logo-fietssite

13e etappe
Willer-sur-Thur - Courgenay 80 km routebord zwitserland intro

Zaterdag 11 juni 2005
Zeer zonnig, zwakke wind, 20-27°C

Eerst naar beneden om brood te halen. De boulanger-epicery is erg armoedig. De bananen zijn bruin. De dame achter de toonbank draagt een smoezelig schort. Maar het brood is goed.
Volgens het boekje is het 63 km naar Courgenay, maar we rijden er uiteindelijk 80. Daar mag 2 km vanaf vanwege een rondje Thann en 2 km heen en weer naar de bakker, maar dan is het nog ruim 10 km meer dan PB aangeeft. En verkeerd gereden zijn we niet.
We nemen de fietsroute langs de Thur weer op. Hij loopt langs Thann, maar we maken een extra rondje in de laatste stad van de route du vin van de Elzas. En op de hellingen van de bergen bij Thann groeien inderdaad de druiven.
Na Thann is het even stevig klimmen, maar hoewel het een beetje heiig is beloont zo’n mooi uitzicht boven veel.  Een herdenkingsteken voor de tweede Wereldoorlog en een paar banken.
Daarna weer een afdaling. Het landschap wordt steeds Duitser en de namen van de stadjes/dorpjes ook. Grote vakwerkhuizen staan geschakeld in de dorpen die we passeren.
Vanaf Dannemarie, waar we gewoon de fietsborden volgen van “piste de la largue” en niet volgens het routeboekje tegen de richting in fietsen naar de kerk, pakken we een fietspad op dat ook weer is aangelegd op een oude spoorbaan. Het ligt wat hoger, dus van de rivier de Largue zie je niets, en het pad stijgt constant. Maar het is heel makkelijk fietsen. De temperatuur is inmiddels zeer gestegen. Wel 27°C zien we bij een infozuil bij een bankje onderweg.
Bij Seppois-le-Bas moet je eerst de bordjes Seppois-le-Haut volgen voordat je op de D7bis komt  richting Mooslarque. Bij Courtavon passeren we de Zwitserse grens. Jan trekt geld uit de automaat in Miecourt en realiseert zich dat hij geen idee heeft wat de Zwitserse Frank waard is. (Een SMS wisseling met zoon Martijn, die eerst denkt dat dit dé grap van de vakantie is, maakt duidelijk dat 1 ZFR 0,68 eurocent waard is).
Bij Cornol gaan we van de route af, omdat we morgen vanuit Courgenay een stukje met de trein doen. Daarmee vermijden we een drukke pas met een zeer scherpe afdaling.

 

14e etappe
Courgenay – Biel 33 km + stukjes met de trein

Zondag 12 juni 2005
Bewolkt met zon, zwakke wind, 18°-20°C.

