de Porte des Allemands al gevonden, dus om de stad uit te komen zijn we daar naartoe gefietst, om daarna vrij makkelijk de tunnel onder het spoor richting Pange te vinden. De eerste zijweg links na de bocht geeft wel als richting Borny, maar we moeten de tweede hebben. Dit is een rotonde met naar het noordoosten toe alleen borden met Metz en nog wat, maar niet Pange. Een tegemoetkomende fietser vertelt ons dat we op de goede weg zijn, richting Pange, maar hij kijkt wat bezorgd. Het is namelijk wel 10 km. over drukke autowegen. En dat blijkt ook zo te zijn. De D4 is een prima autoweg. In Pange staat een groot kasteel, in 1722 gebouwd door Thomas de Pange. Het is op maandag gesloten. De weg wordt nu rustiger, en het stijgt en daalt naar de verschillende stroompjes die we kruisen. Een mooie rustige weg, ware het niet dat het met bakken uit de hemel valt. Aan het eind bij de D955 stuurt de routemaker ons op de modderige ventweg. De kluiten pakken aan mijn fiets. Jammer dat we zo gehoorzaam deze ventweg hebben genomen. De D955 is het lang zo druk niet als bij de D4, die we 10 km vanuit Metz gevolgd hebben.
In Buchy is een overdekte “lavabo”. Ik denk dat het oorspronkelijk ook een wasplaats was. Daar spoelen we de ergste modder van de fietsen en eten een boterham.
Voor Vigny vinden we de weg naar het beekdalletje, er wordt hard gewerkt. We moeten een nieuw viaduct over voor de TGV (van Parijs naar Straatsburg) die hier wordt aangelegd. Een lang breed lint door het groene en heuvelige landschap dat Lotharingen hier is.
Als we het bos van Secourt uitkomen, ligt in de nevels in de diepte Mailly-sur-Seille, een prachtig gezicht.
Via Nomeny komen we bij Millery aan de Meurthe. Een bijna stilstaande rivier met een verlaten plek waar caravans schoon water kunnen tappen. We raken dan snel aan de grote weg van Metz naar Nancy (A31). Onze weg ligt ernaast. Het tegemoetkomende verkeer staat in de file. De laatste stuk naar Nancy gaat over een oud pad langs de Meurthe. Het is even moeilijk de goede zijweg vóór het spoor te vinden, want in Champigneulles, een klein plaatsje voor Nancy, zijn meer (oude) spoorlijnen die we kruisen, maar het is duidelijk dat we de laatste spoorlijn moeten hebben. Een leuk fietspad brengt ons langs de Meurthe Nancy binnen.
In Nancy is het aanbevolen hotel Guise vol. De VVV bezorgt ons een overnachting in Hotel des Prelats, vlak naast de kathedraal. We hebben een hemelbed zonder de bijbehorende gordijnen. De roeden zijn uitstekend om alle natte kleren aan op te hangen. Morgen Nancy bekijken.

 

Rustdag
Nancy

Dinsdag 7 juni 2005
zonnig, droog, soms wat wolkjes, tussen de 17 - 20°C.

