logo-fietssite

18e etappe
Brig – Mergozzo 59 kmvenetiëroute fietsbord link naar fotoalbum italië

Donderdag 16 juni 2005
Zonnig, warm 25ºC - 30ºC, in Italië matige wind (soms ZO)

Rustig opgestaan. De zon komt pas na achten achter de bergen vandaan. Zo hoog zijn de omringende bergen hier. Op het station verwijzen we ze ons naar het perron van de autotrein. Dat is het station onderdoor, trap op (zonder fietsbegeleidingsstrook) en aan de andere kant nog 100 m. verderop. Daar is een kantoortje waar je apart kaartjes kan kopen voor de autotrein naar Iselle. De trein gaat dwars door de bergen. Het alternatief is steil klimmen over de autoweg van de Simplonpas. Het is niet druk voor de trein. En anders dan bij de trein vanaf Kandersteg naar Goppenstein is er niet een apart rijtuig voor fietsen en motoren. Dus we moeten op het balkon van een rijtuig staan. Dat is proppen. Er kan niemand meer door. De trein vertrekt om 10.35 uur. Het is vanuit de trein goed te zien dat er hier bij het station vele nieuwe appartementen zijn gebouwd in het rivierbed van de Rhône. De Rhône heeft hier weinig ruimte. Alleen de rivierbedding. Hebben de Zwitsers geen problemen met bouwen in het bed van de rivier, zoals wij onlangs hebben gehad met de overstromingen van de Maas?
Al snel zitten we in een tunnel in de berg. Na 20 minuten zijn we de berg weer uit en staan we in Iselle. Viva Italië.  De bergen zijn hier ook hoog, maar het is meteen anders. Ik kan niet precies verwoorden waarom het anders is. Het voelt anders.
Je zit hier in het dal van de T. Diveria, die uitkomt in het dal van de Toce, ongeveer bij Domodossola. De afdaling gaat ook hier gedeeltelijk over de oude weg. We dalen van 672 meter naar 288 meter. Mijn handen zijn inmiddels van al dat dalen bij de duimen helemaal pijnlijk geworden. Dus fietshandschoenen aan, dat helpt wel iets.
De eerste plaats die we tegenkomen is Crevoladossola. Voor de eigenlijke plaats ligt een buurtschap dat bijna geheel bestaat uit oude huizen. En die zijn hier – anders dan in Zwitserland – van gestapelde grijze stenen, met een stenen trap naar de eerste verdieping. Vanaf Domodossola volgt een  - volgens het boekje – rustige weg door het dal van de Toce. Aanvankelijk is dat wel zo, maar later wordt het toch tamelijk druk. We kijken soms verlangend naar de onverharde zijwegen onder het spoor door, maar die zullen wel naar nergens leiden.
Vlak voor Vogogun komen we het eerste teken van de oude Romeinen tegen. Een steen die erop wijst dat hier in 190 n. Chr. Een weg is aangelegd.
We eindigen in Mergozzo, aan het meer van Mergozzo. Het ziet er meteen heerlijk uit. Wij rijden door naar de tweede camping, omdat die Le Quiete heet. (rust, stilte).  De plaatsen langs het meer zijn allemaal bezet, maar verder is er nog plek zat.

 

Rustdag
Meer van Mergozzo 17 km

Vrijdag 17 juni 2005
Zonnig, heiig.

We besluiten om hier een dagje te blijven. Het is zo’n idyllische plek. ’s Ochtends gaan enkele mensen weg, zodat er plaatsen vrijkomen aan het meer. We verplaatsen ons tentje naar de rand van het meer. Aan de andere kant zien we zo het dorpje Mergozzo liggen. Er is tijd om kaarten te schrijven en de tassen schoon te maken. Een man zit gitaar te spelen voor zijn tent. Later maken we  een wandelingetje in het dorp Mergozzo. Een echt Italiaans dorpje, gebouwd tegen de heuvels op, met smalle straatjes en trapjes.
’s Avonds zit een vrouw voor haar camper op een trekzak te spelen. Dat vind ik wel durven. Ze vertelt me dat ze pas één jaar les heeft. Tegen het donker zwemmen we even in het meer. De zon kleurt de avondschemering rood.

 

19e  etappe
Mergozzo – Agno (Zwitserland) 53 km

Zaterdag 19 juni 2005
Zonnig en warm (25ºC - 32ºC), geen wind.