Vandaag een bijzonder dagje, want we doen op advies van PB twee stukjes met de trein. Het eerste stuk is van Courgenay naar Glovenier en dat is om de Col de Rangiers te vermijden, die én zeer steile wegen omhoog heeft, als ook zeer scherpe afdalingen.
Het tweede stuk is van Sonceboz naar Biel, en dat is om te vermijden dat je in de afdaling naar Biel samen met veel auto’s door een tunnel moet, dat schijnt heel onprettig te zijn.
Er blijft overigens nog genoeg te klimmen over.
Maar eerst zoeken we het station van Courgenay. Dat is gauw gevonden, en het is zowaar bemand. We kunnen twee kaartjes en twee fietskaartjes kopen (allemaal 4,60 Chf per stuk) en de beambte helpt ons ook nog de trein in. Een kwartier later zijn we op weg. Twee stations en weer een kwartier later staan we in Glovelier. Daar beginnen we dan onze eerste klim door de Gorges de Pichoux. Het is hard werken, en zo nu en dan even stoppen om op adem te komen, maar het is adembenemend indrukwekkend. Hoge steile wanden, dicht begroeid met loof en naaldbomen, soms kaal en door de kloof het kletterende water van de Sorne. Het restaurant op de top (728 m) is nog niet open, dus na een korte stop met wat water fietsen we verder.
Onderweg passeren ons vele racefietsers. Het valt ons op dat ook zij het op de stukken die als zwaar beschreven staan moeilijk hebben. Ook – en dat is minder prettig – passeren ons veel motorrijders. Dat zal wel komen omdat het zondag en zonnig is.
Zwitserland is echt heel anders van karakter dan het Frankrijk dat we achter ons gelaten hebben. De bergen zijn veel en veel hoger, de dalen smaller, de huizen en boerderijen anders, en de koeien hebben hier inderdaad bellen om. Dus je hoort overal geklingel.
We moeten er allebei echt stevig aan trekken. Jan vindt het een uitdaging, maar ik zou – alhoewel ik “makkelijker” omhoog ga dan hij – ook wel een iets vlakker parcours mooi genoeg vinden. Hoewel als je dan heerlijk hoog (931m) zit met een kop koffie en een stuk rabarbertaart en een mooi uitzicht op de bergen, dan …..
Een scherpe afdaling naar Le Fuet, en daarna langzamerhand naar Tavannes, een onverwacht grote plaats, een beetje armoedig met bijv. grijs betonnen flats en nogal wat panden die nodig aangepakt moeten worden.
Daarna via de oude weg naar Biel – de nieuwe met de groene richtingborden, gaat hoog over via een tunnel de rotsen in, stijgt ook al weer lekker naar de Col du Pierre Pertuis (827m).
Vervolgens weer 200 m dalen naar Sonceboz of Somberal. En inderdaad rode fietsbordjes leiden je naar het station, zoals in het boekje van PB staat. PB wist niet hoe de kaartautomaat op het station werkt, maar die werkt net als bij de NS met een “touch screen”, 2 kaartjes Sonceboz – Biel kosten Chf 5,40 per stuk, gewoon te betalen met de giromaatpas. De gereduceerde fietskaartjes zijn iets moeilijker te vinden, maar die blijken onder “overige kaarten” te staan en dan “carte journ. bicyclette taubenloch” en inderdaad 1 Chf per stuk. We betalen met een muntstuk van 2 Chf (wat we gelukkig hebben).
De touristeninformatie t.o. het station in Biel is dicht. We fietsen richting Altstadt en vinden dan een richtingaanwijzer naar hotel “villa Lindenegg”. Dit is echt een villa, met tuin, aan de rand van de Altstadt. Voor 170 Chf hebben we een kamer op de begane grond. Helaas breekt een onweersbui los, waardoor we niet meteen de historische binnenstad kunnen bekijken. Maar dat lukt een half uurtje later wel. Het is heel klein en compact, een paar straten en pleinen, een kerk, drie prachtig opgeknapte beelden en een klein stukje vestingwerken.

 

15e etappe
Biel – Hinterkappelen 41 km

Maandag 13 juni 2005
Eerst een paar uur regen, daarna opklaringen en zon, 16 - 20° C, zwakke, soms matige wind.

Met de gedachten aan een nare droom word ik wakker. Maar een zonnetje in de kamer in ons hotel in Biel en een keurig verzorgd ontbijt verdrijven de  donkere gedachten al snel.
Maar we zijn Biel nog niet uit, wat aan de hand van het routeboekje nog niet eens meevalt, met de rug naar het station LA, volgende kruising LA onder het spoor, en dan is er eerst een fietsersbord LA en vervolgens, vlak voor een supermarkt aan de linkerkant is er zowel een fietsroutebord Bern RD als, en dan moet je goed kijken, een fietsroutebord (en dat staat aan de linkerkant van de weg) RA. Die laatste moet je dus hebben, als je tenminste de route uit het boekje wil volgen en niet de Zwitserse fietsroute nr. 8 naar Bern, die langs het Bielermeer loopt.
Meteen een stuk stijgen, en het beloofde uitzicht valt tegen, omdat het door de regen mistig is. Wel bijzonder is de buurtschap na Jens, waar ook de route RA gaat. Grote Zwitserse boerderijen, met heel veel donker hout, vol in gebruik.
In Aarberg aangekomen ligt daar inderdaad links een bijzondere houten overkapte brug over de Aare. Auto’s mogen er nog overheen, hoewel maar één rijrichting tegelijk. Vanaf de brug kom je op een ovaalvorming plein met aan beide zijden heel mooie panden
De oude weg naar Bern over Radelfingen en Wohlen is best druk, tenminste op maandagochtend. Maar nu klaart het weer op, kunnen de regenjassen en –broeken uit. Flarden wolken hangen rond de bergen in het zuiden, en een bleek zonnetje probeert erdoorheen te komen. Het is dampig en geurig.
In Hinderkappelen, 5 km. voor Bern, is een camping, waar we aan het begin van de middag zijn. Het is dan droog. De middag gebruiken we om te wassen – waarom doen die apparaten het bij mij nou altijd niet? – en om met de bus naar Bern te gaan en de binnenstad te bekijken.
Er wordt daar uitvoerig gewerkt aan de wegen in het binnenstad en er wordt archeologisch onderzoek gedaan. Er is een oude rechtsstoel gevonden. We lopen van het station naar de berenkuil – net aan de andere kant van de Aare. Hoewel er wel wat groen en water in de kuil is aangebracht, blijft het een triest gezicht drie bruine beren in zo’n kuil.