Een dagje stad. Eerst een wandeling van 3 uur langs de bezienswaardigheden van de stad. De folder van de VVV kent drie wandelingen, waarvan deze de uitgebreidste is. Hij voert door de oude stad, die omstreeks de 11e eeuw ontstaan is en de nieuwere stad die door Karel de V in de 16e eeuw gesticht is. En dan natuurlijk het Stanislasplein uit de 18e eeuw. En verder langs de Art Nouveaupanden uit de 20e eeuw. Deze delen van de stad, gebouwd in verschillende eeuwen sluiten heel mooi op elkaar aan. Het valt op dat wat in de tweede helft van de 20e eeuw gebouwd is zo gevoelloos tegen de rest van de stad is aangebouwd. De nieuwe stad – dat is de stad uit de 16e eeuw stuit op de bunkers van C&A, een warenhuisketen die toch niet uitblinkt in mooie architectuur, en hoge fantasieloze flats.
Het Stanislasplein is prachtig en in volle glorie hersteld. Het staat sinds 1983 op de werelderfgoedlijst van Unesco. Dit jaar het is 250 jaar geleden gebouwd.  En dat wordt groots gevierd.  De site van Unesco (http://whc.unesco.org/en/list/229) zegt erover:
Nancy, the temporary residence of a king without a kingdom – Stanislas Leszczynski, later to become Duke of Lorraine – is paradoxically the oldest and most typical example of a modern capital where an enlightened monarch proved to be sensitive to the needs of the public. Built between 1752 and 1756 by a brilliant team led by the architect Héré, this was a carefully conceived project that succeeded in creating a capital that not only enhanced the sovereign's prestige but was also functional.
Helaas zijn de musea dicht op dinsdag, zodat we niet de tentoonstellingen kunnen bekijken die gaan over de historie van het Stanislasplein in Musée Lorrain of “L´esprit des villes. Nancy et l´Europe urbaine au siècle des lumières 1720-1770”.
De art noveau panden zijn soms wat plomp. Niet zo elegant als ik me herinner uit Brussel en Antwerpen, waar panden staan van o.a. Victor Horta. Hoewel de Kamer van Koophandel aan de Rue Henri Poincaré wel erg mooi is met zijn lichtblauww hekwerk en glas-in-loodramen.
Wat ook opvalt bij onze wandeling zijn de parken. Allemaal heel goed onderhouden. Er ligt er één op de oude stadspoort. Een heel groot park is Pepiniere, van Stanislas, een botanische tuin achter het botanisch instituut, vol met opgeschoten jeugd van het nabijgelegen lyceum. En we zien ook nog een tuin met zeer oude bomen achter het hertogelijk paleis.
In de middag gaan we met de tram, een soort mix van een trolleybus en tram naar het eindpunt Vandoevre CHU Brabois. Het gaat langzaam omhoog, met op een gegeven moment een prachtig uitzicht op de stad Aan het eind een groot ziekenhuis en een aantal goedkope hotels en hamburgertenten en even verderop een grote renbaan. Je zit hier vlakbij de A33. Hier ligt trouwens ook de camping van Nancy (camping Brabois). Die is dus aardig ver verwijderd van de route.
Terug met de tram, tot het eindpunt aan de andere kant: Essey Mouzimpré. We gaan over het kanaal van de Marne naar de Rijn. Het kanaal is hier verbreed en er liggen veel bootjes. Daarna steken we ook de Meurthe nog over, voor we bij een keerlus in Essey Mouzimpré komen.

 

10e etappe
Nancy – Charmes, 56 km (volgens onze tellers, want volgens het boekje had het 63 moeten zijn).

Woensdag 8 juni 2005
Mooi zonnig weer, NW matige wind.

Een tamelijk korte en rustige route. Kort, omdat hij 7 km. korter is dan het boekje van PB (de volgende camping ligt meteen weer 40 km. verder) en rustig omdat hij grotendeels over jaagpaden gaat. Eerst langs het Marne-Rijnkanaal tot het Canal de Jongtion (Verbindingskanaal), dan daar langs de Moezel of het kanaal langs de Moezel. In het Verbindingskanaal is het verval groot, aan het eind zitten de sluisjes dan zo om de 150 m. Om door dit kanaal te varen heb je dus wel de tijd nodig. Wij zagen hier dan ook helemaal geen bootjes. Het fietspad langs het Verbindingskanaal loopt nu helemaal door (in het boekje staat dat nog dat het fietspad nog niet gereed is). Er staan mooie groene fietsbordjes naast. Bij de D570 kom je dan wel op een ongelukkig punt uit. De groene fietsbordjes wijzen LA over de D570 naar Richardménil, de route van PB gaat een stukje om, richting Méréville. Dat is wel rustiger rijden, maar je moet lopend oversteken, dan wel nagenoeg een hele rotonde rondrijden voor je weer op de route bent. We zijn niet over Flavigny gegaan, maar door het Bois de Rougelot. Mannen die aan de weg aan het werken zijn, vertellen ons dat het wel kon, maar de weg is “plein tards”. Het is wel goed te doen, maar wel veel kuilen met water.
In Tonnoy worden we achterop gereden door twee Nederlanders, die naar de Dordogne fietsen.
Het jaagpad langs het kanaal naast de Moezel heeft bij Neuviller-sur-Moselle een draaibrug. En omdat er weinig bankjes staan langs het jaagpad, maar hier wel, pauzeren we om een broodje te eten. En dan komt er een dame de brug wegdraaien. En uit het niets lijkt het wel, komen vier plezierjachten om langs dit opstakel te varen. Dat zijn leuke cadeautjes!
Bayon zien we dan snel liggen. Een Romaanse toren van een kerk steekt boven de bomen uit. Gek genoeg zijn we hem later kwijt, maar we passeren wel het kasteel van Bayon. (In de eclectische stijl van eind 19e begin 20e eeuw). Het kerkje van Virecourt heeft een klein koepeltje. En daarna gaat het met de wind achter, in één ruk door naar Charmes.
De camping ligt meteen aan het begin langs het water van de Moezel. Via een trap omhoog bij de brug ben je zo in het stadje. Vol verwachting lopen we erheen. Een stadje met zo’n naam, dat wekt verwachtingen. Maar daar worden we in teleurgesteld. Een ongezellig plein, met een groot gemeentehuis, één terras. Er zijn maar liefst drie grafzerkenwinkels!. Veel afgebroken, weinig bewaard. Bij de kerk is een plechtigheid aan de gang die iets te maken heeft met de herdenking van de 2e wereldoorlog.  We vinden een gelegenheid in een grote schone zaal – er zit niemand – waar we een hapje kunnen eten. Het restaurant wordt gedreven door buitenlanders van een of ander eiland uit de grote oceaan, of het caraibisch gebied, wie zal het zeggen.