Om ongeveer half negen vertrekken we van ons prachtige plekje aan het meer. Uitgezwaaid door verschillende Nederlanders die er zitten. Bij Fondotoce wordt het heel druk, net na het museum van de resistenza komt een drukke weg erbij. We moeten eerst naar links, dan 360 graden rotonde nemen en zo weer terug. Rond de rotonde zijn verschillende winkels, een bank en een groentenboer, alsof de snelweg dwars door een dorp gaat, wat hij natuurlijk ook doet. Gelukkig kunnen we er bij Verbania af, een kleinere weg, soms zelfs alleen toegankelijk voor fietsen. We fietsen langs de rand van “de koningin van het meer”, zoals Verbania een eeuw geleden genoemd werd, omdat het zeer in trek was bij adel en gegoede burgerij. We zien daar ook nog wel wat van: grote villa’s met prachtige tuinen aan het Lago Maggiore. Bloeiende oleanders in overvloed. We fietsen door tot de pont die ons naar Laveno brengt. Het is nog steeds heiig, zodat er niet veel te fotograferen is, maar er is wel veel te zien. Oprijzende bergen langs het meer en hier in tegenstelling tot het meer van Mergozzo wel bewoning hoger in de bergen.
Vanaf Laveno, aan de andere kant van het meer, een niet zo’n bijzondere stad, begint de route, waarbij geprobeerd wordt kleinere wegen te gebruiken, om de grote weg N394 te vermijden. De route kronkelt er omheen. Eerst ten noorden ervan, dat zijn kleine weggetjes door kleine dorpjes heen. Deze liggen iets tegen de noordwand aan. Deze wegen zijn hier soms zo smal dat je het bijna ervaart als een inbreuk op de privacy van de bewoners. (Dat gevoel had ik gisteren ook bij ons wandelingetje door Mergozzo). We passeren hier ook villa della Porta Bozzolo. Een complex van een villa uit de 16e eeuw, in de 18e eeuw zeer uitgebreid met gebouwen,  met een schitterende tuin. Het geheel staat onder monumentenzorg van Italë. Vanaf Cuveglio – ook weer zo’n dorp doorsneden door een grote weg – gaat de route ten zuiden van de grote weg. Daar is het heel anders. Niet zozeer door de bebouwing, maar meer door het groene dal met weiden en bomen.
Even voor Ferrera begint de grote klim. Het is inmiddels erg warm geworden, boven de 30ºC, en de weg – hoewel geasfalteerd – is erg steil. Voor het eerst moeten we van de fiets af en lopen. Het kost veel inspanning en zweetdruppels en van de omgeving zie je dan helaas niet zo veel.
In Cunardo is het voorbij. We lassen daar een lange lunchpauze in. We lezen een Volkskrant van gisteren, die we in Verbania hebben gekocht. Donner moet naar de kamer komen en overleeft een discussie over een TBS-er die is ontsnapt en een moord heeft gepleegd. We leven in een maatschappij die probeert om alle risico’s uit te sluiten. En dat kan nu eenmaal niet.
Dan gaat het via een fietspad aan de linkerkant van de grote weg richting Ponte Tresa. Dit pad buigt na een tijdje van de weg af. We besluiten het te volgen – net of we proeffietsers zijn – en het komt uit in Cadegliano. Daar rechtsaf slaand komen we – steeds dalend – tenslotte in Ponte di Tresa aan. Een drukke stad, gelegen aan de Tresa, een rivier die uitmondt in het meer van Lugano.
Tresa heeft geen camping. Dus we fietsen 5 km naar het noorden, Zwitserland weer in, naar Agno. Daar zijn verschillende campings. We nemen Enro camping. Het is een ander publiek dan aan het meer van Mergozzo. Discomuziek voor de caravan. Een vliegtuig vliegt laag over. Zitten we in de aanvliegroute van het vliegveld van Lugano?

 

20e etappe
Agno – Como 55 km.

Zondag 19 juni 2005
Zonnig en warm, beetje drukkend, geen wind.

Weg uit het sfeerloze Agno, terug naar de route. (Later blijkt dat er een Zwitserse fietsroute loopt van Agno via de oostkant van het meer van Lugano naar Mendrisio. Hadden we dat maar geweten). 5 km. Langs de drukke weg en we zitten weer in Ponte Tresa. We fietsen langs de weg langs de west- en zuidkant van het meer van Lugano. De tocht voor vandaag is niet lang, dus we doen het rustig aan. Het lijkt wel of alle Italianen (en Zwitsers) vandaag de racefietsen met bijbehorende kleurige outfit uit de kast hebben getrokken.  We komen er vele tientallen tegen. In Porto Ceresio  zitten we rustig in de schaduw op een terras van een café van twee oude bazen. Het duurt even voor de koffie komt. In Brusino  gaan we het fietsweggetje door het dorp. Het vermijdt een heuveltje, je bent even van de weg af, en je ziet leuke smalle straatjes.
In Riva nemen we de weg langs het kerkje met het prachtige ovaalvormige pleintje met twee rijen platanen. Hier komen we de Zwitserse fietsbordjes van route 3 tegen. Dat levert meteen een aardig fietspad langs een klein stroompje op, en daarna een aardig fietspad dwars door Mendrisio. Dat is wel een onverwachte klim (staat niet in het boekje), maar het is de moeite waard. En alle bordjes staan er! We passeren de hogeschool voor de architectuur, een classisistisch gebouw met tussen de pilaren een beeld dat van Niki de Saint Phalle moet zijn. Een heel groot beeld met de wulpse vormen van een vrouw een vogelkop en felle kleuren.
Vlak voor Chiasso gaat de route door een wijngebiedje. De wijnranken staan hier ingepakt in groene doeken. In Chiasso lopen de bordjes aanvankelijk verder, maar het centrum is opgebroken. Dus we raken ze hier kwijt. Helaas komen we weer op de doorgaande drukke wegen, met zelfs een stukje tunnel erin. Via een weg richting Cernobbio komen we aan het Comomeer. En dan is het niet ver meer naar Como. Het is heel druk, een ook nog steeds met veel racefietsers. We wandelen door Villa Olmo (er is daar een tentoonstelling over Picasso, maar we zijn moe, warm en niet in de mood voor een tentoonstelling). Como ligt in een bocht van het meer. (iets over de geschiedenis). Het is zondag begin van de middag en het is woest druk. Er is een motorenfestival. De drukte valt op me. De camping blijkt een eind van de route af te liggen, als we de kaart goed lezen. Jan stelt voor de route te vervolgen en een hotelletje te nemen. We rijden de stad uit, en komen dan een bord tegen van een hotel. Dat voert ons uiteindelijk terug naar de stad richting Brunate. Als de weg te steil wordt, zoeken we in de gids een ander hotel. We vinden uiteindelijk hotel Quarcino.
’s Avonds dalen we naar de stad en maken een kleine wandeling door de oude binnenstad. Uiteraard bewonderen we de Duomo, de grote kathedraal, waar eeuwen aan gebouwd is. Van bovenaf is het al een indrukwekkend bouwwerk met zijn groene koepels, maar als je voor het renaissance portaal staat, is dat nog sterker.