 

16e etappe
Hinterkappelen – Frutigen, 67 km. (dat was 7 km minder dan het routeboekje aangaf)

Dinsdag 14 juni 2005
Het begint droog en dat blijft tot we om 15.15 uur de camping bij Frotingen opfietsen. Dan barst de bui los. Tussen de 18 en 22°C. Geen wind.

’s Nachts heeft het heel erg geregend. Om 5 uur worden we er wakker van. Maar om 7 uur is het droog. Natte tent ingepakt en om 8.15 uur vertrekken we voor wat we denken dat een lange tocht is naar Frutigen. Maar dat valt reuze mee. Het is even zoeken om Bern door te komen, want zoals voorspeld zijn niet alle routebordjes aanwezig. Maar we zijn gewoon rechtdoor gereden, achter het station langs, en dan verschijnen de rode fietsbordjes weer. Dan volgt de route de Zwitserse fietsroute nr. 74 naar Wimmis. Je verwacht het niet in zo’n bergachtig land, maar de Zwitsers doen veel aan fietsen. In Bern zijn bijvoorbeeld overal fietsvoorzieningen, fietsstroken, fietslichten. Er wordt ook fietsverkeersles gegeven. We zien een klas met een leraar voorop. Allemaal helmpjes op, en in die helmpjes zit een ontvanger, waarmee de meester zijn instructies kan geven. Het is een vrolijk gezicht om tien kinderen allemaal tegelijk hun hand rechts te zien uitsteken. En zo hebben de Zwitsers ook een aantal fietsroutes uitgezet. (www.veloland.ch) , waarvan de nr. 74 heel mooi en goed te doen is.
Eerst gaat hij door het dal van de Aare, de rivier die ontspringt in Berner Oberland op de Aaregletser. Het dal is niet zo smal, we fietsen dan ook een stukje van de Aare af. Het is tamelijk vlak. Je kijkt tegen de hoge bergen van de Alpen aan, met nog een enkel spoor sneeuw. Maar dat is slecht te zien, omdat de toppen in de nevels zijn. Vanaf Wattenwil wordt er ook weer wat geklommen, na een mooie overdekte houten brug (de derde die we tegenkomen). Boven gekomen zien we het meer van Thun. Maar daar gaan we niet langs. We fietsen door naar Wimmis. Daar komen we niet echt doorheen. De route gaat er links langs. Je volgt dan een andere rivier, namelijk de Kander, en dan aan de rechterkant verschijnen nog hogere bergen.
Bij Heustrich moeten we even hard klimmen, dwars over het terrein van een inrichting heen. Jan meet 13°, maar het is maar kort. Dan gaan we aan de andere kant van de Kander verder, ook wat hoger in de bergen. Een prachtig gezicht. De dalen zijn hier druk bewoond, veel boerenbedrijven. Er wordt graan en kool verbouwd. En er graast vee. De dorpjes zijn niet zo verlaten als in Frankrijk.  Ze hebben meestal een postkantoor en winkels. Aan het eind komen we in Frutigen aan. Er wordt aan de weg gewerkt. Dus eerst lopen we vast op een “Baustelle”. Maar als we het vragen worden we dwars over de opengebroken weg geloodst, zo naar Frutigen. De camping, die iets verderop ligt, is dan gauw gevonden. 

 

17e etappe
Frutigen – Brig, 55 km.

Woensdag 15 juni 2005
’s ochtends regen, daarna opklaringen, tot heel zonnig > 25°C, zwakke wind.