 

11e etappe
Charmes – Ruaux 73 km

Donderdag 9 juni 2005
Zonnig, matige wind, ong. 20°C

De route gaat bij Charmes weer van de Moezel vandaan en met een grote boog om Epinal heen, om pas bij Remiremont terug te komen bij de Moezel. Ondanks dat er bij Epinal ook mooie jaagpaden langs de Moezel moeten liggen, dat vertelde ons een Nederlander die met auto en caravan op de camping staat. Hij rijdt met de fiets rondjes, bij voorkeur langs kanalen en rivieren. We gaan westelijk om Epinal heen en moeten aanvankelijk flink stijgen. In Ubexy passeren we het klooster. Een pater en een non staan rustig te keuvelen voor het hek.
De weg is rustig , door boerenland met boerendorpjes. Hier wordt nog melk opgehaald in melkbussen. Boerderijen met hooischuur staan midden in het dorp.
Vlak voor Dompaire kruisen we de D166 en omdat in Dompaire de weg is opengebroken en de richting wijzers omgedraaid zijn, gaan we aanvankelijk verkeerd. We keren terug, fietsen het hele stadje door en komen goed uit op de weg naar Gorhey. Hier zie je veel houtverwerkingsbedrijven. Verzamelingen van basten tot en met plankjes langs de weg.
Ook hier aardig klimmen. Bij Girancourt kom je dan weer aan een jaagpad langs het “canal de l’est” een verbindingskanaal tussen de Moezel (bij Epinal) en de Saône. De Saône ligt lager, dus we dalen met de sluizen mee. Aanvankelijk zien de sluisjes eruit alsof ze nooit gebruikt worden. Verlaten en verwaarloosde sluishokjes.  Maar later zijn ze beter onderhouden. En dat ze ook daadwerkelijk gebruikt worden zien we, als een boot ons tegemoet vaart. We realiseren ons dat de man die ons op de brommer tegemoet komt waarschijnlijk op weg is naar de volgende sluis om die te bedienen. Waar we het kanaal verlaten liggen twee boten in de sluis. Een Belg spreekt ons aan. Ze hebben op hun tocht door Frankrijk al 150 sluizen achter de rug. “Nee, 200” corrigeert zijn vrouw.
We klimmen vervolgens weer stevig naar Moyenpal, waar een vliegtuig open en bloot in de wei ligt. Een kleiner exemplaar ligt ernaast. Het blijkt een vakantiewoning te zijn. Daarvoor passeren we drie schimmels. Eén heeft net een veulen gekregen. Haar achterpoten en staart zitten nog vol bloed.
En daarna volgt de laatste stevige klim, via Xertigny over de B63 naar Ruaux. Volgens het boekje is er – een eindje van de route af – een aardige camping. Dit is nog aardig wat klimmen over de D63, maar we worden beloond met camping du Fraiteux. Een prachtig klein gemeentecampinkje. In het dorp is wel een supermarktje, maar dat is alleen ’s ochtends open. Verder geen restaurant of cafetaria in de buurt. Maar we hebben voor dit soort gelegenheden de noodmaaltijd.