 

21e etappe
Como – Carvico 59 km

Maandag 20 juni 2005
Warm, zonnig en een beetje heiig

Waardeloze tocht vandaag. Gelukkig komen dit hotel Giovanni tegen, waar we hartelijk worden onthaald. Ik ben bijna in tranen, zo goed doet me dat.
Maar ik begin bij het begin van deze dag. Rond 8.00 uur vertrekken we uit Como. Het doel is Bergamo. Jan denkt dat het zo’n 75 km. fietsen is. Precies weet hij het niet, want het routeboekje geeft dat niet aan. Jan heeft het aan de hand van de kaart uitgerekend. Het moet te halen zijn, ook al is de temperatuur vanochtend al 24ºC.
Como uit is heel druk. Je denkt:”logisch, want we zitten precies in de ochtendspits”. Maar als we uitvalsweg afgaan richting Ponzate – dat is heel hard klimmen – dan is het nog steeds druk met heel veel vrachtverkeer in je nek. We nemen de oude trambaan, tillen de fietsen over de ketting die over de weg gespannen is heen. Het pad is onverhard en het stijgt ongeveerd 5%. Er lopen enkele mensen met honden. Het lijkt erop dat zij niet blij zijn dat er ook gefietst wordt. Er wordt niet gereageerd op ons groeten. De trambaan is maar kort, maar we komen wel mooi op hoogte. En we genieten van de rust van deze wandel (fiets?) weg. Er staan verschillende picknick banken. En je hebt een mooi zicht op het dal. Halverwege ligt een prachtige nieuwe brug waar we overheen rijden.  Bij Tavernerio  kom je weer op de weg en het is weer druk. Over deze weg blijven we rijden naar Erba. Hier wreekt zich dat de aanwijzingen in het boekje soms niet precies genoeg zijn. “Zodra de weg in Erba vlak wordt, ga je RA (Via Volta?) “ Wij fietsen dus te ver door, en komen in zicht van de spoorlijn, die we blijkens de kaart niet over moeten. Omdat Paul Benjaminse niet zeker is over de Via Volta, er staat immers een vraagteken achter, vragen we naar de Piazza Vittorio. Die blijkt even terug te liggen. We rijden de Piazza Vittorio over en de Via Turati in en dan ontstaat de volgende verwarring, want er staat in het boekje een grote pijl naar een volgend stukje route, maar de aanwijzingen van het stukje weg waar we mee bezig zijn, staan nog elders op de pagina. Ik begin dus vrolijk met de aanwijzingen van het volgende stukje route, en natuurlijk kunnen we dan de telefooncel voor het groene huis niet vinden. Aan de hand van de kaart komen we er wel, en pas een paar kilometers verder bemerken we onze verwarring. Vanaf die telefooncel volgt gelukkig een minder druk stuk. Aan de weg wordt namelijk gewerkt, dus die is voor verkeer gesloten. En ook de weg door het dorp Molteno is aardig. Hoewel we op een éénrichtingverkeer door het dorp tegen de richting in moeten fietsen. Een agent houdt ons staande, de rest doen we lopend. Vanaf Dolzago is het weer druk. En het klimt weer aardig. Bij Rovagnate gaan we verkeerd. We belanden op een N-weg (N342), maar omdat bijna alle wegen druk zijn, hebben we daar eerst geen erg in. De aanwijzing “neem de 2e links, de Via della Salute” komen we namelijk op de N-weg ook tegen. De rest van de aanwijzingen klopt natuurlijk niet. Dus we dreigen echt de verkeerde kant op te fietsen. Maar het kompas werkt goed en geeft aan dat we echt niet goed gaan. Een grote kaart uit de fietstas opgediept. En daarop zien we welke vergissing we hebben gemaakt. Terug naar de kerk. Maar nu achter de kerk RA, in plaats van vóór de kerk LA, omdat we van de andere kant komen. En zo komen we weer op de route. Vanaf Olgiate wordt, even na de spoorwegovergang, behoorlijk gedaald. De grote weg oversteken mag niet meer. Er staan grote betonnen blokken op de weg, om dat te verhinderen. Maar we fietsen er gewoon tussen door. Dan komen we weer – het wordt eentonig – op een drukke weg naar Brivio. De aanwijzing dat je LA moet bij de richting Municipio ontbreekt, dus we nemen maar een weg LA voordat we het centrum voorbij zijn. En zo komen we uit bij de rivier de Adda. Eindelijk rust. Mooi glad water, een paar bootjes, en van Brivio stukken vestingwerk (een toren waarin een kerk is gebouwd) en huizen.
Dan begint het tweede rustige stuk – deels over een onverhard pad -. We moeten tot het veer van Imbersago. Als we daar aankomen ligt het veer op de kant. Zo te zien te roesten. Alsof het nooit meer in de vaart komt. Er zit niets anders op dan door te fietsen naar de brug van Paderno. Het pad wordt beter – nadat we de fietsen door een barrière hebben gewipt. Maar aan het eind van dit pad is een verschrikkelijke stijging, om de brug van Paderno over te komen. Een brug waar over de eerste laag de trein gaat en op de tweede laag de auto’s. De brug is zo smal dat de auto’s maar in één richting tegelijkertijd kunnen. Ik doe nog een poging om op het voetgangersstuk te fietsen, maar dat is te smal. Ik kom daar vast te zitten tussen de leuningen en moet weer terug. En snel, want anders staat het stoplicht voor mijn kant op rood. In Carvico nemen we de afslag naar Sotto il Monte Giovanni XXIII, maar dat is duidelijk de route niet. Te druk en te recht. We vragen een voetganger en die zegt dat we goed gaan. Dus we fietsen verder. Tot we het bord Hotel Giovanni zien. Ik heb er zo genoeg van dat ik Jan overhaal om hier vannacht onderdak te zoeken. Het is wellicht nog 15 km. naar Bergamo. Het is kwart voor vier, dus het zou nog wel kunnen. Maar ik heb het helemaal gehad voor vandaag. Hotel Giovanni wordt geleid door een Italiaanse familie. De broers hebben er duidelijk zin in. Ze zijn vrolijk. De kamer is helemaal verduisterd, dus redelijk koel. 