Het heeft de hele nacht geregend en ’s ochtends om 7.00 uur regent het nog. Tent kletsnat. Ik zie me niet omhoog fietsen in die stromende regen. “Zullen we met de trein gaan? Van Frutigen naar Brig?”. Jan gaat node accoord. We draaien ons nog een keer om in de slaapzak. Half acht op is vroeg genoeg.
Maar als we om 8.00 uur aan het ontbijt zitten, onder het afdak van de gezelschapsruimte van de camping, klaart het voorzichtig op. En als we de camping af fietsen, is het zowaar droog. We zien stukken blauwe lucht, tussen slierten wolken die om de hoge bergen hangen. “Laten we toch maar gaan fietsen”, zeg ik. “Je bent een schat”, zegt Jan. Waarmee maar weer duidelijk was, dat hij ook in de stromende regen liever zou zijn gaan fietsen.
Het is even zoeken om de fietsroute weer op te pakken. De aanwijzing in het boekje van “groot spoorwegviaduct” helpt ons op weg. Dat grote viaduct kunnen we namelijk zo zien liggen. Daarna is het infobord over de fietsroutes snel gevonden. De grote klim van 780 meter naar 1176 meter kan beginnen. Eerst stijgt het heel geleidelijk over een mooie kleine weg langs boerderijen in het Kanderdal. Prachtige donkerhouten boerderijen, maar soms met moderne aanpassingen, zoals voedercontainers ernaast. Bij Kandergrund moeten we de grote weg op, omdat de fietsroute over onbegaanbare grindpaden gaat. Het grote klimmen is begonnen. In een schitterend dal stijgen we aanvankelijk langzaam. Bij werkzaamheden aan de weg is het even gemeen steil en daarna bij de haarspeldbochten ook behoorlijk hard. Meestal ligt er een strook langs de weg waarover we kunnen fietsen. Tegen kwart over twaalf zijn we in Kandersteg. Vanaf hier nemen we de trein naar Goppenstein. Je kan hier namelijk niet verder. Om 12.00 uur staan we bij de autotrein. Het is best druk. We moeten apart staan van de auto’s, in een vak met bussen en vrachtauto’s. Maar er staat maar één bus. We mogen als eerste de trein oprijden op een soort open rijtuigen en moeten over open roosters helemaal naar voren fietsen. Vooraan is een apart rijtuig voor fietsers en motoren. We zijn de enige fietsers. Om half één vertrekt de trein en om kwart voor één stappen we in Goppenstein uit. We laten eerst alle auto’s aan ons voorbijgaan, een klein stukje moeten we over de autoweg, en dan kunnen we in via de oude weg – die afgesloten is voor auto’s – afdalen. De weg wordt niet meer onderhouden, maar het is een prachtige weg langs een zijriviertje dat in de Rhône uitkomt.
Bij Gampel komen we uit in het Rhônedal. Een tamelijk smal dal met hoge bergen aan weerszijden. Het is ongelooflijk dat de Zwitsers het spoor gewoon hoog tegen de bergwand aanplakken. In het dal loopt trouwens ook nog een spoorlijn. De Zwitserse fietsroute nr. 1 slingert rond het spoor, over prachtige wegen. Soms alleen voor de fiets, direct langs de Rhône, soms met een weinig autoverkeer. De hoogste wijngaarden liggen hier tegen de zuidhellingen van de bergen aan. Hier groeien de druiven van de Dole en de witte Fendant. Bij Lalden fietsen we verkeerd, waardoor we dwars door een heel oud stuk gaan. Zo moeten alle dorpjes er vroeger uitgezien hebben. Dicht op elkaar staande donker houten huizen, met een trap naar de eerste verdieping. Het laatste stuk tot Brig is ook weer een fiets/wandelpad. In Brig aangekomen bekijken we het vertrek van de trein voor morgen en waar de camping zich bevindt. We worden door de toeristenoffice op een verkeerd pad gestuurd (“langs het kanaal over een pad blijven fietsen”) en komen aan de achterkant uit. Even terugrijden om op het campingterrein te komen. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden. Goed om alles te laten drogen. In een mum van tijd is alle natte rommel opgedroogd. Uit de tentzak komt zeker een halve liter water.
’s Avonds op een terras in Brig gezeten en een stukje door het stadje gefietst. Er is een kasteel waar een groep jongens op de binnenplaats muziek aan het maken zijn. En een kerk met een carillon waarop een beiaardier speelt. Brig ligt aan het eind van het dal en is helemaal omringd door hoge bergen.