 

12e etappe
Ruaux – Willer-sur-Thur 89 km.

Vrijdag 10 juni 2005
Droog, zonnig, zwakke wind, 17 - 20°C

Gisteravond hebben we de tent nog verplaatst. Er bleken druk pratende vaste Franse campinggasten pal naast ons te zitten met drie blaffende honden. Vooral de vrouwen in het gezelschap hadden doordringende harde stemmen met van die Franse uithalen van oh la la.
Jan vond het aanvankelijk onzin, maar ging overstag toen hij de door mij uitgezochte plek zag. Achter het voormalige washok, met zicht op twee verliefde paarden. Dus lekker rustig geslapen, wel koud nog ’s nachts.
De weg terug naar de route valt mee. Maar het is goed dat Jan de tekst nauwkeurig heeft gelezen, want het routebord “Mailleronfaing” is heel klein en het weggetje waar die richtingaanwijzer naartoe wijst ook.
Remiremont is heel druk, en overal opgebroken. Ze verkopen wel een Volkskrant van gisteren. En een kop koffie kunnen we ook krijgen.  “Twee terroristische Irakezen opgepakt” is het hoofdartikel in de Volkskrant. Eén heeft de Nederlands nationaliteit. De angst voor terroristen na de dood van Theo van Gogh, vorig najaar, zit er nog goed in.
Na de koffie- en krantenstop komen we op een heus fietspad terecht, aangelegd op een verlaten spoorlijn. Prachtig door de bossen, kunstwerkjes over beken heen. Uitgesneden door hoge rotsen. Het loopt helemaal door naar Cornimont en stijgt over 25 km ongeveer 100 meter. Soms zijn de oude stationnetjes verdwenen, soms ingericht als woonhuis, soms verlaten en soms te koop. Er wordt op dit fietspad behoorlijk gefietst, maar vooral door racefietsers. Die zien we ook op de Col d’Oderen. Om van de Vogezen over te steken naar de Elzas, moeten we deze col over. De Col d’Oderen is 875 meter hoog en we starten iets boven de 500 meter. Over ongeveer 10 km  moeten we 375 meter klimmen. Onderweg worden we een paar keer ingehaald door racefietsers, o.a. een vrouw, ouder dan wij, die we op de top nogmaals tegenkomen. Zij gaat dan dezelfde weg weer terug. Afdalen gaat altijd makkelijker. Even onder de top pauzeren we bij de kapel van St. Nicolaus. Twee Rotterdammers in een auto stoppen daar ook. Klein gesprekje over Rotterdam (betere stad is er niet), Frankrijk (fantastisch land) en kamperen (heerlijk hier).
In Kruth begint een fietsroute, heel goed aangegeven, die door het dal van de Thur gaat. Het is hier zeer bewoond. De plaatsen rijgen zich aaneen, Oderen, Husseren Wessering, Malmerspach, Willer-sur-Thur. Jan had gepland in het laatste plaatsje te overnachten. Willer-sur-Thur wordt doorsneden door de grote weg (E512) en heeft ondanks een grote kerk, iets armoedigs. Vooral de bebouwing rond de grote weg is aangetast. Wat doet zwaar en veel verkeer toch veel aan zo’n plaats. De camping ligt 2 km. noordelijker omhoog. Volgens het infobord staat hij te koop. Maar hij is nog in bedrijf en wij kunnen er terecht. We worden gewaarschuwd niet onze schoenen los te laten staan. Er is een vos, die zo “tam” is dat hij in de buurt blijft en schoenen meeneemt.
Brood is niet te bestellen op deze camping. Dus dat betekent dat ik de volgende ochtend eerst 2 km naar het door dorp moet dalen en daarna weer klimmen voordat we kunnen ontbijten.