 

22e etappe
Carvico – Bergamo 30 km.

Dinsdag 21 juni 2005
Warm, zonnig, heiig, soms boven de 30ºC.

Het is goed dat we gisteren niet doorgereden zijn. Het is nog 30 kilometer naar Bergamo. En vandaag hebben we tijd om Sotto il Monte te bekijken. En dat is echt de moeite waard. We fietsen in alle vroegte terug naar Sotto il Monte. Het dorp waar Johannes XXIII geboren is. En enorm bedevaartsoord is hier ontstaan. Omdat het zo vroeg is, zijn er nog geen pelgrims of toeristen. We kunnen op ons gemak het zeer grote plein met zijn beeld bekijken. En de “casa natale”. Een heel klein huisje, waar nu een enorme kerk met tentoonstellingsruimte achter gebouwd is. Vol met foto’s, Italiaanse teksten (geen enkele andere taal!) en beelden. Alleen de kamer waar Angelo Giovanni Roncalli is geboren is in originele staat gelaten. Het bed is ingekort, zodat alle bezoekers in het kamertje kunnen staan. En er zal wel een extra deur gemaakt zijn om de bezoekersstromen weer naar buiten te leiden.
We fietsen verder naar Bergamo. Via een klim komen we de oude bovenstad binnen via de poort van Allesandro. Er is een klein hotelletje midden in de bovenstad Agnello d’Oro, waar we onderdak vinden. Een heel kleine kamer, overdadig ingericht, maar wel alles erop en eraan. We wandelen door de oude bovenstad. Bezoeken de basiliek Maria Maggiore, bewonderen de fresco’s. En lopen binnen bij de kapel van Colleoni, natuurlijk nadat we aan het hek zijn wapenschild op het hekwerk hebben aangeraakt. Dit schild heeft drie teelballen. Teken van vruchtbaarheid. Als je het aanraakt dan krijg je meer sexuele kracht, aldus de mythe.
Voor ons hotelletje is een klein pleintje, omringt met beplanting. Daarachter kunnen we ’s avonds rustig en lekker eten.

 

23e etappe
Bergamo – Iseo 64 km.

Woensdag 22 juni 2005
Zonnig, warm, boven de 30°C, geen wind.

Al vroeg op in ons hotelletje. Ze zijn bezig om de ontbijttafeltjes klaar te maken op het terras. En dat lijkt ons een prachtig begin van de dag. We sjouwen eerst alle tassen naar beneden, tuigen de fietsen op. En dan is het terras gereed en kunnen we buiten ontbijten.
Bergamo uit is niet moeilijk, maar het is aanvankelijk wel hard dalen op ongelijke keitjes. In de benedenstad is het al heel druk. Ook vandaag hebben we weer de nodige problemen met de route. Soms is Paul Benjamins heel gedetailleerd met de beschrijving en dan slaat hij weer hele stukken over (rotondes, afslagen etc.) Soms zijn de wegen heel druk met autoverkeer, maar dat maakt dat als je verkeerd rijdt en op een drukke autoweg terecht komt, je niet vanzelf weet “oh dit kan niet kloppen”. Zo rijden we op een verkeerde weg naar Castello di Malpaga. We komen uit op een rotonde met een opgang naar de autostrada. En druk dat het daar is! Het huilen staat me nader dan het lachen. We gaan terug naar het vorige punt. Maar na de brug over de snelweg is er niet een soort rotonde met een weg schuin naar rechts met een richtingaanwijzer naar Castello di Mapalga, zoals in het boekje beschreven staat. We vragen het aan een voorbijganger, maar die spreekt alleen Italiaans (en dat spreken wij niet). Dus daar worden we niet wijzer van. Uiteindelijk op goed geluk een kleine weg rechtsaf genomen ergens tussen de brug over de snelweg en die ontzettend drukke rotonde. We komen nu op een aardig landweggetje. Daar komen we prompt een andere fietser tegen, en ook al spreekt die ook alleen maar Italiaans, van hem krijgen we goede aanwijzingen. Zo bereiken we uiteindelijk het kasteel van Malpaga. Het is niet toegankelijk. Het is uit de 14 eeuw, en vergroot door Colleoni in 1456. Er schijnen mooie fresco’s binnen te zijn. Ghisalba, dat er even na ligt, heeft een grote kerk. Een grote ronde ruimte, met daarvoor een classisistisch front en een lange losstaande bakstenen toren. Bij Palosco moet je niet alleen de brug over, maar eerst een drukke weg. We zoeken vervolgens naar een fontein, want Jan heeft niet al zijn bidons gevuld. En door de warmte zijn we er nu bijna doorheen. In Palazzolo – dat ook een groot kasteel heeft, waarvan de je de toren al van ver kan zien – vullen we ons vocht aan bij een klein cafeetje langs de weg.
In het gehucht Zocco moeten we een bord volgen met Adro. Je denkt bij een gehucht aan een paar huizen, maar het bord Zocco verschijnt al vroeg bij een industrieterreintje. Dus je moet heel goed opletten dat je niet te vroeg linksaf slaat. En het wordt eentonig, maar bij Adro mist in de beschrijving dat je een drukke weg moet oversteken en dat je voor het centrum nog een keer naar links moet. Bij Franca hebben we het helemaal gehad met de route-aanwijzingen van PB. We zijn rechtuit gegaan over een “witte” weg op onze kaart, recht naar het noorden, “verboden voor vrachtverkeer”!, eindelijke rust, naar Colombaro en Clusane (aan het meer van Iseo) Dan kom je op een “gele” weg naar Iseo. Maar hier heeft de weg een fietspad aan de linkerkant en wanneer dat ophoudt is er parallel een weg, die weliswaar één richting verkeer is, maar daar zijn we maar gewoon doorheen gefietst. De eerste camping is een caravanpark. Maar op de tweede camping (Del Sole) kunnen we terecht. We krijgen een piepklein plekje, dat normaal niet uitgegeven wordt. Een driekantig hoekje op de kop van twee rijen grote plaatsen. Er staan fietsen op van de ene buur (Nederlanders) en er hangt een waslijn van de andere buur (Duitsers). Dus we moeten eerst contacten leggen en zorgen dat er ons tentje kunnen opzetten. Maar dat gaat goed. De waslijnen worden verhangen, en wij mogen onze was daar ook op hangen. En van de Nederlanders krijgen we stoelen, soep en sap. Want wij zullen wel armoedzaaiers zijn als we fietsen. Dit is zo’n camping waar iedereen hutje bij mutje staat. Mensen staan er ook een paar weken. De lol is het dorpse karakter van het geheel. Alles is er op het terrein: winkel, restaurant, zwembad, tennisbaan. Je kunt fietsen en bootjes huren. ’s Avonds is er kinderdisco, naast het restaurant. Dat trouwens een uitstekende Italiaanse hap serveert met wijn van de streek (Terre die Franciacorta).

 

24e etappe
Iseo – Brescia 39 km.

Donderdag 23 juni 2005
’s ochtends wind vanuit het meer, maar dat was snel over, zonnig, heiig, heel warm soms boven de 40°C

Een klein stukje vandaag. Brescia schijnt ook een leuk stadje te zijn om te bekijken. Wij krijgen  van de Nederlandse buren weer stoelen en een tafeltje voor het ontbijt. De winkel heeft vers brood en een Volkskrant van gisteren, dus wat wil je nog meer. De camping heeft een sluitend systeem voor betalen. Bij binnenkomst krijg je een kaartje. Als je eruit gaat moet je dat of laten zien of inleveren. Als je betaald hebt, wordt het afgestempeld. In Iseo vragen we de weg naar Prováglio, omdat we daar de route weer willen oppakken. Er is een fietsroute naar Brescia die daar langskomt. De weg omhoog naar Prováglio is snel gevonden. In Prováglio, een lang gerecht dorp, is het moeilijker de route te ontdekken. Maar een bord langs de weg zet ons op het juiste spoor. De fietsroute staat daarop ingetekend. Dan start inderdaad een heel mooi stuk, een beetje stijgen en dalen, over zeer rustige wegen, soms onverhard. Zo is fietsen leuk. Onderweg tussen de wijngaarden, graan- en maïs velden komen we een oudere Italiaanse mountainbiker tegen. Hij wil ons iets laten zien, begrijpen we. En dat blijkt het kasteel vóór Pissirano te zijn. Door een klein poortje in het hek kan Jan erdoor om een mooie foto te nemen. We blijven achter hem fietsen, dat wil zeggen hij houdt steeds in als wij achterblijven. Hij blijft voor ons rijden tot het grote Benedictijnerklooster in Rodengo, de abdij van Sint Nicolaas. Dan neemt hij afscheid. De fietsroutebordjes staan redelijk op de goede plaatsen. Allen in Gussago missen ze. Maar ook daar worden we door een Italiaan geholpen. We naderen nu snel de stad Brescia. Het is ongeveer 13.00 uur en het is werkelijk snikheet. Normaal transpireer ik weinig. Maar nu slaat het zweet aan alle kanten uit mijn lijf. We besluiten meteen een hotel te zoeken. (Brescia heeft geen camping). We belanden in een Westin hotel, nooit gedacht dat ik daarin nog eens zou slapen (tegenover het Centraal Station in Rotterdam staat er één van 25 verdiepingen hoog, en die ziet er heel sjiek uit). Na een uur siësta gaan we Brescia in. Het is nog steeds heel warm. Brescia is een heel interessante stad. Bij de VVV halen we een routebeschrijving. We lopen de wandeling langs de drie pleinen en door het oud-Romeinse deel van de stad.

 

25e etappe
Brescia – Peschiera 81 km.

Vrijdag, 24 juni 2005
Zonnig, zeer warm, soms een beetje wind.

Over het algemeen een aardige tocht vandaag, meest over rustige wegen, door wijngaarden en maïsvelden.
Brescia uit is natuurlijk wel heel druk. Maar als we eenmaal buiten de stad zijn, worden de wegen kleiner en rustiger. Leuke plaatsjes doen we dan aan als Calcinato en Castiglione. In Solferino besluiten we van de route af te wijken om het gedenkteken van de slag bij Solferino te bekijken. De slag bij Solferino heeft plaatsgevonden in 1859 en was voor de Italianen belangrijk omdat dat dat een stap was in de richting van de Italiaanse eenheidsstaat. De Oostenrijkers werden verslagen. De slag was ook heel gruwelijk en aanleiding voor de oprichting van het Rode Kruis door Henri Dunant. Het is een hele klim naar boven. Jan krijgt het even te kwaad, maar de beloning is er, een kerk met een restant van een kasteel, een gedenkteken voor de slag en een prachtig uitzicht. Er worden voorbereidingen getroffen voor een grootse manifestatie van het Franse Rode Kruis. Een podium wordt opgebouwd, installaties uitgetest en er lopen allerlei mensen met Rode Kruispakken rond. We gaan dezelfde weg terug en vervolgen de route. We slaan de detour naar het dorpje Castellaro Lagusello over en rijden over de zeer rustige weg door de velden naar Monzambano. Wijnranken worden hier horizontaal plat geleid over een soort wasrekken. Monzambano heeft een grote ruïne hoog op een berg. Hij is al van ver te zien. De route van Paul Benjaminse gaat niet tot Peschiera, maar wij doen dat wel omdat er in Peschiera campings zijn. We vinden langs de rivier de Mincio de fietsroute naar Peschiera. We volgen eerst de rechterkant en na de stuw de linkerkant van de rivier. Aan het eind, vlak voor het spoor, staat een bord “einde fietsroute”. We rijden links omhoog, tegen de rijrichting in, het dorp in. Als snel zien we een bord met camping Capucini. Dat moet een rustige camping met ruime plaatsen zijn, die ligt aan de rand van het Gardameer. De ontvangst is chagerijnig: “hè, weer een klant”, maar we vinden een aardig plekje dat heel wat groter is dan op de camping van Iseo.

 

26e etappe
Peschiera – Verona 49 km.

Zaterdag, 25 juni 2005
Zonnig, heiig, warm, boven de 30°C, geen wind.

Rustig op weg, want we hoeven maar een klein stukje. Het is in de morgen al vochtig warm. Vanaf Peschiera kunnen we het Duitse boekje volgen van Bikeline “Radatlas Veneto, Gardasee – Verona – Padua – Venedig”. Het kost moeite om Peschiera uit te komen, we worden misleid door het Duitse woord “Torbogen”, waardoor we steeds te ver doorrijden. Daarbij zien we wel het oude Peschiera met zijn nauwe straatjes en de indrukwekkende fortificatie. We blijken gewoon de normale uitvalsweg te moeten hebben, die op dit uur helmaal verstopt staat voor de toegang tot de autostrada. Zodra we rechtdoor kunnen over het onverharde fietspad langs de Mincio doen we dat. (Achteraf zijn we blij dat we gisteren bij de stuw zijn overgestoken naar de andere kant!) Het boekje volgt de drukke autoweg. Bij Salionze verlaten we het onverharde pad – heel veel vissers hebben hier enorme hengels uitgeworpen. Het klimmen door de wijngaarden begint. Bij het kleine kerkje van S. Rocco pauzeren we even. En maar weer verder door de wijngaarden en gaarden met vruchtbomen. Het Duitse boekje volgt niet zo’n rechttoe rechtaan route als Paul Benjaminse, een landweggetje langs Gualstalla Nuova en een ommetje, ook onverhard na Sommacampagna horen er erbij. En eerlijk gezegd vind ik dat de leukste weggetjes, waar ik graag voor omrijd.
In Caselle raken we even de weg kwijt, maar we vinden snel de kerk en het goede weggetje dat rechtstreeks naar Verona leidt. We stoppen nog een keer in Massimo, bij het Dachaumonument, maa dan fietsen we in één ruk(je) door naar Verona.
De camping moet ergens in de buurt van kasteel San Pietro liggen. Het is een hele klim, vooral omdat we van de verkeerde kant naderen. Maar uiteindelijk zijn we op de kleine terrassencamping Castel San Pietro. Een heel klein plekje op een wat groter terras, dat in kleine vakjes is verdeeld, is ons deel. Maar dat plekje is bezet. We bepleiten bij de receptie met succes een groter plekje op de kop van het terras.
Aan het eind van de middag dalen we via een trap af naar Verona. Je komt uit bij een oude brug, de Ponte Pietro. Jan loopt steeds slechter vanwege hielkloven. Toevallig lopen we tegen een schoenwinkel aan waar ze Mefisto’s en Birkenstocks verkopen. Jan naar binnen gesleept en met nieuwe Mefisto sandalen staan we na een kwartiertje weer buiten. Dat is beter voor de hielen dan de Teva watersandalen.
Doorgelopen naar de Piazza Brà, waar de antieke arena staat. Alles wordt in gereedheid gebracht voor de opera van vanavond. Verder bekijken we nog Casa di Giuletta, waarvan gezegd wordt dat hier een dame woonde die Shakespeare geinspireerd heeft tot zijn stuk “Romeo en Julia”. Alles hier is nep. Het uiterlijk van het huis, dat ingrijpend gewijzigd is in de 20e eeuw, het balkon, dat er in de 30er jaren van de vorige eeuw is aangebouwd, en het standbeeld van Julia in het hofje. Maar dat verhinderd niet dat  tientallen toeristen zich verdringen om het allemaal te zien. En wij dus ook.

 

Rustdag
Verona

Zondag 26 juni 2005
Zonnig en warm

Wandeling gemaakt in Verona.

 

27e etappe
Verona – Vicenza 87 km.

Maandag 27 juni 200
Warm, zonnig, nog steeds vochtig heet.

Een te lange tocht in deze vochtige hitte, met lange klimmetjes aan het eind.
Redelijk vroeg vertrokken uit Verona. Maar weer moeilijk om de stad uit te komen. Niet alleen vanwege de aanwijzingen in het boekje, maar ook omdat er een weg is afgesloten, waar we ook met de fiets niet door kunnen. Zodat we terug moeten naar uitvalsweg nr. 11. Bij Pignatte – we zijn inmiddels zo’n 10 km. buiten Verona, worden we door een local de verkeerde kant op gestuurd. Niet over de opengestelde korte privé weg langs de beek, maar over onverharde wegen, dwars door de velden. Het gaat verder goed, tot we in de buurt van Belfiore komen. Daar is een nieuwe weg aangelegd om het dorp heen. Het kost enige inspanning om de goede route te blijven volgen. In Belfiore wil ik wat postzegels kopen. Ik sluit aan in de rij bij het postkantoor. Er wordt kennelijk uitbetaald op maandagochtend. In het eerste postkantoortje, dat we voorbijgereden zijn, was het ook al zo druk. Nu blijf ik wachten. Het is al zo warm (het is nu 12.00 uur) dat het zweet met zonnenbrandcrème erbij in mijn ogen gutst. Na enige tijd wachten kan ik de postzegels kopen en de weg vervolgen. Ook bij het volgende stadje – San Bonifacio – gaat het mis. We rijden een stukje terug en vinden dan bij het station een onderdoorgang – alleen voor voetgangers en fietsers – met een behoorlijk steile geleidegleuf voor de fietsers. De weg blijft mooi, meestal tamelijk rustig. De stroompjes die we over moeten staan bijna allemaal droog.
De warmte is zo vochtig, dat het uitputtend is om te fietsen. Dat blijkt bij het laatste stuk vanaf Brendola. Ik lees de aanwijzing verkeerd. Boven bij het kerkhof van Brendola neem ik de verkeerde weg. Er liggen er twee naast elkaar, één berg op (berg auf) en één berg af. Ik lees “auf” als af en we zakken naar San Valentino. Pas als we beneden zijn merken we de fout. Er zit niets ander op dan opnieuw naar boven te klimmen. Dat valt in eerste instantie niet mee, maar daarna komen nog de klimmen over 4,5 km naar Perarolo met een stijging van 155 naar 245 meter. Eigenlijk niet spectaculair, vergeleken met wat we achter de rug hebben, maar de temperatuur nekt Jan. Halverwege wordt hij duizelig. Dus we pauzeren, drinken wat en heel langzaam gaat het dan verder. Het uitzicht is aan beide zijden van de bergkam heel mooi, maar het kost wel moeite om ervan te blijven genieten. Na de klokkentoren van Arcugnano volt nog één klim en dan kunnen we dalen naar Vicenza. We fietsen de Monte Berico met de grote kerk en het restaurant met panorama op de stad voorbij en komen op de zeer drukke rondweg rond Vicenza. Het hotel Albergo Due Mori, midden in het historische centrum, is snel gevonden. Ik ben doodmoe als we met alle tassen naar boven gaan. Eigenlijk zouden we morgen verder gaan. Maar om nou de stad van Palladio helemaal geen blik waardig te gunnen vind ik ook jammer. Dus we boeken voor twee nachten.

 

Rustdag
Vicenza

Dinsdag 28 juni 2005
Zonnig, vochtig warm

Veel bekeken: Theatro Olimpico, Basilica met tentoonstelling moderne kunst, Monte Berico met dom en mis.

 

28e etappe
Vicenza – Padua  57 km

Woensdag 29 juni 2005
Zonnig, warm (vochtig), zwakke wind

We fietsen niet in één ruk door tot Venetië, wat het plan was. We hebben geleerd van maandag dat het daar te warm voor is. Dus we gaan tot Padua en maken daar een tussenstop. Wijs, want het is vandaag weer heel vochtig warm. We starten vroeg, om 8.00 uur zijn we de stad al uit. En dat gaat deze keer goed, omdat we gisteren al bekeken hebben hoe we moeten rijden.  De route loopt een eind over de SS247. Dat is een drukke weg. Er zijn twee omweggetjes, die we natuurlijk volgen. Het is opvallend, dat – ook al ben je maar een paar meter van de drukke weg af – je al het gevoel hebt door rustige dorpjes te fietsen. Vervolgens gaat het tot Longare wel langs die drukke weg, maar er is een apart fietspad naast. Overigens houdt het fietspad gewoon op als er halverwege een groot kruispunt is. En het is daar best gevaarlijk om veilig over te steken. In Longare staan bij een kerk twee banken, en achter het hek is een prachtige WC voorziening. Dus we pauzeren daar met een zoet broodje.
Dan gaat het verder door de velden met wijngaarden, graan, vruchtbomen en gras (dat nu als hooi in rollen geoogst wordt). Villa Spiller is een sterk verwaarloosd complex. De route langs de beek Bacchiglione loopt over een dijk. Prachtig uitzicht over de beek en het omringende land. Castello San Martino is heerlijk klein. Een stenen ommuring met  één massieve toren in het midden. In Feriole fietsen we even verkeerd. Dat komt omdat daar allerlei nieuwe wegen worden aangelegd. Maar we komen uiteindelijk weer goed uit. Het begint ondertussen weer ontzettend warm te worden. Albano is een kuuroord. Vele hotels naast elkaar en veel grijze bolletjes op straat. Langs het kanaal Battaglia fietsen we 7 km lang en dan zijn we in Padua. Daar zoeken we onderdak in het Casa del Pellegrino, een enorm complex voor alle pelgrims die naar Antonius van Padua komen. We krijgen een kamer ver in het gebouw en moeten lange gangen door en verschillende trappen op om daar te komen. En dat met alle tassen in onze handen.
We bezoeken de basiliek van Padua. Vergapen ons aan de cultus rond de kist van Antonius. Vaders tillen hun kinders op, zodat zij de kist kunnen aanraken en kussen. We bekijken de reliquieen, waaronder een tong in een monstrans. En gaan dan op weg naar de kapel van Giotto. (hier nog iets toevoegen)
‘Avonds een enorme hagelbui met stenen zo groot als knikkers. Ik moet de fietsen nog aan elkaar zetten. Met alle regenkleding aan, jack én broek, naar de fietsen, die nog braaf naast elkaar staan, naast het onvermijdelijke beeld van St. Antionius. Terug in de hotelkamer, waar ik een lijntje gespannen heb voor de gewasssen fietskleding, kan de druipende regenkleding erbij.

 

29e etappe
Padua – Oriago 36 km.

Donderdag 30 juni 2005
Warm > 30°C, zonnig, vochtig, beetje wind.

Vandaag weer niet zo ver. De camping bij Oriago heeft een bushalte naar Venetië voor de deur en staat goed bekend. Heel vroeger in mijn studententijd heb ik een keer bij Mestre gestaan. Dat was toen heel druk, we stonden met twee kleine tentjes op het voorterrein van een bungalowtent.
Het is druk – spitsuur – als we Padua uitrijden. Het lijkt alsof de onweersbui de lucht helderder heeft gemaakt. Jan heeft veel pijn onder in zijn rug. Net een verkeerde beweging gemaakt bij het uittrekken van een haring in Verona. Het te zachte bed in de hostel in Padua heeft daar geen goed aan gedaan. Af- en opstappen is moeilijk. Maar het gaat, zij het langzaam. De tocht is vandaag maar kort en zonder stijgen of dalen.
Na de stad komen we aan het Canale Piavega Naviglio. Een aardige route, soms links, soms rechts van het kanaal. Bij Stra gaan we de rivier de Brenta over, rijden even verkeerd en verzeilen meteen in de drukte. Maar terug, nu langs het Brentakanaal gaat het in één ruk naar Oriago. We stoppen nog in Dolo, bekijken het waterrad daar, maken nog een rondje op de uitgebreide markt aan de andere kant van het kanaal in Mira en zijn aan het begin van de middag in Oriago. Jan heeft het gehaald. Bukken is voor Jan moeilijk, dus ik zet in mijn eentje de tent op. Maar eenmaal gezeten op de stoeltjes, zit hij prima. Dus koffie zetten, mits alles wordt aangegeven, gaat goed.
In de loop van de middag gaan we met de bus naar Venetië. Dat blijkt een slecht plan. Het is zeer druk en warm in de bus. Met moeite kan ik een plaatsje regelen voor hem. In Venetië aangekomen op het Romaplein is het ook daar heel druk. We bekijken of we hier fietsend kunnen komen. Paul Benjamins raadt het af en ook het Duitse fietsboekje vindt het niet zo’n goed idee. En dat is het ook niet. Je kunt over de dam fietsen, maar het laatste stuk is erg smal en houdt op een gegeven moment op. Je moet dan met een boot naar het station. En het eerste stuk tot de dam heeft zo te zien geen aparte strook voor fietsers en voetgangers. Dus helaas, voor ons geen aankomst in Venetië op de fiets. Dat is wel een minpuntje van deze route, dat je het eindpunt zo slecht met de fiets kan bereiken.

 

Rustdag
Venetië

Vrijdag 1 juli 2005
Zonnig, warm, een beetje regen.

Weer met de bus naar Venetië. De bekende highlights bekeken.

 

30e etappe
Oriago – Mestre 19 km.

Zaterdag 2 juli 2005.
Zonnig, warm.

Naar Mestre gefietst. We hebben kaarten voor de trein van Venetië over Düsseldorf. Op het station blijkt dat er een groep Duitse fietsers met dezelfde trein meewil. Zij hebben maar een beperkt aantal fietskaarten kunnen reserveren. En kennelijk te horen gekregen dat er nog twee andere fietsers zijn. Ze zoeken ons op, om te bespreken of wij mee willen werken om alle fietsen in de fietsenwagon te laden. Uiteraard doen we mee. Als de trein aankomt, blijkt de fietswagon nog vol te staan met dekens en lakens voor de couchettes. We leggen alles op de gang en starten met het inladen van alle fietsen. Het lukt om ze er allemaal in de plaatsen. Later bij de controle, wordt er vergeefs door de conducteurs geprobeerd om te achterhalen welke fietsen geen kaartje hebben. Wij laten onze kaartjes zien en verder weten we natuurlijk niets. Uiteindelijk geven de conducteurs het op.